Maandag 22/07/2019

Interview Marino Vanhoenacker

Triatleet Marino Vanhoenacker, de beste Belgische sportman over wie u veel te weinig hebt gehoord

Geen grotere trainingsbeesten dan triatleten, en het allergrootste trainingsbeest is wellicht Marino Vanhoenacker. Al 42 jaren heeft hij op de teller, en 40 Ironmans, waarvan hij er 17 won. Zondag gaat hij in het Ierse Cork voor nummer 18. ‘Ik ben The Joker met de toverdoos.’

De poorten van het walhalla in zijn sport zijn voor hem voor altijd dicht: de triatlon der triatlons winnen, die op Hawaï, dat zal nooit lukken. En toch creëerde Marino Vanhoenacker in de langeafstandstriatlon zijn eigen mythe. Met een inmiddels verbeterd, maar destijds fabelachtig wereldrecord (7:45.58, juli 2011 in Oostenrijk).

Met een schier onklopbaar record van zeventien gewonnen Ironmans (3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en een marathon als afsluiter).

Met winst op alle zes de continenten, nadat hij vorig jaar in het Australische Port Macquarie de maat nam van wereldtopper Luke McKenzie.

BIO 

• geboren op 19 juli 1976 in Oostende
• werkte al meer dan 70 triatlons af 
• heeft al 17 Ironman-triatlons gewonnen 
• won minstens één Ironman op elk van de bewoonde continenten
• had in 2011 even het wereldrecord vast, met 7:45.58 
• zit in een topsportstatuut bij zijn werkgever Defensie 
• baat samen met zijn vrouw in Jabbeke fitnesscentrum Bink’s Base uit

Marino, you are a beast’, tweette zijn ex-concurrent en ex-trainer Luc Van Lierde, en dat zegt alles over het fenomeen Vanhoenacker: gaan tot het gaatje of daar ver voorbij, altijd verder dan welke tegenstander ook. In zijn woorden: “Bij mij is het de ambulance of eerste worden.” Marino Vanhoenacker, merknaam Bink, is de beste Belgische sportman over wie u veel te weinig hebt gehoord en daar brengen we met dit verhaal verandering in.

Marino Vanhoenacker: “De laatste keer dat we elkaar zagen, was dat op Lanzarote, twee jaar geleden? Kort daarna heb ik mijn ongeval gehad. Als je zoveel kilometers doet val je wel eens, maar ik wist meteen: dit is erger. Ik wilde voor het eerst driehonderd kilometer trainen met het oog op de zware Ironman van Lanzarote en we passeerden op de dijk tussen Doel en Terneuzen een oude man in zijn Benidorm Bastard-karretje. Ineens week die uit. Ik vloog op de afhellende dijk op een grote steen. Die paniek! Ik voelde niks meer. Ik vroeg aan mijn fietsmaat: beweegt er iets, handen, voeten? Niks. Kort daarna zei hij dat hij mijn voet had zien bewegen, dat was al een opluchting, en geleidelijk aan kwam het gevoel overal terug.

WINNAAR OP ALLE CONTINENTEN 

Florida, 2005, 8:26.26 / Zuid-Afrika, 2009, 8:17.32 / Maleisië, 2010, 8:22.31 / Brazilië, 2015, 7:53.44 / Oostenrijk, 2016, 8:04.18 / Australië, 2018, 8:14.37

“Er was wel een ander probleem: mijn borstbeen stond recht omhoog. Gebroken. In de kliniek was ik weer klaarwakker en vroeg ik om mij snel te opereren: ‘Een plaat erop zoals bij een sleutelbeen alstublieft, dat ik zo weinig mogelijk training verlies.’ Nadat de chirurg mijn naam had gegoogeld, was hij snel terug: ‘Vergeet Lanzarote. Niemand zal op die plaats een vijs in uw borst draaien. Dat zal zo aan elkaar moeten groeien. Of niet, en dan heb je een extra gewrichtje.’

“Dat ongeval is gebeurd in het weekend. Op dinsdag zat ik op mijn rollen – na vijftien minuten moest ik eraf door de pijn – en op woensdag lag ik in het zwembad, met een plankje en zoomers (korte zwemvliezen, HV). Drie weken lang ben ik na elke training naar de osteopaat gereden om dat borstbeen en die ribben weer op hun plaats te duwen. Vier weken later heb ik een halve Ironman gewonnen, maar Lanzarote met al dat klimmen en dat trekken aan het stuur kwam te vroeg.”

