Woensdag 16/06/2021

Tradities her-ijken

Kenmerkend voor onze moderniteit is dat iets zijn nuttigheid moet bewijzen om zinnig te zijn. Zo werd een aantal tradities overboord gegooid en van sommige dat is jammer. Misschien komt het de postmoderniteit toe er enkele in ere te herstellen en hun een nieuwe zin te geven. Het vasten bijvoorbeeld, de zondagsrust of het peter- en meterschap.

Koen Raes

Koen Raes is ethicus en doceert aan de universiteit van Gent.

Om de twee weken schrijft hij op deze pagina over onze samenleving.

Al het solide gaat op in rook. Het vormt een van de basiskenmerken van wat we 'moderniteit' - of, zeg maar, kapitalisme - plegen te noemen dat al het bestaande er in vraag kan worden gesteld, dat, zoals Marx en Engels het in het Communistisch Manifest formuleerden en zoals Martin Berman er ons in zijn All that is solid melts into air. The experience of modernity aan herinnert, "alle vastgeroeste verhoudingen met hun gevolgen voor allereerbiedwaardige voorstellingen en denkbeelden er in rook opgaan, alle nieuwgevormde er verouderd zijn, nog voor ze konden verstarren". Dat geldt uiteraard ook voor tradities die ter verantwoording kunnen worden geroepen en op hun zin bevraagd. De zinsvraag wordt hierbij herleid tot een nuttigheidsvraag. Iets moet zijn nuttigheid bewijzen opdat het verantwoord zou zijn. Anders is het nog hooguit goed om letterlijk of figuurlijk in Bokrijk te belanden.

Nu is het op zich zeker niet verkeerd om handelingen of instellingen op hun nuttigheid te bevragen. Vaak bleken zij immers vooral ten dienste te staan van heersende groepen en belangen, met andere woorden: van illegitieme autoriteitsaanspraken. De 'zin' van heel wat zeden, gewoontes en gebruiken, net zoals de zin van heel wat rechtsregels bestond gewoon in het verdrukken van de gewone man of vrouw, het discrimineren van vrouwen of het monddood maken van andersdenkenden. Logisch dus, dat dergelijke regels uiteindelijk op de vuilnisbelt belanden, want de non-discriminatieregel behoort ondertussen tot een van de diepst geïnterioriseerde normen in onze democratieën.

In de mate waarin tradities, (voor)oordelen of regels slechts in functie van een discriminatoire dienstbaarheid konden worden verantwoord (vrouwen horen aan de haard, laaggeschoolden zijn te dom om te stemmen, kinderen moeten hun mond houden, zwarten zijn te lui om te werken, joden zijn leep, atheïsten zijn criminelen, homoseksuelen zijn promiscue kinderverkrachters enz. - helaas bestaan er ook vandaag nog partijen die dergelijk ideeëngoed aanhangen) is het een kwestie van emancipatie om ze in woord en daad te bestrijden.

Andere tradities of regels verliezen dan weer iedere zin, omdat de samenleving - en ons denken - veranderd is. Autowijdingen, palmtakjes aan huizen, processies om de welwillendheid van één of andere godheid of heilige af te smeken, bedevaarten; het is allemaal tot folklore herleid (al doen Lourdes, Fatima of Scherpenheuvel het nog altijd bijzonder goed, maar dan toch veeleer - hoop ik toch - op grond van het gezegde 'deert het niet zeert het niet' dan op grond van een diepe overtuiging in hun therapeutische waarde).

Toch kunnen er ook tradities zijn die weliswaar hun vroegere zin verloren hebben, maar niettemin een nieuwe zin zouden kunnen krijgen. Het is jammer dat ook dergelijke tradities overboord werden gegooid en misschien komt het precies de postmoderniteit toe er enkele in ere te herstellen.

Een mooi voorbeeld hiervan is de vasten. Al zo'n 25 jaar geleden argumenteerde Etienne Vermeersch in een lezingenreeks naar aanleiding van het eerste rapport van de Club van Rome dat de toenmalige paus helemaal ten onrechte de verplichte christelijke vasten tussen carnaval en Pasen afgeschaft had. Niet dat Vermeersch van de paus enige autoriteit erkende om wat ook (aan) te bevelen, maar als signaal was precies die beslissing misplaatst. Zeker, de oorspronkelijke 'zin' van de vasten die godsdienstig werd gezien als een eerbetoon aan de laatste weken van Jezus' levensweg maar materialistisch (en exacter) kan worden uitgelegd als een gewoonte die zich na de winter opdrong omdat het voedsel schaars was geworden, die zin heeft de vasten verloren.

