Dinsdag 11/05/2021

Tuinen die de tijd trotseren

Tot eind april loopt in de Stichting voor Architectuur in Brussel een tentoonstelling over het werk van René Pechère, de éminence grise van de Belgische tuinarchitectuur die in mei vorig jaar overleed op 94-jarige leeftijd. Op de tentoonstelling zijn bekende realisaties te zien zoals de tuinen van de Kunstberg, van het Rijksadministratief Centrum en de Kruidtuin in Brussel. Maar ook werk dat allang is verdwenen zoals de Kongolese tuin en de Vierseizoenentuin die Pechère ontwierp voor de Wereldtentoonstelling van 1958.

De tentoonstelling in de Stichting voor Architectuur werd opgezet door de Brusselse fotografe Sylvie Desauw, die het werk van Pechère al jarenlang volgt en ook de foto's maakte voor een boek over Pechère dat eind vorig jaar verscheen (DM 12/10/02). "Een tuin fotograferen kan gemakkelijk neerkomen op een groengids of de onbenulligheid van een decoratieve reportage in een damesblad", zegt Desauw. "Een portret van iemand maken betekent voor mij diens fysieke trekken tonen, zijn karakter, zijn geest en dat op zo'n manier dat de personen die hem het beste kennen, kunnen zeggen: 'Dat is hij helemaal!' Zonder verraad. Bij plekken, momenten en tuinen geldt hetzelfde. Iemands oeuvre fotograferen vereist ook het begrijpen van zijn manier van werken, zijn verlangen. Ik heb het geluk gehad om mijnheer Pechère in heel uiteenlopende omstandigheden te ontmoeten, wat me de kans heeft gegeven vertrouwd te raken met zijn werk, zijn geest, zijn manier om tegen de dingen aan te kijken en naar zijn kritieken te luisteren."

fragmentatie

Desauw ontmoette René Pechère voor het eerst in 1969, toen hij de tuin van haar ouders in Ukkel ontwierp. Op het einde van de jaren zeventig tijdens haar studies fotografie aan La Cambre, waar Pechère les gaf, leerde ze hem opnieuw kennen. Ze assisteerde hem zelfs tijdens zijn lessen en ontdekte op die manier de smaak en de kunst van kennisoverdracht van de dan al bejaarde man. In 1984 deden de ouders van Desauw opnieuw een beroep op Pechère om de tuin bij hun buitenverblijf in Frankrijk te ontwerpen. Sindsdien heeft Desauw tientallen van zijn tuinen bezocht en gefotografeerd, vaak in het gezelschap van Pechère zelf. Toen er in 1987 een eerste boek verscheen over zijn werk (Jardin dessiné et grammaire des jardins) zorgde zij voor de foto's. Ook voor de tentoonstelling Landschapsarchitectuur van de 20ste eeuw in 1993 in de Stichting voor Architectuur werden haar foto's gebruikt. En dus recentelijk voor het boek De tuinen van René Pechère, dat als vertrekpunt diende voor de tentoonstelling.

"Ik heb de tuinen willen tonen en uitleggen aan de hand van beelden die de visuele weg van de ontdekking proberen te recreëren", zegt Desauw. "Tijdens de wandeling door de tuin of zelfs als men er in zit, neemt het oog verschillende beelden waar. Het beïnvloedt het verloop, gaande van een globale blik tot de observatie van een detail. Rustend op de kruin van een boom of op zijn schaduw, aangetrokken door de kleur van een bloem, verloren in de verte." Omdat het beeld dat wij met onze ogen waarnemen grondig verschilt van het beeld dat de camera registreert, maakte ze gebruik van wat ze fragmenatie noemt om tot een compositie te komen die 'ons beeld' van een plek zo dicht mogelijk benadert. "Een globaal overzicht, de structuur van de tuin, details, een straal zonlicht, een schaduw, een stuk fruit, de aanwezigheid van een dier, recreëren de sfeer van een tuin door het verloop van een blik te respecteren."

De tentoonstelling is opgevat als een wandeling door een virtuele tuin met een doolhofachtige structuur. Vanuit het centrum van die doolhof krijgt men telkens zicht op een ander seizoen: de tuinen in winter, lente, zomer en herfst. Ook werd een laan tussen twee hagen nagebootst waarbij de precieze afmetingen werden gerespecteerd die Pechère in zijn tuinen gebruikte om de atmosfeer zo getrouw mogelijk weer te geven.

