Woensdag 08/07/2020

Trappen zonder grenzen

Architect, 3D-animator, computertechneut, fotograaf... De Argentijn Nicolás Marino had alles om te slagen in de beschaafde wereld. Maar hij bedankte voor de eer, het geld en de firmawagen. Tien jaar geleden trok hij op wereldreis met een fiets en een camera. Hij is nog altijd onderweg.

Min 15 graden was het. De tegenwind, de koude en de hoogte sneden me de adem af. Just another day in Tibet, noemen ze dat. Ik was al de hele dag bezig met de beklimming van een 4.600 meter hoge bergpas. Mijn lijf was afgepeigerd, mijn geest bijna willoos. En toen stak de sneeuwstorm op. De wind stond zo strak dat de dikke vlokken haast horizontaal door de lucht vlogen. Het werd pikdonker en ik vreesde dat ik zou doodvriezen.

"De grond werd glad, mijn achterwiel slipte. Ik stapte af en duwde mijn fiets te voet verder. Wanhopig zocht ik naar een kampeerplek om mijn verkleumde lijf op te warmen. Na een tijd spotte ik een kudde jaks. En een tent met nomaden. Ze ontvingen me met open armen, serveerden me tsampa (meel van geroosterde gerst, red.) en vettige Tibetaanse boterthee. Ik zat bij het vuur en at met hen. Toen het gevoel in mijn vingers terugkeerde, greep ik mijn camera. Ze trokken gekke snoeten en wilden telkens de foto's zien op mijn scherm. Dan lachten ze zich krom en wilden ze nog meer. Daar in die dunne tent, te midden van een zware storm en pieken van 6.000 meter hoogte, was het plots heel warm. Een memorabel familiemoment."

Honderden anekdotes. 77.000 kilometer. 86 landen. 75.134 foto's. 10 valpartijen. En 3 bijna-doodervaringen. Dat is het bondige relaas van de escapades van Nicolás Marino, sinds hij tien jaar geleden Argentinië verliet. Onderweg bleef de avonturier plakken in Australië en China. Maar de jobs die hij daar had, dienden louter om zijn waanzinnige fietsexpedities te bekostigen. De voorbije drieënhalf jaar ploegde hij door Afrika, waar hij 46 landen doorkruiste, goed voor 55.158 kilometer.

Muskietennet en ducttape

Marino erfde de microbe van zijn ouders, die de gewoonte hadden hem en zijn zus in de auto te gooien en naar de meest afgelegen plekken van Zuid-Amerika te karren. "Vanaf mijn achttiende begon ik solo te reizen", zegt Marino. "Reizen is de enige constante in mijn leven. Ik hield er alleen maar mee op om te studeren of een poos te werken. Bij de meeste mensen is dat andersom. Vroeger wou ik architect worden. Nu zie ik mezelf als een klein kind met als enig doel de dingen te doen waarvan ik geniet. Ik combineer twee van mijn allergrootste passies: fotograferen en de wereld ontdekken. En ik kan er nog van leven ook."

Marino verkoopt zijn foto's en schrijft artikels voor verscheidene internationale kranten. Veel geld heeft hij niet nodig voor zijn nomadenbestaan. Zijn meest essentiële spullen zijn een muskietennet, een rol ducttape, een Leatherman-zakmes en een camera. Een harde schijf met films, e-boeken en muziek is zowat de enige luxe die hij zich permitteert. Slapen doet hij bij mensen thuis. Of onder de blote hemel. Eten is meestal spotgoedkoop in de streken waar hij komt en wordt hem vaak toegestopt door sympathisanten.

Het is een leven dat doet dromen. De voorbije jaren ontving Marino duizenden e-mails van bewonderaars. In al die brieven ontwaarde hij een zekere frustratie, zelfs berouw. "Mensen vertellen me dat ik het leven leid dat zij doodgraag zouden willen leiden. Maar ze durven niet. Dat is triest. Ik wil hen graag inspireren. Bewijzen dat een andere manier van leven mogelijk is en dat iedereen dit kan doen. Je hóéft niet te kiezen voor een negen-tot-vijf-keurslijf als dat je niet gelukkig maakt. En je hoeft niet hele dagen door te rushen. Het leven is zoals een fantastisch diner: het smaakt beter als je er trager van geniet. Goed kauwen en af en toe je ogen eens sluiten, dat maakt alles intenser."