Maar, zo stelde Vermeersch, in onze overwelvarende maatschappijen die, net zoals hun leden, uitpuilen van de consumptiegoederen, zou een gemeenschappelijk nagevolgde vasten een zeer goede zaak zijn, om even een halt toe te roepen aan onze overconsumptie en oververzadiging. Als collectief gebruik zou een vastenperiode voor de doorsneewesterling gewoon goed zijn voor de gezondheid. Een collectieve vermageringsperiode zou misschien zelfs heel wat effectiever zijn dan al die individueel nagevolgde vermageringsrecepten, precies omdat ze collectief wordt nageleefd. Ook het eten van vis op vrijdag werd door de katholieke kerk als voorschrift geschrapt, terwijl (maar) één dag zonder vlees toch ook een goede zaak zou zijn voor mens én dier.

Nee, hier werd te snel een traditie geschrapt die best wel functioneel had kunnen zijn vanuit een (post)moderne invalshoek. De christelijke waarde van de soberheid is wellicht te extreem en soberheid moet zeker niet op grond van een wereld-, mens-, levens- en lustverachting worden verdedigd (het fameuze contemptus mundo, vitae et homine, waarvan Jean Delumeau zulke schitterende analyses maakte in La peur en occident en Le pêché et la peur) maar kan, niet alleen op grond van ecologische én gezondheidsredenen, maar ook op grond van overwegingen van rechtvaardigheid worden her-ijkt als een postmoderne waarde, die de excessen van de moderniteit achter zich laat.

Het besef moet niet stilaan maar wel dringend doordringen dat de westerse levenswijze in de tweede helft van de 20ste eeuw onmogelijk door iedereen kan worden gedeeld (en dus een onrechtvaardig privilege is) en dat rechtvaardigheid op wereldvlak per definitie inhoudt dat de westerling een behoorlijk deel van zijn consumptiewijze, niet noodzakelijk van zijn welzijn, zal moeten inleveren. Welnu, het herinvoeren van een vastenperiode kan alvast bijdragen om dit besef ingang te doen vinden. Misschien kunnen de Verenigde Naties zoiets initiëren door een Jaar van de soberheid (althans voor de geïndustrialiseerde wereld) in te voeren. De vastentraditie heeft wel degelijk nog een toekomst.

Hiervan zijn nog voorbeelden te geven. De verplichte zondagsrust, bijvoorbeeld. Wat de precieze 'zin' is van die zondagsrust - God eren of imiteren, uitrusten, het gezinsverband centraal stellen - doet er weinig toe, maar wezenlijk is toch die ene dag per week waarin de sirenes van de consumptie nu eens niet kunnen zingen en mensen zich met andere zaken kunnen bezighouden. Maar een of andere oen is die verplichte zondagsrust beginnen te contesteren: 'Veel te paternalistisch, ik wil zelf kunnen beslissen wanneer ik rust neem.'

En ziet: de zondagsrust is niet meer wat hij geweest is. Margaret Thatcher heeft aan de wereldberoemde Engelse 'lazy sunday' de doodsteek toegebracht en wie vandaag op zondag naar Londen trekt, kan daarvan de gevolgen merken. Niks geen ingewikkelde openings- en sluitingsuren meer van pubs, met alle daaraan gekoppelde rituelen, niks geen lege straten en overvolle parken meer. Nee, de zondag lijkt in Londen zoals elke andere dag. De individualist die meende zelf te kunnen beslissen wanneer hij een dag rust wenst, had misschien gehoopt dat het op die manier alle dagen zondag kon zijn. Maar de werkelijkheid is precies daaraan tegengesteld. Alle dagen worden nu doodgewone weekdagen. Werk- en consumptiedagen dus, waartussen de informele sociale tijdsbesteding verstikt.

Want natuurlijk kun je wel individueel rusten, maar je kunt niet individueel de zondagsrust beleven, net zo min als je individueel kunt feesten.(Mister Bean heeft dat ooit eens geprobeerd en het resultaat was, inderdaad, zielig). Zoals dat voor zoveel andere gebruiken geldt, is de zondagsrust een gedeeld gebruik dat daardoor ook gedeelde waarden opwekt. Zodra die zondagsrust op allerlei mogelijke manieren en om allerhande verschillende motieven doorbroken wordt, houdt hij op te bestaan en is het bijzonder moeilijk om het tij nog te keren. Want in deze periode waarin flexibilisering het toverwoord is geworden, zullen uiteraard steeds meer sectoren om het doorbreken van de zondagsrust pleiten in naam van de 'eerlijke mededinging'. Dan kunnen wij zeven dagen per week consumeren en kunnen handelaars hun winkel zeven dagen per week open houden... voor dezelfde omzet.

Mij kan het geen donder schelen dat de traditie van de zondagsrust een godsdienstige grondslag had. Wezenlijk was dat op één dag in de week de meeste mensen noch werkten noch consumeerden en dat daardoor allerlei vormen van gedeeld sociaal handelen mogelijk werden, van het bezoeken van zieken of bejaarde familieleden tot het uitnodigen van vrienden of het uit eten gaan, het flaneren door straten of het naar de zee trekken, het fietswandelen of het tuinieren.