“Dacht je toen dat het einde verhaal was voor mij? Haha, dat heb ik al vaak gedacht. Tja, waarom doe ik dit nog? Omdat ik heel graag sport, omdat het altijd meer een hobby was dan werk en omdat ik nog win. De leeftijd heeft natuurlijk vat op mij. Het duurt al wat langer voor mijn trainingen aanslaan. Elk jaar moet ik nieuwe dingen uitvinden om mijn lichaam te prikkelen. Het is zoeken naar een evenwicht: zware trainingsperiodes móéten eindigen in overwinningen. Twee of drie jaar lang vierde en vijfde worden, daar heb ik geen zin in.”

Winst in Maleisië. ‘Bij het kiezen van de wedstrijden staat voorop: waar kan ik winnen? En ook: is het een mooie streek? Niet dat ik onderweg fotootjes neem, maar toch.’ Beeld RV

Dieper dan ooit

“Dat diep gaan hakt er ook steeds meer in. Drie weken nadat ik vorig jaar in Australië had gewonnen, was ik nog altijd niet gerecupereerd. We weten allemaal dat topsport niet gezond is, maar toen ben ik dieper gegaan dan ooit. Nu, ik laat mijn hart geregeld binnenstebuiten keren en die motor van mij heeft nog niet al te veel geleden. Die wand is niet te veel verdikt en die kleppen sluiten nog goed, dus dat zit wel goed.”

“Ik heb in die wedstrijd heel mijn systeem overhoop gehaald voor dat ene doel: de eerste zijn die op alle continenten een Ironman had gewonnen. Tot een tijd geleden dacht ik dat iemand mij al voor was geweest, maar blijkbaar had ik op school niet goed opgelet in de les aardrijkskunde. Amerika bestaat uit twee continenten! Dát was goed nieuws voor mij. Ik had in 2005 mijn eerste Ironman gewonnen in Florida en in 2015 won ik in Brazilië. Europa, Azië en Afrika had ik ook al binnen, alleen Oceanië miste ik.” (Op Antarctica wordt niet aan triatlon gedaan, HV)

“Ik had al eens in Melbourne en Nieuw-Zeeland geprobeerd, maar de wedstrijden daar liggen mij minder omdat er altijd enorm hard wordt gezwommen en ze ook op de fiets serieus doortrekken waarna er altijd wel een goeie loper vooraan overblijft. Maar in die wedstrijd vorig jaar was ik rapper uit het water dan ooit en toen ik tijdens het fietsen om mij heen keek, dacht ik: Marino, jij bent hier de rapste loper. Na tien kilometer in de marathon liep ik op kop, maar halfweg riep en tierde mijn lijf: stop, het is op, ik heb geen goesting meer.”

Winst in Australië. ‘Drie weken nadat ik had gewonnen, was ik nog altijd niet gerecupereerd. Ik ben toen dieper gegaan dan ooit.’ Beeld Getty Images

“Op kilometer 26 kwam Luke McKenzie, die na het fietsen zes minuten achterstand op mij had, tot op anderhalve minuut. Ik dacht: oké, tijd voor de toverdoos. Eerst plassen, dan een gelletje, dan dat stukje bergop overleven. Hij mocht zo dicht komen als hij wilde, maar eens boven ging ik doortrekken om te kijken wie er brak: hij of ik. Hij was tot op 45 seconden gekomen, maar ineens zat hij weer op anderhalve minuut en hoorde ik van mijn verzorgers die heen en weer reden met de fiets dat hij was gebroken. Alleen moest ik wel nog die laatste vijftien kilometer volmaken. Verschrikkelijk, wat een lijdensweg, hondenslecht was ik. Anderhalve dag nadien heb ik pas iets kunnen eten, slapen ging ook niet en dan moest ik nog 36 uur terugvliegen, en echt niet in first class.” (lacht)

Gels, gels, gels

“Ik heb nooit triatlon gedaan om gezond te zijn. Een paar jaar geleden had ik geregeld last van stressfracturen maar daar ben ik nu van af, en als ze foto’s nemen van mijn carrosserie dan blijken die spieren en die ligamentjes dat toch te hebben overleefd. Ik heb altijd hard getraind en ik hoor nog altijd de voorspelling van toen ik 32 jaar was: zoals die traint, is het binnen een paar jaar gedaan met hem.”

