Zondag 17/01/2021

Trouw aan een lap stof

Met het nieuwe schooljaar laait in Vlaamse en Brusselse scholen de discussie over de hoofddoeken ongetwijfeld weer op. Diezelfde lap stof ligt in Turkije aan de basis van een van de grootste problemen van de afgelopen twintig jaar. Hoofddoeken zijn verboden in universiteiten en openbare instellingen, maar de meisjes dragen ze er niet minder om. Een heksenjacht, massabetogingen en een premier die zijn vrouw met hoofddoek thuis moet laten, zijn de gevolgen. De situatie zit muurvast.

Ayfer Erkul / Foto's Tim Dirven

Het geroezemoes in de tochtige zaal verstomt als een gedrongen vrouw opstaat. Tik tegen de micro, slokje water, geritsel met papieren. Dertig paar ogen onder hoofddoeken vandaan volgen alles. Plastic stoeltjes. Sibel Eraslan kucht en trekt haar zwarte hoofddoek recht. Zware wenkbrauwen boven harde ogen en een humorloze glimlach: het cliché van de militante feministe. Maar dit is er een met hoofddoek en lang zwart gewaad. "De vraag of Turkije een islamitische vrouwenbeweging heeft, is moeilijk te beantwoorden", declameert ze luid. Haar publiek - verschillende generaties vrouwen met hoofddoek - luistert vol ontzag. "Wat is ze toch goed, hè", glundert een jonge vrouw naast mij. Onmiddellijk klinkt een luid 'ssssst'. De kleine zaal ligt in een antieke madrassa (koranschool, red.) in Istanbul. Af en toe duiken verdwaalde toeristen op, stadsplattegrond in de hand. Ze werpen een steelse blik in de ruimte vol hoofddoeken, en reppen zich snel weer naar de uitgang. Eraslan predikt onverstoorbaar. Over de werkende vrouw, haar rol in de politiek en haar beeld in de media. De islamitische vrouw, uiteraard. Met hoofddoek. "Waarom dragen wij een hoofddoek?" galmt het door de koude ruimte. "Omdat Allah dat wil? Dat zeiden vrouwen tien, vijftien jaar geleden. Nu hoor je: omdat ik dat wil, omdat ik mij daar goed bij voel. Dat is een hele evolutie. Een goeie evolutie."

Sibel Eraslan is een ster in het radicale kamp van de hoofddoekendraagsters. Haar columns in de extreem-islamitische krant Akit worden verslonden door duizenden vrouwen én mannen, die haar lef bewonderen. Eraslan mixte extreem feminisme en religie en bereikte daarmee in de jaren negentig als een van de eerste islamitische vrouwen de top. Haar campagnes voor Refah, de fundamentalistische partij van Necmettin Erbakan, lokten duizenden vrouwen naar de partij. De eerste stenen voor een islamitische vrouwenbeweging waren gelegd.

Maar eigenlijk vond de islamitische feministe de partij veel te soft. Eraslan pleitte openlijk voor een sharia. 'Gewone' feministen joeg ze in de gordijnen door haar uitspraak dat de islamitische vrouwenbeweging enkel kon bestaan bij gratie van "Allah, onze echtgenoten en onze vaders". Haar speeches zijn nog altijd doorspekt met heimwee naar het islamitische Ottomaanse Rijk.

