Donderdag 17/10/2019

IS

Tsjetsjeense moeders: "Haal onze kinderen uit het kalifaat"

Tsjetsjenië is druk bezig vrouwen en kinderen van IS-strijders terug te halen uit Syrië en Irak. Een van hen is de Russische Iman met haar drie zoontjes. Op een binnenplaatsje in Grozny vertelt ze urenlang heel kalm over de bommenregens, de massagraven en de instorting van het kalifaat.

Het gebrom van een naderend vliegtuig. Een kind probeert nog wat te zeggen tegen zijn moeder. Dan klinkt de stem van een hijgende man op de lijn: "Ik loop door een veld recht op de peshmerga af, ik weet niet wat ze met me gaan doen. Schieten ze me neer, blazen ze me op?"

Ja, hem wel, denkt Hedda Saratova, terwijl ze met gesloten ogen naar de vluchtpoging van de Russische IS-strijder en zijn gezin luistert. Hun stemmen komen binnen op haar witte iPhone met gouden versieringen aan de Poetinlaan in Grozny, Tsjetsjenië. Het kind en zijn moeder, daar is de hoop van mensenrechtenbeschermer Saratova op gevestigd.

Open haar WhatsApp en je hoort het kalifaat regelrecht instorten. De afgelopen weken komen er honderden noodkreten binnen van IS-strijders en hun vrouwen. Ingesproken tijdens bombardementen en beschietingen, allemaal in het Russisch. Soms door kinderen zelf, als hun ouders niets meer kunnen zeggen.

Hedda Saratova, een lange vrouw met een losse groene hoofddoek, is lid van de mensenrechtenraad van Tsjetsjenië, de islamitische republiek in het zuiden van Rusland. In haar krappe kantoortje wemelt het van vrouwen met strakke hoofddoeken en foto's in de hand. De vrouwen met de zwarte hoofddoeken weten al zeker dat een van hun familieleden niet meer terugkomt - die staan voor rouw.

Op rondslingerende papieren vullen ze gegevens in over familieleden die wel kunnen terugkomen. Althans, dat hopen ze. De foto's stoppen ze erbij. Het gaat om kinderen, kleinkinderen, zussen die een paar jaar geleden op reis gingen. Vakantie naar Turkije, zeiden ze.

Een van de formulieren ligt verloren op de vensterbank. Naam familielid: Asja. Leeftijd: 24. Relatie tot familielid: zus. Laatste contact: 6 augustus 2017. Laatst bekende verblijfplaats: Raqqa, Syrië.

Ho, daar glijdt een portret van een heel gezin op de grond. Saratova is de tel kwijtgeraakt na de tweehonderdste naam, een paar dagen geleden. Het gaat ook zo snel. Een vrouw uit de naastgelegen republiek Ingoesjetië leverde zojuist dertien namen tegelijk in - al haar dertien kinderen gingen 'op vakantie'. Er zijn ook vrouwen uit Dagestan onderweg naar het kantoor van Saratova, in die republiek staan 318 vermiste kinderen geregistreerd.'

Saratova kan helpen, denken ze. De Tsjetsjeense mensenrechtenraad wil de vrouwen en kinderen van IS-strijders terughalen.

De Russische republieken Dagestan en Tsjetsjenië zijn hoofdleveranciers van IS-strijders. De Tsjetsjenen schopten het tot de hoogste rangen van het kalifaat. Ze staan bekend als de bloeddorstigste strijders ter wereld, onder meer vanwege hun eigen gewelddadige pogingen om een kalifaat te smeden in de Kaukasus. In Islamitische Staat levert dat respect op: tot het voorjaar van 2016, tot een voltreffer van de Amerikaanse luchtmacht, stond de hele militaire flank van IS onder bevel van Omar al-Shishani, oftewel: 'Omar de Tsjetsjeen'.

Schattingen van het aantal vertrokken jihadisten uit de Russische Kaukasus lopen uiteen van 2.000 tot 6.000. Dat zijn de mannen. Kleine kans dat die terugkeren. Wie nog vecht, is omsingeld. Wie vlucht, wacht vervolging. Irak veroordeelde deze week een Russische IS-strijder die door zijn ammunitie heen geraakt was, tot dood door ophanging.

Nooit meegeteld in de schattingen zijn de vrouwen en kinderen. Vrouwen horen volgens de tradities van de Russische Kaukasus hun man te volgen. En kinderen, ja, wat weten die nou van een heilige strijd uit naam van de islam?

