Dinsdag 26/10/2021

Tour-toerist

De Tour gaat vandaag verder zuidwaarts over een flinke portie kleine colletjes naar het snikhete Albi, 48.000 inwoners en de hoofdplaats van het departement Tarn. Albi of de rode stad. De huizen in de oude stad, de bruggen en de kathedraal Sainte-Cécile zijn opgetrokken uit rode baksteen.

Albi, aan weerszijden van de Tran gelegen, bestond al in de Gallo-Romeinse tijd, maar dankt haar naam aan de enige binnenlandse Franse kruistocht, de Albigenzenkruistocht in de elfde en twaalfde eeuw. In het conflict met de katharen (religieuze sekte die opkwam tegen de decadente levenswijze van de katholieke geestelijkheid) is Albi de paus trouw gebleven. De paus gaf opdracht de ketters uit te roeien. De bisschoppen kregen daarvoor alle macht. Een bloedige inquisitie volgde. Ketters werden gedood en verbrand om hun zielen te zuiveren. De wreedaardigste bisschop was Bernard de Castenet, de opdrachtgever voor de kathedraal Sainte-Cécile. Hij liet de kathedraal, hoogtepunt van de gothische bouwkunst in de Languedoc, bouwen om duidelijk te maken dat de katholieke Kerk getriomfeerd had over de ketterij van de katharen. Het gebouw lijkt bij afwezigheid van luchtbogen en versieringen veeleer op een fort. Binnenin oogt de kerk nochtans heel fraai.

Albi is vandaag een belangrijk industriecentrum door haar staal-, kalk- en cementfabrieken en de vervaardiging van kunstzijde en verpakkingsglas. In de zomermaanden is Albi een bruisende stad door haar straatanimatie, theaterfestivals en Albi-Jazz.

Albi is ook de geboortestad van Henri de Toulouse-Lautrec, de anticonformistische schilder die gefascineerd was door Parijs en die het dagelijkse leven van de 'Belle Epoque' op doek probeerde weer te geven. Het voormalig bisschoppelijk paleis, Palais de la Berbie, werd ingericht als het Toulouse-Lautrec-museum en bevat een belangrijke collectie werken van de schilder.

In Albi kwam de Tour vaker op bezoek. De eerste keer gebeurde dat in 1953 (André Darrigade) en nadien nog zeven keer. De enige Belg die er totnogtoe won was Eddy Merckx in 1971.

Zaterdag arriveert de karavaan in Albi, zondag wordt gestart in Castres. Die plaats telt 47.000 inwoners en ligt aan de oever van de Agoût. Castres is na Roubaix-Tourcoing het tweede belangrijkste wolcentrum van Frankrijk. Reeds van in de Middeleeuwen ontwikkelde de Zuid-Franse stad zich als textielcentrum. De wolhandel is er door de eeuwen zeer intensief geweest en de wol- en textielindustrie is altijd de belangrijkste bron van inkomsten geweest van de mensen uit de regio.

Castres is ook de geboortestad van de grote Franse socialistische politicus en vredespleiter Jean Jaurès. In 1914, net voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd hij in Parijs vermoord. Zoals heel veel Franse steden heeft uiteraard ook Castres zijn Place Jean Jaurès met standbeeld, terwijl in het Centre National et Musée Jean Jaurès een museum werd ingericht ter ere van de socialistische voorman.

Van Castres gaat het over relatief vlakke wegen (twee beklimmingen van vierde categorie zijn de enige hindernissen) naar Saint-Gaudens, aan de voet van de Pyreneeën. In Castres komt de Tour voor de vierde keer, de derde keer als startplaats. De enige keer dat hier een rit arriveerde was in 1991, met Bruno Cenghialta als ritwinnaar. In Saint-Gaudens komt de Tour nu voor de elfde keer. Negen keer fungeerde het stadje als aankomstplaats, twee keer als startplaats. Twee Belgen waren er totnogtoe aan de winst: Georges Pintens (1968) en Willy Teirlinck (1976). (TL)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234