Vrijdag 21/02/2020

'Troost bieden, dat is voor mij de essentie'

Inge Paulussen, gevat tussen televisiescherm en podium

Ze wacht me op in de foyer van de Bourla, nippend aan een glas rode wijn. In deze schouwburg is ze thuis: Inge Paulussen (31) speelde hier verscheidene jaren in stukken van Jan Decorte en Luk en Stefan Perceval, zoals Cannibali!, Asem en Het kouwe kind. De jongste seizoenen moeten theaterliefhebbers haar fragiele verschijning echter ontberen op het podium. "We draaien elf maanden per jaar afleveringen van Witse", legt Paulussen uit. "Kijkers weten dat ik bijna constant naast Hubert Damen loop, dus ik moet zowat altijd aanwezig zijn. Zo'n zwaar draaischema is gewoon niet te combineren met theaterrepetities."

Toch speel je nu mee in Prookjes, een kindervoorstelling van HetPaleis, waar je vroeger al te zien was in enkele stukken. Heb je je uit Witse laten schrijven?

Inge Paulussen: "Ik heb dat aan de scenarioschrijvers gevraagd, ja."

Wordt Sam doodgeschoten, net als haar voorganger Dimitri Tersago?

"Nee, want ik wil zeker terugkomen. Sam gaat gewoon even op stage in Rotterdam (lacht). Toen ik de kans kreeg om mee te spelen in Prookjes heb ik gevraagd om me te laten vervangen. Ik hou wel van een beetje afwisseling. Ik vind het heel plezant om mee te spelen in Witse, maar wat mijn personage betreft blijf ik soms wat op mijn honger zitten. Het kriebelde om nog eens op een podium te staan en iemand anders dan Sam te vertolken. Het was drie jaar geleden dat ik nog eens had meegespeeld in een voorstelling. Ik voelde opnieuw zenuwen voor de première."

Ging jij als kind graag naar toneel?

"Absoluut. Het allereerste theaterstuk dat ik zag, heette Thomas zit te dromen in de klas. Ik herinner me beelden van een jongetje aan een schoolbank die naar buiten kijkt, maar in de plaats van de echte wereld ziet hij een onderwaterwereld vol vissen. Een beetje zoals in Carolientje en kapitein Snorrebaard, die televisieserie die je misschien nog kent. Heerlijk."

Je was een fantasierijk meisje?

"Ik ben lang enig kind geweest, mijn enige broer is elf jaar jonger. Ik zat vaak in mijn eigen wereldje, ja. In die tijd maakte ik al toneelstukjes met mijn poppen. Enfin, dat verschilde niet veel van gewoon spelen maar ik had toen al graag dat er mensen kwamen kijken. (lacht) En ik maakte een radioprogramma, samen met een vriendin. Dat heette niet In de tijd van toen, maar (zingt) In de tijd van nu. Die cassettedecks van vroeger hadden allemaal een ingebouwd microfoontje, dus je hoefde geen extra spullen te kopen. Samen namen we onnozeliteiten op, we babbelden en vertelden verhaaltjes en zongen liedjes in. We zaten nog op de lagere school toen, het was onze pre-Studio Brusselfase."

Je speelt nu voor grote zalen vol kinderen. Speel je anders dan voor volwassenen?

"Je moet je een beetje levellen, ja. Prookjes is een stuk voor kinderen vanaf zes jaar, duidelijkheid is dus belangrijk. Eerst een beeld maken, pas daarna praten. Stapje per stapje gaan. Pas op, die mannen zijn het gewend om televisie te kijken, te chatten en te gamen tegelijk. Maar toch moet je ze wat meer tijd geven om informatie te verwerken, zeker in een theaterstuk dat hen wil aanzetten om na te denken over de kracht van fantasie, over afscheid nemen en doodgaan, over anders zijn.

