Woensdag 23/10/2019

Tot hiertoe is dit wel degelijkhet proces van de eeuw

Nooit eerder kwam een onderzoeksrechter pleiten tegen het openbaar ministerie. Nooit eerder wogen de burgerlijke partijen zo zwaar op een proces. Zelden werd er zo vaak geroepen, geweend en gelachen. De voortekenen waren niet hoopgevend, maar het proces-Dutroux lijkt af te steven op een plaats in onze geschiedenisboekjes als het eerste van die modernere justitie waar in 1996 van werd gedroomd. Een stand van zaken door Douglas De Coninck, met foto's van Filip Claus.

Het is nagemeten. Tussen de gevangenis en het justitiepaleis in Aarlen ligt 300 meter. Het overbrengen van de verdachten zou te voet niet alleen sneller gaan, het zou ook gezonder zijn voor hen, en logischer.

Een van de eerste dingen die je hier leert, is dat je je auto 's ochtends beter niet binnen de perimeter van het avondlijke traject van 300 meter parkeert. Ik zat er al een paar keer middenin. Een agent blokkeert het verkeer plots in alle richtingen. Je kunt geen kant meer op. Agenten maken met fluitjes en nerveuze kreten de straten vrij, alsof dit New York, 11 september 2001 was. Agenten te paard verschijnen ten tonele. Dan, als het je interesseert, kun je een glimp opvangen van de door twee tot drie politiewagens geëscorteerde (en geblindeerde) boevenwagen, die met een totaal onverantwoorde snelheid die 300 meter aflegt. Vele minuten later, nadat via walkietalkies de vijfde formele bevestiging is gekomen van een behouden aankomst in de gevangenis, kan het normale leven in Aarlen hernemen.

Ik heb ze niet geteld, maar ik schat dat er dagelijks een stuk of veertig tot de tanden bewapende ordehandhavers betrokken zijn bij het transport van Marc Dutroux, Michel Lelièvre en Michelle Martin. Zelfs als een van hen een supersonische schietstoel de boevenwagen zou weten binnen te smokkelen en een gat in het dak weten te branden, denk ik niet dat de verdachte ver zou geraken. Boven de stad zie je nu en dan een politiehelikopter.

Niets is in dit land is zo maniakaal beveiligd als het transport van Marc Dutroux van gevangenis naar justitiepaleis. Dat is tevens het enige moment waarop hij handboeien draagt. In de beklaagdenbank gaan die weer uit. 's Avonds, aan het eind van de zitting, krijgt hij ze, uitsluitend met het oog op het transport, weer om. Als er iets is waar Dutroux bij een gebeurlijk voornemen tot ontsnappen echt niets mee kan aanvangen, is het een sleutel van zijn handboeien.

In ons stulpje in Grumelange kunnen we VRT en Canvas ontvangen. Die bewuste woensdagavond, net voor de storm losbarstte, hoorde ik Leo Stoops melden dat het een erg rumoerige procesdag was geweest, en dat "zelfs" hij soms niet meer kon volgen. 's Anderendaags bleek dat onderzoeksrechter Jacques Langlois in de rechtszaal had staan jokken. Hij had onder ede verklaard dat het volgens het rapport van expert Jaroslaw Kolanowski "mogelijk" was dat Julie en Mélissa de volle 105 dagen van hun hongerwinter van 1995 in de kinderkooi hadden overleefd. Wie dat niet geloofde, moest het vragen aan de expert. Ter zitting kwam Kolanowski vertellen dat de meisjes het wellicht maar drie weken hebben volgehouden door een gebrek aan water.

Langlois, zo blijkt, had met zijn "mogelijk" gerefereerd aan het aantal veronderstelde conservenblikken in die kooi en was het water "vergeten" te vermelden. Er was nood aan anderhalve liter per dag en per kind. Dat maakt 300 liter water die in die kinderkooi (100 bij 215 centimeter) aanwezig had moeten zijn. Dat kon dus niet.

Dat vertelt ons niets over het bestaan van netwerken of zo, maar veel over de methodologie, en de betrouwbaarheid daarvan, van Langlois. En zijn behoorlijk selectieve manier om uit expertenverslagen te citeren. Zijn dossier is een bouwwerk van verificaties of de "constante en eensluidende verklaringen" van de verdachten "kunnen stroken met de werkelijkheid". Zo bebouwde hij zekerheid met zekerheid. Het idee dat Julie en Mélissa de hongerwinter overleefden, was een van de fundamenten van het bouwwerk.