“Er is een tijd geweest dat ik het hardst trainde van de hele wereldtop. Ze zijn er inmiddels wel achter gekomen hoe ik zo hard kon fietsen en toch nog mijn voorsprong kon vasthouden in het lopen: in volume deed ik zeker 30 procent meer dan de rest. Ik kan die trainingen nog steeds aan, maar het duurt langer om te herstellen, het is niet zeker of het effect er is en of het nog zo groot is als vroeger. Dat is mijn lot: ik word niet meer sneller: ik moet zo traag mogelijk vertragen.”

“Van een wielrenner zeggen ze dat hij pas een echte coureur is als hij een grote ronde heeft uitgereden. Ik heb er vier gereden, op training dan, twee keer de Giro en twee keer de Tour. Ik keek naar het rittenschema en was er die dag een etappe van 200 kilometer, dan reed ik 200 kilometer. Alles op de tijdritfiets. Zonder de hoge cols uiteraard, al zat ik vaak in de heuvels van de Ardennen of Noord-Frankrijk. Daarbovenop deed ik elke dag mijn zwem- en looptrainingen. Op hun rustdag fietste ik ook niet, maar liep ik telkens dertig kilometer. Ik wist: ik ben de enige die deze arbeid heeft geleverd, als ik hiervan kan recupereren, dan zit het goed.”

“Mijn beste wedstrijd ooit was ongetwijfeld Klagenfurt in 2011, toen ik het wereldrecord brak en op 7u45 zette. Dat was de perfecte dag. Ik kwam na 47 minuten uit het water en tijdens het fietsen heb ik geen mens meer gezien. Het is de enige keer dat ik de marathon onder de 2u40 heb gelopen. Op gels, gels, en nog eens gels: dat krijg je niet uitgelegd, zoveel gels vreten, zonder aan de kant te moeten.”

Op weg naar de zege in Brazilië. Beeld RV

“Iets later die zomer pakte de Duitser Andreas Raelert mijn record af in Roth. De organisatoren waren al twee jaar bezig met die recordpoging en dat die gekke Belg in Klagenfurt zeven minuten van het wereldrecord afdeed, was even een tegenvaller. Raelert kreeg het voordeel van de slipstream van motoren, dat weet ik.

“Dat gevoel van ‘dit heeft nog niemand gedaan’…Kijk naar mijn armen, ik krijg nog steeds kippenvel als ik aan die dag in Klagenfurt terugdenk. Toen zat ik ook dicht bij de totale uitputting.”

“Achteraf bekeken denk ik dat ik Klagenfurt cash heb betaald op Hawaï, en misschien was ook al die aandacht er te veel aan. Tja, Hawaï, al de eerste keer dat ik er uit het vliegtuig stapte en die vochtigheid voelde, wist ik: dit is niet mijn plek. Ik ben een felle zweter, nog erger dan Sven Nys. We zijn daarvoor bij allerlei proffen gegaan, maar niemand die het kon oplossen. Ons antwoord was: 10 procent beter zijn dan de rest. Wat niet makkelijk was.” (lacht)

“Vijftien jaar ben ik bezig geweest met het realiseren van een droom. Ik ben door Hawaï met die sport begonnen en toen werd het een realistische droom: ik mocht starten. Daarna: ik kan top tien worden. Ten slotte: ik ben topfavoriet. Eén keer derde geworden en één keer vijfde, zesde en negende. En een paar keer in de ambulance en aan de baxter. Tja, Hawaï... Daar staat een mooie auto waarmee ik nooit zal rijden. De dag dat ik die droom definitief heb opgegeven, was ik heel emotioneel.”

Doorgaan tot z’n 43ste

“Zoveel mogelijk Ironmans winnen, dat werd mijn doel. Ik zit nu aan zeventien, niemand komt in de buurt en wie nu nog actief is zal tot zijn veertigste moeten meedraaien. Alle continenten, dat was ook een mooi doel. De oudste Ironman-winnaar? Dat is sinds 2016 Cameron Brown: die was 43 jaar en acht maanden oud toen hij in Nieuw-Zeeland won. Ik weet niet of ik dat haal. Er komen ook steeds meer en betere concurrenten.”