Wat de tentoonstelling in de Stichting voor Architectuur zo bijzonder maakt, zijn vooral de foto's en maquettes die worden getoond van enkele verdwenen tuinen. Met name de twee tuinen die Pechère realiseerde voor de Wereldtentoonstelling van 1958: de Kongolese tuin en de Vierseizoenentuin. De Vierseizoenentuin, 'Jardin Flamand des Quatre-Saisons' zoals Pechère het zelf noemde, was een hedendaagse interpretatie van een Vlaamse renaissancetuin geïnspireerd op de tuinplannen van de renaissancekunstenaar Vredeman de Vries. Het idee om die tuin te maken zou zijn gekomen naar aanleiding van een concert waar de Vier Seizoenen van Vivaldi werden opgevoerd. Voor de 'Kongolese tuin' inspireerde Pechère zich onder meer op de motieven van het velours van de Kasai, het Rwandese vlechtwerk en de met parels en zigzagtekeningen versierde zwaarden en lendedoeken uit de voormalige kolonie. Om de Kongolese vegetatie na te bootsen, gebruikte hij onder meer haver, rogge en bamboe.

efemeer

Tijdens zijn lange carrière ontwierp en restaureerde René Pechère meer dan 900 tuinen en parken in binnen- en buitenland. Vaak ging het om prestigieuze historische domeinen zoals de koninklijke tuinen van Het Loo in Nederland, de kasteeltuinen van Nokere, Ecaussinnes-Lalaing, Seneffe en Zellik in ons land en de kastelen van Breteuil, Dureil en Corbeil-Cerf in Frankrijk. Hij werkte ook voor koning Leopold III in Argenteuil en ontwierp in opdracht van de voormalige Duitse president Scheel de tuinen bij Villa Hammerschmidt, de presidentiële residentie in Bonn, en de tuinen bij de Franse ambassade in Brussel.

Tot zijn bekendste werken behoren de tuinen op de Kunstberg, de Kruidtuin, de omgeving van de Sint-Michielskathedraal en het Rijksadministratief Centrum in het centrum van Brussel. Wat die laatste tuinen betreft is het opmerkelijk dat de tuinen waarschijnlijk de gebouwen zullen overleven: de tuinen zijn geklasseerd terwijl de gebouwen binnenkort ingrijpend zullen worden gerenoveerd en gedeeltelijk afgebroken. Of hoe iets zo efemeers als een tuin blijkbaar de tijd kan trotseren, terwijl gebouwen die voor de eeuwigheid zijn bedoeld voortijdig moeten worden afgedankt bij gebrek aan kwaliteit.

Een andere bekende tuin van Pechère is het Labyrint van het Hooglied bij het Museum van Buuren in Ukkel dat dateert uit de jaren zestig. Het is geïnspireerd op de doolhof van koning Minos van Kreta, een thema dat ook voorkomt op het schilderij De val van Icarus, het kroonstuk van de kunstcollectie-Van Buuren dat lange tijd werd toegeschreven aan Pieter Bruegel de Oude. De doolhof bestaat uit 300 taxussen die verschillende dreven vormen die uitgeven op zeven ronde priëlen. In elk van die priëlen werd een beeldhouwwerk van André Willequet geplaatst dat herinnert aan een vers uit het Salomons Hooglied. Ook bij het museum van Buuren ontwierp Pechère de 'Geheime tuin van het hart': binnen een hoge taxushaag en taxuszuilen aangeplant in hartvorm, liggen twaalf kleinere hartjes in buxus die samen een davidsster vormen, symbool van de joodse staat die door de Van Buurens actief werd gesteund.

Een van zijn laatste grote projecten was de Jardin des Simples bij het Erasmushuis in Anderlecht. Het gaat om een grotendeels ommuurde 'hortus conclusus', een besloten tuin geïnspireerd op de tuinen van het eind van de XVde eeuw zoals men die kan zien op de schilderijen van de Vlaamse Primitieven. Concreet liet Pechère zich inspireren door de tuin die is afgebeeld op de achtergrond van het schilderij De rechtspraak van Otto van Dirk Bouts uit de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel, maar ook door de beschrijving van de tuin van Eusebius uit de Convivium religiosum van Erasmus.

klassiek

Pechère zou men in zekere zin de laatste van de klassieke tuinarchitecten kunnen noemen die zijn inspiratie zocht en vond in de traditie. Vaux-le-Vicomte, het Alhambra en het Generalife in Granada, Ansouis in de Provence, Amber in India, Hiran Minar in Pakistan, Rijoan-ji in Japan... Dat waren zijn lievelingstuinen en dat waren ook de tuinen die hem inspireerden. "Historische tuinen bieden een grammatica van de tuinkunst", zo schreef hij ooit, "omdat ze aan regels gehoorzamen die in de loop der tijden ontstonden. Ze stemmen overeen met de studie van Grieks en Latijn, bedoeld om de jongeren te vormen en niet om Grieks of Latijn te schrijven. Net zoals men ook geen middeleeuwse tuinen ontwerpt. Ik denk dat de echte landschapsarchitect een specialist moet zijn in de geschiedenis, het urbanisme, de boom- en tuinbouw, de tekenkunst en het perspectief. Het moet een gecultiveerd iemand zijn, die Alain, Paul Valéry en andere klassieken heeft gelezen. Hij moet houden van klassieke muziek en moet veel reizen..."

