Dinsdag 07/02/2023

Tuinarchitect Ronald van der Hilst over zijn zwak voor grillige bloemen

Als de tulpen in de tuin de kop opsteken, zijn die van de bloemenwinkel vaak al verwelkt. Maar in het ‘House of Tulips’ van tuin- en landschapsarchitect Ronald van der Hilst in Antwerpen bloeien ze het hele jaar door. Op tegels en aquarellen, op juwelen en op jurken, op de muren en ja, zelfs in een vaas.

an der Hilst is druk bezig. Hij werkt aan het landschapsproject ‘Moon Light’ in Sri Lanka, aan een paviljoen in de Antwerpse kleuren voor de Chinese stad Chongqing en aan tulpenvazen in Venetië. De Nederlandse landschapsarchitect verzeilde achttien jaar geleden via een stage in Antwerpen en hij woont er nog steeds. Zijn huis ademt van onder tot boven tulpen. En dat is niet uit Hollands sentiment, want vroeger had hij helemaal niets met tulpen. Het begon, zoals wel vaker, met een toevalligheid. En het groeide uit tot een obsessie.

Dat vertelt hij nadat we twee houten trappen zijn opgeklommen, en op elke verdieping tulpen hebben gezien. Op de muur, in vazen, aan het plafond, op tegelpanelen die tegen de muur aanleunen. Op de hoogste verdieping is zijn zitkamer, bestudeerd rommelig en gezellig. Boven de ruwhouten tafel hangt zijn eerste tulpenvaas, een verzameling glazen flessen omwikkeld met ijzerdraad en gebundeld. In enkele ervan steekt een gele tulp. In de hoek staat de kristallen tulpenvaas die hij ontwikkelde met Val Saint-Lambert en die de stad Antwerpen cadeau deed aan koningin Beatrix toen ze op staatsbezoek was. “Bleek dat ze tulpenvazen verzamelde, wat wij van tevoren niet wisten, en dat ze heel erg opgezet was met het geschenk. We hadden meteen een aangenaam gespreksonderwerp”, zegt Van der Hilst.

LEVEND ANTIEK

Men noemt hem ‘meneer Tulp’, omdat alles wat hij doet - of toch het meest zichtbare -in het teken staat van tulpen. Een tentoonstelling, een boek, een vaas, een collectie tegels en… zijn eigen huis, ‘House of Tulips’. “Je denkt bij tulpen altijd aan Nederland, maar dan blijkt er in Antwerpen zo’n verborgen geschiedenis te bestaan: tulpen in de kunst en tulpentuinen. Dat de tuinkunst in Vlaanderen op zo’n hoog niveau stond, en dat Antwerpen voor heel Europa het grote voorbeeld was, het was voor mij echt een ontdekking. Rubens had meteen een echte tulpentuin. Rijke mensen verzamelden zeldzame hondjes of vogels, of exotische schelpen in een rariteitenkabinet. En in de tuin stonden ook de meest exclusieve tulpensoorten. Die pasten daarin omdat ze zo onbekend waren.”

De aanzet voor zijn tulpenliefde kwam in 1997 en 1998, toen de antiquairs open deur hielden en ze de tuinarchitect engageerden. “Ik wilde wel, maar tekeningen en foto’s van tuinen tonen, dat leek me wat zware kost. Ik zocht een thema om het wat ludieker te maken en de drempel te verlagen. Als Nederlander dacht ik spontaan aan die zeventiende-eeuwse stillevens met tulpen. Met schilderijen zou meteen de link naar de antiquairs gelegd zijn. Toen het verhaal van Antwerpen erbij kwam, begon het thema me helemaal te fascineren. Ik kreeg er echt een kick van. Door erover te spreken, belandde ik bij tulpenkwekers in Nederland die nog oude soorten in hun collectie hadden. Ik nam wat bloembolletjes mee die ik hier kon verkopen. Zo had ik eigenlijk levend antiek.” Om aan de mensen te tonen wat er later uit die bollen zou komen, schilderde hij aquarellen. “Zo heb ik opnieuw het schilderen ontdekt. Voor ik aan mijn opleiding als tuin- en landschapsarchitect begon, heb ik kunstacademie gedaan.”

TULPENDESIGN

Met het verhaal van de Antwerpse tulpentraditie trok Van der Hilst naar het stadsbestuur. Dat leidde in 2006 tot het evenement ‘De tulp in Antwerpen’. Twaalf musea en tuinen van stad en provincie haalden stukken met het thema tulp uit hun collectie, en ook het modeparcours Vitrine stond in het teken van de tulp. Toen was het niet langer een spielereitje met een wat grappige ondertoon. De tulp werd voor de landschapsarchitect een serieuze business.

