Zaterdag 06/06/2020

Tussen inheemse traditie en koloniale erfenis

De problemen van Kongo voor, tijdens en na de kolonisatie

door Adam Hochschild

Bij het lezen van het nieuws over Afrika's eindeloze oorlogen, tirannieën en economische achteruitgang is het onmogelijk je niet de simplistische vraag te stellen: hoeveel hiervan is te wijten aan het kolonialisme en hoeveel wordt veroorzaakt door wat de Afrikanen zelf sindsdien met hun continent hebben uitgericht? Geen gebied levert meer argumenten voor de ene én voor de andere opvatting dan het enorme land dat een dertiende uitmaakt van Afrika: Kongo. Adam Hochschild over Kongo, Leopold II en Mobutu.

Michela Wrong

Fourth Estate, 336 p., £ 12,99, ISBN 1841154210

In het koloniale tijdperk, tijdens de decennia dat het de privé-kolonie was van Belgiës roofzuchtige koning Leopold II, was Kongo het toneel van afschuwelijk bloedvergieten. De koning vergaarde een ontzaglijke rijkdom door een groot deel van de Kongolese mannelijke bevolking als slaven in zetten om wilde rubber af te tappen. Het privé-leger van Leopold liet tienduizenden rubberslaven zich doodwerken, verkrachtte en hongerde hun vrouwen uit (die werden gegijzeld om hun mannen tot de arbeid te dwingen), schoot een equivalent van twintig jaar opstanden neer, en joeg honderdduizenden mensen zoveel schrik aan dat ze het regenwoud invluchtten om aan de dwangarbeid te ontsnappen. De getraumatiseerde, half uitgehongerde bevolking, waarvan een groot deel op de vlucht was, werd vervolgens het slachtoffer van verschrikkelijke ziekten. Volgens statistieken van de Belgische overheid zouden er tijdens en onmiddellijk na de heerschappij van Leopold II ongeveer tien miljoen inwoners omgekomen zijn. Volgens sommige wetenschappers liggen de schattingen zelfs hoger: in The Origins of Totalitarianism geeft Hannah Arendt het cijfer van 12 miljoen, en de contemporaine Kongolese historicus Isadore Ndaywel e Nziem gewaagt van 13 miljoen doden.

Ongeveer twaalf jaar nadat de Belgische overheid in 1908 de kolonie van Leopold II had overgenomen, begon men te beseffen dat er al snel geen arbeidskrachten meer over zouden zijn. Zo namen de slachtingen af, en hielden ten slotte op. Maar dwangarbeid bleef een wijdverbreid fenomeen, zelfs heel de Tweede Wereldoorlog door - zoals trouwens in het grootste deel van koloniaal Afrika. Tot in 1959, aan de vooravond van de onafhankelijkheid, bleef de brutale zweep van nijlpaardenhuid, de chicotte, het belangrijkste, volkomen wettelijke instrument om macht mee uit te oefenen.

Met zo'n erfenis is het nauwelijks verrassend dat Kongo nog altijd in de problemen zit. Maar je kunt het kolonialisme niet overal de schuld van geven. Onder Mobutu Sese Seko, die tussen 1965 en 1997 dictator was van het land dat hij snel de nieuwe naam Zaïre had gegeven, verdween naar schatting 4 miljard dollar. Dat is meer dan Leopold weggehaald had, maar het was dan ook een meer ontwikkelde economie die geplunderd kon worden. Mobutu werd snel berucht door zijn ver in het noordelijke oerwoud gelegen marmeren paleis, door zijn voorliefde voor roze champagne, gouden juwelen en gecharterde Concordes, en door zijn kastelen en luxueuze huizen in Parijs, België, Zwitserland, Portugal, Spanje en aan de Rivièra (dat laatste verblijf ligt op nauwelijks twintig minuten rijden van de plek waar Leopold met zijn Kongo-fortuin villa's liet bouwen). Niet voor niets was Mobutu de inspiratiebron voor de term 'kleptocraat'. In een toespraak zette hij er ooit zelfs een massa in de hoofdstad toe aan "slim te stelen, beetje bij beetje, en uw geld in Zaïre te investeren".

Mobutu volgde zelf het eerste deel van zijn raad op, maar niet het tweede. Hij en zijn entourage van familieleden en stamgenoten hebben het land uitgezogen. Op het vlak van gezondheid, voeding, levensverwachting, onderwijs en inkomen stond de Kongolese bevolking er op het eind van Mobutu's heerschappij veel slechter voor dan na tachtig jaar koloniale uitbuiting. Ambtenaren van het failliete regime voorzagen gedeeltelijk in hun eigen behoeften door gewapende plunderingen en tolheffingen bij wegversperringen (het leger en de politie) of door verduisteringen en corruptie (alle anderen). Al enige jaren is Kongo het meest bevolkte gebied ter wereld dat niet beschikt over een functionerende overheid, toch in de gangbare betekenis van dat woord. Voor de huidige anarchie en burgeroorlog bestaan geen eenvoudige oplossingen.