Nee, wat mij betreft, moet de traditie van de zondagsrust radicaal worden hersteld. En maak er, als het even kan, ook zoveel mogelijk autoluwe zondagen van, zodat ook hierdoor het verschil met de doordeweekse dag kan worden beklemtoond. Goed voor het milieu en goed voor de gezondheid. In termen van niet-consumeristisch 'nut' is de zondagsrust een absolute must.

Een derde voorbeeld van een traditie die beter zou worden bekrachtigd in plaats van ze te laten eroderen is die van het peter- en meterschap, traditioneel verbonden aan het doopsel maar ongetwijfeld veel ouder dan dit christelijke ritueel. Oorspronkelijk was dit peter- en meterschap vooral een kwestie van sociale zekerheid. In een tijd waarin veel mensen op jonge leeftijd stierven bood het peter- en meterschap een garantie aan de pasgeborene dat er voor hem zou worden gezorgd, ook als (één van) de ouders er niet meer zouden zijn. Later verwaterde die betekenis, doordat men peters en meters vooral onder de grootouders selecteerde, wat in termen van duurzame sociale zekerheid niet verstandig is.

Maar goed, het peter- en meterschap wordt door velen als een typisch christelijk instituut gezien en dus doen velen 'daaraan niet meer mee'. En dat is jammer. Want hoewel dat peter- en meterschap (het 'nieuwjaren' even buiten beschouwing gelaten) vandaag nog nauwelijks in termen van sociale zekerheid kan worden gelegitimeerd (daar staat de overheid voor in) zou het wel degelijk een andere finaliteit kunnen krijgen in termen van affectief-emotieve stabiliteit. Nu partnerrelaties steeds flexibeler en kwestbaarder worden zou het peter- en meterschap een affectief-emotieve band kunnen creëren voor het kind, net zoals grootouders dat vandaag kunnen als zij zo verstandig zijn geen partij te kiezen indien hun dochter/zoon en hun schoonzoon/dochter in een scheidingsconflict verwikkeld raken (en die kans is minstens één op drie). Wellicht zou het hierbij niet zo'n slechte zaak zijn om kinderen, bijvoorbeeld wanneer ze twaalf jaar worden, zélf het recht te geven om hun peter of meter te kiezen (wanneer ze zich onvoldoende betrokken voelen bij hun door hun ouders gekozen peter of meter) of hen in dat statuut te herbevestigen, als een nieuwsoortig ritueel.

Ik bedoel dat hier niet informeel. Nee, ik zou het peter- en meterschap inschrijven in het personen- en familierecht als een nieuw recht van het kind. Kinderen hebben, naast ouders, ook recht op een peter en een meter, of dat nu kinderen zijn van gehuwden of ongehuwden, van heterokoppels of homokoppels of van alleenstaanden, adoptiekinderen of biologische kinderen, natuurlijk of kunstmatig verwekte kinderen. Sociale netwerken kunnen niet groot - en veelzijdig - genoeg zijn. Alle respect voor bewust ongehuwde - of, exacter, bewust alleenstaande - moeders en voor homo- en lesbo-koppels, maar het peter- en meterschap zou precies een antwoord kunnen bieden op een - al of niet problematisch - te fragiel ouderschap en een te eenzijdige gender-context waarin kinderen (kunnen) opgroeien. Het peter- en meterschap zou ook ernstiger moeten worden genomen dan thans het geval is en waarbij het nog slechts op nieuwjaar een rituele betekenis heeft. Nee, peters en meters hebben de sociale verantwoordelijkheid om regelmatig contact te onderhouden met hun mete- of petekind en om er vertrouwenspersoon van te worden.

Tradities moeten niet worden hersteld omdat het tradities zijn. Evenmin moeten ze echter om dezelfde reden sneuvelen. Ze kunnen onvermoede functies vervullen. Oude, maar soms ook nieuwe. Positieve en soms ook negatieve. Geen reden dus om 'traditionalist' te zijn. Maar ook de antitraditionalistische beeldenstormer voor wie het nieuwe per definitie het betere is is niet noodzakelijk sociaal progressief. Alleen de commerce heeft gaarne dat we dat zouden geloven, want het stimuleert de verkoop van telkens weer nieuwe en uiteraard 'betere' (extra, super, mega) producten. Maar sinds wanneer halen progressieven hun waarden uit de marketing?

Het besef moet dringend doordringen dat de westerse levenswijze een onrechtvaardig privilege is; het herinvoeren van een vastenperiode kan daartoe bijdragen Kinderen - van gehuwden of ongehuwden, van hetero- of homokoppels of van alleenstaanden, adoptie- of biologische kinderen, natuurlijk of kunstmatig verwekt - hebben recht op een peter en een meter

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234