Vrijdag 20/05/2022

Treffend nieuw werk van bekende én onbekende buitenlandse namen

Is er leven na Stieg Larsson? Natuurlijk, want zolang er misdaad is, en wij daar een ongezonde belangstelling voor hebben, blijven de persen vrolijk draaien. Uit alle verdienstelijke thrillers die de laatste maanden verschenen zijn, selecteerden wij de meest opvallende, ongewone én verrassende. Een greep uit het zeer rijke aanbod. Door Bart Holsters & Fred Braeckman

Zowat elke Scandinavische uitgever is op zoek naar de ‘nieuwe’ Stieg Larsson. Iedereen hoort de kassa graag rinkelen. Ook opvallend is het aantal misdaadtrilogieën dat verschijnt of aangekondigd wordt. Een debutant die niet meteen een reeks van drie maakt, lijkt eraan voor de moeite. Helemaal niet gelukkig met woorden als ‘De opvolger van Stieg Larsson’ is Jens Lapidus. Zijn debuut, Snel geld, lijkt niet op wat en hoe Larsson schrijft. Bovendien is strafrechtadvocaat Lapidus (nog) beter. Qua stijl vooral, maar ook omdat hij door het weglaten van technische details veel ballast vermijdt. De boeiendste figuur in Bloedlink is Niklas Brogren, getekend door zijn verleden als huurling. Maar nog meer door de herinnering aan zijn moeder, die werd mishandeld toen hij nog een kind was. Voor mannen die vrouwen mishandelen is hij ongenadig. Thomas Andrén, een corrupte politieman, bijt zich intussen vast in een moordzaak waarin geknoeid werd met het autopsieonderzoek. Zijn speurwerk brengt hem, wat voorspelbaar, naar de moord op Olof Palme. Een ander personage is de kleine crimineel Mahmud al-Askori, die zo snel mogelijk een grote jongen wil worden. Bloedlink is hypercrime, maar heeft zijn beperkingen: veel dimensie geeft Lapidus niet aan zijn personages. (FBr)

De zomer van 1966 was in het leven van Sara Paretsky een beslissende periode. Dat vertelt ze haar lezers in een kort dankwoord op het einde van haar jongste thriller Hard spel. Paretsky was net geen twintig, kwam voor het eerst naar Chicago en deed er vrijwilligerswerk in een blanke wijk. Ze werkte met kinderen van zes tot tien. “Mijn collega’s en ik probeerden hen in deze angstaanjagende tijden te onderwijzen en te ondersteunen.” Paretsky was getuige van hevige rassenrellen toen Martin Luther King, die dicht bij haar woonde, het samen met leiders van de burgerrechtenbeweging hard te verduren kreeg bij hun protesten tegen de apartheid in het huisvestingsbeleid van de stad. Paretsky’s achttiende thriller speelt in het heden, maar de gebeurtenissen van die zomer in Chicago vormen de achtergrond van Hard spel. Privédetective V.I. Warshawski, al bijna dertig jaar de heldin in de romans van Paretsky, gaat op zoek naar een zwarte man die in 1967 verdween tijdens een sneeuwstorm. Het zou kunnen dat zijn verdwijning te maken heeft met zijn politieke activiteiten. Hij was lid van een bende jongeren die King verdedigde tegen politiegeweld. Na bijna dertig jaar hebben Paretsky noch V.I. ook maar iets van hun gedreven engagement verloren. (FBr)

Hoe sterk kan een personage in een roman worden? Als hij niet langer een personage in een boek, maar een mens wordt? En als je hem of haar begint te missen? Het overkwam mij in Onderstroom, de jongste roman van de IJslander Arnaldur Indridason. Wellicht de meest begaafde van alle Scandinavische misdaadschrijvers. Erlendur Sveinsson, de melancholische en kwetsbare inspecteur, komt nauwelijks voor in deze thriller. Geen woord meer over zijn ex, zijn dochter die aan de drugs zat, zijn eigen oneindige eenzaamheid. Nauwelijks een signaaltje van zijn vriendin krijgen we. Erlendurs mobieltje antwoordt niet. En dat ligt niet aan de as van de Eyjafjallajökull. Erlendur is spoorloos ergens in de Oostfjorden, de streek waar jaren geleden zijn broertje tijdens een sneeuwstorm verdween. Die traumatische ervaring heeft Erlendur nooit kunnen verwerken en hij gaf zichzelf de schuld. Intussen neemt collega Elínborg de honneurs waar. Ze wordt geconfronteerd met een vreemde zaak. In een woning in Reykjavik wordt het lichaam van een jonge man aangetroffen. Runólfur is de keel overgesneden, hij draagt alleen een T-shirt en blijkt gebruiker van de ‘verkrachtingsdrug’ Rohypnol. Het ziet ernaar uit dat hij nog even voor zijn dood seks heeft gehad. Indridason vertelt het met de precisie van een chirurg. Maar toch, Erlendur heb ik gemist. (FBr)