Die fascinatie heeft ze niet van haar ouders geërfd. Vader was militair, moeder een verbeten aanhanger van het links-nationalisme. Voor godsdienst was er geen plaats. Pas in haar universiteitsjaren ontdekte ze het geloof en deed ze een hoofddoek om. Ze studeerde rechten, maar een carrière als advocate kon ze vergeten: islamitische kleding is verboden aan de balie. De strijd tegen het hoofddoekverbod werd de rode draad in haar acties. "Onze weg is niet gemakkelijk", dramt ze haar toespraak in de oude madrassa verder. "Maar we zullen niet opgeven." Haar publiek knikt enthousiast. Het meisje naast mij trekt haar sjaal wat vaster om haar hoofd. Onder hun hoofddoek zijn deze islamitische vrouwen geen zielige stumpers. Ze werken als dokter of jurist, schrijven artikels of lobbyen in verenigingen. Zo fundamentalistisch als Sibel Eraslan zijn ze niet allemaal, maar wel even vastberaden als het om hun hoofddoek gaat. Zoals de 20-jarige Güler Küçük. Het meisje heeft pas sinds enkele dagen een bedekt hoofd. Ze frunnikt af en toe onhandig aan de hoeken van haar gloednieuwe sjaal. Een paarse, die ze draagt met een jeans en een paarsroze lange tuniek. Ze wilde de hoofddoek omdat ze haar leven zinloos vond. "Pas nu weet ik wie ik ben", zegt ze. "Voordien werd ik verscheurd door twijfels."

Toen ze haar baas, een tandarts, vertelde dat ze voortaan met hoofddoek tanden zou vullen, schrok de man zich een ongeluk. "Urenlang heeft hij daarna op mij ingepraat en mij proberen te overtuigen om het niet te doen". Ze rolt met haar ogen. "Alsof ik mij tot een sekte had bekeerd."

Güler liet zich niet ompraten. De volgende dag stond ze op straat. Ze haalt haar schouders op. "Ik moet nu weer snel werk zoeken. Een tandarts die wél een assistente met hoofddoek kan verdragen."

Vrouwen als Güler Küçük zijn er met hopen. Veelbelovende studie, goeie job in het vooruitzicht, en plots niks meer. Als pa rijk is, kunnen ze in het buitenland studeren. Anders zijn ze veroordeeld tot de huiskamer, hun frustatie verbijtend en wachtend op verandering. Sommigen wachten al jaren: het verbod op het dragen van hoofddoeken in openbare gebouwen als rechtbanken is al meer dan twintig jaar oud. De maatregel kwam van - hoe kan het ook anders - het Turkse leger. Het seculiere Turkije van Atatürk moest beschermd worden tegen extremistische moslims. Niet alleen links vormde begin jaren tachtig een gevaar voor de Turkse staat, ook het moslim-extremisme lag op de loer.

Het leger maakte af wat Atatürk in de jaren twintig begonnen was. Ook hij probeerde, na de oprichting van de republiek, de islamdreiging de kop in te drukken. De nieuwe Turkse leider maande zijn volk aan 'hedendaagse kleding' te dragen. Geen islamitische fez meer voor mannen, maar een hoed. Vrouwen kregen de raad hun sluier op te bergen. Ambtenaren moesten zich kleden "naar voorbeeld van beschaafde landen".

Schoorvoetend trokken de mannen en vrouwen van het nieuwe Turkije naar de winkels. In de spiegels werden preutse blikken geworpen op de knielange rokken. Atatürks kledingrevolutie slaagde niet overal even goed: in grote steden pasten vrouwen zich geleidelijk aan, maar in conservatieve milieus bleef de hoofddoek stand houden. Gaf Atatürk 'aanbevelingen', dan ging het leger na de staatsgreep van 1980 nog een stap verder. De militairen hielden grootschalige 'zuiveringsacties' om het oprukkende fundamentalisme te stoppen. In 1981 kwam er een wet die het vrouwen in overheidsdienst verbood het hoofd te bedekken tijdens het werk. Universiteiten moesten studentes met hoofddoek weigeren. Niet iedereen hield zich even strikt aan het verbod. In auditoria verschenen na een tijd weer meisjes met hoofddoek. De receptioniste in het gemeentehuis op het platteland mocht met bedekt hoofd de telefoon beantwoorden. In een afgelegen ziekenhuis prikte een verpleegster met hoofddoek in de armen van zieken. Iedereen leek maar wat aan te modderen. In de jaren die volgden bleef de precieze strekking van het hoofddoekverbod vaag.