"We voelen op het podium het verschil tussen familievoorstellingen en opvoeringen voor scholen. Zeker als het scholen betreft met veel allochtone kinderen die het Nederlands niet helemaal machtig zijn, zoals je die wel hebt hier in Antwerpen. Maar ik ben ervan overtuigd dat de meeste kinderen iets oppikken van Prookjes, al is het maar de basis van de theaterervaring: 'Ah, wij zitten in een zaal en daar staan mensen op een podium. En dit is geen televisie, die mensen staan daar écht. En wij lopen niet rond, we kijken en we zijn stil.' Nu ja, heel stil hoeven ze nu ook weer niet te zijn. Het fijne aan kindertheater is juist dat er snelle, eerlijke reacties komen vanuit het publiek."

Die kinderen worden verwend. Wat een acteurstrio: Sien Eggers, Benny Claessens en jij.

"Ik vind mijn collega's goede acteurs, ja."

Je twijfelt nog of je jezelf wel een goeie actrice vindt?

"Ik wil me gewoon amuseren. Ik hoef niet bij de besten te horen, dat streefdoel is zo vermoeiend. Natuurlijk probeer ik mijn rol zo goed mogelijk te spelen, maar ik stel me de vraag niet meer of ik nu een héle goeie actrice ben of niet. Als ik me daar te veel op concentreer, lukt het niet. Ik moet me kunnen concentreren op mijn personage. Ik wil me kunnen smijten en dat lukt niet als je je constant vragen stelt over hoe goed je bezig bent."

Wat zijn dan de goede omstandigheden waarin je je kunt smijten?

"Mijn collega's zijn heel belangrijk. Ik moet me op mijn gemak voelen. Kunnen acteurs zich niet bij elkaar op hun gemak voelen en toch goed presteren, vraag ik me weleens af. Dat zou bewonderenswaardig zijn. Ik kan dat niet. Je geeft jezelf toch altijd bloot, ook al gebruik je de woorden die iemand anders heeft opgeschreven. En daarvoor heb ik het vertrouwen van mijn medespelers nodig.

"Sien Eggers kan me ontzettend op mijn gemak stellen. Drie weken voor de première van Prookjes werd ik wat zenuwachtig, omdat we enkele scènes nog niet hadden gerepeteerd en door omstandigheden nooit lang door konden werken. Sien zei tegen mij: 'Inge, je moet niet zo stressen. Doe maar rustig op 't gemakske en 't komt allemaal in orde.' Ik zei: 'Ja, maar ik vraag me altijd af: is 't nu goed of niet goed.' Zij: 'Je moet daar niet aan denken. Je moet denken: ik kan er niks van. Dan lukt alles.' En Sien heeft gelijk, haar aanpak werkt."

Heb je dat altijd gehad, dat gespannen kantje?

"Ja, al ben ik daar de laatste jaren veel volwassener in geworden. Toen ik dertig werd, was ik daar heel content mee. Ik was trots om mijn leeftijd te vermelden. Vroeger was ik ook erg verlegen. Nu word ik niet meer zo rap van mijn sokkel geblazen als ik naar iemand opkijk. Vroeger kroop ik meteen in mijn schulp. Ik voelde me een mier als iemand iets beter kon dan ik. Daar ben ik nog niet helemaal van verlost, hoor. Ik geef mezelf nog twintig jaar om ervan af te geraken (lacht)."

Ondanks die verlegenheid ben je toch actrice geworden?

"Mijn vader was bezorgd in het begin: zal ze dat wel durven? Hij schrok toen hij me enkele jaren geleden naakt zag gaan in Cannibali! van Jan Decorte. Hij had nooit verwacht me ooit zoiets te zien doen. Ook mijn moeder was aanvankelijk ongerust. Ze vroeg zich af of ik niet te veel teleurstellingen zou meemaken in een wereld die ik niet kende en waarin veel mooie dromen niet kunnen worden waargemaakt. Maar tegelijkertijd vond ze het heel leuk dat ik actrice werd, want ze speelt zelf ook toneel, in het amateurcircuit. Ik heb mijn moeder van kinds af zien acteren.

