Vrijdag 27/05/2022

Toyota Yaris, Japanse auto met Europese manieren

Bij Toyota zijn ze bijzonder tevreden over de verkoop in Europa. Vooral dankzij de populariteit van de Corolla en de Avensis werden hier vorig jaar maar liefst 541.000 klanten gevonden, een stijging met vijftien procent en meteen ook een nieuw record. Het maakt de honger van de Japanners alleen maar groter. Met de Yaris willen ze nu immers ook een belangrijker rol gaan spelen op het zogeheten B-marktsegment, dat van de stadsauto's dus. Vanaf begin 2001 zal de wagen ook in het Franse Valenciennes worden gebouwd en het is overduidelijk dat Toyota geen genoegen meer wil nemen met alleen maar wat kruimeltjes.

Alain Devos

Met de Starlet telde het Toyota-gamma eigenlijk al vele jaren zo'n auto, maar populair zijn de verschillende generaties van dat model bij ons nooit geweest. Dat valt ook makkelijk te verklaren. Terwijl de Europese specialisten elkaar de loef proberen af te steken met originele ontwerpen als de Renaults Twingo en Clio, de Opel Corsa, de Peugeot 206 en de Ford Ka, konden de Japanners alleen maar enkele onopvallende stadswagentjes aanbieden. Ook die Starlet had (en heeft) beslist heel wat kwaliteiten, maar hij wist ze veel te goed te verbergen onder een verschrikkelijk banale carrosserie. Klanten die op zoek waren naar zo'n auto zagen de Starlet meestal dan ook gewoon over het hoofd. Bij Toyota had men zich daar blijkbaar al lang bij neergelegd, want het merk maakte nog nauwelijks reclame voor de wagen. Maar ondertussen werd er koortsachtig gewerkt aan een alternatief dat deze keer wel heel wat Europese harten moet kunnen veroveren. De Yaris dus, een naar Japanse normen vrij gedurfde auto. Zowel de 3,6 meter lange carrosserie, met naar keuze drie of vijf deuren, als het interieur vertonen heel wat originele trekjes. En die zullen nu ongetwijfeld wel meteen de aandacht van het Europese publiek trekken. Toyota zou de auto bovendien ook een weggedrag en een comfort hebben meegegeven, die de vergelijking met de lokale concurrentie best kunnen doorstaan.

Maar eerst toch wat meer over de leuke look van de Yaris. Het begint al bij zijn snuit die een radiatorrooster met een honingraatmotief meekreeg. De Corolla heeft ook zo'n rooster, maar bij deze nieuwkomer springt het wel veel sneller in het oog. De motorkop loopt vloeiend en bijna in één lijn over in de voorruit, waardoor de Yaris een beetje aan een monovolume doet denken. Sommige collega's maakten al de vergelijking met de Renault Twingo en zelfs de Mercedes A-klasse, maar dat lijkt ons toch wat vergezocht. Ook de kofferklep en de flanken zijn origineel en bezorgen de auto heel wat charme. Net onder de zijruiten zit er, over de hele lengte van de auto, een knikje. Het lijkt wel alsof hij sterke schouders heeft, maar volgens Toyota zelf was het er de ontwerpers vooral om te doen de Yaris een dynamische en sportieve look te bezorgen. En daar is het merk dus wel in geslaagd. Ook het interieur ziet er heel ongewoon uit, al zal de gelijkenis met de passagiersruimte van de al vermelde Twingo deze keer wellicht niet helemaal op toeval berusten. Het instrumentenbord, met driemensioneel en digitaal weergegeven informatie bevindt zich niet achter het stuur, maar in het midden. Het is lichtjes naar de bestuurder toe gebogen en na enige gewenning zou toch moeten blijken dat het gebruiksgemak of (met een moeilijker woord) de ergonomie niet werd opgeofferd aan de drang om origineel uit de hoek te komen. Er zijn in de Yaris ook nogal wat bergvakken en de achterbank is over een afstand van 15 centimeter verschuifbaar. Dankzij dat alweer van de Twingo geleende snufje kan er steeds worden gekozen tussen wat meer beenruimte voor (grote) passagiers en enkele tientallen liters extra bagageruimte. De achterbank kan ook (in twee delen) neergeklapt en desgewenst volledig weggevouwen worden. Uniek voor een autootje van dit formaat is het navigatiesysteem, waarvoor natuurlijk wel moet worden bijbetaald. In tegenstelling tot wat het geval is met veel relatief primitieve systemen krijgt de bestuurder vrij nauwkeurige afbeeldingen van kruispunten te zien. Getekende verkeersborden moeten het geheel nog overzichtelijker en gebruiksvriendelijker maken.

Toyota biedt de Yaris hier voorlopig alleen aan met een kleine éénliter-benzinemotor. Die ontwikkelt een vermogen van 68 pk, zodat zijn sportieve ambities vrij bescheiden blijven. Maar dankzij het lage gewicht van, al naargelang de uitrusting, 820 tot 940 kilo zouden de prestaties toch enorm moeten meevallen. De moderne viercilinder heeft twee bovenliggende nokkenassen, 16 kleppen en variabele kleptiming, wat hem bijzonder levendig zou maken. Ook leuk is de tegen betaling van een supplement verkrijgbare (zogeheten) Free-Tronickoppeling. Het schakelen dient nog manueel te gebeuren, maar het koppelingspedaal is uit de auto verdwenen. De linkervoet kan dus rusten, maar het geringe enthousiasme voor de met een gelijkaardig systeem uitgeruste Twingo Easy doet vrezen dat het Europese publiek er nog niet klaar voor is. Als we de Japanners en enkele collega's die al met de wagen reden mogen geloven, staan het rijcomfort en het weggedrag op een hoog niveau. Straffer zelfs, de auto zou terzake heel wat concurrenten een eind achter zich laten. Er werden ook grote inspanningen gedaan om motor- en andere storende geluiden uit het interieur te weren, zodat de Yaris echt het comfort van een middenklasser kan evenaren.

In afwachting van het opstarten van de productie van de Yaris in Frankrijk komt deze nog uit Japan. Maar dat hij werd ontworpen met in de eerste plaats de potentiële Europese klanten voor ogen staat buiten kijf. Of ze dat nu leuk vindt of niet, de lokale concurrentie zal er dus rekening mee moeten houden. Dat was niet of nauwelijks het geval voor de Starlet en voor bijna alle andere Japanse mini's, maar beslist wel voor deze Yaris. Toyota maakt het zichzelf alleen nog een beetje moeilijk door maar één motor aan te bieden. De constructeur sluit echter niet uit dat er later nog andere krachtbronnen en misschien zelfs een diesel volgen. De goedkoopste Yaris kost 379.000 frank (9.395 euro), voor de vijfdeurs geldt een supplement van 16.000 frank (397 euro).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234