Tot 1997, toen de generaals met de vuist op tafel sloegen. Het moest nu maar eens voorgoed afgelopen zijn met al die uitzonderingen en 'speciale gevallen'. Voor hen was een hoofddoek een uiting van fundamentalisme. Punt. Alle scholen en staatsinstellingen kregen een waarschuwing van de Nationale Veiligheidsraad. Het fundamentalisme is de grootste bedreiging voor het land, schreef die in een intimiderend ultimatum. De boodschap kwam over. In heel Turkije begon er een heksenjacht op hoofddoeken.

Het leger hield woord. Een pasfoto met hoofddoek voor je rijbewijs? Onmogelijk. Een prof die te veel commentaar had op het hoofddoekverbod? Enkele gespierde agenten van de oproerpolitie klaarden die klus wel eventjes. Advocaten die slachtoffers van het verbod verdedigden, werden aangeklaagd wegens destabilisatie van het land en belandden zelf in de cel. Een 72-jarige gesluierde vrouw die aan kanker leed, werd geweigerd in een ziekenhuis. De vrouw overleed kort daarop. De arts die haar buiten had laten staan, noemde zich achteraf in de media "een overtuigde secularist".

Nergens was de sfeer zo gespannen als aan de Universiteit van Istanbul (UI). Rector Kemal Alemdaroglu werd witheet van woede als meisjes met hoofddoek over zijn campus liepen. Massabetogingen tegen het verbod ontaardden in chaos. De oproerpolitie wreef tevreden over de knuppel. "Het waren rake klappen", herinnert Yüce Yilmazoglu zich met een pijnlijke grimas. "Ik deed twee of drie hoofddoeken over elkaar om. Zo had ik toch een beetje minder pijn." Twee keer werd ze door de terreurcel van de politie meegenomen voor een nachtje cel. "Ze zeiden dat we islamterroristen waren." De kleine vrouw lacht meesmuilend en werpt een blik op haar tengere lijf. "Kom nou."

Yüce Yilmazoglu zat in haar tweede licentie rechten aan de Universiteit van Istanbul toen hoofddoeken plots in het hele land werden verboden. Nog een jaar en ze zou afstuderen. Ze probeerde het toch stiekem, met een pruik. "Als je die op je hoofddoek zet, zie je de stof niet, maar heb je toch een bedekt hoofd. Dat lukte een paar keer. Of een muts. Daaronder kon je je hoofddoek ook kwijt. Maar het beste trukje was om zo vroeg mogelijk de campus binnen te geraken, in de koffer van een auto verstopt. Eenmaal in de cursus zeiden de meeste proffen niets over de hoofddoek."

Maar het spiedend oog van rector Alemdaroglu was overal. "Ik liep hem eens tegen het lijf in de gang toen ik mijn hoofddoek weer eens de universiteit had binnengesmokkeld. Hij kleurde paars en begon woest te schreeuwen: 'Zie dat daar nu staan, met die Arabische vodden!'" Yüce lacht als ze aan de scène met de rector terugdenkt. "Net op dat moment weerklonk in de verte het zangerige gebed van de muezzin vanuit de minaret."

Vandaag gaat meer dan de helft van vrouwenhoofden in Turkije schuil onder een hoofddoek of ander sjaaltje. Vaak meer uit gewoonte of traditie dan uit geloof. Vijftien procent van de vrouwen draagt een echte 'islamitische' hoofddoek, die hoofd en hals bedekt. Vaak zelfverzekerde vrouwen met een uitgesproken mening, maar niet altijd. "Vergis u niet", zegt Pinar Kara op het Beyazit-plein, aan de Universiteit van Istanbul. "Er zijn veel meisjes die verplicht worden om de hoofddoek om te doen." Pinar studeert communicatie en ze draagt geen hoofddoek. Maar haar vriendin Asli moet dat wel, van haar vader. "Toen Asli veertien was, nam haar moeder haar apart. Ze zei dat ze voortaan haar hoofd zou moeten bedekken. Asli werd hysterisch, maar na een paar klappen van haar vader boog ze het hoofd." Pinar moest haar vriendin de volgende jaren opvangen. "Huilend zat ze dan bij mij en rukte haar hoofddoek af." Asli kon nergens naartoe en zit nu thuis, zegt Pinar. "Ze mocht verder studeren, dat wel. Tot bleek dat ze dan haar hoofddoek zou moeten afdoen. Geen denken aan, zei haar vader. Nu zit ze urenlang voor het raam of kijkt ze soaps op televisie. Onlangs hoorde ze haar vader iets mompelen over "een huwelijk" en een "goede jongen"."

