Zondag 03/07/2022

Tunis &

Het vroeger en nu van

Noord-Afrika

Carthago

De rit van een luchthaven naar een stad zegt vaak veel over een land. Als we Carthago Airport bij Tunis verlaten, rijden we langs nette banen, omzoomd door bloeiende acacia's en jacaranda's. Jonge meisjes lopen ongesluierd op het trottoir, jongemannen dragen dezelfde afzakkende broeken, petten en T-shirts als onze jeugd. Natuurlijk, er zijn de minaretten en de soeks, maar er is ook een eigentijdse stad.

door Agnes Goyvaerts

Elke stad in Tunesië heeft een Avenue Habib Bourguiba. Vaak is het de hoofdstraat. Habib Bourguiba was de man die zijn land in 1956 naar de onafhankelijkheid leidde. Hij wordt alom beschouwd als de grondlegger van het moderne Tunesië. Ons hotel in Tunis ligt op zijn avenue. Een groot, gestroomlijnd westers hotel, stel ik met een beetje spijt vast, met een terras onder de bloeiende bomen. In mijn kamer op de vijftiende verdieping wijst een pijltje op het dressoir discreet de richting van Mekka aan, en door het zijraam kan ik in de verte de zee zien. Tussenin ligt een uitgestrekte witte blokkendoos met hier en daar een minaret. Toerisme gaat traditioneel vooral naar de kust met Sousse, Monastir en Djerba als toppers, maar de autoriteiten proberen nu nieuwe troeven uit te spelen, zoals de Sahara, golfen, thalasso en cultureel toerisme. In hun stoutste dromen hopen ze dat Tunis het nieuwe Marrakech zal worden, met mooie, al dan niet luxueuze gastenkamers, die hier 'dars' heten. Meestal hebben ze fraai betegelde terrassen, patio's en kamers en zijn ze smetteloos witgekalkt en goed onderhouden. Er zijn er al enkele in de stad zelf, maar ze bevinden zich vooral in de residentiële wijken in de omgeving, zoals Sidi Bou Saïd, Les Berges du Lac of Carthago.

Het zijn die buitenwijken die we eerst gaan verkennen. Gelukkig hebben we een plaatselijke chauffeur, want snelheidsbeperkingen of radars schijnen hier niet te bestaan. Autokeuring kennelijk ook niet. Verkeersregel één: hard toeteren als het verkeerslicht op groen springt.

Sidi Bou Saïd, op zo'n twintig kilometer ten noordoosten van Tunis, lijkt zo te zijn overgeplant uit Griekenland: spierwitte huizen met blauwe deuren, een blauwe zee, slenterende toeristen en een goedgevulde jachthaven. Die blauwe deuren zijn te danken aan een excentrieke Engelse baron. Rodolphe d'Erlanger vestigde zich hier in 1912, bouwde een villa en restaureerde oude huizen. Hij kon de overheid ertoe overhalen om alle deuren blauw te schilderen. Nogal wat schrijvers en schilders uit het noorden kwamen hier in de vorige eeuw voor de sfeer en het mooie licht, en hun aanwezigheid is nog voelbaar in de kronkelende straatjes op de heuvel. Halverwege de helling ligt Café des Nattes, een van de bekendste theehuizen van het land. Wil je doen zoals de plaatselijke mannen, dan vraag je le chicha, de waterpijp, of anders kies je een geurige muntthee (0,4 dinar of 22 eurocent) of frisdrank. En als je geen plaats meer vindt aan een tafeltje, dan ga je gewoon op de tapijten zitten die daarvoor zijn neergelegd. Kijk naar de zonsondergang en zie hoe oud en nieuw hier naadloos door elkaar lopen. Oudere mannen in lange gewaden en rood hoofddeksel naast jongeren in Adidas met de gsm aan het oor geplakt.

Vanuit Tunis rijdt elk kwartier een treintje via Carthago naar La Marsa Plage, waar de jeugd plezier komt maken. Beroemd is het café Saf Saf. Luidruchtig zitten mannen hier te dobbelen, jongelui kijken steels naar leden van de andere sekse, en wij... wij eten wat bekend staat als de beste brik uit de verre omstreken. Brick à l'oeuf, leer ik hier, is een tautologie: er zit altijd een rauw ei in het gefrituurde deegpakje, plus wat ui en peterselie. Naar believen kan daarbij dan vlees besteld worden, of tonijn. In het midden van de binnenplaats van Saf Saf staat een kameel aan het waterrad. Hij is de toeristische attractie en iedereen wil hem fotograferen, maar hij is wat zielig met zijn geketende poten en de kale plekken op zijn vacht. Wel mooi voor de foto zijn de jasmijnverkopers. Een oude man met een rode fez biedt de kleine boeketjes aan voor één dinar (ongeveer 50 eurocent). Thuisgekomen zet ik het naast mijn bed in het waterglas, en het zal de volgende dagen lekker blijven geuren in mijn hotelkamer.