Niemand sprak in het openbaar over de duizenden onbeslapen bedden. Het ging weleens over aantallen, maar nooit over mensen. Niet over het verdwenen teamgenootje van de worstelclub, de verkoopster van de prachtige Tsjetsjeense jurken, de schoonmaakster van de nieuwe wolkenkrabbers.

Maar sinds 2 augustus is er iets veranderd. Op de luchthaven van Grozny landde een privévliegtuig van Ramzan Kadyrov, de president van Tsjetsjenië. Aan boord zat een Russisch jongetje, Bilal. Diezelfde avond verscheen Bilal op het Instagram-account van Kadyrov. "Hij is uit het vliegtuig getild door mijn vertegenwoordiger in het Midden-Oosten, broeder Zijad Sabsabi, die namens mij Tsjetsjeense en Russische kinderen zoekt", schreef Kadyrov erbij.

De tweede vlucht kwam aan op 25 augustus: vijf Russische kinderen uit Syrië en Irak. Geen ouders - die sneuvelden tijdens de vakantie. De derde vlucht arriveerde op 2 september. Nog eens acht kinderen, en dit keer ook vier moeders. "Het werk om onze landgenoten te redden zal doorgaan", schreef de Tsjetsjeense president.

Dat was het moment waarop mensen begonnen te praten over namen. Er mag kennelijk over de vrouwen en kinderen van IS-strijders gesproken worden - de president noemt ze zelfs 'landgenoten' die gered moeten worden.

Iman wist wel dat het oorlog was in Syrië toen ze haar man achterna liep naar een vreemde auto op de luchthaven van Istanbul. Op internet had ze een filmpje gezien van twee Syrische kinderen die een stuk brood moesten delen. Zo zag oorlog in haar eigen Tsjetsjenië er ook uit in 1999. Die overleefde ze, als meisje van 7. Nu was ze 22, zwanger van haar tweede kind en stapte ze de auto in, op weg naar de Syrische grens - al had haar man dat toen nog niet verklapt.

Dat was in 2014. Nu, drie jaar later, is Iman al een halfuur te laat op de afgesproken plek: een parkeerplaats naast een afgelegen ziekenhuisje, in de schaduw van de dreigende bergtoppen van de Kaukasus. Mannen met puntige baarden rijden langs, werpen schuwe blikken op de journalist en de fotograaf op de parkeerplaats.

Boven de ingang van het ziekenhuisje hangen twee portretten die je overal in Tsjetsjenië ziet: een van de Russische president Vladimir Poetin en een van de Tsjetsjeense president, Ramzan Kadyrov. Sinds de oorlogen in de jaren negentig is Tsjetsjenië in de ijzeren greep van Kadyrovs veiligheidsdiensten. Zij krijgen van Poetin geld en vrijheid: alle middelen zijn geoorloofd om een nieuwe oorlog te voorkomen. De 'Kadyrovtsy' houden alles in de gaten wat er in de republiek gebeurt.

De avond valt al, waar blijft Iman? Dan komen er telefonisch instructies binnen van een familielid van Iman: volg de grijze Mercedes die komt aanrijden.

Er rust wereldwijd een taboe op wat Iman gaat vertellen. Zeker in Tsjetsjenië, waar niets zwaarder telt dan de eer van de familie. Een vrouw die getrouwd is geweest met een aanhanger van 's werelds moorddadigste terroristische organisatie - dat is een schande die de familie niet te boven komt.

De grijze Mercedes slaat een onverhard weggetje in. Een poort zwaait open, een binnenplaatsje op. Iman, glimlachend, draagt een zeeblauwe hoofddoek - de zwarte niqab die ze in de zomer van 2014 in haar handen gedrukt kreeg van een vreemdeling met een machinegeweer is eindelijk af.

In haar armen heeft ze Suleiman, een nieuwsgierig ventje van 1,5, geboren in het kalifaat. En daar hollen haar andere twee jongens naar buiten. De oudste, Ajoeb van 4, wijst naar de lucht. "Boem", zegt hij. Ze zijn nog maar een week terug.

Iman en haar jongens zaten op de derde vlucht. Die vertrok vanuit Erbil, de hoofdstad van Irakees Koerdistan. Hoe haal je zo'n vlucht als je in een omsingeld kalifaat woont?