De hoofddoeken kregen een eigen modelijn, trends volgden elkaar op. Dit jaar was je niet in als je er geen had met ingebouwde zweetband, afgezet met glinsterende steentjes. Jonge meisjes dragen fier felgekleurde sjaals; hun ogen krijgen een extra laagje kohl. Zelfverzekerd stappen ze door de stad, gsm in de ene, aktentas in de andere hand. En toch blijven veel Turken denken dat een vrouw met hoofddoek onderdrukt en onderdanig is. Zielige figuren als Asli, die zwijgend in een hoekje van de kamer zitten. "Dat beeld blijft leven omdat ze dat zelf willen", zegt Yüce Yilmazoglu, de jonge vrouw die haar rechtenstudie moest opgeven voor haar hoofddoek. "Het is gemakkelijk om te denken dat we geen eigen mening hebben. Zo kunnen ze ons opzijschuiven zonder naar ons te luisteren."

"Ze moesten er soep van koken", vindt taxichauffeur Ibrahim, die ons van de ene afspraak naar de andere rijdt. Als hij hoort dat ik net een interview over hoofddoeken heb gedaan, is hij niet meer te houden. "Als ik een van hen zie zwaaien, rijd ik met opzet heel hard door", zegt hij. Op medelijden kunnen ze niet rekenen bij Ibrahim, bij hem is het regelrechte afkeer. Want, zegt hij, dat doekje is een laagje vernis op een een massa hypocrisie. "Ze lijken zo fatsoenlijk, maar dat zijn ze niet. Een vriend van mij heeft een maîtresse die een tsjador draagt. Al jaren gerotzooi, maar voor de buitenwereld - en haar eigen echtgenoot - speelt ze de deugdzame, diepgelovige vrouw met kinderen."

De taxichauffeur is nu rood aangelopen. Zijn dikke snor trilt. "Die vrouwen moet je in een grote ketel gooien en al roerend koken", snuift hij. "Nu ook met de AKP. O ja, iedereen is vol lof over hun openheid, hun tolerantie, hun... (walgend) 'islam-democratie'. O ja, ze zijn modern. Maar de vrouw van de premier verschijnt wél met een doek op haar hoofd in het openbaar. Modern Turkije noemen ze dat. Een mooie indruk maken we in het buitenland, dat zeg ik je."