“De laatste vier jaar kies ik mijn wedstrijden uit. Voorop staat: waar kan ik winnen? Daarbij telt ook: is het een mooie streek? Niet dat ik onderweg fotootjes neem, maar ik heb de gewoonte om drie weken van tevoren naar een bestemming af te reizen en daar op het parcours te trainen en dan kan ik wel wat rondkijken. Ook dat was altijd een voordeel voor mij: tegen de tijd dat de concurrentie arriveerde en het parcours nog moest afrijden, kende ik al elke meter.”

“De Ironman van Cork in Ierland (waar Vanhoenacker morgen zondag aan deelneemt, red.) is een nieuwe wedstrijd. Ik had al wel eens een documentaire over Ierland gezien: een mooi eiland, waar ik altijd wel eens naar toe wilde en toen kwam die wedstrijd op het programma. Ik heb net de deelnemerslijst bekeken en ik zie niemand die ik – met wat geluk en als ik een goeie dag heb – niet aan kan. Normaal wint Alistair Brownlee. Die heeft twee keer goud gewonnen op de Spelen, maar de olympische afstand, met stayeren in peloton, is toch een ander verhaal dan 180 km alleen fietsen. Hij debuteert op de Ironman. Voorts zijn Brent McMahon uit Canada en Igor Amorelli uit Brazilië favoriet voor het podium. En ik? (lacht) Ik ben The Joker met de toverdoos.”

Marino Vanhoenacker: ‘Na mijn ongeval ben ik drie weken lang na elke training naar de osteopaat gereden om dat borstbeen en die ribben weer op hun plaats te laten duwen.’ Beeld Eric de Mildt

“Ik ben nu met de vierde generatie toppers aan het vechten om het podium. Wie er nu aankomt, is met triatlon begonnen toen hij zes of zeven jaar was en heeft de drie disciplines van bij het begin netjes meegekregen. Ik ben nog een omgebouwde duatleet. Ik heb letterlijk moeten léren zwemmen, om aan triatlon te kunnen doen. Bovendien werken ze even hard als ik. Op de halve afstand ben ik uitgepraat. Daar kan ik die nieuwe generatie niet meer afhouden. Dat heb ik in mei ondervonden in Oostenrijk. Bij het lopen kon ik mijzelf niet pushen en werd ik 21ste. Dat moet mij niet te veel overkomen of het zal gauw gedaan zijn.”

Korporaal Marino

“Deze winter heb ik sponsors gezocht, maar niet gevonden. Mijn vrouw Elke (Vanrenterghem, ex-triatlete en samen met Marino uitbater van fitnesscentrum Bink’s Base in Jabbeke, HV) is mijn grootste sponsor. En ik leef van mijn spaarcenten. Gelukkig heb ik nog mijn contract als topsporter bij Defensie om te kunnen eten en leven. Triatlon is duur en er is steeds minder bereidheid om te sponsoren. Laat ik het anders zeggen: er zijn jonge gasten die het voor ons verzieken omdat ze al blij zijn met een gratis paar wielen en het tweede paar voor de helft van de prijs.”

“Als ik dan kom en geld vraag, hoor je dat er net iemand is gepasseerd die mij al een keertje heeft geklopt en dat die blij was met wat gratis materiaal. Van de pakweg honderd triatlonprofs in de Ironman, zijn er 75 die nog moeten werken om rond te komen, of zoals ik andere atleten trainen. Rijk worden van triatlon, vergeet het.”

“Het is geen vetpot nu, maar ik heb tien jaar meegedraaid aan de wereldtop in een sport die op dat moment goed betaalde, dus ik klaag niet. Eerst dacht ik dat ik niet aan geldsponsors raakte omdat ik oud was, maar ik heb het er met Jan Frodeno en Frederik Van Lierde (twee Hawaï-winnaars, HV) over gehad en zij hadden dezelfde bedenking. Er is gewoon minder bereidheid tot sponsoren en bedrijven zetten hun geld ook anders in, meer bij events. Neem nu Oakley, al jaren mijn sponsor. Hun brillen zijn het enige wat ik van jaar tot jaar consequent heb bijgehouden. Oakley was dit jaar voor het eerst hoofdsponsor tijdens Parijs-Roubaix. Dat is geld dat niet bij de atleten terechtkomt.”

“Ik ben nu vijftien jaar topsporter-militair en ik ben het Belgisch leger heel erg dankbaar dat ze mij destijds die kans hebben gegeven. We hadden net een kind gekregen en die echt grote overwinning had ik nog niet te pakken, waardoor ik wist: er moet iets gebeuren om dit thuis te kunnen blijven uitleggen. En toen kwamen Topsport en Defensie net op het juiste moment met die aanbieding. Pas daarna ben ik geregeld Ironmans gaan winnen.”

