Donderdag 26/11/2020

Tussen hop, appelen en schaapjes

Kent, zo dicht bij Londen en zo plattelands

Alle tunnels, snelle treinen, vleugelboten en goedkope vluchten ten spijt blijft het Engelse platteland in ons hoofd nog altijd verder weg dan zeg maar Bretagne of de Elzas, hoewel dat in tijd niet klopt. Het is dat eilandgevoel dat blijft doorwerken, en het is precies dat waardoor een korte trip naar bijvoorbeeld Kent iets heel onthemends blijft hebben.

door Agnes Goyvaerts / foto's Thomas Vanhaute

W e waren ruim op tijd in Calais gearriveerd. Daar vertrekt om 10u15 de Hoverspeed naar Dover. Omdat we een eersteklasticket hebben (+ 25 euro per persoon), mogen we wachten in de lounge, waar net als op een luchthaven thee en koffie klaarstaan, ontbijtkoeken en alle Britse kranten. Gelukkig gooien we ons niet uitgehongerd op de Franse croissants, want eenmaal aan boord worden we aan gedekte tafels geïnstalleerd en wordt er een uitgebreid Engels ontbijt opgediend, met eieren en gerookte zalm. De zee is kalm, de koffiekopjes blijven netjes staan waar ze moeten staan, en zo vliegt het uurtje overtocht letterlijk voorbij. Het eersteklasticket geeft ook recht op de eerste plaatsen voor de auto, waardoor je hop, meteen aan land bent en in een oogwenk tussen de groene weiden rijdt. Aan de linkerkant, welteverstaan.

'Surprisingly rural', bloklettert de nieuwe toeristische brochure van het graafschap Kent. En dat is niet gelogen. Zo dicht bij Londen en toch zo voltijds platteland. Langs de smalle banen zie ik voortdurend wegwijzers naar wandelpaden, forelvissen en wervende uithangborden voor Sunday Roast of Sunday Carvery. We rijden langs tuinen vol bloeiende bloemen, heesters en appelbomen, gele koolzaadvelden en peperkoeken huizen. Wat zijn die curieuze gebouwtjes met hun scheve, conische daken? Oasthouses, of eesten, waar tot enkele decennia geleden de hop voor het bier in werd gedroogd. Dit deel van Zuidoost-Engeland kende immers sinds de 15de eeuw een bloeiende hopteelt, de bodem was geschikt voor de teelt en uit de bossen haalde men voldoende houtskool om de eesten te stoken. Toch bespeuren we nergens de zo karakteristieke stokken waar de hopranken zich rondslingeren. Dat komt omdat, net als bij ons in de Westhoek, de hopteelt gevoelig achteruit is gegaan door de invoer uit goedkopere landen. De eesten zijn verbouwd tot huisjes of opslagplaatsen en getuigen nog van het roemrijke bierverleden van Kent. In Beltring bezat brouwerij Whitbread ooit de grootste hopboerderij, waar op zijn hoogtepunt 5.000 plukkers werkten.

l In de drie schoorstenen

Nog een herinnering aan die tijd zien we in The Three Chimneys, een landelijke pub. Aan de lage zoldering en rondom het houtwerk van de toog zijn gedroogde bosjes hop opgehangen. Ik drink een groot glas appelcider van de tap, de heren in het gezelschap zitten enigszins beteuterd te kijken naar hun glas totaal schuimloos bier. Zoals wel meer pubs op het Engelse platteland heeft ook deze ambities gekregen op het culinaire vlak. Het schoolbord vermeldt o.a. kippenleverpastei met drie sauzen en toast ( £ 6), in broodkruim gefrituurde brie ( £ 5,5), gebakken weidechampignons met rode ui en geitenkaas, wittebonenroomsoep met truffelolie en krokante pancetta. Omdat we onder andere hierheen zijn gekomen om het lam van Kent te proeven, kiezen we lamslever met bacon op aardappelpuree met saus van rode ui ( £ 11,95). Algauw blijkt dat de porties voorzien zijn op stevige wandelaars en dat het niet nodig was om voor- én hoofdgerecht te bestellen. De sticky toffee-pudding met verse room of de appel-en-pruim-crumble met passievrucht en roomijs zal dus niet meer voor vandaag zijn. Het is allemaal nogal machtig, maar verzorgd, en in een gezellige sfeer geserveerd.

l Een beetje Californië

Engelse wijn? Ja, het bestaat. En we worden verwacht op de Chapel Down Winery, een van de grootste domeinen van Engeland. Er zijn grote werken aan de gang, overal wordt gehamerd en gezaagd, men heeft hier grootse plannen. Momenteel is enkel de winkel open, waar behalve de eigen wijnen ook wat specialiteiten en streekkazen worden verkocht. De wijngaard bestaat al sinds 1970, werd vooral beplant met Duitse variëteiten, maar wordt pas een jaar of vijf op professionele schaal uitgebaat. Toch worden de schuimwijn en stille witte wijnen zelfs al geëxporteerd naar Japan en naar enkele restaurants in Parijs. Per jaar worden hier 500.000 flessen geproduceerd, dus dit is het hobbystadium duidelijk voorbij. Tegen de zomer moet een restaurant op de eerste verdieping klaar zijn, met een groot terras dat uitkijkt over de landelijke omgeving en de wijngaarden, en zoals het er nu uitziet, zal het bij mooi weer iets van de Californische wineries weg hebben.

