Dinsdag 07/07/2020

Turkije

Turks compromis: lockdown in het vrije weekend

In het verlaten Istanboel hebben de dieren vrij spel. Beeld Getty

Twee uur voordat Turkije twee etmalen op slot ging, werd die maatregel afgekondigd. Iedereen vloog naar de winkel. ‘Al onze pogingen tot social distancing zijn op één avond vernietigd’, schamperde oppositiepartij CHP. 

Een vrijetijds-lockdown. Dat is wat Istanbul en 29 andere Turkse steden dit weekend beleefden, na weken van corona-aanpak die de straten stiller maakte maar niet uitgestorven, het openbaar vervoer leger maar niet leeg. Precies 48 uur moesten alle burgers binnen blijven. Maandagochtend deden ze weer wat president Recep Tayyip Erdogan hen ook in deze moeilijke tijden zo graag ziet doen: naar hun werk gaan.

In het coronateam van de Turkse regering woedt, zo sijpelt naar buiten, een debat over de strategie: een totale lockdown of, zoals tot nu, een reeks gerichte ingrepen in de bewegingsvrijheid van de bevolking. Scholen, horeca en een groot deel van de middenstand zijn al enkele weken dicht, voor personen jonger dan 21 en ouder dan 64 geldt een straatverbod.

Voorstanders van de rigoureuze aanpak wijzen op de ernst van de gezondheidscrisis. De wereldgezondheidsorganisatie WHO uit haar zorgen over de razendsnelle toename van de ziekte in Turkije, dat is opgeklommen naar nummer 9 op de wereldranglijst. De oppositie, artsenorganisaties en vakcentrales dringen al langer aan op een nationale lockdown.

President Erdogan echter maakt zich grote zorgen over de Turkse economie, die na jaren malaise net weer een vrolijk huppeltje maakte. Turkije moet het hebben van de maakindustrie, ook in zijn export. Thuiswerken is niet aan de orde voor de arbeiders in de fabrieken. Daarom mag het land niet op slot.

Raderen draaiend houden

“Het is van het allergrootste belang dat onze productie op gang blijft, om te voorzien in basisbehoeften en om de export te ondersteunen”, zei Erdogan een week geleden. “Turkije is een land dat onder alle omstandigheden de raderen draaiend moet houden.”

De weekendlockdown is het compromis. Zaterdag en zondag hebben de Turkse arbeiders toch al vrij. Restaurants en veel winkels waren toch al gesloten. Bovendien moest worden voorkomen dat de mensen er massaal op uit zouden trekken, nu in het weekend eindelijk de lente zich aandiende.

Het Taksimplein, publieksmagneet in Istanbul, is zaterdagmiddag daarom zonnig, maar volstrekt verlaten. Duiven hebben het rijk alleen. Een groepje politiemannen ziet toe op het uitgaansverbod. Een verslaggeefster van de Arabische zender Alhurra TV interviewt, bij gebrek aan voorbijgangers, dan maar een Nederlandse collega. Journalisten behoren tot de weinigen die hun werk kunnen blijven doen, naast bakkers en apothekers.

Op de naastgelegen straat Siraselviler ondergaat broodverkoper Ramazan de stilte berustend. Hij heeft een mondkapje op, zoals de meeste inwoners van Istanbul dezer dagen, maar de kans op besmetting lijkt nu klein. “Vreemd, er zijn heel weinig klanten”, zegt hij. Mogelijk zijn mensen huiverig hun aanwezigheid op straat te moeten verantwoorden tegenover patrouillerende agenten.

Beeld Getty

Bovendien hebben velen vrijdagavond al mondvoorraad ingeslagen. Pas twee uur voor de lockdown om middernacht inging, maakte minister van Binnenlandse Zaken Suleyman Soylu de maatregel bekend. Ogenblikkelijk gingen in alle 30 steden mensen naar buiten om voedsel en water in te slaan.

Er waren files, voor supermarkten ontstonden lange rijen, het was een drukte van jewelste op straat. Van afstand houden was geen sprake. “Al onze pogingen tot social distancing zijn op één avond vernietigd”, reageert oppositiepartij CHP. Leden van de Wetenschappelijke Adviesraad van de regering zeggen voorzichtiger verwoord hetzelfde.

Zondagavond trekt Soylu het boetekleed aan. Op Twitter maakt de minister bekend op te stappen. De verantwoordelijkheid voor wat er is gebeurd “ligt geheel en al bij mij”, schrijft hij. Maandagochtend laat Erdogan weten dat hij het ontslag niet heeft aanvaard, Soylu blijft zitten.

