Vrijdag 18/10/2019
Guy T'Sjoen (links) en Joz Motmans.

Interview

‘Transgender: so what? Het is geen geheim, maar ook niet mijn primaire identiteit’

Guy T'Sjoen (links) en Joz Motmans. Beeld Damon De Backer

Met Sam Bettens heeft ons land zijn eerste bekende transman. Hoe verloopt zo’n proces bij trans­mannen? Wat doet die extra testosteron met je lijf en hoofd? En kun je een penis kiézen? Professoren Guy T’Sjoen en Joz Motmans leggen het uit.

Hoeveel toeval kan ermee gemoeid zijn? Net nu Sarah Bettens heeft aangekondigd dat hij voortaan als Sam Bettens door het leven gaat, komt Het transgender boek in de rekken: een kruising tussen wetenschappelijke duiding en sprekende verhalen die niemand onberoerd laten. Auteurs zijn topdokter Guy T’Sjoen, diensthoofd van het Centrum voor Seksuologie en Gender (UZ Gent), en psycholoog Joz Motmans, bezieler van het Vlaamse Transgender Infopunt en zelf transman. Hun boodschap? Dat iedereen zijn eigen pad kiest. En dat het helemaal niet zo ellendig is om trans te zijn. Guy T’Sjoen: “Veel buitenstaanders denken: ocharme, al die medische behandelingen, die operaties en complicaties. Maar dat is slechts één periode. Het is niet allemaal kommer en kwel. Transmannen en -vrouwen hebben ook humor, plezier in het leven.”

Sam Bettens van K’s Choice. Beeld frank clauwers

Van humor gesproken. Konden jullie lachen om de reclamestunt van Jupiler: ‘Pintje, Sam?’

Guy T’Sjoen: “Absoluut, ik vond dat zeer geslaagd. Ik hoop alleen dat Sam Bettens vooraf op de hoogte was gebracht.”

Joz Motmans: “Ook ik had er een positief gevoel bij. Vooral omdat ze de boodschap uitdragen: ‘Welkom Sam, je hoort er nu bij. Nu ben je one of the guys.’ Mannen vinden het doorgaans moeilijker om transpersonen te aanvaarden. Hun houding is vaak negatiever dan die van vrouwen, zo weten we uit onderzoek. Dan is het mooi dat Jupiler deze boodschap geeft.”

GUY T’SJOEN • 48 jaar, geboren in Oude­naarde • hoogleraar endocrinologie UGent en androloog • hoofd van de dienst endocrinologie en van het Cen­trum voor Seksu­ologie en Gender (UZ Gent) • schreef Onder de gordel – verhalen van de mannendokter • woont in Gent, samen met zijn partner Milan

JOZ MOTMANS  • 45 jaar, geboren in Hasselt • klinisch psycholoog en sociaal wetenschapper • coördinator Transgender Infopunt • gastprofessor genderstudies (UGent) • is zelf transman • woont in Destelbergen met zijn vriendin en twee kinderen

Jullie zetten al een hele carrière in op de zorg voor en onderzoek naar transpersonen. Professor T’Sjoen, uw collega-endocrinologen, gespecialiseerd in hormonen, houden zich nochtans liever bezig met diabetes of schildklierproblemen. Hoe heeft dit thema u zo geprikkeld?

T’Sjoen: “Dat begon al op mijn 17de, toen ik in de cinema La ley del deseo (De wet van het verlangen) van Pedro Almodóvar zag. Dat was mijn eerste kennismaking met het onderwerp. Een van de personages in die film, Tina, is een transvrouw. Wat het zo bijzonder maakte, was dat haar trans-zijn niet afgeschilderd werd als een groot probleem, het gegeven was slechts een subplot in het verhaal. Dat is me altijd bijgebleven.

“Een goeie tien jaar later – ik was toen endocrinoloog in opleiding – kreeg ik voor het eerst een transvrouw op consultatie. Haar verhaal raakte me diep: haar durf, haar zelfrespect. Zelf had ik pas op mijn 21ste de moed verzameld om me thuis te outen als homo. Hoe die vrouw uit de kast was gekomen, met dan nog dat hele medische traject: voor mij was dat een outing in het kwadraat.