l Jasje én dasje

Onze slaapplaats is dan weer 200% Engels. De Eastwell Manor bereiken we langs een lange, statige oprijlaan tussen malse weiden. Gele en blauwe viooltjes bloeien uitbundig op de binnenkoer, en ook binnen staan overal grote boeketten. Langs krakende, geboende trappen word ik naar mijn kamer, Richard Plantagenet, gebracht. Door de lage vensters kijk ik uit over de gemanicuurde tuin. Gebloemde zeteltjes, een theeset, een schaaltje roze suikerbonen, de onvermijdelijke potpourri en een pentekening boven het grote, zachte bed maken de Engelse sfeer. Trapje op loop ik een dressing room binnen, verlicht met een triestig peertje, maar voorzien van strijkplank en -bout, daarna een badkamer waarin ik een dansavond kan geven, met witte badjassen en slippers, maar afgeleefde satijnen kleedjes op de commode. Het aperitief nemen we in de knusse bar met een indrukwekkend aantal flessen, waar de directeur zelf de shaker hanteert. Het avondmaal heeft datzelfde oud-nieuwe van de kamers: het wordt opgediend in een statige eetzaal (jasje én das voor de heren verplicht!) met veel personeel, maar een wijnkelner die de fles bij de hals beetpakt en de glazen tot de rand volgooit. Ook hier probeert men de kasteelkeuken te moderniseren en plaatselijke producten te serveren. Ik eet een lekker Kentish chicken op zware risotto met spek. Na een chocoladedessert tuimelen we onze bedden in en dromen van jonkvrouwen en ridders, en van Kelly Pfaff en van Sam Gooris, die zich hier vorig jaar uitgebreid lieten fotograferen.

l Van treinen naar boeren

Canterbury is wereldbekend voor zijn kathedraal en zijn bibliotheek, maar wij rijden naar het station, waar in een voormalige opslagplaats van de treinen sinds kort een boerenmarkt is ondergebracht. Het is een privé-initiatief van een ondernemende dame, die er in 2002 mee begon. The Goods Shed, zegt Susanna Atkins, werd opgezet om de plaatselijke boeren, vissers (we zijn hier niet ver van Whitstable, waar de voortreffelijke oesters vandaan komen), bakkers en producenten van appelcider een permanent en direct verkooppunt te bieden. "Zij krijgen hier een eerlijke prijs, en de klanten komen nog altijd goedkoper uit dan in de supermarkt." The Goods Shed is zes dagen op zeven open, en in de vroege ochtend is iedereen bezig zijn waren uit te stallen. De visser schept het ijs op zijn tafel en stalt er de verse vissen op uit. In het midden is een grote toog met verse, biologisch gekweekte groenten en kruiden. Een slager hakt een een lamsribstuk door, de bakker legt zijn broden klaar. Veel flessen appelcider, maar ook Griekse en Baskische producten, dat mag kennelijk ook. In een hoek staat nog een locomotief uit 1830 te blinken, de Invicta.

l a fruity trail

De cider die we dronken in de pub en die te koop wordt aangeboden in The Goods Shed komt hoofdzakelijk uit het gebied ten noorden van Ashford. Rond Chilham Station heeft de toeristische dienst A Fruity Trail uitgezet, een 5 kilometer lange (wandel-)route langs de boomgaarden en ciderbrouwerijen. Het mooist is deze wandeling in het voorjaar, als de bomen in bloesem staan, of in de nazomer, als de appeltjes aan de takken hangen. De route leidt langs oud en nieuw, want hier zijn enkele traditionele boomgaarden die in ere worden gehouden, met de oude appelsoorten en zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Op deze manier wordt de natuur in ere gehouden of hersteld en keren vergeten vogelsoorten terug, zoals uilen en spechten.

Nog iets meer naar het noorden, rond Faversham, kun je een hoproute afwandelen, Hopping Mad. Nabij Sandhurst kun je een hopboerderij in volle bedrijvigheid zien, en verscheidene kleine brouwerijen kunnen worden bezocht. In juli wordt in Canterbury elk jaar het Kent Beer Festival gehouden (dit jaar op 21, 22 en 23 juli), maar het hele jaar door is het plaatselijke bier te proeven in de pubs.

l De zeven pubs

De derde wandeling situeert zich in de zuidelijke punt van Kent en draait rond het schaap. Sheep Ahoy is een circulaire fietsroute door de Romney Marsh, een moerasgebied dat op de zee is gewonnen (fietsen kunnen worden gehuurd in New Romney). Wij vertrekken in Brookland, aan de geheel vernieuwde pub The Ewe & Yew, gelegen naast een grappig kerkje waarvan de toren niet op het gebouw, maar ernaast, op de grond staat. Natuurlijk doen daarover allerlei verhalen de ronde, zoals over de architect, die de toren naast de kerk had getekend omdat zijn papier te klein was. Langs kleine wegen kun je dit lege landschap verkennen: vlak, moerassig, met hier en daar een kerkje, en overal grazende schapen. Reigers verpozen tussen het hoge gras, en kikkers kwaken de oren van je hoofd. Dit landschap bekoort vooral door zijn weidsheid, zijn open hemels, zijn rust. En als de rust je te veel wordt, kun je onderduiken in een van de zeven pubs van de Marsh. En wie echte fietsbenen heeft, kan vertrekken in Folkestone, voor een tocht van 52 kilometer tot het natuurreservaat van Rye. n

Info

www.kenttourism.co.uk

Hoverspeed: 0800/12.11.12.11 of 059/55.99.11, www.hoverspeed.com.

1 dagretour voor voetgangers vanaf 7,50 euro, 1 dagretour met auto en tot vijf passagiers vanaf 39,00 euro.

www.eurotunnel.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234