Net in die periode was kristalmaker Val Saint-Lambert op zoek naar inventieve ontwerpers om het ingedommelde bedrijf nieuw leven in te blazen. “Ik trok ernaartoe met mijn schetsen voor tulpenvazen, en men koos ervoor om de ‘Bulbe’ uit te brengen.” Die bestaat uit drie kristallen vazen in de vorm van omgekeerde tulpenbollen. In de openingen opzij steek je de bloemen, en ook in het bovenste vaasje is er plaats voor één bloemstengel. Ronald van der Hilst: “Ik hou helemaal niet van bloemschikken en van gekunstelde boeketten. Dat is het handige van de tulpenvaas: je steekt gewoon de bloemen in de gaatjes en klaar. Je hoeft er niet over na te denken of ze wel goed staan.”

Volgende stap: Italië. Een artikel over zijn Antwerpse tulpentekeningen in de plaatselijke editie van Elle Decor charmeerde tegelfabrikant Bardelli. “Ik kende die wereld helemaal niet. Ik had er geen idee van of Bardelli bekend was, maar via een vriendin kwam ik te weten dat het echt top was. Ik heb toen een eerste reeks grote wandtegels gemaakt, de Tulipani. Intussen zijn er zes of zeven collecties. Het leuke is dat Bardelli een heel lange traditie heeft van samenwerking met externe ontwerpers: Gio Ponti, Piero Fornasetti, Marcel Wanders, Tord Boontje… Heel erg leuk als je naam in dat rijtje staat.”

Van het een kwam het ander, vorig jaar maakte hij voor Anne Zellien manchetknopen van email en zilver. “Je leert elke keer bij, hoewel ik me van het productieproces niet veel moet aantrekken. Ik teken gewoon (lacht), zij moeten de technische problemen maar oplossen. Tot nu toe is het altijd een weg opgegaan die ik niet kon voorspellen. Stoffen heb ik nog niet gedaan, tapijten ook niet, behangpapier, dat lijkt me ook wel leuk. Een parfum van tulpen is iets wat ik nog als droom koester. Nu staat een bezoek aan Venetiaanse glasblazers op de agenda, waar men enkele vazen maakt van mijn hand. Die zijn bestemd voor een project dat op 5 mei opent in de showroom van het Italiaanse designmerk Giorgetti. Voor hen ga ik ook een tuinmeubellijn ontwerpen.”

BLOEMEN MET VLAMMETJES

Op tafel staat een bloem in een borrelglaasje. Het stukje stengel heeft zich spontaan gevierendeeld en opgekruld. Van der Hilst: “De bloem was afgebroken en ik heb ze dan maar in een glaasje gelegd. Dat vind ik nu zo leuk aan die bloem, je weet nooit hoe ze zich gaat bewegen. Het gaat heel snel. Ik maakte vroeger wel eens foto’s van mijn tulpen in een vaas, en na een kwartier zag je al dat ze heel anders stonden.”

Er bestaan ongeveer vierduizend verschillende tulpensoorten, maar slechts 25 kweekt men massaal voor de snijbloementeelt. Dat zijn de tulpen die we kennen van de uitgestrekte bollenvelden in Nederland. Van der Hilst: “Die andere paar duizend soorten zie je bijna nooit, hoewel er hele mooie bij zijn. En wat weinig mensen weten, is dat er soorten bestaan die fantastisch geuren. Die vind je niet meer. De geur houdt men helemaal buiten het selectieproces.

Voor de snijbloementeelt worden ze geselecteerd om dezelfde lengte te ontwikkelen, op hetzelfde moment te bloeien,… Het blad mag niet boven de bloem uitkomen enzovoort. Tegenwoordig vind je ook het hele jaar door tulpen, wat ik jammer vind. Veel leuker als ze er enkel in het voorjaar zouden zijn. Buiten het seizoen vind ik ze een beetje zielig. Dan zien ze er echt uit als kasplantjes, met van die treurige blaadjes.”

Hij toont een foto van een vaas waar enkele weinig bekende tulpen in staan. Donkerpaarse, rood en geel gevlamde, heel dunne, spitse, een bijna zwarte. Zijn de gevlamde het bijzonderst? “In de echt oude soorten, zoals deze zwart-witte, is het een virus dat de kleuren doet breken. Daardoor is de tulp ook zo onvoorspelbaar. Voor hetzelfde geld was die bloem helemaal paars of helemaal wit. Die onvoorspelbaarheid lag ook een beetje aan de oorsprong van de tulpengekte. Het was een zeldzaamheid om zo’n mooi getekende bloem te vinden. Voor de export kun je natuurlijk geen tulpen hebben met een virus. De vlammetjes in hedendaagse tulpen zijn erin gekomen door selectie. En de tulp met franjes die je tegenwoordig wel eens ziet, kan men bekomen door de bollen met radioactieve straling te muteren.”