"Eigenlijk is het voor mij zo allemaal begonnen, met de sfeer rond haar voorstellingen die ik fantastisch vond. Dat magische moment waarop het licht uitgaat, iedereen zich concentreert, het doek opengaat. Toen hoorde je achter de coulissen nog een zware stok een trager wordend ritme slaan: doem-doem-doem-doem-doem, doem, doem, doem. Van het precieze ritme ben ik niet meer zeker, misschien moeten we het straks eens vragen aan een van die suppoosten die hier in de Bourla rondlopen. In elk geval maakte dat ritueel het theater erg spannend, zoals tromgeroffel in een circus. En na de voorstelling kroop ik zelf op het podium. Ik vond dat allemaal heel erg... wauw. Dat er een toneelschool bestond, vond ik op zich al geweldig. Een plek waar je alleen maar kon spelen en dansen en zingen."

Je zingt ook enkele liedjes in Prookjes, behoorlijk goed zelfs. Nooit zangeres willen worden?

"Ik val van mijn stoel als mensen me na deze voorstelling komen zeggen dat ik mooi kan zingen. Konden ze me dat geen tien jaar geleden vertellen? Dan was ik misschien zangeres geworden. Op Studio Herman Teirlinck voorspelden mijn zangleraren me immers geen grote zangcarrière. Nu goed, ik wilde vooral acteren. Sinds ik op mijn twaalfde Romeo en Julia heb gezien van Dirk Tanghe was ik er zeker van: ik wil spelen. Het liefst van al klassieke teksten waarvan je de eerste keer denkt: wat staat daar eigenlijk? William Shakespeare, Heiner Müller: heavy stuff, maar heerlijk om je tanden in te zetten en naar het hier en nu te brengen. Ik hou niet van ver-van-mijn-bedshows waarvoor je eerst een boek moet lezen om het te verstaan. Maar het moet ook niet altijd fastfood zijn."

Wat voor personages speel je het liefst?

"Personages die ver van me af staan. Vaak wordt er op veilig gecast. Ze vragen je om iets te herhalen wat je eerder al met succes hebt getoond. Dat begrijp ik. Maar voor een acteur is dat geen uitdaging. Daarom waren de vaste ensembles van vroeger zo goed: je kreeg de tijd en de gelegenheid om verschillende soorten rollen te spelen, op je bek te gaan en nog eens te proberen. Je kon terugvallen op het vertrouwen dat je had opgebouwd. Je kon elkaars sterktes en zwaktes benoemen en jezelf ontwikkelen tot een veelzijdig acteur. Kijk maar naar Hubert Damen, die lang vast bij de KNS en de KVS heeft gespeeld. Nu is iedereen freelance en vlieg je van nest naar nest. Heel leuk, maar het duurt toch telkens enkele weken voor je je helemaal op je gemak voelt tussen de andere vogels."

Prookjes wordt geregisseerd door Stefan Perceval, die lange tijd je vriend is geweest. Hoe was het om opnieuw samen te werken?

"Dat ging goed. Els Dottermans en Luk Perceval hebben ook nog samengewerkt toen ze uit elkaar waren en dat lukte ook."

Jullie hebben samen een zoontje van vier. Heeft hij Prookjes al gezien?

"Ja, Jef is heel enthousiast. Hij was meteen dol op een liedje dat ik zing. Ik had het thuis al voor hem gebracht en toen ik opkwam om te spelen, gesticuleerde hij meteen: begin al maar te zingen, mama! (lacht) Hij is eigenlijk iets te jong voor Prookjes, maar hij kan al heel geconcentreerd naar verhalen luisteren. Hij dompelt zich graag onder in sprookjeswerelden."

Zie je je zoontje vaak?

"Om de week. Ik heb een co-ouderschap met mijn ex, dus in de weken dat Jef bij mij is, wil ik zoveel mogelijk bij hem zijn. Wat niet vanzelfsprekend is met mijn job. Ik vind dat trouwens een hot item: de combinatie moederschap en werk. Het wordt als vanzelfsprekend beschouwd dat jonge ouders blijven werken, terwijl het een immense opdracht is om je ouderschap én je relatie én je beroep te combineren. Ik vind dat je meer tijd moet krijgen om met je kind door te brengen. Crèches die tot middernacht open zijn, dat is toch geen avance? Een kind maak je niet wakker om het in een ander bed te gaan leggen. De opvoeding van onze kinderen is toch belangrijk voor de toekomst van onze maatschappij? We moeten daar meer zorg aan besteden. Misschien kun je in andere sectoren gemakkelijk zwangerschaps- en ouderschapsverlof nemen, maar als actrice moet je constant repeteren, spelen of draaien. Anders sta je aan de dop."