Drie uur lang vertelt Iman op de binnenplaats. Haar moeder brengt thee en Kaukasische deegpakketjes met vlees erin. Dat heeft Iman gemist. Niet alleen haar moeder, maar ook het drinken en eten.

Ze was het liefst meteen naar huis teruggekomen. Het eerste dat ze van Syrië zag, nadat haar in Turkije opgedragen was om door een maïsveld de grens over te rennen, was de man met het geweer en de niqab. Een paar dagen later schuilde ze in een vreemd huis voor bommen. Na de vierde bom beloofde haar man dat alles rustig zou worden. "Hij zei dat een vliegtuig maar vier bommen kan werpen." Een bommenregen later vroeg een IS-strijder of Iman even kon helpen om wat dode vrouwen een massagraf in te slepen. Imans zwangere buik zat toch niet in de weg voor dit karweitje?

Het eerste jaar in de Iraakse stad Tal Afar, waar ze drie jaar zou wonen, ging nog wel. Naar omstandigheden dan. Ze kon haar man verschillende producten laten kopen op de markt - als vrouw mocht ze de straat niet op. Er was een ziekenhuis waar ze met haar zieke zoontje naartoe mocht - al bleken alle artsen gevlucht te zijn. En ze raakte bevriend met Joelia - ook een Russin.

Maar de frontlijn kwam steeds dichterbij. Je voelde hem komen aan het aanbod op de markt: aan het eind waren er alleen nog bonen en rijst. Het gebrom van de vliegtuigen klonk steeds vaker. "In het laatste jaar bombardeerden ze alles. Ik rende niet eens meer. Ik bleef gewoon zitten."

Iman blijft maar rustig vertellen, vriendelijk bijna. De ravage van de laatste maanden gaf haar vrijheid, zegt ze. "Het kalifaat was ingestort. De mannen waren alleen met hun eigen familie bezig. Mij hielden ze niet meer in de gaten." Haar eigen man hield haar ook niet meer tegen. Die was al dood. Een scherpschutter, volgens sommigen. Een vliegtuigbom, volgens anderen.

Haar telefoon kon ze nu vrijer gebruiken. Ze schreef haar schoonmoeder in Tsjetsjenië, die contact opnam met de Russische autoriteiten. Er kwamen instructies. Ze vluchtte met haar drie jongens en met Joelia, de andere Russin.

Weer op die rustige toon: "Er was een mijnenveld. We moesten erdoor. We mochten geen stap naar links of rechts zetten. We volgden de voetstappen. Vanachter ons, door IS, werd op de mijnen geschoten. Een van de mijnen ontplofte vlak bij ons. Ze wilden ons bang maken. Maar ze schoten ons niet dood."

Ze voelde zich veilig toen ze het checkpoint haalde van Iraaks Koerdistan. De peshmerga zetten haar en de jongens in de gevangenis, tussen prostituees en criminelen, vijftien dagen lang. "Is het goed dat we niet over de omstandigheden daar praten", vraagt ze. "Ik moet Koerdistan dankbaar zijn." Dat droeg haar over aan Kadyrovs vertegenwoordiger.

Om te begrijpen wat de Dagestaanse en Tsjetsjeense mannen zochten in Syrië en Irak is het belangrijk te weten dat het leven thuis niet gemakkelijk is. Rij door de woeste bergen van Dagestan, de republiek die de meeste Russische IS-strijders voortbracht, en je ziet ook hier tekenen van een duistere strijd. Gemaskerde antiterreureenheden met machinegeweren langs de wegen. Dorpen die omringd zijn door checkpoints.

Maak je in het vredige bergdorpje Gotsatl een praatje met Magomed, een zachtaardige zilversmid, blijkt zijn zoon vorig jaar doodgeschoten te zijn door de geheime dienst.

Een 'speciale operatie' wordt dat hier genoemd. De doelwitten zijn meestal aanhangers van het salafisme, een fundamentalistische tak van de soennistische islam. In de afgelopen tien jaar poogden ze in deze bergen een eigen kalifaatje op te richten. Ze pleegden er honderden aanslagen voor, zoals terroristen dat doen. Dus moeten ze uitgeschakeld worden, stellen de Russische autoriteiten.

Met arrestaties, geweld of door ze een reisje aan te bieden naar een ander kalifaat. De Russische geheime dienst hielp militanten met valse paspoorten naar Syrië, zo bleek vorig jaar uit onderzoek van persbureau Reuters. Rusland wilde geen terroristen in de buurt van de Olympische Winterspelen 2014, in het nabijgelegen Sotsji.