Terwijl hij zijn taxi behendig rond het Taksimplein stuurt, wijst de vijftiger naar het standbeeld van Atatürk dat uitkijkt over het hele plein. "Dit is niet het Turkije dat Atatürk wilde", briest hij. "Vrouwen in tsjadors, mannen met baarden: onze grote leider draait zich nu om in zijn graf." Emine Erdogan, de vrouw van premier Tayyip Erdogan, is beslist niet wat Atatürk in de jaren twintig voor ogen had met zijn modern, westers Turkije. Net zo min als Hayrinüsa Gül, de vrouw van de minister van Buitenlandse Zaken. Beiden weigeren ooit een stap buitenhuis te zetten zonder hoofddoek. Vervelend voor een islamitische premier die al op een slap koord danst: aan de ene kant zijn islamitische achterban die hij te vriend wil houden, aan de andere kant de secularisten die hem nauwgezet in de gaten houden. Een stap te veel richting islam en hij kan inpakken. In 2003 was het bijna zo ver, bij de viering van de tachtigjarige republiek, op 29 oktober. Toen Emine Erdogan 's ochtends de uitnodiging voor de officiële receptie zag, trok ze bleek weg onder haar hoofddoek. Er stond enkel 'aan de heer Recep Tayyip Erdogan'. Geen 'en partner'. Dat was ook zo bij verschillende andere AKP-parlementsleden die een vrouw met hoofddoek hadden. Even was er twijfel: had president Ahmet Necdet Sezer, die het feest organiseerde, misschien helemaal geen partners uitgenodigd? Of was er een foutje gebeurd op de drukkerij? Neen, zei de president, dat was bewust. Sezer, een uitgesproken secularist, wilde geen vrouwen met hoofddoeken in het parlement, waar het feest gehouden werd. Bovendien, zei hij, was dat wettelijk verboden. 'De onbeleefdheid!' riep de AKP-parlementsvoorzitter, wiens vrouw ook niet welkom was. Ik kom niet, zei een andere politicus. Slechts tien van de meer dan driehonderd AKP-parlementsleden vertoonden zich op de receptie. Een crisis werd afgewend toen premier Erdogan toch opdaagde. Hij heeft zich sindsdien niet meer uitgesproken over hoofddoeken. Vrouwen en sympathisanten die hoopten dat zijn islamitische regering iets zou veranderen, blijven ontgoocheld achter. De AKP heeft niet durven raken aan het verbod. "Iedereen had dat verwacht", zegt Mustafa Ercan, de voorzitter van Mazlum-Der, een vereniging die opkomt voor de rechten van vrouwen met een hoofddoek. "We zijn nu wel teleurgesteld." Het pro-hoofddoekkamp heeft al zijn hoop op Europa gezet. Een EU- lidmaatschap zou meer vrijheden kunnen brengen, ook op het gebied van hoofddoeken. Hoewel, er is al een domper op de vreugde geweest. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens besliste eind juni dat het Turkse hoofddoekverbod niet in strijd is met de godsdienstvrijheid. De zaak was aangespannen door Leyla Sahin, die haar studie geneeskunde moest afbreken omdat ze een hoofddoek droeg. Na haar dienden nog andere studentes klachten in bij het Hof, maar echte hoop is er niet meer. In Turkse anti-hoofddoekkringen werd de beslissing van het Hof onthaald op groot gejuich.

Net zoals er fervente verdedigers zijn van de hoofddoek, zijn er militante anti's. Dat ondervinden we bijna aan den lijve bij Gülseven Güven Yaser, de voorzitter van Cagdas Egitim Vakfi, de Stichting voor Hedendaags Onderwijs. De vrouw is een van de bezielers van de anti- beweging. Haar stichting wil het onderwijs verlossen van alle islamitische invloeden. De AKP heeft er goed aan gedaan het verbod niet aan te roeren, zegt ze. "Het hele land zou op stelten hebben gestaan. Niet alleen het leger, maar ook mensen als wij. Modern, vooruitstrevend en tegen extremisten die vrouwen onderdrukken." De blonde vrouw veegt een denkbeeldig stofje van haar donkerblauw mantelpakje en buigt zich vertrouwelijk naar ons. "Als er niet snel iets aan gedaan wordt, word ik straks ook verplicht een hoofddoek te dragen", fluistert ze tussen samengeknepen, rozegestifte lippen. "Stel je voor!" Ze weet waarover ze praat, zegt ze. Ze heeft alles zien veranderen "Ik was vroeger docent communicatie op de Universiteit van Istanbul", zegt Yaser. "In 1986 had ik geen enkele student met hoofddoek in mijn klas. In 1992 was er één. En daarna was de stroom niet te stoppen."

Die meisjes en vrouwen met hoofddoek, die zijn helemaal niet zo onafhankelijk, zegt Yaser. "Arme zielen, dat zijn het." Maar de meeste vrouwen dragen toch niet een hoofddoek uit onderdrukking, opperen we. Wat met de meisjes die aanwezig waren op de toespraak van Sibel Eraslan? Zij waren hoogopgeleid en droegen hun hoofddoek heel bewust. En ze luisterden naar een speech van een notoire islamfeministe. "Feministisch? Ha! Dat denken zij. Maar ze beseffen niet dat ze worden gebruikt door extremistische groeperingen voor wie de hoofddoek een politiek symbool is. Wie haar draagt, toont zich solidair met hen. En dat betekent dat ze zich scharen aan de kant van diegenen die de Turkse democratie willen afschaffen en de sharia willen opleggen. En dat symbool verspreidt zich razendsnel."

