Woensdag 18/05/2022

Zeno

Tuqa Jirmo Huqa: van ranger in Kenia tot doctor aan de Universiteit van Leiden

null Beeld © CHROMORANGE /C.Roewer
Beeld © CHROMORANGE /C.Roewer

Als kind liep Tuqa Jirmo Huqa (42) van huis weg om honderd kilometer verderop naar school te kunnen gaan. Onlangs promoveerde de Keniaan aan de Universiteit van Leiden op zijn onderzoek naar conflicten tussen leeuwen en veehouders.

IANTHE SAHADAT

De zevenjarige Tuqa hield zich schuil bij de deuropening van het witte gebouwtje. Hij zag kinderen van verschillende leeftijden aan houten bankjes zitten. Ze zwegen en luisterden ademloos naar de man die voor hen stond en met een lange stok naar een grote grijsgroene plaat op houten poten wees waar witte tekentjes op stonden.

Soms stak een kind een arm omhoog met de wijsvinger priemend in de lucht. Een jongetje somde een rijtje getallen op en de man voor de groep kinderen las voor uit een groot boek.

De volgende dag ging Tuqa weer kijken. "Kom maar binnen", zei de man voor de groep. "Ik ben de meester en dit is mijn klas." Tuqa kreeg een potlood, een schrift en een boek met nog meer tekentjes. Dat waren letters en getallen. En vanaf dat moment wist hij heel zeker: school was het allerleukste dat hij ooit had meegemaakt.

Tuqa kwam 42 jaar geleden ter wereld in het dorpje Obbu in het noorden van Kenia vlak bij de Ethiopische grens, als jongste zoon in een gezin met zes zussen en drie broers. Zijn ouders behoorden tot het nomadenvolk de Boran. Lange slanke mensen met verfijnde gelaatstrekken, gekleed in felgekleurde gewaden.

Boran leven met hun runderen, trekken rond op zoek naar vruchtbare aarde en water. Soms wonen ze een paar jaar op een plek, soms slechts enkele maanden.

Kinderen van de Boran dragen hun eigen naam, die van hun vader en die van hun grootvader. Vandaar: Tuqa Jirmo Huqa.

Boran leren hun kinderen niet lezen of schrijven. Ze leren hen voor hun kostbaarste bezit zorgen: de runderen. Ze leren gemeenschapszin, babykalfjes ter wereld brengen, melken, de dieren beschermen tegen leeuwen en hyena's, het weer voorspellen, de vruchtbaarheid van de bodem lezen, water vinden en hutten bouwen voor hun gezin als het tijd is om een nieuwe nederzetting te vestigen.

undefined

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Slapen in bomen

Dat waren de zaken die vader Jirmo zijn zoon Tuqa wilde leren, zoals hij die weer van zijn vader Huqa had geleerd. Tot de regen het gezin op een dag naar een nieuwe vlakte bracht. Op die vlakte stond een klein wit gebouwtje met een kruis.

Een jaar lang ging Tuqa elke dag naar het missieschooltje, speelde hij met zijn vriendjes, leerde letters schrijven en lezen en maakte tekeningen. Maar de regen bleef uit en zijn vader had met de stamoudsten besloten dat het tijd werd om naar een nieuwe plek af te reizen.

Tuqa wilde niet weg. Hij huilde. Zijn vader beloofde Tuqa dat hij weer naar school zou gaan, later. Tuqa geloofde zijn vader. In een klein schriftje waarin hij oefende met schrijven, telde hij de dagen die hij niet naar school kon. Het duurde en duurde. Elke ochtend voordat hij met de andere kinderen en de kalveren op pad ging, zei hij tegen zijn vader: ik moet weer naar school. Die knikte dan en zei: "Heb geduld, zoon."

Na honderd dagen naar het knikkende hoofd van zijn vader te hebben gekeken, hield Tuqa het niet langer. Hij wist dat hij zelf actie moest ondernemen.

Die ochtend vroeg werd zijn vader, een van de dorpsoudsten, voor een clanvergadering weggeroepen. Zijn vader vertrok om 6 uur. Tuqa pakte snel zijn rugzak met schoolboeken in en ging met de andere kinderen en de kalveren op pad zoals andere dagen. Niemand vroeg waarom hij zijn tas op zijn rug had. Toen ze een mooie graasplek hadden gevonden, zei Tuqa tegen de buurkinderen dat hij even weg moest en dat ze op zijn kalveren moesten letten.