De romans van Guillermo Martínez brengen thrillers op een nieuw niveau. Toch blijft de Argentijn een vrij onbekend auteur. Ook al is The Oxford Murders in meer dan dertig talen vertaald (in het Nederlands MY8: onzichtbare misdaden) en verfilmd met John Hurt en Elijah Wood in de hoofdrollen. Het verhaal is zowat de meest ongewone whodunit ooit geschreven. Al even fascinerend was De langzame dood van Luciana B., waarin Martínez prikkelende vragen stelt over de relatie tussen fictie, werkelijkheid en schrijven. Alles boeiend verpakt als een moordverhaal over een matig succesrijk schrijver die van een gewezen medewerkster hoort dat haar vroegere baas, een gevierd auteur, haar familie uitmoordt. Martínez is de man van korte romans, tweehonderd bladzijden maximum. De openbaring van Roderer, zijn debuut dat acht jaar geleden werd geschreven, is zelfs nog korter. Een misdaadverhaal zonder moord. Hoewel. Een mollig meisje sterft wel aan anorexia omdat een paar scholieren haar pesten om haar uiterlijk. Eigenlijk een subplot in een verhaal dat gaat over de ongewone vriendschap tussen twee jonge mensen in een klein Argentijns stadje. Beiden zijn superintelligent, toch zal hun leven een heel andere wending nemen. Een korte, loepzuivere misdaadroman, een rite de passage die je ook als een aanzet tot biografie kunt lezen. (FBr)

John Grisham schrijft eenvoudige verhalen die vlot lezen. Daar is niets mis mee. Bovendien is het mooi dat hij in zijn rechtbankthrillers al twintig jaar meestal aan de goede kant staat: tegen de doodstraf, tegen de trucs van de tabaksindustrie, de graaicultuur van de advocaten. Minder fraai is dan weer dat hij het vaak proper houdt, niet al te diep ingaat op onrecht, armoe liever van op een afstand bekijkt. Een mogelijke verklaring voor het succes van zijn vroegere thrillers? Grisham bracht nu ook een bundel uit met zeven verhalen die, in de breedste zin, over recht en onrecht in de (Amerikaanse) maatschappij gaan. Brommen op de advocaten blijft hij doen, maar soms is hij ook sarcastisch en ontroerend. Heel pakkend is ‘Rare jongen’ over een man die terugkeert naar zijn geboortedorp om er aan aids te sterven. Geen meesterwerk, wel een aanrader omdat je een andere Grisham leert kennen. (FBr)

Schrijvende duo’s zijn in de mode en Scandinavische thrillers zijn dat ook, zodat het met Roslund & Hellström, twee spannende Zweden, niet stuk kan. De heren presenteren met Drie seconden hun vijfde politieroman met in de hoofdrol hoofdrechercheur Ewert Grens, een wat versleten, zeer middelbare politieman die al jaren gebukt gaat onder schuldgevoelens omdat zijn vrouw door zijn toedoen in een coma ligt. In het vorige boek is ze overleden, zodat Ewert nu een klein beetje minder gekweld is - en de energie vindt om zich vast te bijten in het onderzoek naar een geheimzinnige moord op een politie-informant. Dat brengt hem echter in de problemen met zijn collega’s, want bij die moord was nog een andere informant betrokken. Die laatste, Pieter Hoffman, een gewezen crimineel, staat op het punt om een grote drugsoperatie van de Poolse maffia te ontmantelen, zodat zijn opdrachtgevers bij de politie vooral niet willen dat hij door Ewert Grens ontmaskerd wordt. Stof te over voor een heel spannend boek met twee verhaallijnen: het onderzoek van Grens en de perikelen van Hoffman, die in de gevangenis moet infiltreren om daar in opdracht van de Polen een drugsmonopolie te verwerven. Een thriller om vooral niet te missen, van een duo dat met elk boek sterker wordt.(BH)

Zeven thrillers heeft Nesbø geschreven met de rebelse rechercheur Harry Hole in de hoofdrol en zeven keer was het een schot in de roos. Zijn achtste, Headhunters, moet het zonder Harry doen: deze keer gaat de hoofdrol naar Roger Brown, headhunter voor een duur Noors selectiebureau. Roger heeft geen last van bescheidenheid: “Ik ben de koning van de berg”, zegt hij, en zijn omgeving is het daarmee eens - hij is de beste in zijn vak. Maar hij heeft een geheim. Zelfs zijn riante salaris volstaat niet om de grillen van zijn mooie maar verwende vrouw te betalen, zodat hij bijverdient door schilderijen te stelen. Dat loopt lekker, tot Roger het verkeerde slachtoffer kiest en een genadeloze moordenaar achter zich aan krijgt. Spanning gegarandeerd, maar toch stelt Headhunters een beetje teleur. De plot is weer duivels slim, zoals we dat van Nesbø gewoon zijn, en het verhaal wordt vlot verteld, maar ergens schort er iets. Het gaat allemaal te snel, de plot blijkt achteraf toch niet zo vreselijk geloofwaardig, en vooral: alle personages, mannen en vrouwen, inclusief de held (en zelfs, in een niet onbelangrijke bijrol, een hond) zijn zo antipathiek als de pest, wat de identificatie geen goed doet. Kom terug, Harry, alles is vergeten en vergeven!(BH)

