Donderdag 21/10/2021

Troost in onzekere, opulente tijden

De oogst aan kunstboeken wordt elk jaar rijker. Wellicht kan het fraai uitgegeven en kleurrijke album, met leeslint of gedrukt op exclusief papier, een houvast bieden, als een tastbaar tegengewicht voor ons virtuele beeldmateriaal dat op almaar kleinere schermen oplicht. Door Eric Min

Fotografie

Zelden werd de gruwel van de oorlog efficiënter in beeld gebracht dan in Double Blind. Magnumfotograaf Paolo Pellegrin trok in de zomer van 2006 naar Libanon, om er samen met journalist Scott Anderson het conflict tussen Hezbollah en Israël voor The New York Times en Newsweek te verslaan. Zijn opnamen van rokende puinhopen en huilende slachtoffers leverden Pellegrin dit jaar de Robert Capaprijs op, een terechte bekroning voor een pakkend beeldrelaas. De fotograaf heeft niet de sensationele, kleurrijke kant van de gevechten belicht, maar de kleine oorlog van weerloze, wanhopige burgers die gewonde buren wegslepen, onderduiken, treuren en naar de hemel blaffen. Pellegrin bedrijft bewogen veldwerk: van dichtbij registreert hij lillende tranches de vie, fragmenten in zwart-wit, schots en scheef en nu en dan van een monumentale schoonheid. De compromisloos donkere lay-out van het boek, dat ook een tekst van Anderson en een bijdrage van Patti Smith bevat, draagt nog bij aan de beklemming (Trolley Books, 39,95 euro).

De Hongaars-Nederlandse Eva Besnyö (1910-2003) heeft in haar eentje de geschiedenis van de moderne fotografie nagespeeld. Het mooiste uit haar oeuvre van de jaren dertig en vijftig is verzameld in een grootse uitgave. Alles zit goed: de vindingrijke eenvoud van de vormgeving, de drukkwaliteit en het intelligente essay van Tineke de Ruiter. En Besnyö's stevige beelden natuurlijk: architectuur, stadslandschappen en mensen stralen een zwartwitte gloed uit, en de scherpte van een tijdperk dat aan duidelijkheid geen gebrek had (Voetnoot, 35 euro).

Voor Rodin et la photographie hoeven we niet naar Parijs te sporen. De mooiste beelden uit de tentoonstelling werden in het gelijknamige boek opgenomen. Het biedt een aardige kijk op het belang van de fotografie voor de moderne kunst: de beeldhouwer gebruikte de opnamen van zijn werk niet alleen ter illustratie of promotie, maar ook als studiemateriaal. Hij ging ermee aan de slag om zijn beelden nog tijdens hun ontstaan bij te werken (Gallimard, 39 euro).

Claude Fauville (Charleroi, 1940) werd in 1999 een beetje beroemd en behoorlijk berucht met zijn serie Pisseuses, schaamteloze zwart-witfoto's van plassende vrouwen. Je moest echt geen liefhebber van enigszins aparte, onsmakelijke seks zijn om de grafische kwaliteiten en de erotische lading van Fauvilles werk te waarderen. In Une femme gaat het er veel braver en zelfs klassiek toe, met studionaakten die op hun best herinneren aan foto's uit de jaren dertig of aan negentiende-eeuwse prenten, en op hun banaalst aan het beste van David Hamilton. Dat geldt ook voor de tekst van Claude Javeau (Le Livre Timperman, 30 euro).

Nog drie opmerkelijke Belgische producties. Sebastian Schutyser (Brugge, 1968) exposeerde dit najaar zijn Flowers of the Moon in Antwerpen, maar ook het boek met oplichtende beelden van de planten en landschappen in het Rwenzorigebergte staat als een huis (Five Continents, 39 euro).

Ook de Sites die de Berlijnse Friederike von Rauch in Rotterdam, Brussel en Berlijn fotografeerde, waren eerder in ons land te zien. In het gelijknamige album komen de grijstinten van de poederige, korrelige en onveranderlijk vierkante opnamen voorbeeldig tot hun recht (Hatje Cantz, 39,80 euro).

De bossen waar Armyde Peignier (Nancy, 1959) haar kinderen mee naartoe sleept, hebben dit jaar geleid tot een expositie bij Contretype en het boek Variations: een wereld van dorre bladeren en twijgen, tussen een familiealbum en een sprookjesboek in grijstinten (ARP Editions, 30 euro).