“Ik wist meteen: hier wil ik me voor inzetten. Ook al leverde dat scheve blikken op. Collega’s zeiden me vlakaf: als je je geloofwaardigheid en respect binnen de universiteit wilt behouden, dan doe je beter ook nog ‘iets serieus’ ernaast.” (verkneukelt zich)

Professor Motmans, u ging zelf op uw 28ste in transitie tijdens het schrijven van uw doctoraat over transgenders. Hoe kwam die omslag er?

Motmans: “In Vlaanderen had ik nog nooit over het thema gehoord. Ik wist niet eens dat die optie bestond. Maar internationaal viel er wel al wat onderzoek over te rapen. Veel over het onderwerp lezen, maakte oude vragen in mij wakker. Het riep ook herkenning op. Ik voelde me thuiskomen en dacht: dit is mijn verhaal. In fotograaf Del LaGrace Volcano vond ik een rolmodel: hij maakt ongelooflijk kunstige portretten van genderdiverse mensen. Toen ik hem op een congres ontmoette, was ik helemaal van slag. Het was alsof ik in de spiegel keek. Toen besefte ik voor het eerst: dit kan, het bestaat.”

Sam Bettens vertelde: ‘Ik zag mezelf al als man, mijn vrouw ook, het is tijd dat iedereen me nu zo ziet.’ Is dat herkenbaar? Ook uw vriendin maakte uw transitie mee.

Motmans: “Inderdaad, het gaat over je eigen lichaamsbeleving, over hoe jij wilt dat anderen jou zien. Als de buitenwereld jou niet waarneemt zoals jij jezelf ziet, leidt dat tot onbehagen. Je wilt dat die twee matchen. Heb je al een relatie en ga je door zo’n intens proces, dat is dat natuurlijk niet evident. Je leert elkaar kennen, denkt te weten met wie je te maken hebt, maar dan ineens verandert dat. Als je partner het al zag aankomen, en als je daar samen achterstaat, dan zit de kans er wel in dat je relatie het overleeft. Het is andere koek als je geliefde denkt: ‘Wat, in godsnaam, ga jij nu doen?’ Of als die zich bedrogen voelt. Dan heb je een totaal andere startpositie.

“En laten we eerlijk zijn: het is nooit a walk in the park. Maar nu, achteraf bekeken, is dat voor ons niks meer dan een fait divers. Transgender: so what? Het is geen geheim, maar ook niet mijn primaire identiteit: ik ben vooreerst onderzoeker, wetenschapper, echtgenoot, vader. Mij zul je nooit horen zeggen: ‘Hallo, ik ben Joz en ik ben transman.’”

T’Sjoen: “En terecht. Waarom zou je ook?”

Sinds 1993 telt ons rijksregister 1.020 transvrouwen – mannen die vrouw worden. Transmannen zijn met 605 in de minderheid. Zijn er dan minder vrouwen die de switch maken naar man?

T’Sjoen: “Je mag niet vergeten: kijk je naar het juridische geslacht, dan zie je maar het topje van de ijsberg. De oude wet, vóór januari 2018, schreef voor dat je pas na het wegnemen van de geslachtsklieren officieel van geslacht kon veranderen. Transmannen moesten dus hun baarmoeder en eierstokken laten verwijderen, wilden ze een ‘m’ op hun pas. Nu die vereiste uit de wet is geschrapt, zien we dat er zich een hele nieuwe groep komt aanmelden. Transmannen die zeggen: geef mij maar testosteron, maar die baarmoeder laat ik netjes zitten. Het is die groep die vroeger dacht: ‘Moeten we nu echt onder het mes omwille van de wet?’”

Motmans: “Klopt, en dat zie je ook in de cijfers. Sinds de wet gewijzigd is, stijgt het aantal transmannen in verhouding het snelst. Velen willen zich nu toch juridisch laten erkennen als man. Waren zij in 2007 goed voor 31 procent van de aanvragen bij het rijksregister, dan was dat vorig jaar al 43 procent. Of zij ook allemaal medische zorg willen, dat weten we niet. Uit Belgisch onderzoek weten we dat een kleine 10 procent helemaal geen behandelingen wenst. Zij hebben er geen nood aan om hun lichaam aan te passen. Voor hen volstaat het om zich sociaal anders te presenteren.”

Hoe doen ze dat dan?

T’Sjoen: “Sommigen nemen genoegen met een andere voornaam, kiezen een mannelijk kapsel en dragen een stevige sportbeha om hun borsten plat te drukken. Want die zitten de sociale aanvaarding vaak in de weg. De meesten kiezen toch voor een borstverwijdering.”