Tijdens zijn trips gunt Marino zich de totale vrijheid. Geen planning, geen timing. Reizen op het gevoel. "Op mijn laatste trip wilde ik het hele Afrikaanse continent zien. Maar als ik er ergens onderweg genoeg van had gekregen, dan was ik zonder twijfel gestopt. Die vrijheid is het mooiste wat er is."

Toch doet Marino niet zomaar wat. Gedreven door een diepe liefde voor afgelegen gebieden en culturen, bezocht hij de Toearegs in de Sahara, de Tibetaanse boeddhisten in de Himalaya, de nomaden in Mongolië en de Bayaka-pygmeeën in de regenwouden van Centraal-Afrika.

Beschaving

"Reizen is voor mij de ultieme levensles. Bij die stammen ontdek je pas hoe betekenisloos ons jachtige leven is, met die 24/7 virtuele verbondenheid via vijf verschillende toestellen. Die mensen worden 'onbeschaafden' genoemd, maar ze zijn net heel beschaafd, op hun manier. Ze koesteren nog een aantal mooie waarden die in de 'beschaafde' delen van de wereld verloren zijn gegaan. Gastvrijheid, liefde, empathie, altruïsme." Hij heeft dan ook een hekel aan de term 'beschaving', zegt hij. "Voor mij is er niets beschaafds aan landen die hun welvaart brutaal exploiteren op de kap van anderen en van de planeet. Er is niets beschaafds aan het opleggen van je politieke, economische en religieuze wereldbeeld aan mensen die minder macht hebben. Ik vind het veel beschaafder dat mensen die niets hebben er toch alles aan doen om anderen te helpen als zij in nood zijn. En het is heel beschaafd om een vreemde in je huis te ontvangen, hem onderdak en voedsel aan te bieden en hem te behandelen als een deel van je familie. Beschaving is niet noodzakelijk een technologisch vooruitspringende samenleving. Beschaving is een vriendelijke, gastvrije en solidaire wereld, waar liefde en zorg voor anderen primeert op egoïsme en economische groei."

Het leven van Nicolás Marino bestaat uiteraard niet alleen uit adembenemende vergezichten, hangmatten op het strand en zorgeloze bamboehutjes bij de Fulani-stam. Zijn eindeloze pad ligt bezaaid met meer obstakels dan in een avonturengame. Extreem weer is er een van. Hij maakte de gure koude mee van de Tibetaanse hoogvlaktes, maar ook de moordende hitte van de Sahel, waar het bij 57 graden leek alsof hij "achter een raket aan het fietsen was". Het heftigste moment beleefde hij in Lesotho, waar hij op een nacht werd overvallen door een van de apocalyptische onweders die er elk jaar het leven kosten aan een handvol herders. "Ik kampeerde aan de voet van de Sani-pas, vlak bij de grens met Zuid-Afrika. De hemel was een spinnenweb van bliksemschichten en de hagel leek wel uit een machinegeweer te komen. Mijn tent sloeg om en spoelde weg. Een uur lang lag ik met mijn gezicht op de grond te brullen van de schrik. Daarna was het over."

De Argentijnse avonturier reist door gebieden waar de doorsneewesterling zijn dochter niet bepaald met een gerust gemoed door zou sturen. Oorlog, hongersnood, ziektes, corrupte ambtenaren, meedogenloze rebellengroepen, het schrikt hem blijkbaar niet af. "Ik heb al vaak problemen gehad met corrupte officials en malafide idioten, maar niet in die mate dat ik me echt onveilig voelde. Meestal waarschuwen mensen me voor gevaren. In Kaapstad adviseerden twee jongens me om mijn traject te veranderen, anders zou ik de gevaarlijkste sloppenwijk van de stad zijn binnengereden. Ik heb overal zo veel gastvrijheid ervaren dat ik ben gaan denken: als iemand me pijn zou willen doen, dan zouden duizend anderen in de buurt zijn om me te beschermen. De delen van de wereld waar ik kom, zijn door zo veel overheden en media gedemoniseerd, maar ik voel me overal aanvaard en welgekomen. Veiligheid is een illusie. En een heel subjectief gevoel. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je niks kan overkomen."

Oog in oog met de jungle

Zijn subjectieve veiligheidsgevoel haperde nog het meest op de drukke Nigeriaanse wegen. Hij omschrijft het verkeer er als absolute waanzin. "Het is de slechtste plek ter wereld om te fietsen. Ik voelde me voortdurend in levensgevaar. Op de snelweg tussen Ibadan en Lagos viel ik tegen hoge snelheid van mijn fiets en werd ik bijna overreden door vier auto's die elkaar op hetzelfde moment aan het inhalen waren. Ik had er even genoeg van en besloot mee te liften met een vrachtwagen."