Tot slot, de nieuwe reeks Terrail / Kharaktêr, toegankelijk geprijsde uitgaven in het grensgebied tussen fotografie en toeristische reportage. Voor de eerste drie edities (New York, Marokko en Mexico) werden alvast dezelfde ingrediënten gehanteerd: een tiental overwegend jonge fotografen, geen spatje tekst en een patchwork van kleurrijke, bladvullende foto's die uit de hand lijken gemaakt. Stadsgezichten en mensen doemen op tussen details die een wandelaar op zijn tochten te zien krijgt. Geen 'greatest hits', maar spontane en modieuze impressies van een plek (Terrail - Marval, 19 euro).Kunst en architectuur

Na zijn Geschiedenis van de schoonheid moest de bezige bij Umberto Eco onvermijdelijk ook de keerzijde van de medaille te lijf gaan, al is het niet meteen duidelijk welk aandeel de meester in deze uitgave heeft. Op het omslag van Geschiedenis van de lelijkheid wordt Eco onbeschroomd als auteur vermeld, maar een titelbladzijde later duikt de bescheiden mededeling 'onder redactie van' op. Volgt een turf van vierhonderd vijftig pagina's met prachtige illustraties, tussen teksten die de talloze kanten van het probleem even nauwkeurig als geduldig in kaart brengen. Eco en de zijnen benaderen de lelijkheid niet alleen historisch (van de klassieke oudheid tot de hedendaagse kunst). Zij brengen ook typologieën aan: hel en duivel, monsters en carnaval, heksen, 'misgeboortes en opengesneden lijken', ziekte, decadentie, kitsch en camp. Het geheel wordt geïllustreerd met het engste wat schilders, tekenaars, cineasten en een enkele fotograaf door de eeuwen heen hebben aangericht, en met goed gekozen citaten uit romans en essays, van Plato tot Bukowski. Resultaat is een visueel en tekstueel bombardement, waarin zowat elk beeld voorkomt dat op dit eigenste moment door uw arme hoofd spookt, naast heel wat ongeziens. Van de verontrustende Belgen ontbreekt alleen Wiertz (Bert Bakker, 35 euro).

Evengoed een welhaast volledig compendium is L'Enfer de la Bibliothèque. Eros au secret, de catalogus van de tentoonstelling die momenteel in Parijs loopt. De nationale bibliotheek van onze zuiderburen staat bekend om zijn rijk gestoffeerde geheime kabinet, een goudmijn voor bibliofiele pornografen met historische interesse. Vandaag wordt de deur op een kier gezet, al is de vermelding 'verboden onder 16' veeleer een teaser dan een moralistische vermaning. Het wetenschappelijk geannoteerde boek is letterlijk een lust voor het oog. De Sade, Bataille, Japanse prenten, Rops en de aandoenlijke pornografie uit de vorige eeuwen passeren de revue, maar er is ook zelden vertoond fraais. Man Rays foto van zijn maîtresse Kiki de Montparnasse, die druk doende is hem te pijpen, bijvoorbeeld (BnF, 39 euro).

De titel Kunst in de wandelgangen. Het onbekende patrimonium van de Senaat dekt de lading van dit onvoldoende opgemerkte kijkboek perfect. Enkele kunsthistorici belichten de rijke en diverse kunstcollectie van de Senaat. Het zijn niet allemaal topwerken, maar toch geeft het ensemble een goed beeld van de (overwegend Belgische) artistieke productie van de zestiende eeuw tot vandaag. Elk werk krijgt een kort signalement en een biografietje van de maker (Lannoo, 29,95 euro).

Naar goede gewoonte brengt uitgeverij Phaidon een stand van zaken van de actuele kunst, in een enigszins pretentieuze en nauwelijks te tillen turf. Na Cream (1998), Fresh Cream (2000) en Cream 3 (2003) is er nu Ice Cream: Contemporary Art in Culture, een momentopname waarvoor tien curatoren elk tien essentiële hedendaagse kunstenaars mochten kiezen, plus tien source artists van vorige generaties, wier invloed tot vandaag natrilt (Rebecca Horn, Kazimir Malevitsj, Gilbert & George...). De uitgever presenteert het boek als een tentoonstelling op papier. Dat klopt niet helemaal, want veel van wat er in galeries en musea gebeurt, is efemeer (de performance lijkt allesbehalve dood en begraven), moet in situ beleefd worden (het environment) of bestaat uit bewegende beelden. Bovendien duikt er altijd wel een artiest op die vindt dat zijn eigen verhaal of de commentaar van het publiek veel interessanter is dan het werk dat hij maakte. Toch is elke aflevering van Cream weer een intrigerend bladerboek, waarin we af en toe blijven haken aan inspirerend of irriterend volk. Kunstenaars, quoi, en in het beste geval (een beetje) nieuws onder de zon. Voor ontdekkers, meerwaardezoekers en meepraters. O ja: zoek de Belg in dit gezelschap (Phaidon, 65 euro).