De maatregelen hadden succes. Vielen er in 2011 nog 413 doden door geweld tussen ordetroepen en militanten in Dagestan, in 2016 was het dodenaantal teruggelopen naar 140.

Waarom wil Kadyrov de vrouwen en kinderen van de vertrokken strijders terughalen? "Vooral voor zelfpromotie", zegt Jekaterina Sokirjanskaja, onderzoeker van de Noord-Kaukasus. Kadyrov zet zichzelf neer als de zorgzame vader van de regio en beschikt over waardevolle contacten in het Midden-Oosten, de koning van Jordanië bijvoorbeeld, die weer goede korte lijntjes heeft met Irak.

Maar krijg ze maar eens terug. "Kadyrov is de enige man die me kan helpen, dacht ik", zegt Noerjana Ibrahimova in haar keuken op de achtste verdieping van een chic appartement in Machatsjkala, de hoofdstad van Dagestan. Haar dochter Asja van 1 kan net lopen en doet dat met vallen en opstaan. Ibrahimova wilde graag een kind omdat ze niet meer tegen de leegte kon - "ik werd gek zonder kind meer om me heen". Ze doelt op de verdwijning van haar zoon Chadis, nu 9. Hij zit al drie jaar bij IS.

Weken achtereen belde en mailde ze mensen van Kadyrov. Uiteindelijk kreeg ze diens vertegenwoordiger in het Midden-Oosten aan de lijn, maar hij kon niets voor haar betekenen.

Ibrahimova was aanvankelijk bij Chadis in Syrië. Haar man achterna, die binnen enkele dagen al met een machinegeweer rondliep in naam van de jihad. Ze wilde samen met haar zoon terug. "Bij onze derde vluchtpoging heb ik mijn man in zijn slaap op z'n hoofd geslagen", en ze pakt een deegroller uit een la. "Ik zocht een voorwerp waarmee ik hem bewusteloos zou slaan, niet dood." Maar een Dagestaan krijg je niet zomaar bewusteloos. Haar man, oud-worstelaar, werd ziedend wakker en liet Ibrahimova terugbrengen naar Rusland. Zonder Chadis. "Dan blijf ik", zei ze, maar haar man duwde haar een auto in.

Nu krijgt ze via via sporadisch een foto van haar zoon. Chadis zittend voor twee lange geweerlopen. Chadis in militair uniform, met andere jongetjes voor een IS-vlag. Zijn vader zou trots zijn geweest. Maar die is dood. Een bom - Ibrahimova weet niet of het de Amerikanen waren of haar eigen landgenoten, de Russen.

Het kan haar ook niet schelen. "Drie jaar zoek ik non-stop naar manieren om mijn zoon terug te krijgen." Maar de terroristen willen hem niet laten gaan. Een paar dagen geleden hoorde ze dat Chadis nu bij Al-Nusra zou zitten, een andere terroristische organisatie, ergens bij de Syrisch-Iraakse grens. Maar waar precies?

Dat is het probleem van de vrouwen in het kantoortje van Hedda Saratova in Grozny. Ze weten niet waar hun familieleden zijn.

Is je familielid in Koerdisch gebied, dan is er hoop volgens de vrouwen. De omstandigheden onder het Iraakse leger staan slechter aangeschreven. Nog in Raqqa, het laatste IS-bolwerk? Een ramp.

Deze week kwam er een nieuwe aanwijzing. Ongeveer 1.400 buitenlandse vrouwen en kinderen zitten in een Iraaks kamp ten zuiden van Mosul, ontdekten journalisten. En, ja, er zitten Russen tussen. Alleen: niemand mag erin.

Sommige vrouwen stappen zelf het vliegtuig in, als ze van de Russische autoriteiten te horen krijgen dat dit zin heeft. Het leverde Dzhamja, de grootmoeder van de vrolijke meisjes Chadizhe (7) en Sevil (6), haar kleinkinderen op.

De vader was bereid zijn dochters te overhandigen op de grens met Turkije, maar niet aan onbekenden. Dus kwam de grootmoeder zelf naar de grens.

Zelf wilde de vader niet mee, hij ging terug de oorlog in. Maar zijn aankondiging in een sms'je, drie jaar geleden, aan de grootmoeder van zijn kinderen, zijn schoonmoeder, is geen werkelijkheid geworden.

'We gaan naar de hemel', stond erin.

Chadizhe en Sevil zijn terug op aarde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234