Motmans: (knikt) “Voor veel transmannen is dat een cruciaal moment. Want die borsten verhinderen dat de buitenwereld je leest als man.”

Niet iedereen knipt zijn haar kort en draagt een broek, stellen jullie. Een minderheid van de transmannen zet juist wel zijn vrouwelijke troeven in de verf. Kunnen ook zij een medisch traject beginnen?

Motmans: “Simpel gezegd: een transman mag gerust nog een rok dragen en in behandeling gaan. Wij gaan niet zeggen: niks van, een broek aan. Dat maakt iemand niet meer of minder transman. Je mannelijk presenteren en je man voelen, dat zijn twee aparte aspecten van je identiteit. Het ene is je expressie, het andere is je zijn. Daar moeten we als maatschappij ook mee opletten bij transmannen die zich altijd heel vrouwelijk hebben getoond. Dat we bij hun coming-out niet met meer ongeloof reageren.”

T’Sjoen: Vandaag is kledij zeker geen criterium meer. Vroeger wel, toen was dat de real life-test. Mensen moesten zich al helemaal manifesteren in hun nieuwe rol. Het werd gezien als een diag­nostisch criterium: ‘Is dat verlangen wel authentiek? Hoe standvastig is die drang om man te zijn als je je zo vrouwelijk presenteert?’ Vroeger liet het ziekenhuis je ook het hele parcours afleggen, van a tot z: én borstverwijdering, én hormonen én geslachtsoperaties. Ook daar zijn we van afgestapt.”

Motmans: “Het is nu veel meer een keuzemenu. Zie het vooral niet als een lineair pad, elke transman moet kiezen waar hij zich goed bij voelt. Niet meer en niet minder.”

Acht op de tien transmannen die zich in de kliniek aanmelden, kiezen voor een hormoonbehandeling, zoals Sam Bettens. Testosteron in spuitjes, gel of pillen. Wat zijn de grootste effecten daarvan?

T’Sjoen: “Het eerste wat opvalt, is de lagere stem. Na drie maanden hoor je bij negen op de tien transmannen al een duidelijk verschil. Het tweede merkbare effect is een groter seksueel verlangen. Daar zijn alle transmannen unaniem over.”

Dus wie naar man switcht, krijgt vanzelf een hoger libido?

T’Sjoen: “Precies door het gebruik van testosteron ervaren transmannen meer opwinding en krijgen ze dus meer zin in seks. Voor veel koppels is dat toch een hele verandering. Partners die mee op consultatie komen, geven dat ook aan: ‘Ik heb er thuis wat meer werk mee.’ (maakt zicht vrolijk) Velen voelen ook hun orgasmes veranderen: die worden korter en krachtiger. Door de hormonen zal ook de clitoris wat groeien, waardoor die dikwijls gevoeliger wordt. Bij seksuele opwinding wordt die soms zelfs een beetje stijf.”

Langzaam aan neemt ook de spiermassa toe, en het vet af. Hoeveel geduld moet je daarvoor hebben?

T’Sjoen: “Reken toch op een jaar of anderhalf jaar. Natuurlijk kijken velen daar ongedurig naar uit. Dan moet ik ze temperen: ‘Kijk naar een gemiddelde jongen van 14. Die heeft ook al een jaar testosteron in zijn lijf. Dat is ook nog geen gespierde, behaarde beer.’ Bij iemand met mediterraanse roots, komt die baard er wel sneller. Heb je een Scandinavische look, dan gaat er meer tijd over.

“Alleszins, de dosis testosteron opdrijven zou niet helpen. Overdoseren zou het proces niet versnellen, het zou alleen meer risico geven op bijwerkingen, zoals meer acne en snellere haaruitval.”

Motmans: “Tuurlijk is het moeilijk om daar geduld voor op te brengen. Voor veel transmannen is die hormoonbehandeling het orgelpunt: nú is het voor echt. Je moet je voorstellen: in anderhalf jaar tijd word je door een hele nieuwe puberteit gejaagd. Dat doet wel wat met je. Je voelt je sneller opgejaagd, geagiteerd. Ook mijn vrouw moest al zeggen: ‘Dimmen, Joz.’ En nu geregeld nog. (schaterlacht)

“Laten we zeggen dat je in die periode ineens veel voor de spiegel staat. Je bent een tijd lang heel erg met jezelf bezig. Echt op het puberale af. Voor velen kunnen die eerste stoppels er niet snel genoeg zijn. Ze hebben drie witte haartjes op hun kin en posten al een selfie op Facebook: ‘Kijk, mijn baard!’”