Ietwat ondergesneeuwd in het reusachtige aanbod is Dick Gevers' efficiënt geïllustreerde opstel Surrealisme en anarchisme, waarin de bewogen geschiedenis van beide stromingen kritisch wordt doorgelicht, en ook enkele teksten uit La Révolution Surréaliste in vertaling worden meegegeven (Uitgeverij Iris, 12,50 euro). Het is een aardige aanvulling van het imposante en stevig gedocumenteerde Het surrealisme in België van Xavier Canonne, dat verscheen naar aanleiding van de recente overzichtstentoonstelling in Mons (Mercatorfonds, 69 euro).

Uitgeverij Ludion brengt elk jaar wel een cadeauboek uit waarin architect Victor Horta en zijn huizen als lampjes in de kerstboom flikkeren. Dat is ook nu het geval met Het Brussel van Horta, een uiterst verzorgde uitgave op middelgroot formaat, die het midden houdt tussen een beau livre en een wandelgids. Een voor een worden Horta's realisaties in de hoofdstad chronologisch belicht (ook het verdwenen Volkshuis) in snedige informatieve teksten, terwijl typische stijlkenmerken als glas-in-loodramen en wintertuinen afzonderlijk aan bod komen. Aardig zijn ook de stadsplannetjes, die helaas niet los in het boek zitten, de openingsuren en de telefoonnummers. Wie er in Brussel zonder gids op uit wil trekken, kan zijn gang gaan (Ludion, 19,90 euro).

Privat Livemont, schilder en afficheontwerper uit Schaarbeek (1861-1936), is een van de mindere goden uit de schutkring van de hoofdstedelijke art nouveau. Het Franstalige boek dat zijn naam draagt, moet zowat het eerste werk zijn dat aan hem is gewijd. Livemonts oeuvre van schilderijen, wandschilderingen, glasramen en affiches (voor absint, gaslampen, koekjes of cacao) naast bloemenstillevens en naakten, behoort tot de burgerlijke decoratieve kunst in de stijl van Mucha of Chéret: dromerige en diafane vrouwen met haren als bloemenranken prijzen hun waar aan. Minder bekend zijn Livemonts sgraffiti voor huizen in Schaarbeek, zijn serie karikaturen Les boches uit de Eerste Wereldoorlog en enkele erotische tekeningen in de trant van Rops en Rassenfosse - mooi werk van een interessante mens. Alleen is het jammer dat er in een boek dat zich als een standaardwerk voordoet, geen register zit (Racine, 49,95 euro).

Niet echt een kijkboek maar uitbundig en stijlvol geïllustreerd is Het verhaal van de architectuur, waarin de criticus en voormalige adjunct-hoofdredacteur van NRC-Handelsblad Max van Rooy dertig jaar kritieken heeft verzameld, van een gesprek met Rem Koolhaas in 1978 tot een recent bezoek aan het gerestaureerde Sonsbeekpaviljoen van Aldo van Eyck in de beeldentuin van het Kröller-Müllermuseum. Naast architectuur komen ook stedenbouw en vormgeving aan bod. Niet alle stukken zijn even memorabel, maar Van Rooys gedreven, journalistieke stijl verveelt nooit (Prometheus/NRC Handelsblad, 49,95 euro).

Tot slot een buitenbeentje dat eigenlijk onder elke kerstboom mag belanden. De Culturele Gids van Brussel 2008 brengt een brede waaier van culturele activiteiten in de hoofdstad in kaart: een chronologisch overzicht van festivals en tentoonstellingen, een grote hap uit de theater- en concertprogramma's en een lijst met openingsuren en contactadressen. Restaurants, cafés en andere oorden van plezier herinneren eraan dat de hoofdstad ook de in- en uitwendige mens verwent. Wie het af en toe uit de kast haalt, vindt handenvol troost in onzekere, opulente tijden (Stichting voor de Kunsten, 19 euro).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234