uiterlijk vertoon

Ondertussen doet hij ook nog grote tuinprojecten. “Die afwisseling vind ik wel leuk. Vorig jaar heb ik met de bloemkunstenaar Menno Kroon een grote tuin ontworpen in Nederland, ‘Falling Drop’. Het leuke is dat hij mooi in reliëf is aangelegd, en dat je het ontwerp nog ziet als de tulpen verwelkt zijn en de tuin met gras overgroeid is. Zelfs in de winter zag het er heel mooi uit, met de sneeuw erbovenop. En nu komen de tulpen weer op. Die grote projecten plezieren me. Landschappelijke tuinen. Het is belangrijk dat de opdrachtgever een echte passie heeft voor tuinen. Bij de ontwerpen in Brasschaat uit mijn beginperiode kon je zo zien dat die enkel waren gericht op uiterlijk vertoon. Dat vind ik niet fijn.”

onbevangen

Zijn manier om tuinen te ontwerpen, is door zijn tulpenprojecten veranderd. “Ik hield die twee werelden heel lang gescheiden, maar sinds een paar jaar komen ze een beetje samen. Wat me beviel aan de eerste tulpenvaas voor Val Saint-Lambert, was mijn enorme onbevangenheid. Zonder kennis teken je heel vrij, wat een enorme bevrijding was voor mezelf. Als je een tuin in opdracht tekent, denk je heel erg aan de limieten. Zet je een streep op papier, dan weet je al hoeveel het zal kosten. Sindsdien probeer ik eerst alles los te laten en me te concentreren op het pure tuinontwerp. In dat opzicht hebben beide bezigheden, tuinen en tulpen, elkaar versterkt”, aldus Ronald van der Hilst.

Eerst het gebouw, dan de tuin. Geldt die klassieke regel ook vandaag nog? “Voor de opdracht in Sri Lanka ben ik begonnen met het ontwerp van de tuin, de appartementen komen er pas achteraf bij. Toen ik de architect van de nieuwbouw ontmoette, kon ik hem meteen de tekening van de tuin voorleggen (lacht). Gelukkig kon hij daar mee leven. Gewoonlijk is er eerst het gebouw, en komt de tuin helemaal op het einde. Als er nog geld overschiet. Dat is vaak ook het frustrerende. Je komt helemaal aan het einde van de rit, en daar wordt dan op beknibbeld.”

En nu naar China? “Het arboretum van Kalmthout kreeg onlangs de vraag om in Chongqing deel te nemen aan een internationale tuintentoonstelling. Toen ik daar destijds tulpen heb aangeplant, ontwierp ik ook enkele maquettes voor paviljoenen. Die zijn echter nooit uitgevoerd, want te duur. Nu presenteert men ze in China. Zo komt alles in dit verhaal mooi samen: de eerste tulp werd beschreven in Azië, en volgend jaar is het precies 450 jaar geleden dat de eerste tulp in Antwerpen aankwam.” n

Geen tulpen uit Amsterdam

•Ongeveer duizend jaar geleden troffen Turkse volkeren de eerste tulpen aan in het Tian Shangebergte. Via de Zijderoute belandden ze in Constantinopel en de bloem werd het symbool van de Ottomaanse sultans. In het Ottomaanse schrift lijkt het woord lâle, of tulp, erg op Allah, en zo werd de tulp een heel hoog aangeschreven bloem die met de sultans wordt geassocieerd. De tulpenfeesten van de sultans zijn legendarisch.

•Een Antwerpse handelaar zou in 1562 tulpenbollen hebben aangetroffen tussen een lading stoffen uit Turkije. In de waan dat het uien waren, at hij er enkele op. De rest kwam in zijn tuin terecht. In de lente ontdekte hij de mooie bloemen. Een Mechelse koopman zou de bloem naar het Noord-Nederlandse Leiden hebben gebracht.

•Toen de krijgszuchtige Ottomanen aan de poorten van Wenen stonden, stuurde de Oostenrijkse keizer de Vlaming Ogier van Boesbeke als gezant om de relaties te verbeteren. In de tulband van een man zag hij een voor hem onbekende bloem. Een tulipan, zei zijn gids. In zijn dagboek schreef hij: “Ik heb een nieuwe bloem ontdekt, de tulipan”, hoewel dat woord op het hoofddeksel sloeg.

•Toen de bloem in 1562 in Antwerpen aankwam, was de naam nog steeds tulipan. Clusius, alweer een Vlaming, geeft in 1601 de bloem in zijn Rariorum plantarum historia de officiële Latijnse naam, tulipa.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234