Snel holde Tuqa met zijn rugtasje op en speer in de hand de weg op. De school lag op 100 kilometer bij het dorp vandaan, dus hij moest haast maken. Tot hij besefte dat hij helemaal niet wist welke kant hij uit moest.

Hij rende op goed geluk het bos in. De eerste uren bleef hij rennen tot hij zo moe en buiten adem was dat hij moest stoppen. Bij een riviertje waste hij zich en dronk water met zijn handen als kuipjes. Daarna viel hij in slaap.

Een paar uur later schrok hij wakker, sprong op en holde onmiddellijk verder tot het donkerder en donkerder werd en de avond echt viel. Tuqa klom in een boom om te slapen, want hij wist dat de hyena's

's nachts tevoorschijn komen en er konden leeuwen rondlopen.

De volgende ochtend rende hij door tot hij aan het einde van de dag de school bereikte. Er waren geen kinderen in de klas, maar wel de meester. Met speer en tas liep Tuqa naar binnen en ging aan een tafeltje zitten.

De meester keek op uit zijn boek en schrok: "Wat doe je hier, Tuqa, ben je alleen? Hoe ben je hier gekomen?" De meester nam Tuqa mee naar huis en gaf hem melk en rijst.

Op dat moment besefte Tuqa dat hij zijn plan niet goed had uitgedacht, want waar moest hij gaan wonen?

"Ik dacht alleen maar aan school toen ik daar holde", zegt Tuqa nu, gehuld in een zwart rokkostuum in de lobby van een Leids hotel. Zijn lange slanke lichaam en rimpelloze jongensachtige gezicht doen vermoeden dat hij amper vijfentwintig is; toch is hij al twintig jaar werkzaam, eerst als parkwachter en de laatste jaren als parkbeheerder, bij de Kenya Wildlife Service (KWS), is hij gehuwd en vader van vier kinderen.

undefined

Missiepost

De man van zijn oudste zus was eropuit gestuurd om Tuqa te zoeken. "Mijn broers hadden verteld dat ik mijn rugtas bij me had met schoolboeken, dus mijn vader wist meteen waar ik naar toe was. Mijn zwager deed er twee dagen over. Hij begroette me in de klas, ik zei dat ik niet weg wilde, dus de volgende dag liep hij weer twee dagen terug."

Na een paar weken kwam een Nederlands katholiek missionarisgezin de school bezoeken. Ze hoorden van Tuqa's verhaal. Hij mocht bij hen thuis komen wonen. Zijn vader kwam hem bij de familie bezoeken. "Zij hebben mijn vader verteld hoe belangrijk onderwijs is. Dat wist mijn vader niet. Voor hem was het doel in het leven om zijn kinderen als goede herders en nomaden groot te brengen. Niemand in de gemeenschap ging naar school. Maar ze vertelden mijn vader over ontwikkeling, over de stad en andere banen die ik zou kunnen doen als ik naar school zou gaan en hij werd enthousiast. Hij steunde me."

Toen de missiepost na vier jaar ophield te bestaan, heeft zijn vader vervolgonderwijs voor Tuqa gezocht op een andere plek. "Hij heeft zelfs koeien verkocht opdat ik verder zou kunnen studeren. Hij wilde per se dat ik een diploma zou halen."

Na de middelbare school sloot Tuqa zich aan bij de club die wilde dieren beschermt (KWS). Met een beurs kon hij gelijktijdig in Eldoret en Nairobi aan de universiteit natuurbescherming studeren. Hij studeerde cum laude af. In 2010 kruiste zijn pad opnieuw met een Nederlander. Het was Hans de Iongh, hoogleraar milieuwetenschappen en natuurbescherming aan de Universiteit van Leiden en Antwerpen, die met een groep rangers uit West-Afrika op bezoek kwam in Amboseli Wildpark waar Tuqa als opzichter werkte. De Iongh was onder de indruk van hem en regelde een onderzoeksplek in Leiden. De afgelopen vier jaar verbleef hij telkens drie maanden op en af in Leiden om zijn promotieonderzoek naar een beter samenleven van leeuwen en Maasai-veehouders - natuurlijke vijanden - in het Amboselipark te doen. Dat deed hij in samenwerking met zowel natuurwetenschappers als antropologen.

undefined

null Beeld © RV
Beeld © RV

Sterfgevallen beperken

Tuqa ontdekte dat het ecosysteem en de biodiversiteit in Kenia onder hoge druk staan. Met een toenemende bevolking komen er meer dorpen en landbouwgrond bij. Deze uitbreidende menselijke activiteit zorgt ervoor dat veel grote herbivoren zoals de Afrikaanse buffel, giraffe, zebra en wildebeest minder graasmogelijkheden overhouden.