Het hedendaagse Carthago is een welgestelde villawijk, met daartussen de restanten van het antieke leven verspreid. De stad, gesticht in de negende eeuw voor onze tijdrekening door de Fenicische prinses Dido, is voor ons vooral verbonden met de strijdheer Hannibal. Hij was het die met een leger van veertigduizend man en driehonderd olifanten over de Alpen trok om Rome te belegeren. In het museum van Carthago kun je aan de hand van overblijfselen van villa's, mozaïeken en beelden zien dat het hier zoveel eeuwen geleden ook al goed leven was. De imposante basiliek van Saint Louis herinnert aan de vroegtijdige bekering van Romeins Afrika tot het christendom. Ze imponeert door haar omvang maar wordt nu enkel nog gebruikt voor concerten en laat een eerder kille indruk na.

Maar natuurlijk lokt de medina, de oude stad van Tunis. Ze staat op de UNESCO-lijst van Werelderfgoed en telt meer dan zevenhonderd historische monumenten. Medina is geen synoniem voor soek, benadrukt Hédi Kilani, die met ons is meegereisd vanuit België en blij is na drie jaar zijn geboortestad nog eens terug te zien. Hij troont ons mee door de smalle straten, wuift opgetogen naar kennissen, vindt zijn broer in een koffiehuis en loopt gearmd met hem voorop. Hier wordt in elk huis handel gedreven, gaande van koffie tot elektrische waterkokers, en je moet voortdurend opletten voor mannetjes met handkarren of jongens die minstens twintig schoendozen op hun rug dragen. Het hart is de soek, of beter, de soeks, want zoals gewoonlijk bestaat er voor elke specialiteit een straat. Het was de Hafsiedendynastie die voor elke ambacht een eigen soek bouwde. Zo zijn er de souk el Attarine (met parfums, kruiden, henna, oliën, wierook en amber); de souk des Femmes (waar onder andere safsari's -- witte zijden of nylon omslagdoeken -- worden verkocht, en superkitcherige met wit en roze satijn beklede manden om cadeau te doen bij huwelijken). Tapijten koop je in de Turkensoek, en op de voormalige slavenmarkt, de souk el Berka, vind je nu blinkende juwelen. Leuk is het straatje met chécias of rode wollen hoedjes die door de oudere mannen nog worden gedragen. Ze zitten in fraaie dozen, netjes tot aan het plafond opgestapeld per maat en kleur, en worden met het nodige ceremonieel gepast. Namaakmerkartikelen, maar dan ook zéér duidelijk nep, zoals T-shirts met 'Versace' of 'Bikkembergs' in foute letters erop, vind je om elke hoek, en ook om zachte lederen slippers of babouches kun je niet heen. Met 'venez madame, ici des babouches qui marchent tout seul!' probeert een jongeman mij tot een aankoop te verleiden. En overal is het natuurlijk 'pour rien'. Onderhandelen hoort erbij, en als het wat mag duren komt er thee of koffie bij.

Lekkerbekken mogen een bezoek aan de overdekte markt zeker niet overslaan. Ze ligt aan de ingang van de medina en is opvallend schoon. In de vishal proberen de verkopers luid roepend hun tonijnen, inktvissen en sardientjes aan de man te brengen. Bij de groenten en het fruit wedijveren de verkopers om de mooist gestapelde uitstalling, en aan de specerijenstraat leer je de verschillende soorten harissa te waarderen. Zoals overal waakt president Ben Ali middels een reuzengroot portret over de goede gang van zaken. Hij is immens populair, onder andere omdat het zo goed gaat met de Tunesische economie. Tapijten

