Vrijdag 15/10/2021

Tussen extase en engagement

Barre Weldaad verrast met bewerking van Batailles 'Le bleu du ciel'

Al in het voor wijlen Torka T. geschreven Nu en straks (1996) stelde Stef Driezen de vraag op welke manier individueel en maatschappelijk engagement met elkaar te verzoenen zijn. Mijn wrange herinnering aan die productie heeft Driezen in één klap weggevaagd met het tweede geesteskind van zijn eigen Barre Weldaad: Onder de vuurblauwe hemel, een bewerking van de roman Le bleu du ciel (1935) van de Franse schrijver en filosoof Georges Bataille (1897-1962).

Voor wie Bataille vooral kent als de belijder van de lichamelijke extase, heeft Stef Driezen een verrassing in petto: Batailles kortstondige flirt met het communisme in het begin van de jaren dertig laat zijn sporen na in het politieke klimaat van deze bijna profetische roman. Aan de vooravond van de fascistische stormloop op Europa speelt Le bleu du ciel zich af in vijf verschillende steden, met als brandpunt de oktoberrevolutie van 1934 in Barcelona, toen Catalonië zich onafhankelijk verklaarde van het door rechts bestuurde Spanje. Deze gebeurtenissen vormen de achtergrond voor de persoonlijke queeste van Henri Troppmann, een man op zoek naar een tegengif voor de onrust waartoe hij veroordeeld is in deze woelige tijden.

Aan het begin en het eind van die zoektocht staat een vrouw: Dorothea, door hem 'Dirty' geheten. Zij leert hem niet langer vast te houden aan de grenzen van het eigen ik en zich over te geven aan een continue roes van drank en erotiek. Wanneer hij daarin naar haar gevoel niet ver genoeg gaat, verlaat ze hem. Zij blijft in Groot-Brittannië, hij zoekt zijn heil op het Europese vasteland. Als hij van haar gescheiden is, slaan de ontwenningsverschijnselen toe: niet alleen fysiek, maar ook mentaal, nu Troppmann geconfronteerd wordt met een wereld die niet op de innerlijke monsters, maar op de alom aanwezige oorlogsdreiging gefixeerd lijkt. Die houding wordt verbeeld door de figuur van Lazare, in alles de tegenpool van Dirty: zij, de Jeanne d'Arc van het prerevolutionaire Barcelona, cijfert zichzelf volledig weg ten voordele van de revolutie. Haar is Troppmanns innerlijke strijd vreemd, ze is zelfs gechoqueerd wanneer hij durft opperen dat de op til zijnde oorlog niet meer dan beantwoordt aan wat zich reeds langer in zijn hoofd afspeelt.

Is het een speling van het lot dat uiteindelijk Lazares strijdmakker Michel de ultieme grens, die van de dood, opzoekt, niet uit politieke overtuiging, maar om zich te bewijzen tegenover Troppmann, die er op een gegeven moment met zijn vriendin Xénie vandoor is? Troppmann is ondertussen zelf op de rem gaan staan, samen met een weergekeerde en tot rust gekomen Dorothea, die vastbesloten is zich niet meer te verliezen. Op het moment dat hun liefde opnieuw vaste vorm krijgt, komt het gevaar weer uit een andere hoek. "Als ik van een man hou, breekt er oorlog uit", besluit Dorothea.

Het ik en de wereld zijn in de ogen van Stef Driezen niet van elkaar te scheiden, hoe moeizaam hun onderlinge relatie ook is. Dat geven hij en coregisseuse Roswyde Burgman aan door in hun enscenering, die te weinig gebruik maakt van de mogelijkheden die de Gentse Baudelokapel als locatie biedt, twee symbolen te beklemtonen: het bed enerzijds, in de context van de kapel geheiligd tot Troppmanns persoonlijke liefdesaltaar, en de swastika anderzijds, boodschapper van het imminente nazi-gevaar. Die interpretatie kent Bataille een plek toe die niet zijn gebruikelijkste is. Dat het idee van de odyssee als weg naar extase een brug slaat naar het werk van Jean Genet en de latere Bernard-Marie Koltès, ligt nog enigszins in de lijn van de verwachtingen. Minder voor de hand liggend is het verband met de Brechtiaanse traditie dat Driezen en Burgman weten te vinden, meer bepaald met Heiner Müller die in zijn revolutiestukken eveneens onderzocht met welke gevolgen de geschiedenis op het individu inwerkt.

Zoals het een voorstelling over dit onderwerp betaamt, stellen Driezen en Burgman ongewone eisen aan hun acteurs. De fysieke en verbale kracht van Carl Ridders (een ideale Troppmann) is genoegzaam bekend (hoewel vaak ondergewaardeerd). Ook Fania Sorel (sober en beheerst in de twee evenwaardige rollen van Dorothea en Lazare) en Joke Devynck (als Xénie een schrijnend voorbeeld van liefdevolle overgave) reiken tot aan de limiet van het eigen kunnen. Wanneer het doek valt en een banier met het eerder genoemde hakenkruis verschijnt, is dit een slag in het gezicht, het laatste statement van een voorstelling met rijke inhoud. Dat vind ik zeldzaam genoeg om het soms te eenzijdig gehanteerde geëxalteerde spelregister en de wat onevenwichtige structuur van de tekst (met overdreven aandacht voor het minder belangrijke personage van Xénie) met de mantel der liefde te bedekken.

Peter Anthonissen

Barre Weldaad speelt Onder de vuurblauwe hemel tot 14 februari, telkens van woensdag tot zaterdag, om 20.15 uur in de Baudelokapel, Bij Sint-Jacobs, Gent (tel. 09/233.77.88) en van 18 tot 28 februari, telkens van woensdag tot zaterdag, om 20.15 uur in het Jongerencentrum Borgerhout, Borgerhoutsestraat 34, Antwerpen (tel. 03/220.81.18).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234