“Ik ben korporaal. Laatst moesten Fre (Frederik Van Lierde, HV) en ik bij de generaal komen. Ik was er niet helemaal gerust in. Ik redeneerde in hun plaats: die gast is vijftien jaar op reis geweest met ons geld, nu is het tijd om te stoppen. Maar neen hoor, die generaal was heel erg enthousiast. Zo’n oude zak die nog topprestaties neerzet, dat vond hij een voorbeeld voor Defensie. Hij heeft natuurlijk gelijk: geen reden om als je ouder wordt met een dikke buik achter een bureau te gaan zitten.”

“Hoe het na mijn triatlonpensioen met die carrière in het leger verder moet, is nog een open vraag, maar ze hebben mij al gerustgesteld: ze gaan mij niet naar een kazerne aan de andere kant van België sturen. Ook niet naar Somalië. Er zal worden overlegd over wat het beste bij mij past. Sportinstructeur, dat zou wat zijn, maar daarvoor moet je weer een diploma halen en door die lenigheidstesten raak ik nooit.” (lacht)

Stenen kloten

“Het enige waar ik het nog voor doe, is wedstrijden winnen, de kick voelen die daarbij hoort. En dan win ik nog het liefst op een brutale manier, door de anderen dood te knijpen. Of men mij daarna op een voetstuk zet of niet, of men mij proficiat wenst of zegt dat ik God ben, dat zal mij allemaal een zorg wezen. Als is het natuurlijk plezanter als je wordt gewaardeerd.”

“Daarom stoorde ik mij aan de manier waarop mijn omgeving reageerde telkens als ik won. ‘Allee, het is te hopen dat de gazet nu iets schrijft’ of ‘Hoe is het mogelijk dat de VRT daar niks over zegt?’ Ik kreeg daar stenen kloten van, eerlijk waar. Mijn ouders, mijn schoonouders, Elke, veel van mijn vrienden, altijd maar weer hameren op die erkenning. Ik heb dat nooit gehad. Onder de radar blijven en dan uithalen, dat is meer mijn stijl.”

Winst in Klagenfurt: ‘Ik krijg nog steeds kippenvel als ik aan die dag terugdenk.’ Beeld Getty Images Europe

“Mijn vrouw Elke is zo mogelijk nog fanatieker dan ik. Soms is het familiaal lastig, met twee mensen die zo gedreven aan sport doen. Destijds heb ik haar gevraagd om te stoppen met werken en alles op mijn carrière te zetten. Dat heeft ze gedaan, tot ik in 2017 ergens in het buitenland plots een sms kreeg: ik ga een crossfit (manier van fitness die gewichtheffen, atletiek en gymnastiek combineert, red.) beginnen. Dat was even schrikken. We hebben nu Bink’s Base in Jabbeke, in de sporthal. We zouden graag onze eigen ruimte bouwen, maar ze doen moeilijk over de locatie. Jammer.”

“Elke heeft zelf ooit als gymnaste net naast een olympische kwalificatie gegrepen en is daarna triatlon gaan doen. Ze had dat onbevredigde verlangen, dat gevoel: verdorie, hier had meer in gezeten als ik er eerder mee was begonnen. Dat geldt voor veel age groupers. Ze winnen dan wel hun leeftijdscategorie bij de amateurs, maar wie maalt daarom?”

“Elke is dan gestopt met triatlon en heeft zich helemaal op crossfit en boot camps gegooid, als lesgeefster. Het hele goede nieuws is: zelfs onze tienerdochter is overstag gegaan. Nooit gedacht dat die nog zo zou gaan sporten en iets aan haar lichaam wilde doen. Soms ergert ze zich zelfs aan haar leeftijdsgenoten en hoe die eten. Met zulke ouders kon dat niet uitblijven natuurlijk.”

“Elke bereddert Bink’s Base. Ik kom hooguit een keer een uurtje uit mijn zetel. Ik weet dat ik daar meer zou moeten zijn en haar zou moeten steunen, maar ik voel dat ik met ouder worden nog meer rust nodig heb. Het is trainen of rusten, niks anders. En dus is nu de vraag: hoelang kan ik dit leven nog verantwoorden ten aanzien van mijn gezin? Simpel: zolang ik win.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden