Donderdag 06/08/2020

Tussen Domo en de Diepenbeek

Dat het hallucinante verhaal Eurantex precies in de industriezone Bruwaan speelt en op het grondgebied Oudenaarde, mag geen toeval heten. Geen beter oord kon de familie De Clerck zich dromen voor haar machtsvertoon dan dit uit zijn provincialiteit ontwaakte Zuidoost-Vlaamse lakenstadje, dat zich vanuit zijn rijke verleden en met als visitekaartje zijn Gotische stadhuis de grootsteedse manieren aanmat van een metropool. Oudenaarde en haar burgemeesters, meestal nijveraars, vochten jarenlang voor de inplanting van een nationale industriezone. De legendarische figuur Jan Verroken, Oudenaardist, heeft daarvoor zelfs de hele discussie in het parlement over de gemeentefusies mee beheerst. Eind jaren zestig lag de zone er en kwamen de grote bedrijven. Heel trots was de textielstad toen de groep Beaulieu er zich nestelde. Maar toen begon de miserie.

Kalm kabbelt ze, de Diepenbeek. Ontsproten uit het hoger gelegen Ooike trekt zij sinds mensenheugenis minimeanders in de alluviale vlakte van Oudenaarde tot ze letterlijk onderduikt in de Bruwaan - intussen industrieterrein Bruwaan. Ook daar sleept zij zich modderig maar met iets meer moeite voort. Dwars door het terrein van de groep Beaulieu, het bedrijf Eurantex (nu Domo) gooit zij zich, in haar ultieme drang de Schelde in Eine te bereiken. Maar fabrikant De Clerck gunde haar geen vrije loop. Hij overbouwde haar op verschillende plaatsen, verlegde op zijn terrein haar bedding. Ooit had ze de functie van juridische grens tussen industrie en landbouw-woonzone. Maar dat veranderde toen de Domo-groep het drassige land rondom haar kocht en met haar, zoals dat in deze streek heet, 'de vijfminuten hield'. Moegetergd is zij, de Diepenbeek, die net als haar omwonenden anders benaamd wordt dan ze officieel is gedoopt. Noels worden hier René genoemd, Andrés Dreetie, ... de Diepenbeek heet Bloedbeek in de mond van het volk. Dat gaat terug tot het begin van de achttiende eeuw: the battle of Oudenaarde, lezen we in de Brittanica (pagina 631). Net als Kortrijk, de stad waar men hier met gemengde gevoelens van respect en jaloersheid tegenaan kijkt, heeft Oudenaarde zijn eigen 11 juli. Op die datum van het jaar 1708 werd op de Bruwaan in de Spaanse Successieoorlog een strijd uitgevochten tussen de Fransen (Eugène van Savoy) en de Engelsen (onder leiding van de hertog van Marlborough). De laatsten wonnen de veldslag, die in Oudenaarde, waar het fenomeen van de overdrijving met de moedermelk wordt meegegeven, 'even betekenisvol als Waterloo' wordt genoemd. Duizenden Fransen en Engelsen schoten er het hachje bij in. Hun lijken plaveiden de boorden van de bewuste beek - zo laten wij ons hier vertellen - en het bloed gutste door haar bescheiden bedding.

De Diepenbeek heeft altijd iets met verkleuringen gehad. In de jaren zestig van deze eeuw zag ze weer een tijdlang rood, maar soms ook blauw en geel, toen een van de oudste nijveraars van de omgeving, het verfbedrijf Belteinka, haar verwarde met een riool. In die tijd stak het ook niet op een lozinkje en dus werd de Bloedbeek nog eens in haar eer aangetast. Sindsdien heeft ze weinig rust gekend. Rond haar oevers stak sinds ruim tien jaar weer een hevige strijd op. De inzet heet niet meer Engels, Frans of Spaans, maar Wielsbeke, Brussel en Boterstraatcomité. De veldheren heten De Clerck, Kelchtermans en Ottevaere. En wisselend zijn hun overwinningen.

De Bruwaan is genoemd naar het kasteel van Bruwaan, waarvan in de dertiende eeuw al voor het eerst sprake is. Het kasteel werd gesloopt aan het einde van de negentiende eeuw. Als overblijfsel blijft een heuveltje en 'de duiventoren' naast het Hof van Bruwaan, een boerderij die nog wordt geëxploiteerd. Onder het heuveltje kabbelt de beek, en 100 meter verder ligt de achtertuin van Domo, een omheind en 'omspard' terrein waar op een goede dag zelfs zonder vergunning gebouwd werd in een landschappelijk waardevol gebied. De hele Bruwaan op grondgebied Bevere, op 3 kilometer van Oudenaarde-centrum en de Koppenberg, een parel in de Vlaamse Ardennen, is een pracht van een landschappelijke streek. Dat uitgerekend hier een bedrijvencentrum opgericht moest worden?

"Het zou nu inderdaad ondenkbaar zijn", mijmert oud-burgemeester en -parlementslid Jan Verroken (CVP), "dat men dwars door de natuurlijke kouter, op de vruchtbaarste landbouwgrond en middenin een archeologisch waardevol gebied een industriezone neerpoot. Toen echter was het de enige uitweg. En we moésten die zone hebben. De streek was teloorgegaan zonder zo'n visitekaartje."

Lucien Merchie, oud CVP-schepen van Openbare Werken van Oudenaarde: "Het moest inderdaad zo gebeuren, het kon echt niet anders. Het was pas in 1965, toen de fusie groot-Oudenaarde werd doorgevoerd, dat we deze streek meer gezag, mogelijkheden en middelen konden geven. Ook dat was niet zonder slag of stoot gegaan."

Het grootste probleem was de bestuurlijke eenheid creëren, stelt Jan Verroken nu. "Mijn ijver voor het probleem in Oudenaarde ontstond uit een kater die ik eind jaren vijftig heb opgelopen. Dat was de periode van de streekeconomie, het sleutelplan, decentralisatie van het bedrijfsleven, het adagium 'werk in eigen streek'. We hadden in Oudenaarde na het arrondissement Gent het grootste aantal werklozen. We hadden veel mijnwerkers en seizoenarbeiders, er was in de ons omringende gemeenten gewoon niets te doen. Op een dag verneem ik dat het bedrijf Bekaert zijn oog had laten vallen op een terrein aan de rechteroever van de Schelde. Ik zat toen al in het parlement. Het duizelde ons een beetje voor de ogen in Oudenaarde, we hoorden cijfers als een potentieel van drieduizend werkplaatsen. We waren als verdoofd. Maar na een tijdje haakte Bekaert af en de kater was groot. Er deden geruchten de ronde dat de groep eigenlijk was buitengekeken, dat andere bedrijven Bekaert liever ver weg zagen omdat hun hogere lonen de plaatselijke bedrijven en met name hun werknemers de ogen zouden uitsteken. Maar, zo vernam ik later, dat was natuurlijk niet de reden van hun afhaken. Bij een ontmoeting in Brussel met Berten De Clerck en Toon Bekaert vernam ik de werkelijke toedracht van de zaak. Bekaert zei: "Wij hadden er geen administratieve basis." Hij diende met vier grondgebieden rekening te houden bij zijn geplande investering: Volkegem, Edelare, Ename en klein-Oudenaarde. Vier administraties, wat snel en efficiënt werken onmogelijk maakte."

Verroken was gewaarschuwd. Dat zou zijn streek niet meer overkomen, dacht hij, en hij ging met een grotere interesse dan zijn medeparlementariërs trekken aan de fusiewet. Verroken: "De eenheidswet kwam er en het KB om samenwerking tussen gemeenten mogelijk te maken. Ook de eerste reacties tegen dat KB kwamen meteen los en daar heb ik me schrap gezet om die reacties te weerleggen. Ik had één ding voor ogen: zaken zoals in Oudenaarde gebeurde, zo'n versplintering, dat kon niet langer; er moesten grotere bestuurlijke eenheden komen. Toen in een eerste fase een aantal grotere entiteiten zoals Deinze, Geraardsbergen, Sint-Truiden, Blankenberge en zo uit de boot vielen, heb ik Oudenaarde tot het einde verdedigd. Uiteindelijk is het me gelukt en Oudenaarde was de eerste fusiestad in dit land. Nu konden we de zaakjes eens aanpakken."