Ben je blij met de herhalingen van Witse? Of denk je: o jee?

"Ik wist op voorhand dat de reeksen worden heruitgezonden. Maar de eerste afleveringen dateren al van drie jaar geleden en toen ik die terugzag, besefte ik dat ik als actrice toch al verder sta dan toen."

Leer je veel door vast in een televisieserie te spelen?

"Ja, vooral op technisch gebied. Van het ene naar het andere punt lopen, mijn arm precies goed houden, zodat die niet in de weg zit van het gezicht van Hubert en er ondertussen nog uitzien alsof ik een beetje aan het spelen ben. (lacht) Ik leer mijn vak beter te beheersen. Televisie is een goeie training voor mijn techniek.

"Het plezierige bij Witse is ook dat er heel veel gastacteurs op bezoek komen, uit het theater en daarbuiten. Productiegewijs is dat dikwijls een heel gepuzzel, zeker bij veelgevraagde acteurs, zoals Koen De Bouw. Vaak moet ik bij hun scènes aanwezig zijn en af en toe een vraag stellen, dus ik heb tijd om te kijken hoe al die acteurs werken en spelen. Daar leer ik veel van bij. Mensen van wie ik het niet verwachtte, blijken soms op hun ongemak en hebben bevestiging nodig. Anderen hebben dan weer een groot je-m'en-foutisme en komen op 't gemak hun jobke doen."

Jij behoort ondertussen tot de vaste kern, dus die gastacteurs zullen ook wel wat van jou kunnen leren?

"Ach, ik kan ze vertellen waar de cola staat."

Serieus?

"Ja, en waar de wc is, en waar ze even kunnen gaan zitten om uit te rusten. (lacht)"

Je bent bescheiden. Het is een clichévraag, maar hoe vind je het eigenlijk om bekend te zijn?

"Dat valt wel mee. De mensen zijn hier vrij beleefd. Ik voel de blikken wel, zeker nu Witse opnieuw wordt uitgezonden. Ik hoor de stemmen: (fluistert) 'Da's die van Witse... itse... itse'. Dan doe ik meestal alsof mijn neus bloedt. En ik moet toegeven dat ik, als ik een groep jonge scoutsgasten of zo zie aanlopen, mijn hoofd bij voorbaat de andere kant op draai. Ik word er gewoon heel verlegen van als ze me aanspreken. Ik weet niet hoe ik ermee moet omgaan. Gewoon 'hey' zeggen, zeker?

"Als ik slechtgezind ben of een down day heb, is het niet leuk als er mensen op je afkomen: 'Hier zie daar zie!' Maar ik neem het niemand kwalijk. Als ik zelf iemand voor het eerst in het echt zie die ik apprecieer van op televisie vind ik dat ook speciaal. Dat is zot. Ik vraag me af hoe dat komt, want iedereen is ondertussen wel al eens op televisie geweest."

Met welke beroemdheid zou je hier nu graag een wijntje drinken?

"Ik zou Nicole Kidman kunnen zeggen, want dat is een geweldige actrice. Maar misschien zou het niet klikken, want ik ken ze niet. Mensen komen soms naar me toe en zeggen: 'Jij kent ons niet, maar wij kennen jou wel.' Dan denk ik, ja, jullie kennen mijn gezicht, maar mij kennen jullie niet."

Heb je ooit met internationale beroemdheden gewerkt?

"Kort nadat ik afgestudeerd was, kreeg ik de kans om de hoofdrol te spelen in L'Amour en suspens, een Waalse film die zich afspeelt in de jaren vijftig. We draaiden zes weken in Luxemburg met een ploeg die er helemaal voor ging. Ik speelde een gehandicapt meisje in een rolstoel die zingt in een nachtclub: echt een rol waar vlees aan zat. Een van de oudere personages werd vertolkt door Andréa Ferréol. Dat was duidelijk niet zomaar een mevrouwtje, maar een uitstekende actrice en bovendien een toffe madame. Toch had ik er geen idee van dat ze een echte grande dame van de Franse cinema was, tot ik eens checkte in welke films ze nog had meegespeeld. Er kwam een curriculum vitae tevoorschijn met films van onder andere Fassbinder, Truffaut en Greenaway. La Grande Bouffe uit 1973 is haar grote doorbraak geweest.

