Woensdag 12/05/2021

Tussen ijdelheid en overlevingsdrang

Raymond van het Groenewoud over de tedere melancholicus in hem en andere misverstanden

Christophe Verbiest / Foto Dieter Telemans

Op de hoes van zijn jongste cd Tot morgen blikt Raymond van het Groenewoud als een nieuwsgierig kind over de rand van een stoelleuning. Raymond groet 's ochtends de dingen, dacht ik toen ik de foto zag. En kijk, de cd opent met 'Ochtendlied'. In de afsluiter 'Tot morgen' zit een fieldrecording, gemaakt in Brugge, en als je goed luistert hoor je enkele vogels kwetteren, alsof ze een nieuwe dag aankondigen. Wat tussen die twee liedjes zit - ruim een uur, veelal prachtige muziek - kun je met enige goede wil omschrijven als wat een mens in een etmaal zoal kan meemaken. Of niet? "Het is niet zo bedoeld, maar ik kan me levendig inbeelden dat het zo overkomt en dan heb ik ook geen moeite met die interpretatie." In die opener meldt onze gesprekspartner verrassend dat hij wil "meegaan met de stroom, erin verdwijnen". Probeert een liedjesschrijver net niet aan die stroom te ontsnappen en met zijn songs een eigen plekje te creëren? "Dat is inderdaad een tegenstrijdigheid, maar het is zo dat het verlangen dat ik beschrijf me geregeld overvalt. Ik kan me voorstellen dat velen daarvan opkijken, aangezien ik vaak een dwarsligger word genoemd. Het is echter nooit mijn wens geweest om tegendraads te zijn, dat is meer een uitvloeisel van de situaties waarin ik aanbeland. Als ik moeilijkheden ontwaar, probeer ik meestal via een achterdeurtje weg te glippen. Ik wil er in ieder geval niemand mee storen. Eigenlijk is het mijn wens mijn zin te doen zonder brokken te maken. Maar ik ga niet zo ver dat ik mezelf economisch in de marginaliteit manoeuvreer, die berekening is er wel bij." (snel) "Let wel, ik zit niet elke dag te rekenen, dat niet, maar ik ben begaan met de publieke respons op mijn werk. Ik heb geen idee of dat ijdelheid dan wel overlevingsdrang is. Ik vermoed dat het geven en willen krijgen is. Als ik dan toch het gevoel had niets terug te krijgen - ik beweer niet dat dat het geval is, ik zeg áls - dan zou ik gaan nadenken over mijn leven en carrière."

Kenmerkend voor Tot morgen en voor vele platen van Raymond van het Groenewoud, is dat hij een heel brede waaier aan emoties bespeelt: woede, verdriet, spijt, angst, geluk et j'en passe. "Dat is nooit een uitgangspunt. Meer zelfs, voor deze plaat streefde ik aanvankelijk een grotere eenheid na. Leonard Cohen is wat dat betreft een gewaardeerd voorbeeld. Ik hoor ook geregeld dat nogal wat mensen zo'n klaarheid appreciëren, een cd waarvan dus duidelijk is: het is lente, of het is herfst. Dat idee is echter weggewaaid toen Jean (Blaute, producer van de plaat, ChrV) opmerkte dat we juist in het bespelen van dat brede spectrum nogal getalenteerd zijn." Dat overigens niet alleen tekstueel, ook muzikaal: akoestische blues, rock, een Caribische melange, folkgetinte liedjes, soul, kortom, Raymond houdt nog steeds "van veel muziekjes", zoals hij dat jaren geleden in 'Cha Cha Cha' formuleerde. "Dat is van alle walletjes eten, hé? Anderzijds, als we even voortborduren op de symboliek die je zoëven aangaf: in een dag beleeft een mens toch ook duizend en één wisselende stemmingen. Want uiteindelijk zit ik mijn dagboek te schrijven, maar dan op muziek. Daarbij geef ik graag mijn zwakheden bloot, dat is natuurlijk het meest ontwapenende wat je kunt doen."

Het is een bekend gegeven dat een liedje over pijn en droefenis vaak makkelijker te schrijven is dan eentje waarin je je onvoorwaardelijke liefde verkondigt. Van het Groenewoud kan dit laatste echter als geen ander in Vlaanderen, denk aan parels als 'Omdat ik van je hou', 'Het gekke meisje' of 'Wijd en zijd'. In dit rijtje past nu ook het nieuwe, innemende 'Bij jou te zijn': "Steeds weer als je ver verblijft, steeds weer komt die leegte in mij." "Dat liedje is uit het leven gegrepen. (ironisch) Hoewel, die afhankelijkheid, is dat niet gevaarlijk, dokter? Want dat is het moeilijke in het bestaan: genieten van het gevoel bij elkaar te horen én voorbereid zijn op de dag dat het plotseling niet meer het geval is."