Oudenaarde ging op zoek naar een plaats voor haar industrieterrein. Op dat moment, een tijd waarin van bindende gewestplannen en ordening nog geen sprake was, had je een beetje overal industrie in de omliggende gemeenten. Klein Oudenaarde zelf, de kern, had geen vierkante meter meer over. Nog voor de fusie was senator en burgemeester Maurice Santens, vader van Marc en Luc Santens van de gelijknamige bedrijvengroep, met senator Octaaf Van den Storme gaan ijveren voor een industriegebied aan de Scheldemeersen even buiten het centrum. Toen Groot-Oudenaarde er evenwel kwam, vroeg de stad om een studie uit te voeren naar de geschiktheid van die plaats. Lucien Merchie: "We kregen een negatief advies. De ondergrond, vlakbij de Schelde, was te beweeglijk en dus was een dure aanpassing noodzakelijk. Wellicht ook moesten de bedrijven op palen gebouwd worden. Verder was er de nabijheid van de stad (amper een dikke kilometer). Als de wind een beetje slecht zat, dachten we toen, zou de rook van de bedrijven gewoon over het marktplein waaien."

Dus werd die piste verlaten en werd gezocht naar een nieuwe. Deskundigen van de Erov (Economische Raad Oost-Vlaanderen) wezen de Bruwaan aan, precies wegens de ligging tussen Gent en Ronse en de nabijheid van de snelwegen die elkaar kruisten onder het nauwelijks 20 kilometer verder gelegen Gent.

Eerst was de Boerenbond een geduchte tegenstander. Merchie: "De Bruwaan stond inderdaad bekend als een vruchtbaar gebied en dus kregen we die lobby tegen. Burgemeester Maurice Santens heeft een correspondentie gevoerd met de groep en we hebben uiteindelijk ook die mensen over de streep kunnen trekken. Er zijn toen duidelijke afspraken gemaakt. Er zou een terrein komen op de Bruwaan van goed 75 hectare."

Oudenaarde maakte zich meteen op om bedrijven aan te trekken, liefst een paar grote van het gehalte Bekaert. De lijfspreuk van de Oudenaardisten is: liever te hoog vliegen dan te laag.

Maar om de bedrijven enthousiast te maken moest het quasi onbereikbare Oudenaarde wel iets aan zijn ontsluiting van de streek doen. Er was een verbinding met de E17 (toen E3) nodig en met de E40 (toen E5). Merchie: "Het was belachelijk. Je reed van Gent naar Ronse en stootte ter hoogte van de Bruwaan op een kasseiweg." Verroken: "Ik ging ooit met een Engelse delegatie bedrijfsleiders op stap om de industrie-uitbouw in Vlaanderen te tonen en ik dacht: God, ik rij eens met ze langs Oudenaarde, wie weet tonen ze interesse. Nu, dat was me een gehobbel en een gedoe om er te geraken. De gezichten van die mensen ook, die onze mogelijke industriezone daar zo zagen liggen met daarnaast die kasseikoppen. Ik ben nog nooit zo beschaamd geweest. Enfin, we hebben toen wat spoed achter de ringweg naar Ronse gezet." De industriezone lag er rond het eind van de jaren zestig, de rijksweg was aangelegd, de viervaksbaan lag klaar, maar de bedrijven bleven weg. Verroken: "We hebben er toen alles aan gedaan om van dat regionale een nationaal industrieterrein te maken en ook dat is ons gelukt in Brussel. Toen was het uitkijken naar bedrijven, naar trekkers. We moesten grote namen lokken." De eerste die zich er vestigde, was Solvay met het bedrijf Plavina. Verroken: "Zoals dat gebeurde toen, dat zou nu ook niet meer mogelijk zijn. Professor Vlerick, die ooit een studie gemaakt had over de Oudenaardse economische situatie en sindsdien geïnteresseerd bleef in de ontwikkelingen hier, wist dat Solvay belangstelling toonde om in de streek van Doornik of Moeskroen een bedrijf te beginnen. Hij was het die het contact voor Oudenaarde heeft gelegd."