Maar niet alle wegen in Afrika zijn geschikt om met de auto over te razen. Vaak is het al een succes als je er min of meer over kunt fietsen. Op een harde weg legt Marino minstens 150 kilometer per dag af. Op de grens tussen Gabon en Congo deed hij vijf dagen over een beroerd pad van 120 kilometer door de wildernis. Niemand had die route ooit gefietst en Marino merkte snel waarom.

"In het begin was het prachtig, die fascinerende stukken ongerept regenwoud en piepkleine dorpjes waar ze me met veel liefde ontvingen. Tot ik mezelf helemaal vastreed in de modder. Ik dacht dat het maar een paar honderd meter zou duren en ploeterde erdoor. Maar het werd alleen maar erger en ik zakte steeds dieper weg. Het was ondraaglijk heet en vochtig. Ik moest mijn volgepakte fiets door de smurrie duwen, terwijl ik voortdurend op mijn hoede was voor dodelijke insecten en vlijmscherpe planten die mijn armen en benen konden opensnijden.

"Het werd pikdonker. De geluiden van de jungle gaven me the creeps. Vlak bij me lagen enkele lange takken. Eén ervan bewoog. Het was een twee meter lange, zwarte cobra. Haar hoofd gleed op 2 centimeter van mijn voet voorbij. Niet veel later zag ik overal afdrukken van olifantenpoten. Ik verhoogde mijn tempo. Tot vreselijke geluiden me deden verstijven. Het was alsof de hele jungle aan stukken werd gereten. Een kudde olifanten stond pal op de weg. Ik bleef stokstijf staan en wachtte. Het waren de meest angstaanjagende minuten uit mijn leven. Ze keken me een hele tijd aan en wandelden dan voort. Wat verderop stelde ik mijn tent op een modderberg op waar zij met hun gewicht niet op zouden geraken. Maar ik vergeet die nacht nooit meer.

Duizend orgasmes

"De volgende dag moest ik mijn fiets en bagage opnieuw urenlang door de modder duwen. Daar heb ik een voor mij onvergetelijke foto gemaakt. Het was een van die vele keren dat ik compleet uitgeput zat te verpozen en dacht: 'Wat doe ik godverdomme hier?' Ik was compleet kapot, maar tegelijk voelde ik een gloed van gelukzaligheid door mijn lijf gieren waar zelfs geen kettingreactie van duizend orgasmes tegenop kan.

Uiteindelijk heb ik mijn bagage achtergelaten en ben ik met mijn fiets verder gesukkeld. Tot in het eerstvolgende dorp, waar een vriendelijke man met zijn pick-uptruck mijn bagage wilde ophalen."

Nu zijn Afrika-expeditie erop zit, trekt Marino naar Australië. Hij heeft er al lang geen vaste stek meer, maar om zijn permanente verblijfsstatus te behouden, moet hij er dit jaar nog naartoe. "Ik ga er een tijdje verblijven om te voelen hoe het leven er is. De eerste acht à tien maanden ga ik het land verkennen per fiets. Aan settelen denk ik nog niet. Ik zie de voordelen van het leven in een ontwikkeld land, maar ik bruis pas echt in de derde wereld. Misschien komt dat doordat ik er net drie jaar heb gespendeerd en de relativiteit zie van comfort en zekerheid.

"Maar ooit wil ik misschien wel mijn eigen herberg openen, een coole plek waar ik de voorwaarden kan creëren om mijn manier van leven te delen met anderen. Momenteel denk ik daarvoor aan Indonesië. Maar het is nog een verre droom. Eén zaak staat vast: ik ga niet blijven rondfietsen. Het leven is te kort om je te beperken tot één ding, ook al doe je het nog zo graag."


Hapje eten onder een waanzinnige sterrenhemel in Namibië.

Onder een paar lagen stof gearriveerd bij Brazzaville,

hoofdstad van de Republiek Congo.

De Drakensbergh in het Afrikaanse landje Lesotho. Hier werd Marino overvallen door een onweer dat hem haast het leven kostte.

Tibet, waar koude en hoogte samen de ultieme beproeving vormen.

Je zou van minder de moed verliezen op dit 'zandweggetje' in Congo.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234