Transvrouwen zouden door de hormonen sneller een traantje wegpinken. Huilen transmannen dan ineens minder, zoals Sam Bettens aangeeft?

T’Sjoen: (wuift weg) “Op dat vlak zien we maar weinig effect. Testosteron doet wel iets met emoties, maar dat is wetenschappelijk minder goed beschreven. We weten wel dat transvrouwen sneller emotioneel reageren.”

Klopt het dat testosteron transmannen juist assertiever maakt?

T’Sjoen: “Dat zien we vooral bij mannen bij wie we de menstruatie niet stil krijgen. Start je met testosteron, dan vallen die maandstonden bij negen op de tien mannen weg. Maar bij wie dat niet lukt, wekt dat veel irritatie op. Voor veel transmannen is die menstruatie iets afschuwelijks. Het is precies dat wat velen naar een hormoonbehandeling drijft.”

Motmans: “Ik merk, zoals velen, dat ik me vooral veel beter kan concentreren, kan doorzetten, ergens voor gaan. Al vind ik het ook tricky om dat volledig toe te schrijven aan dat testosteron. Komt dat door de hormonen of omdat ik me nu ook gewoon goed voel in mijn vel? Want als je je niet langer anders moet voordoen, en je de verwachtingen van buitenaf wat van je kunt afschudden, dan kom je ook sterker in je schoenen te staan. Dat is een zware rugzak die je afgooit. In die zin kom je wel meer voor jezelf op. Je wordt niet meer zo snel van je stuk gebracht.”

T’Sjoen: “Wat voor veel transmannen ook een opsteker is, is die eerste keer dat ze aan de kassa van de supermarkt ‘meneer’ horen. Dolgelukkig zijn ze dan.”

Motmans: (enthousiast) “Klopt, je welbevinden schiet zo de hoogte in. Eindelijk word je gezien voor wie je bent. Je moet weten: eerst zit je in een soort ‘mossel noch vis’-periode. Dat is heel lastig. De ene keer ben je ‘mevrouw’, de andere keer ‘meneer’, zonder dat je er zelf de vinger op kunt leggen waarom. ‘Ben ik nu zo dubbelzinnig?’, vraag je je dan af.”

Word je ook anders benaderd zodra je ‘meneer’ bent?

Motmans: “Echt, dat vond ik ongelooflijk frappant. Samen met mijn vriendin, die veel technischer is aangelegd dan ik, ging ik eens een diepvriezer kopen. Vroeger richtten de verkopers zich altijd tot haar, want zij stelde ook de vragen. Nu stelde zij al de vragen, maar de verkoper begon zijn uitleg tegen mij af te steken.

‘Alsof ik als man beter zou weten waarover het ging. Dat heeft me nog meer met mijn neus op de feiten gedrukt: hoe anders mensen je behandelen als vrouw of als man. En hoeveel we daarvan in de opvoeding meegeven. Als transman heb je ook nooit als klein jongetje geleerd hoe die genderregels in elkaar zitten. Hoe je je precies moet gedragen. Dat alleen is vaak een hele ontdekkingstocht.”

T’Sjoen: “Vergelijk het met transvrouwen, die zich plots anders moeten leren kleden en make-up gebruiken. Dat is ook heel wat, waar wat kennis en ervaring bij komt kijken.”

De borsten laten verwijderen, de vagina chirurgisch wegstoppen: voor veel transmannen zijn het ‘ijkmomenten’. Maar niet iedereen wil zijn baarmoeder en eierstokken kwijt. Hoe veilig is dat dan, als je levenslang testosteron moet nemen?

T’Sjoen: “Theoretisch gezien veronderstellen we dat dat geen enkel verhoogd risico op kanker geeft. Maar we weten het niet zeker – omdat dit nooit eerder goed is gedocumenteerd – en dat is toch een belangrijke ‘maar’. Daarom nemen we sinds de vernieuwde wet het liefst elke vijf jaar een scan van de onderbuik, om op veilig te spelen.”