"L'Amour en suspens is uiteindelijk nooit in de Vlaamse cinema's te zien geweest. Dat vond ik heel spijtig, want ik had erg naar die release uitgekeken. Ik heb te hoge verwachtingen gekoesterd. Van die ervaring heb ik veel geleerd. Nu denk ik bij elk nieuw project: we zien wel. Terwijl ik vroeger in de zevende hemel verkeerde als ik nog maar gevraagd werd voor een auditie.

"Artistiek was die film voor mij een hoogtepunt, maar door de beperkte release draaide het uit op de grootste teleurstelling die ik in dit vak al heb opgelopen. Het is alsof ik zou repeteren voor een theatervoorstelling die uiteindelijk niet in première gaat. Ik geraak er maar niet over uitgepraat. Mijn vrienden zullen zeggen, daar is ze weer met haar Franse film. (lacht)

"Ik voel toch de behoefte om nog eens in een mooie film mee te spelen. Als ik mag kiezen, geef me dan maar zo'n stevig sociaal drama à la Secrets and Lies, of een doorwrochte kostuumfilm. Hopelijk komt het ooit zover, we zullen wel zien."

Wat houdt je tegen om jezelf aan te bieden bij de regisseurs met wie je zelf graag zou werken?

"Ik ben niet zo iemand die naar een première kan gaan, de regisseur opzoeken en zeggen: 'Hallo, hier ben ik, kun je me gebruiken?' Ik krijg dat niet over mijn lippen. Vroeger dacht ik dat ik dat wel zou leren, maar ik moet toch nog een serieuze drempel over."

Hoe komt dat?

"Geen idee. Goeie wijn zou ik zonder probleem kunnen verkopen. Maar mezelf verkopen vind ik moeilijk. Ik weet nochtans dat ik daar niet vies van moet zijn."

Aan welke voorstelling hou je de beste herinneringen over?

"Aan Asem van Luk Perceval, uit 2001. Ik had toen het gevoel dat we een verhaal vertelden dat anders verzwegen bleef. Het stuk ging over kindermisbruik. Het werd een sobere, herkenbare voorstelling, waarvan je voelde dat ze de mensen raakte en troostte. Troost is voor mij de essentie.

"Om diezelfde reden is Una giornata particolare een van mijn lievelingsfilms. In de hoofdrollen spelen Sophia Loren en Marcello Mastroianni. Ze komen uit verschillende werelden en botsen op elkaar. Zij begint te flirten maar hij blijkt homo te zijn. Ze passen niet bij elkaar, maar toch kunnen ze elkaar een ogenblik troosten. Dat moment is zo mooi.

"Zelf ben ik niet zo goed in dingen in woorden uitleggen. Ik vind het heerlijk om in een boek een passage te lezen waarvan ik denk: ja, precies, dat bedoel ik nu. Onlangs stond er een interview met Sigrid Spruyt in De Morgen. Ik heb dat uitgeknipt en bijgehouden, want er staan bijzonder juist geformuleerde gedachten in opgeschreven. Meespelen in een theaterstuk of een film waarin mensen zich op dezelfde manier herkennen, daarvoor doe ik het."

Prookjes, nog tot 9 december in HetPaleis en elders in Vlaanderen. Info: www.hetpaleis.be

Witse, zondagavond op Eén

Ik hoef niet bij de besten te horen, dat streefdoel is zo vermoeiend. Ik wil me kunnen smijten en amuseren en dat lukt niet als je je constant vragen stelt over hoe goed je bezig bentIk zie mijn zoontje maar om de week en wil dan zoveel mogelijk bij hem zijn. Met mijn job is dat niet makkelijk. Als ik niet speel of repeteer, sta ik 'aan de dop'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234