Donderdag 21/10/2021

Troepenverhoging in Irak zet weinig zoden aan de dijk

In januari kondigde president Bush met de nodige bombarie zijn nieuwe strategie voor Irak aan. Negen maanden later zijn de resultaten op zijn minst pover te noemen. De veel geroemde Surge lijkt te hebben gefaald.

Door Ayfer Erkul

Bagdad l De kleine successen in Bagdad en Anbar kunnen niet verhullen dat het belangrijkste doel niet is bereikt, een verbetering van de veiligheid om de weg te bereiden voor een verzoening tussen de geloofsgroepen.

Toen president Bush op 10 januari een nieuwe strategie aankondigde voor Irak, had de veiligheidssituatie in het land een dieptepunt bereikt. Dagelijks waren er gemiddeld 180 aanslagen. Iedere dag kwamen minstens twee dozijn mensen om. De regering was verlamd door interne conflicten.

Bush maakte meteen werk van zijn nieuw Irakbeleid. Hij ontsloeg en promoveerde een aantal militaire bevelhebbers en benoemde generaal David Petraeus tot zijn nieuwe man in Irak. Die gooide er meteen dertigduizend extra Amerikaanse soldaten tegenaan. Zij moesten niet alleen Bagdad zuiveren van het extremistisch soennitisch verzet en sjiitische milities, maar ook de provincie Anbar, dat ondertussen een bolwerk was geworden van Al Qaidaterroristen.

The Surge, zoals de nieuwe strategie van de troepenverhoging werd genoemd, werd algemeen gezien als de oorlog van de laatste kans. De troepenverhoging moest snel de veiligheidssituatie verbeteren zodat de Iraakse premier Nouri al-Maliki eindelijk werk kon maken van een politieke verzoening in zijn land. Het Congres, dat wordt gedomineerd door Democraten, twijfelde, maar Bush vroeg tijd tot september om de situatie te beoordelen.

Of The Surge zijn doelstellingen heeft bereikt, daarover zal generaal Petraeus volgende week verslag uitbrengen voor het Amerikaans Congres. Op basis van dat rapport, zo heeft Bush gezegd, zal hij zijn verdere Irakbeleid bepalen.

Volgens experts is nu al duidelijk dat de resultaten van The Surge maar pover zijn. Er is inderdaad vooruitgang geboekt in Anbar, zo schrijft Anthony Cordesman, militair analist bij het Center for Strategic and International Studies (CSIS). Maar die positieve resultaten zijn niet zozeer te danken aan de troepenverhoging als wel aan de lokale soennitische stamhoofden. Die waren de willekeurige moorden en aanslagen door Al Qaidastrijders en buitenlandse jihadisten in hun provincie zo beu dat ze beslisten samen te werken met de Amerikanen. In een aantal gevallen werden soennieten, die aanvankelijk tot het verzet behoorden en aanslagen pleegden op Amerikaanse doelwitten, door de VS-troepen betaald en bewapend om de wapens tegen Al Qaida op te nemen. Cordesman wijst op het gevaar hiervan. Niets, zo zegt hij, houdt hen tegen om op een dag het andere kamp te kiezen en dat betekent dan dat de Amerikanen geconfronteerd worden met een nieuwe, goed bewapende groep.

Ook in Bagdad was er een daling merkbaar in het aantal aanslagen na The Surge en zeggen inwoners zich een beetje veiliger te voelen. Maar volgens experts is dat slechts een heel tijdelijke situatie. Het aantal civiele en militaire slachtoffers daalde volgens CSIS lichtjes in juni, toen de extra troepen volledig ontplooid waren, maar steeg opnieuw in juli.

Belangrijker is dat door de troepenverhogingen in Bagdad en Anbar veel terroristen hun werkterrein naar elders hebben verlegd. Zo is de situatie in de provincies Diyala, Salahaddin en in het oosten van Anbar verergerd.

Bovendien zitten de Amerikanen met de handen in het haar omtrent het zuiden van Irak. De Britse troepen die daar verantwoordelijk zijn, konden de zuidelijke provincies niet beveiligen. De situatie werd er zelfs zo penibel dat de Britten maandag zich terugtrokken uit de stad Basra.

De toestand in Irak is momenteel zo ingewikkeld dat weinigen nog weten wie precies tegen wie strijdt. Toen de Amerikaans-Britse troepen in maart 2003 het land binnenvielen, was er maar één vijand: de soldaten van Saddam Hoessein. Die sloegen al snel op de vlucht, waarop Bush verklaarde dat de ergste gevechten voorbij waren en dat er nu werk kon worden gemaakt van de democratisering van Irak.

Maar toen begon de oorlog na de oorlog, zoals de Amerikaanse media de opstand in Irak betitelden. Eerst ging het nog enkel om soennitische groeperingen, buitenlandse jihadisten, sjiitische milities en ex-Baathisten die aanslagen pleegden. Al snel borrelden oude vetes naar de oppervlakte.

De Amerikaanse minister van Defensie, Robert Gates, zei onlangs dat er momenteel vier sleutelconflicten aan de gang zijn in Irak. Er is het verzet van de neosalafistische extremisten, er zijn de soennitische Arabieren die strijden tegen de sjiitische Arabieren, Arabische sjiieten staan tegenover niet-Arabische sjiieten en Arabieren bestrijden de Koerden. Experts tellen nog een vijfde conflict: die van de soennieten tegen de soennieten, zoals de stamhoofden in Anbar die het opnemen tegen leden van Al Qaida in Irak. Uit die conflicten moet de huidige Iraakse regering een vreedzaam, democratisch land proberen te puren.

Van een politieke verzoening is negen maanden na de aankondiging van de nieuwe Irakstrategie nog lang geen sprake. Uit een rapport dat de onafhankelijke Government Accountability Office (GAO), de rekenkamer van het Amerikaans Congres, dinsdag publiceerde, blijkt dat de Iraakse regering nog steeds niet naar behoren functioneert en dat het geweldsniveau extreem hoog blijft. De regering-Maliki heeft van de achttien politieke en militaire eisen die het Congres in mei stelde, zeker elf nog niet gehaald.

Een van de belangrijkste punten waarop de regering faalde, waren de Iraakse veiligheidstroepen. Het Iraakse leger is in plaatsen als Bagdad een grote steun voor de Amerikaanse strijdmacht, maar kan nog steeds niet op zichzelf functioneren, zo schrijft Cordesman van het CSIS. Bovendien is de Iraakse Nationale Politie nog altijd erg geïnfiltreerd door sjiitische milities. Dat zei ook de gepensioneerde generaal James Jones, wiens studie over het thema donderdag werd gepubliceerd. Jones gaf meteen ook het drastisch advies om de politiemacht gewoon te schrappen.

In Washington zijn de debatten over de verdere koers in Irak in afwachting van het rapport-Petraeus intussen tot een hoogtepunt gestegen. Aan de ene kant klinkt de roep van de Democraten voor een drastische troepenvermindering en zelfs een terugtrekking, anderzijds blijft het Witte Huis volhouden dat The Surge een successtrategie is. Wat de toekomst brengt in Irak, is op zijn minst onduidelijk. Volgens analist Anthony Cordesman is succes nog steeds mogelijk en kan Irak ooit een werkende democratie worden. Maar dat is, zo schrijft hij, een operatie met hoog risico.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234