Lucien Merchie: "Het terrein aan de Bruwaan werd van toen af traag maar zeker verdeeld en verkocht. Eind van de jaren zeventig kwam zich dan een andere belangrijke geïnteresseerde aanbieden. Hij kocht geen grond van de stad, maar kocht twee bestaande bedrijven op aan de Bruwaan, erna een derde en uiteindelijk zette hij daar zijn bedrijf: Eurantex. Boer Clerck, zoals hij hier toen al werd genoemd, had zijn oog op Oudenaarde laten vallen en natuurlijk was de omgeving vereerd. Beaulieu was een naam met klank in deze contreien." In de jaren tachtig zette de familie De Clerck zich aan het kopen. Niet van industriegrond, maar wel van de landbouwgrond aan de achterkant van het bedrijf, richting site Bruwaan, over de Diepenbeek. Landbouwers kregen grote pakken blauwe briefjes op hun blankgeschuurde keukentafels. Hun land bleek waardevol, hun pensioentje was verzekerd. Alleen, daar in het hoekje van de Boterstraat achter Eurantex had een jongeman een hoevetje gekocht eind van de jaren zeventig. Marc Ottevaere was zijn naam, en met het oprukken van de koopdrift van zijn mercantiele overbuur steeg zijn verbazing en later zijn verontwaardiging. Hij verdiepte zich in dossiers, gewestplannen, KB's en decreten. Hij zag hoe Eurantex plots zelfs een hangaar begon te bouwen in dat aangekochte maar niettemin landschappelijk waardevolle gebied. De Diepenbeek werd illegaal verlegd, gronden werden verhard, tientallen bouwovertredingen werden vastgesteld. De vorige regering was zelfs bereid het gewestplan van Oudenaarde te wijzigen om de uitbreiding van Eurantex mogelijk te maken, maar de Raad van State schorste na zwaar protest in mei 1996 de beslissing omdat men geen gewestplan kan wijzigen voor één bedrijf. De acties blijven doorgaan, de onzekerheid blijft groot, de actiegroep alert. Merchie: "Tja, men zegt cowboys als men het in onze streek over De Clerck heeft. Die familie is eigenaar van een stuk grond en acht zich daar dan ook totaal eigenaar over. Het bedrijf begint te bouwen, wars van gewestplannen. 'Jamaar, het is toch mijn grond', redeneren zij, 'ik doe daarmee wat ik wil'. Je zou kunnen zeggen dat daar de fout zit. Wat nadien is gebeurd, dat de regering zich beroepend op het minidecreet-Akkermans een regularisatie van het gewestplan aanbood, vind ik niet foutief. Uiteindelijk is alles toch bij wet vastgesteld en heeft de minister zijn verantwoordelijkheid om die wet uit te voeren."

Actievoerder Mark Ottevaere: "Als we zo gaan redeneren, zijn we nog lang niet thuis. Een stad plant een industriezone, doet het onmogelijke om industrie aan te trekken en dat gebeurt ten koste van alles, inclusief van de gewestplannen die je ooit zelf hebt gemaakt. Wij blijven intussen met problemen zitten in de Bruwaan. We blijven onzeker over de uitbreiding van Eurantex, er worden in de omgeving nog steeds geen bufferzones aangelegd, milieu- en bouwovertredingen tieren hier welig. Wij voelen ook dat we geen bondgenoten vinden bij de stad. De handelwijze daar ligt in het verlengde van toegeven aan de eisen van de industrie. Het is zo'n ongelijke strijd."

Julien Verstraeten (SP-volksvertegenwoordiger, ex-schepen): "Het probleem is dat Oudenaarde sinds mensenheugenis geleid wordt door burgemeesters die bedrijfsleider zijn. Het begon met Santens en het is nu weer Santens. We hebben in deze streek dringend nood aan tja, noem het maar een sociaal burgemeester."

Niet alleen de bedrijfsbelangen op zich binden economie en politiek in Oudenaarde, zo laten veel gesprekspartners doorschemeren, maar ook het nepotisme en de familiebanden. Burgemeester Lieven Santens bijvoorbeeld is de neef van Luc Santens, wiens dochter gehuwd is met Dominiek De Clerck, broer van Jan De Clerck van Domo.

