Donderdag 05/08/2021

Tussen obussen en autobussen

Elfduizend buren heeft Jeanne Vanlerberghe en die zijn al honderd jaar stil. Zoals de hele buurt van Tyne Cot Cemetery in Passendale dat was toen ze er in 1960 kwam wonen. Bijna niemand bezocht de doden. Wat een contrast: volgens Westtoer zouden dit jaar 700.000 toeristen de Westhoek bezoeken. De hele wereld kwam hier sterven. Nu is de hele wereld op bezoek.

Alles verandert en dus ook dit. Waar een eeuw geleden landwegjes liepen en verschraalden, tussen land dat verwoest was en waar lijken in modder verdronken en stonken, stel je nu de app in van de 'Autoroutes Eerste Wereldoorlog in de Westhoek'. Zo zijn er zes en ze hebben mooie namen: 'IJzerfront' of 'Niemandsland' of 'Vrij Vaderland'. Veel toeristen kiezen 'Ypres Salient' en wij dan ook, ondertitel 'Van slagveld tot slachtveld'.

Een schermpje klikt open en zo passeren onder meer de Menenpoort, Tyne Cot Cemetery, Hell Fire Corner, Hill 60, de John McCrae Site en het Deutscher Soldatenfriedhof Langemarck. Vingervegend zoek je de weg, het zachtst mogelijke gebaar door een land dat bezwaard is door al die doden. Alles is veranderd.

'Het Kenniscentrum van het provinciebedrijf Westtoer noteerde 250.000 WOI-bezoekers in de Westhoek tijdens de eerste vijf maanden van 2014. Dit betekent een toename van 70 procent tegenover dezelfde periode in 2013.' Zo stond het in het persbericht van deze week. 'Als de groei zich doorzet, dan schat Westtoer in dat er in 2014 ongeveer 700.000 mensen de WOI-sites in de Westhoek zullen bezoeken. Bij eerdere schattingen is uitgegaan van 500.000 bezoekers.' Ontploft de Westhoek opnieuw?

Speeltuin

Waar ze woont, is de taal niet veranderd. Jeanne Vanlerberghe spreekt nog altijd van Passchendaele en de kleine bunker in haar voortuintje is een abri, model van de echte die haar nu overleden man André als kind in de tuin had. Hij woonde op de hoek veertig meter hiervandaan, zij nog twee straten verder. Tyne Cot Cemetery lag er al toen ze allebei in 1934 geboren werden en voor André was het zijn speeltuin. Dat kon toen nog en dat kon ook nog toen haar twee 'knechten', zoons dus, als kind voetbalden. Het huis dat ze in 1960 bouwden zou rustig liggen, maar één laag muurtje scheidde haar prei van de dichtstbijliggende gesneuvelde soldaat. Haar gras net zo mooi onderhouden als dat van Tyne Cot door de Commonwealth War Graves Commission.

Maar op 6 augustus verhuist ze. André overleed vier jaar geleden, er zijn vijf achterkleinkinderen bij gekomen die hij niet eens meer gekend heeft en het huis is te groot. "Hier bouwen was nochtans niet gemakkelijk", zegt Jeanne. "We hebben veel ruzie gehad, voor het zicht van het kerkhof. Dan moesten ze weer onderzoeken of het water wel goed was. De bouw is veel stilgelegd." Stil is ook een woord dat ze gebruikt als ze denkt aan hoe deze straat, zij als buren van dit Britse kerkhof waar elfduizend jongens in het zand liggen, toen was. De straat was niks meer dan een landweggetje, aan de overkant groeit wel nu mais, maar soms ook vlas: "Dan kun je ver kijken."

"Op een dag is het bekend geworden. Ik weet niet hoe. Langzaam kwamen de toeristen. Soms kwamen ze aanbellen om naar de wc te mogen. Nu is dat niet meer: er zijn toiletten. Maar wat wel vaak gebeurt, is dat het zicht weg is. Dan staan er tot voorbij mijn huis auto's en bussen."

André zette op het asfalteerde stukje dat hij inwon op zijn grasveld, wel eens vier rood-witte paaltjes om zijn parkeerplaatsje te vrijwaren. Dat doet Jeanne niet meer, het bordje 'Private parking' moet maar genoeg zijn. Soms wandelt ze met haar hondje Lucy tot aan het kerkhof. Erop zijn honden niet toegelaten, ook dat is veranderd. "Vorige week kwam hier nog een Nieuw-Zeelandse madam die een foto maakte voor haar familie. Soms vind ik het wat overdreven en al die bussen en auto's zijn ambetant. Maar kijk: die elfduizend buren zijn het rustigst en in al die jaren zijn er nog paar bij begraven. Drie, denk ik, sinds ik hier woon."