Wat als je dat testosteron zou laten vallen?

T’Sjoen: “Dan ga je toch een stuk van die vermannelijking verliezen. Eerst zul je je vooral moe voelen. Heb je je baarmoeder nog, dan zal de menstruatie opnieuw doorbreken. Heb je geen baarmoeder meer, en stop je met de hormonen, dan krijg je energie- en spiermassaverlies, warmte-opwellingen en op lange termijn osteoporose. Je moet er dus wel mee doorzetten, in het belang van je gezondheid.”

Motmans: “Je voelt het ook wel wanneer je op het einde van die dosis zit, en je na drie maanden een nieuwe spuit nodig hebt. Je voelt je drive en fut verminderen. Psychisch kan dat wel belastend zijn: het idee dat je voor de rest van je leven afhankelijk bent van één product. Al wordt dat spuitje ook wel een gewoonte, een deel van je zijn. Als je dat vergelijkt met diabetici, die dagelijks hun insuline nodig hebben. Of met nierpatiënten, die om de twee dagen naar de dialyse gaan. Dan is dat testosteron maar relatief.”

Transmannen die een geslachtsoperatie willen, hebben zelfs keuze uit verschillende piemels. Welke opties zijn er dan?

T’Sjoen: “Uit de clitoris, die sterk gegroeid is door het testosteron, kunnen we een micropenis maken. Dat is een ingreep zonder veel complicaties, met dat voordeel dat je ook nog alle erotische gevoeligheid bewaart. Alleen kun je met zo’n kleine penis moeilijk staand plassen. En dat is voor sommige transmannen echt wel het symbool van mannelijkheid.”

Motmans: (uitgelaten) “Van vrijheid ook! Je kunt gewoon aan de kant van de weg tegen een boom gaan plassen. Heerlijk!”

T’Sjoen: “Ook mannen die per se seks willen met penetratie, kiezen voor optie twee: de falloplastie. Dat is wel een zware operatie, niet zelden zonder complicaties. Heel wat mannen komen er niet met één operatie van af. Hier maken we de penis uit een huidflap met zenuw en bloedvaten, vaak uit de voorarm of dij. Maar daarmee zijn we nog niet klaar. Sommigen willen ook balprotheses. En wie tot penetratie wil komen, heeft ook een erectieprothese nodig. Een heel chirurgisch parcours is dat. Voor sommigen is het ook wel een leerproces: dat je voor dat beeld van man-zijn, inclusief alle attributen, toch een hoge prijs betaalt. Maar vooral bij jongere mannen is er vaak geen speld tussen te krijgen: zij zien alleen dat perfecte, ideale plaatje. En dat is niet altijd de meest verstandige keuze.”

Motmans: “Dat is natuurlijk ook ons maatschappelijk beeld. Man is gelijk aan penis. Veel jongeren zitten daarmee in: ‘Ga ik wel een lief vinden? Wie zal er mij willen? En wie zal er mij willen zonder treffelijke penis? Zeker wie nog geen relatie heeft, zit daar toch mee in de knoop.”

T’Sjoen: “Trans-zijn is nochtans zoveel meer dan die geslachtsoperaties. Het is een hele sociale rol­omkering, en veel meer dan dat. Onlangs kreeg ik telefoon van een journalist. De eerste vraag was: ‘En, hoe zit dat nu met die chirurgie?’ Eerlijk gezegd, ik was een beetje geaffronteerd. Alsof dat het belangrijkste is.”

In jullie boek vertelt Liam: ‘Met de falloplastie leek het alsof ik de eindhalte had bereikt en moest afstappen. Wat nu, vroeg ik me af.’ Verwachten transmannen soms te veel van die piemel: alsof alles achter de rug is?

Motmans: “Als je denkt dat je gevoel van man-zijn af is door die operatie, dan kun je je wel bekocht voelen. Op zich is dat maar een klein deel van je lijf: en dan nog eentje met veel ingrepen. Vergeet niet, de meeste erectieprotheses zijn bedoeld voor oudere mannen met potentieproblemen: mannen die één keer per maand seks willen. (gniffelt) Bij jonge transmannen gaat zoiets erg makkelijk stuk. En, hop, dan heb je weer een operatie. Weer die confrontatie dat je er nog niet bent. Zo lijkt die transitie nooit af.”