Pechère speelde ook een belangrijke rol in de erkenning van de historische waarde van oude tuinen en van het beroep van tuinontwerpers. Hij was onder meer oprichter van het Comité Internationale des Jardins et Sites Historiques (Icomos/Ifla), een comité binnen de Internationale Federatie van Landschapsarchitecten dat zich concentreert op historische tuinen en dat in 1981 onder meer de belangrijke Verklaring van Firenze over de restauratie van historische tuinen opstelde. Hij lag ook mee aan de basis van de vzw Espaces Verts et Art des Jardins, een nogal elitaire vereniging van tuinliefhebbers met belangstelling voor vooral historische tuinen.

En er is natuurlijk zijn bibliotheek met historische tuinboeken die door kenners een van de belangrijkste van Europa wordt genoemd. Van in het begin van zijn professionele carrière verzamelde Pechère tuinboeken, waarbij hij zich vooral toelegde op de Franse klassieken uit de 17de en de 18de eeuw, zijn favoriete periode, maar ook veel historische werken uit de 19de en 20ste eeuw. Die bibliotheek werd in het begin van de jaren negentig met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ondergebracht in de stichting Bibliotheek René Pechère, opdat haar toekomst is verzekerd.

Ik zou Pechère postuum echter onrecht aandoen als ik hem alleen maar zou bestempelen als een man van het verleden, als iemand die heimwee had naar de 18de of de 19de eeuw, naar de tijd van de grote kasteeldomeinen, en die als tuinarchitect zijn klassiekers herkauwde. "Niets komt voor uit het niets en je toekomst steunt op hetgeen je in het verleden was en op hetgeen je nu bent", zo citeerde hij André Gide toen hij enkele jaren geleden tot buitengewoon lid van de Académie d'Architecture de France werd aangesteld.

Jonge mensen die vandaag tuinarchitectuur studeren of met tuinarchitectuur bezig zijn moeten hun geschiedenis kennen, zo betoogde hij bij die gelegenheid. "Vanaf het ogenblik dat deze jongeren de tuinen uit vroegere tijden hebben geassimileerd, kunnen zij op een meer verantwoorde manier nieuwe tuinen bedenken en creëren. Dan kunnen zij vergeten wat zij hebben aangeleerd, maar vooraleer te vergeten moet men het eerst hebben gekend (...) Deze voorbeelden kunnen niet alleen worden gebruikt om er lessen uit te trekken, maar eveneens om de verbeelding te stimuleren. Het is de taal, het domein van deze verbeelding die, eens aangepast aan de moderne tijd, een enthousiasme moet teweegbrengen voor de nieuwe tuinen, die op hun beurt onze hedendaagse samenleving, onze beschaving en onze wil tot vooruitgang moeten weerspiegelen."

De tentoonstelling in de Stichting voor Architetctuur in Brussel loopt tot en met 27 april. Ze is dagelijks geopend (behalve op maandag) van 12 tot 18 uur, op woensdag tot 21 uur. In de marge van deze tentoonstelling wordt morgen zondag 6 april een rondrit met gids langs een aantal tuinen van Pechère georganiseerd. Op 7 april is er een initiatie bloemschikken en op 10 en 24 april een initiatie tuinarchitectuur.

Tijdens de paasvakantie van 15 tot 18 april is er dagelijks van 14 tot 17 uur een stage voor kinderen van 5 tot 14 jaar over de herinnering van huis, muren en tuin onder de titel 'De muren luisteren'.

Info: Stichting voor Architectuur, Kluisstraat 55, 1050 Brussel, 02/642.24.74; fondation.architecture@skynet.be

Het boek Les Jardins de René Pechère werd uitgegeven door de Archives d'Architecture Moderne in Brussel (ISBN 2-87143-114-0).

Op de uitstekende internetsite van de Bibliotheek René Pechère (www.bvrp.net) kunnen niet alleen een aantal historische boeken worden geraadpleegd, maar ook een groot aantal tuinplans van René Pechère zelf.

'Tuinen moeten onze hedendaagse samenleving, onze beschaving en onze wil tot vooruitgang weerspiegelen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234