Vrijdag 25/06/2021

Tussen entertainment en kunst

Van op de Wild Rose op Woodlawn Cemetery in New York kijkt de dode Duke Ellington geamuseerd neer op een praalgraf in de verte: daar ligt Joseph Pulitzer, stichter door nalatenschap van de befaamde prijzen. Ellington was in de jaren 60 de eerste jazzmuzikant die voor de prijs genomineerd was, maar hij kreeg hem niet. Wat Ellington, toen bijna op pensioenleeftijd, fijntjes deed opmerken: 'Ik neem aan dat Onze Lieve Heer niet wou dat ik zo jong beroemd zou worden.'

Ellington had de prijs natuurlijk niet nodig om beroemd te worden, hij was samen met Louis Armstrong zelfs de enige echte superster van de jazz. Maar superster of niet, hij moest net als Armstrong en alle andere collega's regelmatig de vernederingen van de zwarte mens in blank Amerika onde gaan. Satchmo gedroeg zich in die situ ties soms als een vaudevillefiguur, maar Ellington bleef altijd een heer, trots en een beetje superieur, ook in de vernedering.

Hij was van thuis uit niet echt een jazzmens, dat vak leerde hij pas toen hij van het saaie Washington naar New York verhuisde. Maar hij liet er zich van meet af aan kennen als een hele linke vent, charmant in zijn publiek optreden, verleidelijk in de omgang met vrouwen, sluw in het uitspelen en exploiteren van karakters, ambitieus in zijn werk, een aristocratische zwarte met veel street credibility en toch ook geld.

Maar bovenal was hij bijzonder schra der in zijn muziek, de manier waarop hij talenten verzilverde zoals Ben Webster, Johnny Hodges, Rex Stewart, Jimmy Blanton, Cootie Williams, Ray Nance, Harry Carney en Paul Gonsalves. In zijn muziek, hoe eenvoudig die soms ook lijkt, klinkt de hele complexiteit van de jazz door. Hij was meester in het navigeren tussen de wetten van de dansvloer en de logica van het concertpodium. Dat is sindsdien een van de duurzaamste ke merken van de jazz gebleken, kundig en elegant balanceren in het grensgebied tussen entertainment en kunst.

Wil je een glimp van het kleurrijke karakter van Ellington opvangen? Luister eens naar de inleiding bij de plaat The Afro-Eurasian Eclipse: een lange vertelling over werelden en dorpen, eindigend in een heerlijke variant van zijn typische openingszin: "The introduction is played by our piano player". Die pianospeler, dat was Ellington zelf natuurlijk. Hij acteerde altijd een valse bescheidenheid, maar met zijn intro's zette hij steevast de toon en bepaalde hij sfeer en voortgang van het nummer. Vaak met slechts een flard, een klaterend beekje, misschien een korte melodie.

De Amerikaanse dichter Quincy Troupe heeft die kunst van de intro bezongen in zijn lofdicht 'The Day Duke Raised'. Hij schetst er de natuurelementen op het ogenblik van Ellingtons dood, 24 mei 1974: donder en bliksem, een opensplijtend wolkendek, een ware tenhemelopneming. En in de hemel wacht het orkest ongeduldig op Dukes komst, want hij moet de intro spelen.

"Listen, It is time for your intro, Duke / Into that other place / Where the all time great band / Is waiting for your intro, Duke / It is time for the sacred concert, Duke / It is time for the music of God / We are listening for your intro, Duke / Let the sacred music begin."

Volgende week: Sarah Vaughan

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234