Istanbul is zwaar getroffen

Vooral in Istanbul komt de coronacrisis hard aan. De grootste stad van Turkije – en van Europa – is niet alleen de krachtcentrale van de Turkse economie, ze vormt ook het epicentrum van de epidemie, zo blijkt uit data die de regering pas vorige week bekendmaakte. Tot dan had ze de geografische verspreiding van de ziekte stilgehouden.

Met een kleine 20 procent van de bevolking van Turkije is de metropool van 16 miljoen inwoners goed voor 60 procent van alle coronagevallen . Vooral hier moet de strijd tegen het virus worden gewonnen.

Het helpt daarom niet dat Istanbul ook de plek is waar de grote politieke tegenstelling van Turkije wordt uitgevochten: die tussen het kamp van Erdogan en dat van zijn tegenstanders, de ene helft van Turkije tegen de andere. Daardoor vindt over de bestrijding van corona geen enkel overleg plaats tussen het gemeentebestuur – in handen van de CHP – en de regering in Ankara.

“Als burgemeester van de grootste stad van Europa ben ik voortdurend aan het bellen, maar niemand in Ankara reageert”, beklaagde CHP-burgemeester Ekrem Imamoglu zich tegenover de media. Imamoglu roept al weken op tot een totale lockdown in zijn stad. Dit weekend kreeg hij dan toch zijn zin, 48 uur lang, maar typerend is dat hij als topbestuurder niet van tevoren was ingelicht.

Beeld Getty

Conflict over inzamelingsacties

De frictie tussen Erdogan en Imamoglu kreeg een extra dimensie door een conflict over inzamelingsacties voor gedupeerden van de coronacrisis. Imamoglu en andere CHP-burgemeesters, onder wie die van de hoofdstad Ankara, hadden fondsen in het leven geroepen waarin burgers geld kunnen storten.

Dat viel niet in goede aarde bij de president, die vorige week het coronafonds van zijn regering lanceerde, de Nationale Solidariteitscampagne. Hij stortte zelf zeven maanden salaris en riep vooral zakenlieden op te doneren. Erdogan zei dat Imamoglu probeerde “een staat binnen de staat” te vormen. De gemeentefondsen zijn volgens hem in strijd met de wet, overtreders kunnen worden vervolgd. CHP-vicevoorzitter Seyit Torun op zijn beurt noemde het verbieden van de collectes ‘een misdrijf’.

Heel veel harder dan dit is de kritiek van de CHP op Erdogans coronabeleid niet. De partij wil niet de indruk wekken de regering voor de voeten te lopen, nu de natie in gevaar is. “De CHP houdt zich stil”, zegt co-voorzitter Garo Paylan van de Koerdisch gezinde oppositiepartij HDP. “Begrijpelijk. In crisistijd zijn mensen kwetsbaar, dan vertrouwen ze op de macht.”

De HDP is minder terughoudend met haar kritiek. De maatregelen van de regering zijn “te weinig, te laat”. Het sociale hulppakket schiet volgens Paylan tekort en de officiële cijfers geven een te rooskleurig beeld van de epidemie. De nationale collecte noemt hij belachelijk. “Een regering moet geven, niet bedelen.”

Het HDP-geluid is amper te horen in Turkije, de partij is door de autoriteiten gekortwiekt. Met de corona echter heeft Erdogan een tegenstander die hij nu eens niet het zwijgen kan opleggen. Afvlakking van de epidemie is niet in zicht en de president kan ook de economie niet zomaar naar zijn hand zetten. Door de uitval van buitenlandse vraag stokt de motor vanzelf al. Kledingfabrikanten vrezen in april of mei een exportdaling van 80 procent.

Het zure is dat het virus bij uitstek huishoudt in de dichtbevolkte wijken van Istanbul waar de arbeiders van die maakindustrie wonen, zo blijkt uit een kaart die de overheid pas vorige week publiceerde.

Het moment komt daarom naderbij, zeggen medische deskundigen, dat de Turkse regering gedwongen is de meest vergaande maatregel te treffen. Tot dat moment ligt – zeker nu het voorjaar eraan komt – een herhaling van de vrijetijds-lockdown voor de hand, mogelijk met een weekend van drie dagen. Als Erdogans raderen maar blijven draaien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234