De vrouwen in de oude madrassa waren niet bepaald solidair met extremistische groeperingen als de Hizbullah in Turkije. Maar dat ze door hen worden gerecupereerd, hebben ze niet in de hand. Vergelijk het met het Vlaams Blok, dat het onveiligheidsgevoel recupereert. Niet iedereen die zich onveilig voelt, stemt voor het Blok. Toch gebruikt de racistische partij hun angst om stemmen te winnen. Of de Arabisch-Europese Liga van Abu Jahjah, nog zoiets. De partij profiteert van de hoofddoekproblemen in België om zich te profileren als een partij die strijdt voor de fundamentele waarden als 'godsdienstvrijheid'. Dat er meisjes met hoofddoek zijn - en wellicht heel veel - die niets van de AEL moeten weten, of Abu Jahjah niet eens kennen, is niet belangrijk. Islamitische kleding is ook hier een te smakelijk probleem geworden om zomaar te laten liggen. De afgelopen jaren sloop de hoofddoek Europa binnen. En met haar de angst. Wat verbergen die vrouwen onder die grote sjaal? Zijn die meisjes islamterroristen in spe? Of moeten ze van hun vader, en is de integratie van de allochtone vrouw in gevaar? Frankrijk zette de eerste stap. Toen in scholen steeds meer meisjes met hoofddoeken verschenen, werden in eerste instantie rechtbanken ingeschakeld. Vooral leerlingen uit middelbare scholen in Parijse banlieues die naar de rechter stapten. Soms kregen ze gelijk, en ging de school in beroep. Soms kregen ze ongelijk, en dan gingen ze in hongerstaking. In januari van dit jaar greep de regering in: voortaan waren hoofddoeken verboden in Franse klassen. Frankrijk nam voor het verbod Turkije als voorbeeld. Voor toenmalig Vlaams minister-president Patrick Dewael (VLD) kwam het verbod in Frankrijk uit de hemel gevallen. Ook in Vlaanderen en Brussel zaten steeds meer allochtone meisjes met hoofddoek in de schoolbanken. Iedereen was verontrust, maar niemand durfde iets te doen uit angst voor islamofoob versleten te worden. Tot Frankrijk de hete kolen uit het vuur haalde. Als het daar kan, kan het ook in Vlaanderen, meende Dewael. De discussie laaide hoog op. De stem van de moslims wordt niet gehoord, klonk het in pro-hoofddoekkamp. We willen net de bevrijding van de moslimvrouw, zeiden de anti's. Uiteindelijk werd de beslissing uitgesteld tot het najaar. Het schooljaar begint volgende week. Turkije als voorbeeld nemen, was heel gemakzuchtig van Europa, zegt Mustafa Ercan, de voorzitter van Mazlum-Der. "Niet alleen omdat wij hopen dat Europa een oplossing zal brengen voor ons", verklaart Ercan. "Maar de situatie is totaal niet te vergelijken. Bij ons gaat het om een probleem dat al jaren speelt. Het verbod in Turkije is helemaal geen oplossing. Integendeel, nooit zijn de problemen zo groot geweest. Bovendien zijn de Franse en Belgische problemen met de hoofddoek volledig verschillend van de onze. Wij zitten hier niet met een tweede en derde generatie, op zoek naar een identiteit. Of met westers wantrouwen tegen hoofddoeken. Je kan niet zomaar oplossingen kopiëren en verplaatsen naar een ander land."

Deze reportagereeks kwam tot stand met steun van de Koning Boudewijnstichting

Morgen deel 3 De islamitische scholen 'Pas op, daar maken ze fundamentalistjes!'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234