Hoe vermijdt hij dat zulke liedjes een kleffe toon krijgen? "In dit geval borrelde de muziek eerst op en daarbij had ik iets van: dit is ideale muziek om bij te vertellen hoe graag ik haar zie, dat gaat er wreed schoon bij passen. Dan is het een kwestie van woorden zoeken. Het zijn wellicht de woorden die er niet meer inzitten die het liedje lekker maken - lekker is onder meer vertaalbaar als niet klef. Ik denk dat zo'n liedje een sterkere getuigenis is dan hetzelfde in de loop van de week een keer zeggen. Allez, dat is natuurlijk ook al schoon en met plezier gedaan. De song is eigenlijk een technische tegemoetkoming. Ik had voor de sport zowel mijn vrouw als mijn manager gevraagd wat ze graag zouden horen. Een slow, zeiden ze allebei. Toen dacht ik: wacht maar, ik zal er eens tijd voor maken."

Kortom, hij schrijft ook nummers voor huiselijk gebruik? "Neen, dan zou ik me niet via het medium cd manifesteren. (lachend) Ik zie me al zwijgend een boek lezen en, als ze wil weten wat ik over haar denk, een cd opzetten." Hij hoeft het niet op te nemen om het te schrijven. Hij kan het voor haar spelen. "Mmm, dat is toch nooit bij me opgekomen. Dan grijp ik liever terug op mijn zeer bescheiden repertoire aan aangeleerde klassieke pianomuziek." Is zijn vrouw een klankbord tijdens het schrijven van de songs? "Neen, dat is gevaarlijk, want voor ik het weet betrek ik haar bij alles wat ik gedaan heb, doe en nog zal doen. Als ze dan de moederlijke reflex zou hebben om het allemaal goed te keuren en mijn ego onbeschadigd te laten, dan zou het niet functioneren. Maar als ze tegen mijn kar zou rijden, zou het evenmin werken."

Raymond van het Groenewoud heeft zich in het verleden al bediend van synthesizers, drumcomputers en samples, maar in 'Alles vergeten' gaat hij nog verder, want het nummer bevat een flinke hap techno, weliswaar gecombineerd met een strijkkwartet. Die elektronische beat zit er niet toevallig in, want Van het Groenewoud bedacht het nummer nadat hij een reportage had gezien over het nachtleven in technodiscotheken. "Die beelden maakten veel indruk op mij. Een zich zo sterk overleveren aan beat en trance had ik sinds lang niet meer gezien. Toen dacht ik aan wat er in mij leeft en wat er nu in de tekst staat: als ik hetzelfde deed, dan om de misère van overdag te vergeten, om alle existentiële pijn uit te wassen."(lachend) Hij gaat echt wel ver in het lied, want hij stelt dat om de totale vrijheid te bereiken, je alles moet vergeten. "Mm, dat zit er ook wel in, maar de idee van het liedje was toch meer 'stop de pijn'. Rudy Vandendaele herkende er een doodsverlangen in. Daar kan ik ook mee leven, maar interpreteren is iets helemaal anders dan die woorden aan elkaar plakken. Ik weet soms ook niet waarom het er staat, maar ik weet dat ik het behoud als ik vind dat het goed klinkt. Meestal is het toch zo dat de tekst zich naar de muziek moet plooien. Vandaar dat een tekst bij mij, trouwens ook bij vele anderen, vooral suggestief is. Als je een exposé wil houden, dan moet je dát maar doen."

Hij begint dus altijd met de muziek? "Was dat maar waar. Ik heb mappen vol tekstuele oprispingen die ik niet verloren wil laten gaan. Als ik na verloop van tijd iets terugvind dat mij nog zinvol in de oren klinkt, wil ik het wel houden. Dan moet de muziek maar even wijken. Maar dat geldt niet voor een hele lap tekst, meestal zijn het enkele regels of is het een slogan. Zo heb ik al jaren 'Eichmann was een ambtenaar, onthoud dat maar, onthoud dat maar'. Dat heb ik altijd de moeite waard gevonden en nu past het eindelijk ergens in." In 'Formulieren' met name. Die vergelijking met Eichmann, de Duitse oorlogsmisdadiger die de opdracht kreeg 'een definitieve oplossing voor het Europese jodenprobleem te zoeken', is wel een zeer scherpe uithaal. "Ja, dat klopt. Maar Eichmann verdedigde zich met 'ik deed wat mij gevraagd werd' en ik herinner me privé toch ook genoeg conflicten met een of andere ambtenaar die suggereert: 'Sorry, ik zou het wel anders willen doen, maar de wet is de wet.'"