Nu gaat ze dus weg. Op 6 augustus. "Alleen voel je je toch alleen. Zeker met al die mensen die hier elke dag passeren."

Vandaag doen ze dat in een rode MG cabrio, in een grote bus van Aston of een kleiner busje van Quasimodo ('Daytrips to Flanders Fields. Around Medieval Bruges'). Een familie (vader fietst in bloot bovenlijf, zoon in Argentijns voetbalshirt en moeder doet het elektrisch) verwondert zich bij het indraaien dat hier plots elfduizend witte stenen staan: "Amai, kijk, nog zoiets." Alsof ze toevallig de Vredesroute fietsen. Geen vijf minuten later zie je het blauw-wit van Argentinië hoog geklommen op het monument: het uitzicht moet prachtig zijn. Of het meer wordt en ze, bijvoorbeeld, het verhaal hoorden van de Oostendse jongen die voor de oorlog naar Canada vluchtte, toch gerekruteerd werd door het leger van zijn nieuwe vaderland en naar hier getransporteerd werd om dan te sneuvelen in de slag voor de bevrijding van Oostende, is niet zeker. Ergens ligt Richard Verhaeghe hier en ongetwijfeld staan een paar mensen vandaag bij hem stil. Of morgen, later: het is nog een heel jaar honderd jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog, die op 4 augustus 1914 écht ons land binnenrolde. Kom je buiten, dan wijst een pijl je richting aardbeienautomaat.

Coquelicot

Is het op deze donderdag met 30 graden te warm? Is, zoals de fotograaf opmerkt, de toerist vandaag zelf op vakantie? Ook in oorlogstoerisme zijn er geen grote zekerheden, dat heeft deze eeuw dan weer mee met de vorige, in ieder geval lijkt het vandaag opvallend rustig. Een Welsh koppel ("met modder van de Somme nog aan onze banden") stopt, twee fietskoppels uit Bassevelde en een nummerplaat wijst op Nederland. Maar geen files op de wegjes naar Essex Farm Cemetery en naar de bunker waar John McCrae zijn gedicht schreef. In dit verhaal die woorden herhalen zou cliché zijn, al blijft het bloedmooi dat "the poppies blow between the crosses, row on row". En als je eindelijk, voor de Franse toevallige toeristen Jean-Louis en Nadine Couffinal, het woord klaproos in hun taal vertaald hebt, wordt het nog mooier als hij de zinnen van Marcel Mouloudji in deze weide achter het kerkhof en met uitzicht op het kanaal Ieper-IJzer begint te zingen: 'Le soleil gentiment, faisait vivre une fleur. Comme un p'tit coquelicot, mon âme! Comme un p'tit coquelicot.'

Toevallige toeristen, staat hierboven, en dat is echt zo. Met dat heerlijke accent uit de Midi vertelt Jean-Louis dat ze in een dorpje bij Albi wonen en dat ze eigenlijk naar Lille kwamen in het spoor van Dany Boons film Bienvenue chez les Ch'tis. "Van die oorlog, die voor jullie zo belangrijk is, wisten we eigenlijk niet zoveel", zegt Jean-Louis. "Ik heb in het reisbureau nergens reclame gezien voor de herdenking van het oorlogsjaar. Ik wist niet dat de klaproos (in het Frans 'coquelicot' dus, RVP) daarvan het symbool was. Maar naar boven rijdend zijn we Reims gepasseerd en de Chemin des Dames en vandaag wilden we Ieper zien."

Met dat accent, over de velden van eer die ze doorkruisten: "Impressionant. Et important. Surtout voor de jongeren. Als Hitler vandaag leefde, deed hij wat Poetin nu doet."

De baguette wordt belegd met ham, Ricard zal die doorspoelen, en Jean-Louis zegt nog iets heel moois: "Wat wij altijd in het zuiden altijd in de lucht hebben, hebben jullie mensen uit het noorden in het hart: de zon."