Men kan natuurlijk voor een deel het Westen de schuld geven van het fenomeen Mobutu. Hij begon als informant voor de Belgische veiligheidsdiensten in de onafhankelijkheidsbeweging. Meteen na de onafhankelijkheid werd premier Patrice Lumumba gevangengenomen en vermoord - met sterke steun van de Verenigde Staten maar eveneens met tot op heden vaak veronachtzaamde medewerking van de Belgische regering; zie het boek van Ludo De Witte De moord op Lumumba (uitgegeven door Van Halewyck en besproken in De Morgen op 23 september 1999, nvdr). Door de moord goed te keuren op Kongo's eerste en laatste democratisch verkozen leider sloot het Westen een mogelijke weg voor het land compleet af. We zullen nooit weten of Lumumba, als hij was blijven leven, zijn uitspraken had kunnen waarmaken - uitspraken die zovele radicalen en idealisten in Afrika en over de hele wereld hebben geïnspireerd. Maar het zou hoe dan ook moeilijk zijn geweest nog meer te stelen dan Mobutu.

Vervolgens hebben, bij diverse gelegenheden, Franse en Belgische soldaten Mobutu beschermd tegen staatsgrepen; en de voorbije drie decennia heeft Washington, samen met Groot-Brittannië, België, Frankrijk en de Wereldbank, een reusachtige hoeveelheid militaire en economische hulp geleverd om Mobutu in het zadel te houden, een grotendeels denkbeeldige communistische bedreiging af te wenden, en de westerse investeringen in de mijnen veilig te stellen. Als Mobutu een kleptocraat was, dan werd de kleptomanie in de hand gewerkt door de westerse mogendheden, niet het minst door de Verenigde Staten, waar Ronald Reagan Mobutu prees als "een stem van het gezond verstand en de goede wil" en George Bush hem "een van onze meest gewaardeerde vrienden" noemde.

En toch, zoals Michela Wrong aantoont in haar boek In the Footsteps of Mr Kurtz, was Mobutu op het eind méér dan een marionet; hij was geslepen in het tegen elkaar uitspelen van zijn vele rijke westerse financiers, en zette zelfs enkele Amerikaanse diplomaten het land uit op beschuldiging van spionage. De westerse steun voor Mobutu was volkomen laakbaar, maar deze steun noch het kolonialisme verklaart op zich afdoende hoe het mogelijk was dat hij zijn land zo lang ongestraft kon plunderen.

Wrong heeft een bescheiden boek geschreven dat nergens pretendeert een theorie te bieden over waarom het zo verschrikkelijk mis is gelopen met dit land. Het geeft wel een levendig beeld van Kongo onder Mobutu, meer bepaald van zijn laatste jaren en de omverwerping van zijn regime. Wrong maakte die periode zelf mee als Afrika-correspondent voor Reuters, de BBC en de Financial Times. Ze schetst een samenleving waarin Mobutu's credo van diefstal zo geïnstitutionaliseerd raakte dat de ambtenaren van de kopermijnen materieel en onderdelen verkochten aan buitenlandse dealers, van wie de mijnen die vervolgens moesten terugkopen; een deel van de luchtmacht verdween nadat sommige generaals Mirage-gevechtstoestellen hadden verkocht, terwijl men veronderstelde dat de vliegtuigen voor onderhoud in het buitenland waren; en de ambassadeur deed tijdens de vastgoedhausse in Tokio de Kongolese ambassade in Japan van de hand en stak blijkbaar het geld zelf op zak.

Wrong levert heel wat details uit het dagelijkse leven, die vaak ontbreken in academische studies. Zo ziet ze, vanaf een torengebouw in Kinshasa, dat elk stukje beschikbare grond groen ziet van de plantengroei, aangezien tachtig procent van de bevolking probeert te overleven door zelf voedsel te kweken. Ze maakt een inventaris op van een van Mobutu's geplunderde villa's (imitatie Ming-vazen waar de prijskaartjes nog aan hangen), en ze bezoekt een ziekenhuis om te zien hoe de directie zich uit de slag trekt wanneer het overheidsgeld op is (bewakers met de wapenstok verhinderen dat patiënten het pand verlaten zonder hun rekeningen te hebben betaald).

Het zootje ongeregeld dat Mobutu ten slotte uit het zadel lichtte, moest niet echt veel slag leveren. Het leger van de dictator was topzwaar door het aantal generaals, de elite-veiligheidstroepen waren getraind om Mobutu te beschermen maar ook niet veel meer dan dat, het aantal soldaten nam zienderogen af, en de grosses légumes - de bijnaam van Mobutu's elite - stalen wat er nog te stelen was, verwisselden hun uniform voor een trainingspak en vluchtten de Kongo-rivier over.

En wie heeft nu schuld aan deze puinhoop? Voor de rest van Afrika kun je vaak de Wereldbank als schuldige aanwijzen - de Wereldbank, die landen er op ondoordachte wijze toe aanspoort te steunen op export van landbouwproducten en de schaar te zetten in uitgaven voor onderwijs en sociale zaken. Maar dat is niet van toepassing op Kongo, dat een grote voorraad natuurlijke rijkdommen heeft zoals goud, kobalt en diamant (en slechts in mindere mate landbouwproducten voortbrengt) en waar de overheidsuitgaven voor onderwijs en sociale zaken al jarenlang verwaarloosbaar klein zijn. Op z'n minst ligt een deel van het antwoord - voor Afrika in het algemeen en, door zijn afmetingen, zeker voor Kongo - in het ongelukkige samenspel tussen de inheemse traditie en de koloniale erfenis.

Voor het door Europa werd veroverd, was Afrika bezuiden de Sahara geen democratisch paradijs: in een groot deel ervan heerste slavernij en soms werden mensen ritueel geofferd. Maar in de mate waarin regels en rechtspraak bestonden, werden ze toegepast in politieke en etnische kernen die veel kleiner waren dan bijna alle huidige Afrikaanse of Europese landen - zeker in het dichtbegroeide regenwoud, waar reizen over land erg moeilijk was. Daarna namen Europese koloniale ambtenaren het heft in handen, nadat ze de traditionele machtssystemen hadden gebroken of overgenomen. Ten slotte vertrokken de kolonisatoren weer, met achterlating van koloniale grenzen waardoor soms tientallen totaal van elkaar verschillende volken in één enkel gebied werden samengebracht. Kongo, bijvoorbeeld, omvat meer dan tweehonderd verschillende etnische groepen die evenveel talen spreken. Het was alsof een koloniale macht zou zijn aangekomen in het middeleeuwse Europa, een groot aantal hertogdommen, vorstendommen en stadstaten, van Zürich tot Moskou en centraal Turkije, zou hebben bezet, die gedurende tachtig jaar meedogenloos zou hebben uitgebuit en zich dan zou hebben teruggetrokken met de woorden: "Zo, jullie zijn nu allemaal één land."

Ten tijde van de onafhankelijkheid was er voor de meeste Afrikaanse grenzen geen redelijker verklaring dan deze en met de grote, democratisch nationale staat had men even weinig ervaring als de middeleeuwse Europeanen. De Afrikaanse leiders en dictators die de voorbije veertig jaar aan de macht kwamen, hebben er meestal voor gezorgd dat zoveel mogelijk rijkdommen en overheidsfuncties toekwamen aan hun stamgenoten - in het geval van Mobutu waren dat de leden van zijn eigen Ngbandi-groep, een minuscuul deel van Kongo's bevolking. Zowel in Afrika als in Europa heeft de vloek van etnisch chauvinisme normaliter geleid tot oorlogvoering; in postkoloniaal Afrika werd dat nog verergerd door een soort groepskleptocratie.

Al deze elementen verklaren veel, maar er is nog een factor. Mobutu was de ongelukkigste kaart die ooit aan om het even welk land werd gegeven. Individuen hebben nog altijd een grote impact op de geschiedenis, misschien zelfs het meest op de broze momenten wanneer een nieuwe natie - ook op ethisch vlak - vorm krijgt. Er is ook een geslaagder voorbeeld dat aantoont hoe wáár dit is. Daarvoor moeten we ten zuiden van Kongo kijken. Zouden we ons het ontstaan van het huidige Zuid-Afrika kunnen indenken zonder Nelson Mandela?

Dit artikel verscheen eerder in Times Literary Supplement. Vertaling: Eric Rinckhout Van Adam Hochschild verscheen in 1998 het controversiële boek De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo bij Meulenhoff/Kritak.

Op het vlak van gezondheid, voeding, levensverwachting, onderwijs en inkomen stond de Kongolese bevolking er op het eind van Mobutu's heerschappij veel slechter voor dan na tachtig jaar koloniale uitbuiting

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234