Iets minder giftig, maar zeker niet vriendelijk, is zijn uithaal naar bezoekers van theater en tentoonstellingen in 'Harde porno'. "Dan zit ik natuurlijk in moeilijkheden als ik zelf naar het theater of een tentoonstelling ga. Maar eigenlijk viseer ik het type dat me bekakt overkomt: in het programmaboekje lezen dat de derde beweging wondermooi is en in de pauze zeggen dat die derde beweging toch wel wondermooi was. Het zijn dezelfde mensen die met een pruimenmondje over 'plat' en 'commercieel' praten." Het lied gaat echter vooral over wat de titel suggereert. "Hier zit ik met m'n fluit in m'n vuist / Voor de tv, we gaan samen uit," klinkt het. Dat is toch wel de merkwaardigste 'outing' van een landgenoot in een liedje sinds Arno in T.C. Matic's 'Putain Putain' Kem e kleintje, mo 'k skiet verre zong. "'Harde porno' is mee ingegeven door de pudeur waarmee menige Bekende Vlaming in interviews stelt dat hij niet in porno geïnteresseerd is. (met pretoogjes) Na een tijd dacht ik dat dit statistisch niet kon kloppen." Is het trouwens toeval dat meteen na 'Harde prono' de cover van 'Een beetje tederheid volgt' (een vertaling van het onder anderen door Otis Redding, Frank Sinatra en Aretha Franklin gezongen 'Try a Little Tenderness')? "Ja, want de link is muzikaal, maar het moet wel lukken natuurlijk, dat is ook waar."

Enige humor is Van het Groenewoud nooit vreemd geweest. Maar is 'Help de rijken' ("Help de rijken / Help de rijken / ze zijn met niets begonnen / ze hebben het niet makkelijk") sarcasme of ironie? "Sarcasme is toch bijtender, hé? Dan is het ironie. Ik vind het ongelooflijk hoe rijkdom een flink aantal mensen niet de kans geeft om uit te zwerven, hen inperkt, benauwd en bezorgd maakt. Als je alleen maar koppijn krijgt van je bezit, dan kun je dat maar beter meteen weer afstaan. (lacht) In stilte probeer ik de minderbedeelden een kans te geven om mee te spotten met dat type mens. Ik ben trouwens begonnen met 'Help de armen', maar dat vond ik griezelig. Met zo'n slogan kon ik geen kant op." Onderhuids zit in dit nummer maatschappelijk commentaar, iets waaraan hij zich zelden overgeeft. Of niet? "Tja, zo kan het vermoeiende gesprek over engagement weer beginnen. Er is natuurlijk de klassieke opvatting waarbij je stelling neemt op sociaal-politiek vlak. Dat heb ik nooit erg geapprecieerd, omdat je dan automatisch voor eigen parochie preekt en het een zweem van heldhaftigheid bezit die het in mijn ogen helemaal niet verdient. Engagement is voor mij de intensiteit waarmee je de dingen naar buiten brengt die je storen of blij maken in het leven. Een slogan ontbeert per definitie nuance, dan is het dus goed dat er wat humor bijzit. Als ik in een bepaalde context 'vreemdelingen buiten' kon zingen en rekenen op de goede verstaanders, dan zou ik dat doen. Maar helaas zijn er mensen, fatsoensrakkers zeg maar, die het niet zouden begrijpen. Enfin, met slogans kun je alles doen. (lachend) Er zijn bijvoorbeeld ook mensen die ze ernstig nemen."

Bij het begrip Heilige Koe denken de meeste mensen aan een wagen, maar in 'Ik geloof u niet' voert Van het Groenewoud de televisie in die hoedanigheid op: "U zit daar in de naam van de Heilige Koe / U spreekt het klootjesvolk toe (...) Maar ik geloof u niet / U profiteert van zwakte en verdriet". Het nijdige, korzelige liedje is een uithaal naar... ja, naar wie of wat eigenlijk? "Het 'ik geloof u niet'-gevoel overvalt me vaak in deze maatschappij, maar ik kon moeilijk over alles tegelijk beginnen, dus heb ik me beperkt tot het fenomeen human interest-tv." Nochtans duikt hij ook in tv-programma's om zijn muziek te promoten. "Maar je zult me niet in panels zien zitten, of aan de zijde van een kreupele aan wie ik bijna obscene vragen stel. Toegegeven, ik doe knarsetandend mee aan dat circus, onder het correcte motto dat mijn winkel toch ook moet draaien. Ik steek mezelf geen spaak in het wiel. De dag dat statistisch bewezen is dat het niks oplevert, zul je mij nooit meer op tv zien."

Het wondermooie 'Laura' lijkt een pleidooi voor weerbaarheid ("Laat ze je niet pakken / Met hun achterdocht / Laat ze je niet pakken / Sta op, sta op"), maar er is meer aan de hand. "Het frappeert me wel dat (op mild ironische toon)... nogal wat mensen het met de grijs- en grauwheid stukken moeilijker hebben dan ik en vaker teruggedrongen worden in hun weinige opflakkeringen van vitaliteit. Anders gesteld, ik was onder de indruk van wat een vrouw me vertelde over haar depressie. Als je wekenlang in bed ligt en er niet uit wilt, dan kun je echt van een depressie spreken. Dan ben ik toch maar een beginner." (schatert) Is hij meer een tedere melancholicus? "Euh, zoiets kun je moeilijk van jezelf beamen. Als ik zoiets hoor, denk ik: laat ze maar praten. Sommigen noemen me zelfs een macho, daar kijk ik toch wel van op. Maar waarom zou ik het tegenspreken? Ik ga nog eens een lied maken waarin ik opsom wat er zoal over mij gezegd is en eindigen met de mededeling dat het allemaal waar is."

Tot morgen is verschenen bij EMI.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234