T’Sjoen: “Komt daarbij: het lijkt wel sterk op een penis, maar het is natuurlijk niet zoals bij een geboren man. Daar kun je niet vanonder. Krijg je een relatie, dan zul je toch altijd iets moeten uitleggen. Tegenwoordig plaatsen we meestal een semi-flexibele erectieprothese, op de plaats waar normaal gezien de zwellichamen zitten. Dan kun je de penis in om het even welke richting buigen, en die blijft dan staan zoals je zelf kiest.”

Motmans: (vrolijk) “Dat is wel iets waar transmannen over grappen tegen andere mannen: ‘Ik kan mijn erectie zo lang behouden als ik zelf wil.” (proesten het allebei uit)

T’Sjoen: “Zie je wel, ik zei het toch van die humor. Niet alles hoeft zo zwaarbeladen te zijn.”

Als je erover kunt grappen met andere mannen: zien jullie dan toch al een maatschappelijke evolutie?

Motmans: “Het beeld is al genuanceerder, maar we hebben nog een lange weg te gaan. Juridisch zijn we in ons land in korte tijd razendsnel vooruitgegaan. Je had de transgenderwet, de richtlijnen over non-discriminatie en anti-pesten. Maar de samenleving as such is niet zo snel mee geëvolueerd. Kijk naar de stemtests, in aanloop naar de verkiezingen. Een van de vragen is: moet het transgenderthema al aan bod komen in de kleuterklas? Heel wat politieke partijen vinden van niet. Terwijl we uit onderzoek weten: hoe vroeger je jonge kinderen ermee vertrouwd maakt, hoe toleranter ze later zijn.”

T’Sjoen: “Een kind is nooit transfoob, dat zal nooit negatief reageren.”

Motmans: “Ook voor mijn kinderen is dat een fait divers. Ik ben daar altijd open over geweest. Het lijkt me ook niet evident om zoiets te verzwijgen, om eeuwig rond hun vragen heen te dansen. Op een bepaald moment heb ik wel de ouders van hun beste vriendjes ingelicht. Puur omdat ik dacht: als een vriendinnetje met dat verhaal thuis komt, wil ik niet dat ze een rare reactie krijgt. Die ouders vielen natuurlijk allemaal van hun stoel. Maar ze hadden ook zoiets van: soit, what­ever. Gelukkig maar.”

De cijfers liegen er niet om. Vorig jaar hebben 456 nieuwe Belgen zich aangemeld in de kliniek. Meer dan 200 transpersonen stonden op de wachtlijst. Krijgen jullie nu nog scheve blikken?

T’Sjoen: “Vlak na mijn lezing op een congres, vijf jaar geleden, greep een Russische collega naar de microfoon. Ze noemde mij ‘dokter Frankenstein’, waar iedereen bij zat.” (rolt met zijn ogen)

Motmans: “En bij ons denken sommigen er ook nog zo over. Kijk maar naar de commentaren op sociale media.”

T’Sjoen: “Eerlijk gezegd, als ik dan het aantal aanmeldingen zie, maakt me dat wel een beetje rancuneus. (schalks) Zo van: zie je wel. Velen denken dat we nu aan ons maximum zitten, maar die toestroom is zeker nog niet op zijn hoogtepunt. Kijk naar Amsterdam: daar zien ze honderd nieuwe aanmeldingen per maand. Per maand! Ik zeg u: de manier waarop wij onze zorg moeten organiseren, dat is ondermaats. Zet dat maar in de titel. Want nu zitten we nog niet aan die aantallen per maand, maar lang zal het niet meer duren.”

Botsen jullie ook niet op een moeheid?

De reactie: ‘Gaat het nu wéér over transgenders?’ Kijk naar tv-series als Thuis, die er ook op inspelen.

Motmans: “Ja, maar dan denk ik altijd: éíndelijk gaat het erover. En voor al wie ermee zit, kon het er niet snel genoeg over gaan.”

T’Sjoen: “En wie ons niet gelooft of tegenwerkt, die moet maar harder zijn best doen. Hoe meer tegenstand we krijgen, hoe strijdlustiger we worden.” (kijkt samenzweerderig)

Motmans: “We zijn er nog lang niet klaar mee, Guy. Hier gaan we samen oud in worden.”

Guy T’Sjoen, Joz Motmans en Ilse Degryse, Het transgender boek, Manteau, 256 p., 22,50 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234