Als Georges Simenon op Sicilië was geboren, had hij Andrea Camilleri geheten. En misschien nog geleefd, want Camilleri is intussen 85 geworden en vertoont nog geen spoortje van sleet. In Sporen in het zand zijn de Siciliaanse meester en zijn held, commissaris Montalbano, weer helemaal op dreef. Het verhaal begint behoorlijk schokkend: op een mooie ochtend ligt er vlakbij Montalbano’s huis een dood paard op het strand. Het beest is mishandeld, doodgeslagen met ijzeren staven. De verontwaardigde commissaris haalt er zijn rechercheurs bij, maar voor het onderzoek kan beginnen, is het kadaver van het paard verdwenen. Montalbano, geen opgevertje, wil er het fijne van weten en belandt onverhoeds in een wereldje van rijke paardenfokkers, clandestiene paardenrennen en, onvermijdelijk op Sicilië, maffiosi. Tussendoor laat hij zich veroveren door de mooie Rachele, kibbelt hij over de telefoon met vaste vriendin Livia, die veilig in Rome zit, en is er tijd te over voor rijkelijke maaltijden en grote hoeveelheden drank. Misdaad of geen misdaad, maffia of geen maffia, het leven is goed op Sicilië en Montalbano neemt het ervan. Wij genieten mee, in een lekker zomerse, subtiele politieroman - waarin gelukkig ook nog eens een keer gelachen mag worden. (BH)

Zelfs Hannibal Lecter zou de straat oversteken als Gretchen Lowell aankomt, de duivelse seriemoordenares die nu al drie boeken lang de staat Oregon onveilig maakt. Genadeloos begint in een smerig toilet langs een snelweg, waar een tienermeisje de schrik van haar leven krijgt: uit een overlopend toilet komen menselijke resten naar boven drijven. Blijkt dat de muren van het toilet bekrabbeld zijn met hartjes, de signatuur van Gretchen Lowell. Gretchen is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken: beeldschoon, sexy, sluw en harteloos. Naar eigen zeggen heeft ze tweehonderd mensen omgebracht, en nadat ze uit de gevangenis ontsnapt is, heeft ze in de staat een hele schare volgelingen gekregen. Ze heeft haar pagina op Facebook, websites zijn aan haar opgedragen, er zijn Gretchen Lowell T-shirts te koop, toeristenbussen bezoeken de plaatsen waar ze gemoord heeft... De man die haar moet pakken is Archie Sheridan, een rechercheur die door Gretchen gevangen gehouden en gemarteld is en sindsdien een soort haat-liefdeverhouding met haar heeft. Gruwel & grandguignol, spanning, spitse dialogen: Chelsea Cain is in vorm, ook al is het de vraag hoe lang ze haar monsterlijke moordenares nog kan blijven uitmelken. (BH)

Op zoek naar een vakantieboek om bij het zwembad te lezen, zonder spijt opzij te leggen wanneer er iets leukers te beleven valt en daarna met smaak weer op te nemen? Dat wordt dan De vergelding, een onheilspellende titel voor een ontspannende zomerthriller. Auteur Martin Walker brengt zijn zomers door in de Dordogne en gebruikt die mooie streek als decor van gezellige romans met de Franse politieman Bruno Courrèges in de hoofdrol. Bruno, de sympathiekste flic aller tijden, waakt als een goede huisvader over het wel en wee van het pittoreske stadje Saint-Denis. Daar heeft hij zijn werk mee, want nadat een proefveld met genetisch gemodificeerde gewassen in brand wordt gestoken, willen de hoge heren in Parijs schuldigen vinden en hebben ze het gemunt op de plaatselijke hippies, toevallig goede vrienden van Bruno. De komst van een Amerikaanse wijnbaron veroorzaakt nog meer opschudding en tot overmaat van ramp vallen er een paar lijken. Het verhaal komt jammer genoeg nooit echt van de grond en de spannendste scène is een barbecue waar buitenlandse gasten leren hoe je kwartelkopjes tussen je tanden kraakt om er de hersentjes uit te zuigen, maar laat dat de pret niet drukken: deze literaire thriller (waar halen ze het?) over een zonnige, volstrekt Nederlandervrije Dordogne is een prima remedie tegen stress. (BH)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234