Vlak bij de souk el Attarine ligt de oudste moskee van Tunis, de Zitouna, of moskee van de Olijfboom, in 732 gebouwd door de Omajjaden. De gebedshal wordt gedragen door 184 zuilen en kapitelen, het merendeel afkomstig uit het oude Carthago. Rond de moskee staan een aantal madrassa's of koranscholen waar studenten de sharia (het islamitisch recht) leerden. In de gebedshal mag je als toerist niet binnen, je kunt enkel een beetje gluren van op de binnenplaats. In een zijstraatje ligt Dar Bel Hadj, een traditioneel restaurant met verschillende 'kamers' waar je onder een hoog plafond aan witgedekte tafels specialiteiten zoals lam met munt kunt proeven. Hoewel je als toerist in het algemeen nogal met rust wordt gelaten, lopen in deze buurt wel mannetjes rond die je de weg willen wijzen naar een spectaculair panorama. We volgen er een die ons door enkele kronkelstraatjes naar een groot mooi huis brengt, waar we vele trappen moeten beklimmen die ons telkens door een kamer vol tapijten voeren naar een terras, eveneens vol tapijten. Ja, je hebt van hier een mooi uitzicht over de stad, en de kleurige tegels en gekrulde balustrade lijken authentiek. Maar het lijkt toch vooral een manier om je te verleiden tot de aankoop van een tapijt. Terwijl we afdalen wordt het ene karpet na het andere voor ons ontrold, maar gelukkig worden we meteen met rust gelaten als we duidelijk maken dat we dat niet van plan zijn er eentje mee naar huis te nemen. Misschien toch een paar babouches 'qui marchent tout seul' kopen, want de omzwervingen door de kasseistraatjes beginnen zich voelbaar te manifesteren aan onze voeten. n

Tunis praktisch

ERHEEN

Tunisair vliegt vanuit Brussel meerdere keer per week rechtstreeks naar Tunis/Carthago. www.tunisair.com. De vlucht duurt ongeveer 2,5 uur. Er is een uur tijdsverschil.

FORMALITEITEN

Een geldig paspoort is vereist, of identiteitskaart en voucher van hotel. Bewaar zorgvuldig het tweede luikje van de fiche die je in het vliegtuig hebt moeten invullen. Het is je 'paspoort' in Tunesië.

Overnachten

Hotel Africa op de Avenue Bourguiba is het meest centraal gelegen zakenhotel.

Meer charme is er te vinden in Dar El Medina, met twaalf luxueuze gastenkamers in het hartje van de stad (www.darelmedina.com).

Hedendaags design nabij de ruïnes van Carthago is er in Villa Didon (www.villadidon.com).

The Residence, les Côtes de Carthage (www.theresidence-tunis.com) behoort tot de Leading Hotels of the World en heeft alle luxe die daar bij hoort.

ETEN & DRINKEN

* Het nationale gerecht is couscous, maar profiteer vooral van de verse vis als die op het menu staat. Hou er rekening mee dat elke maaltijd begint met een (soms eindeloze) rij kleine hapjes, zoals noten, olijven, salades, bonen, pepers, harissa, kleine brik, mosselen, etc.

* In de zeer zoete Tunesische patisserie (makrouds, samsas, baklavas, gharaibas) zijn vaak dadels, amandelen en andere noten verwerkt.

* Aan de kraampjes op straat of in de sandwicheries kan je veilig een lekkere en eenvoudige hap bestellen.

* Muntthee en donkere moorse koffie zijn populair, maar er zijn goede en betaalbare Tunesische wijnen verkrijgbaar,vooral de rode en de rosés zijn aan te raden. Thibarine is een plaatselijke likeur op basis van dadels, sterkere brandewijn van vijgen heet boukha. Het plaatselijke bier is Celtia.

* Een rustig en uitstekend adres voor vis en zeevruchten is Le Pirate in Sidi Bou Saïd (mooi terras).

* Overvloedig en pittoresk is het drijvend restaurant Le Phénicien in de Vieux Port van Bizerte.

BEZOEKEN

* Het Bardo Museum, op vijf kilometer buiten de stad, is het belangrijkste archeologisch museum van Noord-Afrika. Bezit de indrukwekkendste verzameling Romeinse mozaïeken in de wereld.

* De ruïnes van Carthago, de grote moskee, de overdekte markt.

BETALEN

De munteenheid is de dinar (TUD), 1TUD = ongeveer 0,57 Euro. De in- en uitvoer van de Tunesische dinar is verboden. Als je wisselt, bewaar dan het formulier. In de steden kan je overal geld uit de muur halen.

INFO

Tunesische Nationale dienst voor Toerisme, Louizalaan 162 b, 1050 Brussel. 02/648.30.78

www.tourismtunesia.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234