Lang voor in Langemark-Poelkapelle jongens als Arthur Oppelt, August Friedel, Wilhelm Bremicker en Josef Cserny onder dezelfde steen rust kregen, stond iets dieper op de weg hoeve Eeckhouttiende al. Geert Claerhout vermoedt dat Eeckhout de naam was van een orde of van een baron aan wie een tiende van de oogst moest worden afgestaan, wat hij wel zeker weet is dat de hoeve tijdens de Groote Oorlog helemaal vernield werd. "In 1922 werd ze heropgebouwd en ik ben de derde generatie. Hier geboren en altijd gebleven." Naast het kerkhof zie je zijn bordje: 'Aardappelen. Nieuwe'.

Veertig is Geert, hij heeft ook 40 hectare met aardappelen, tarwe en graszaad en bij de ingang van het hof onder het kapelletje waar de Madonna van Fatima waakt, liggen tien obussen. Klaar voor als mijnopruimingsdienst DOVO ze eens komt ophalen. In de tien jaar dat hij zijn vader opvolgde, waren het er honderden. "Een obus is hier een routine." Voor een nieuwe gasleiding van Fluxys wordt een stuk van zijn veld afgeschraapt. De loopgraven liepen hierdoor. In zijn weide een bunker. Dichterbij kan de oorlog niet komen.

Hoewel: "Mijn vader was een jaar of acht toen, tijdens de Tweede Wereldoorlog, Hitler hier het soldatenkerkhof van Langemark-Poelkapelle kwam bezoeken. Mijn grootmoeder was hem plots kwijt op het hof. 'Waar is de kleine?', vroeg ze aan mijn grootvader. 'Gaan spelen zeker?' Toen ze hem terugvond, zag ze hem staan: vlak bij Hitler, kijkend naar hem en al die Duitse officieren."

Klaroenen

Vandaag zijn z'n twee dochters en zoontje die kinderen van toen. Ze horen van de oorlog op tv en op school. Zeker dit jaar. "Het is goed, het zou jammer zijn mocht het vergeten worden." En ooit zullen ze wel eens naar de Last Post gaan, onder de Ieperse Menenpoort, waar elke avond om acht uur Japanners, Zuid-Afrikanen, Britten en mensen van ver in dit land, naar de klaroenen komen luisteren. Geert zag het zelf nog nooit. "Zo gaat dat."

Ontploft de Westhoek? "Nu is er een parking, maar die hebben ze veel te klein gemaakt", zegt hij. "Dat beginnen ze nu ook in te zien. Dat er veel toeristen zijn, is niet van dit jaar. Een jaar of drie geleden is het begonnen. Maar zeggen dat we er last van hebben? Eigenlijk niet. Als het donker is, is iedereen weg. Behalve misschien eens een koppel. (grijnst)Het is hier afgelegen hé."

Verloren Westhoek

Hill 60 en Hill 62 liggen in Zillebeke, maar de autocars staan allemaal op de parkeerplaats van Bellewaerde. Van fietsers kun je niet zeggen dat ze voor overlast zorgen. Twee Vespa's op de betonnen wegjes en straks zullen klaroeners zweten voor de honderden mensen die naar de Last Post komen luisteren. Ieper als verleidelijk oog van honderd jaar oorlog, het is logisch en bekend: het werkelijk schitterende In Flanders Fields Museum kan de aanvragen niet bijhouden.

Dit verhaal eindigt iets verder van het slagveld, in Westouter. Waar Roger en Elisabeth De Loof in hun klapstoeltje op de stoep voor verkoeling zorgen. Achteraan, in tuin en veranda is het te heet. Dan maar het lawaai. Dat er is. "Toen we hier 35 jaar geleden kwamen wonen, was het hier stil. Toen kwamen alleen jongeren van de KSA op kamp. Maar je merkt het zelf. Er denderen camions voorbij. De rust is voorbij."

Waaraan dat ligt, is moeilijk te zeggen. Doorgangsweg vanuit Poperinge? Toch het oorlogstoerisme? "Van het oorlogstoerisme merken we weinig, maar ze hebben van Westouter een toeristisch dorp gemaakt. Als iemand sterft, wordt zijn huis verkocht aan iemand die er een vakantiewoning van maakt. Een beetje zoals in de Provence, ja. Echte dorpelingen worden zeldzaam en het stille boerenleven is verdwenen. Cafés en beenhouwers gingen dicht. Het dorp sterft uit."

Een laatste klik op de website van de gemeente Heuvelland, waar Westouter een deel van is, toont dat hier inderdaad meer dan vijftig vakantiewoningen te huur zijn. Voor gezinnen die de kalmte zoeken. Prachtig is het hier wel. "Wij doen onze laatste dagen hier wel uit", zegt Roger nog. "Maar het is jammer. Dit is de verloren Westhoek geworden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234