"De Bruwaan is een aaneenschakeling van bouw- en milieu-overtredingen, van aanpassingen en anekdotes", zucht Verroken nu. Neem het verhaal van de Salons Mantovani, een feestcomplex op de rand van De Bruwaan, naast het oude verfbedrijf Belteinka. Bedrijfsleider Verhenne van Belteinka had naast zijn firma nog een lap grond liggen en hij begon daarop te bouwen. Verroken: "Iedereen dacht dat hij aan uitbreiding deed, tot men doorhad dat hij daar een feestcomplex neerpootte. Dat kon natuurlijk niet middenin een bedrijfszone, dus kreeg hij al snel stedenbouw aan de deur. Ook hij heeft dan een regularisatie aangevraagd. Zijn motivatie was de noodzakelijkheid van een groot horecabedrijf in de omgeving, voor congressen, personeelsfeesten en aanverwante activiteiten." Verhenne haalde het. Daardoor beschikt Oudenaarde op haar industriezone over een complex waar in de weekends de Bart Kaëlls, Luc Steeno's en Isabelle A's van dit land hun boodschap komen uitzingen. Personeelsfeesten en congresjes zijn er natuurlijk ook, maar daar haalt Verhenne niet de grootste verdiensten uit.

Het verhaal Mietec dan. We schrijven begin jaren tachtig, Flanders Technologie, Gaston Geens. Het hoogtechnologische bedrijf Mietec, fabrikant van computerchips, zocht in Vlaanderen een standplaats met weinig verkeer, weinig lawaai, weinig stof en een potentieel aan hoger opgeleid personeel. Verroken: "Het grote probleem was het volgende: van 1959 tot 1980 was Oudenaarde een prioritair beschermd gebied geweest en kreeg het ook steeds Europese subsidies. In 1979 werd ik Europarlementslid en precies toen sprak men daar van afschaffing van de subsidies voor Oudenaarde. Kort daarna toonde Mietec interesse voor Oudenaarde. Stel dat we toen die subsidies kwijtspeelden... natuurlijk zat ik daar zwaar mee in mijn maag. Nu, wij hebben bereikt dat voor Oudenaarde de subsidies met drie jaar verlengd werden en zo komt het dat Mietec naar hier is gekomen en bijvoorbeeld niet naar Gent."

Een van de paradepaardjes van de Oudenaardse industriezone is Samsonite, dat er momenteel zijn Europese hoofdzetel heeft. Merchie: "Samsonite had al een bevoorrechte relatie met de familie Santens toen. Samsonite had zich in de Oudenaardse Dijkstraat gevestigd in een leegstaande textielfabriek, maar was dringend aan expansie toe. In eigen omgeving kon de groep niet uitbreiden, dus trok ze richting Bruwaan. Natuurlijk was Oudenaarde bang om zo'n firma te verliezen en dus hebben we de Amerikanen gekoesterd. We hadden één groot geluk: de Amerikaanse pdg van Samsonite was verliefd op ons stadhuis. Op een dag heeft het stadsbestuur de man ereburger gemaakt van Oudenaarde en hem een soort diploma gegeven. Fier als een gieter trok de grote baas van Samsonite met zijn papier naar de Verenigde Staten. Sindsdien is Samsonite onverbrekelijk met Oudenaarde verbonden."

Jan Verroken troont ons mee naar het raam achterin zijn leefkamer. Zijn huis, boven op Edelare-berg, biedt een prachtig zicht op het centrum van Oudenaarde. Drie torens zien we: Pamele, Walburga, Sint-Jozef. Verroken wijst naar rechts, naar een wit boven de omgeving uitstekend gebouw, in de volksmond 'de kathedraal van Oudenaarde' genoemd. Het is de nieuwste opslagplaats van Samsonite. Verroken: "Tientallen meters boven de grond, een mastodont van een magazijn op de rand van de dichtbewoonde Gentstraat. Maar Luc Van Nevel heeft het een beetje anders aangepakt dan Jan De Clerck. De omwonenden moeten tegen de hoge gevel aankijken, maar denk niet dat één eraan denkt toestand te maken. Ze zijn allemaal gehoord, vergoed, benaderd, betaald. Ze wilden een opgehoogde berm, ze krégen hem. Een buurtbewoner wou een notelaar in zijn tuin. Hij werd er geplant. Elk miniem protest werd uitgepraat en begeleid. Uiteindelijk heeft het bouwwerk geen spatje kwaad bloed gezet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234