Ook komen extreem droge jaren steeds vaker voor, zoals 2009 dat in zijn onderzoeksperiode viel. "De Afrikaanse savanne is erg gevoelig voor het uitblijven van regen", legt Tuqa uit. "Als gevolg van de extreme droogte stierf meer dan de helft van de zebra's en wildebeesten in Amboseli. Daarmee verdween ook het voedselaanbod voor andere wilde dieren.

"De grote prooidieren worden door voedselschaarste verdreven naar andere gebieden. Dat heeft directe gevolgen voor kleinere prooidieren zoals gazelles, struisvogels en wrattenzwijnen die het slachtoffer worden van leeuwen, cheeta's en hyena's maar ook voor de veehouders, want de roofdieren moeten op zoek naar nieuwe prooien en komen bij de runderen, geiten en ezels uit."

In zijn werk als parkwachter in het Amboseli-park, een relatief klein wildpark met een oppervlakte van 370 vierkante kilometer in het zuiden van Kenia, zag Tuqa de leeuwenpopulatie dramatisch veranderen. Een groot aantal volwassen mannetjesleeuwen werd gedood door toegenomen veeroof. De lokale bevolking nam het heft in eigen handen. Uiteindelijk bleven twee volwassen mannetjesleeuwen over in het park, die alle leeuwinnen domineerden.

In heel Kenia nam het aantal leeuwen van zo'n zevenduizend begin jaren 90 af naar tweeduizend in 2010. Tuqa probeert met zijn opgedane kennis de leeuwenpopulatie op volle sterkte te houden of in elk geval het aantal sterfgevallen te beperken. Dat doet hij door lokale veehouders financieel te laten mee profiteren van de inkomsten van de wildparken waar de toeristen komen. "Voor hen zijn de leeuwen een bedreiging van hun bezit. Als zij een leeuw treffen zullen ze hem doden. Mens en leeuw concurreren om dezelfde grond. Je kunt ze niet zomaar vragen dat niet te doen, daar moet iets aantrekkelijks tegenover staan."

undefined

Ultieme oplossing

Sinds de invoering van het compensatiesysteem in 2007 worden er minder leeuwen gedood, zegt Tuqa. "Ik kan goed praten met de mannen van de stam omdat ik zelf een Boran ben; ze nemen me niet alleen serieus omdat ik autoriteit heb als parkwachter, ze hebben het gevoel dat ik hen begrijp omdat we een vergelijkbare afkomst hebben. Ik zorgde als kleine jongen al voor runderen. Ik snap hoeveel ze waard zijn."

Toch is het niet de ultieme oplossing, zegt Tuqa. "Een deel van de leeuwen wordt gedood omdat het voor Maasai een traditioneel gebruik is om de mannelijkheid te bewijzen. Ook worden de klauwen en manen van de leeuwen gebruikt bij rituelen."

Dat Tuqa opgroeide op het platteland, wist zijn begeleider De Iongh wel, maar hoe precies en welke weg hij aflegde voor hij in Leiden belandde, ontdekte hij enkele weken geleden. Net voor de verdediging van zijn proefschrift vertelde Tuqa zijn levensverhaal aan De Iongh, die nu als een trotse vader naast hem in de lobby zit. "Het is ontzettend bijzonder. Zijn stam telt duizenden leden, hij is een van de vijf met een academische titel. Maar hij sprak nooit over zijn afkomst. Ik wist van niets."

Tuqa kijkt naar zijn handen. "Ik moest eerst mijn doel bereiken. Dat is nu gelukt."

undefined

BIO

1973: 28 maart geboren in Kenia

1980-1991: lagere en middelbare school

1992: begon als ranger te werken bij Kenya Wildlife Service

1994-2001: volgde met beurzen diverse opleidingen in natuur- en wildbehoud in Mweka in Tanzania

2003-2006: bacheloropleiding wildlifemanagement aan de Moi Universiteit in Eldoret

2010-2012: masteropleiding biological conservation aan de Universiteit van Nairobi

2010-2015: promotie aan de Universiteit van Leiden naar het op peil houden van de leeuwenpopulatie in een gemeenschap van veehouders

undefined

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234