Gisteren kreeg ik felicitaties van de baas. "Je had een scoop", zei hij. Scoop? Welke dan? "Kolanowski." Ik heb gewoon genoteerd wat er op het proces is gezegd. Ik heb donderdagavond met collega's nog notities zitten vergelijken over de door de professor afgeratelde getalletjes. Het stond gisteren in geen enkele andere Vlaamse krant. Wel hele pagina's vol verhalen over het sleutelken.

Yves Desmet schreef het hier al eerder. Dit proces is misschien wat te complex voor sommige media. Een deugdelijke analyse van het dossier-Dutroux gaat ook zelden gepaard met goede beelden. Wat krijg je dan in de plaats? Deskundigen die nu en dan live vanuit Aarlen melden dat het allemaal erg "ingewikkeld" is, omdat dit proces wordt overschaduwd door een strijd tussen believers en disbelievers. Er loopt, zo heet het, één diepe breuklijn door de debatten.

Dat is even correct als stellen dat Dutroux deze week bijna was ontsnapt.

Laat ons eens kijken naar de diverse partijen die zich tot dusver op dit proces manifesteerden. Dat zijn er tien. Vier beklaagden, vijf (families van) slachtoffers en een openbaar ministerie. Logisch zou zijn dat beklaagden en slachtoffers allebei aan één kant van de breuklijn gaan staan. Elke grote rechtszaak heeft een breuklijn, met aan weerszijden vooral vragen over schuld of onschuld. Ook de vraag over het al of niet bestaan van een 'netwerk' rond Dutroux kan worden omgezet in vragen. Waarbij, bijvoorbeeld, alle slachtoffers, zouden geloven in een 'netwerk' en de verdachten niet, of omgekeerd. "Dat is zo'n beetje het zotte hier", zei advocaat Ronny Baudewyn deze week. "De lijnen lopen niet verticaal of horizontaal, maar diagonaal, in allerlei richtingen tegelijk."

Na drie weken zijn de stellingen van de diverse partijen duidelijk. Op één na hebben ze zich alle achter een 'these' geschaard. En wat zie je tevoorschijn komen? Niet één breuklijn, maar twee. Er zijn niet twee thesen, maar drie.

These 1. Marc Dutroux was een geïsoleerde pervert. Michel Nihoul heeft er niks mee te maken.

These 2. Dutroux is een schakel in een pedofilienetwerk met hooggeplaatsten. Nihoul is de spil in dat netwerk.

These 3. Het schaken van meisjes gebeurde binnen een context van georganiseerde criminaliteit in een verpauperde stad, waar normenloosheid norm was geworden. Tussen het verhandelen van drugs, gestolen auto's, kredietkaarten en wapens door rees in enkele zieke breinen het plan om ook een prostitutienetwerkje op te zetten, waarbij Dutroux met bepaalde taken werd belast. Liever dan in Slowakije vrouwspersonen op te scharrelen en zovele kilometers af te leggen, deed hij het in eigen land. Meisjes voor het grijpen. Jong, fris. Zoals Lelièvre de hem ter verkoop toevertrouwde drugs in geen tijd door de eigen aderen joeg, hield ook Dutroux de buit wel eens voor zich. De rol van Nihoul was er een van slecht georganiseerde aanstoker die de anderen het idee aanpraatte dat hij 'connecties' had en problemen met justitie zo kon regelen.

These 3 is een hele mond vol. Probeer dat eens bevattelijk uit te leggen in 180 seconden of een oneliner. Is het daarom ingewikkeld? Laat ons eens kijken welke partijen zich achter welke thesen hebben geschaard.

These 1: Nihoul, Lelièvre, Martin en de vader van Sabine Dardenne.

These 2: Dutroux.

These 3: Het openbaar ministerie, de familie Lejeune, de familie Marchal en Laetitia Delhez.

Dat zijn negen partijen. De tiende partij is een drievoudige. De ouders van Eefje Lambrecks zijn gescheiden. Ze stuurden elk een advocaat, en zo ook de grootouders van Eefje. Waar je dit trio moet plaatsen, is moeilijk te zeggen, maar toen dinsdag plots ook Luc Savelkoul namens de moeder van Eefje Langlois het vuur aan de schenen begon te leggen, lijkt een richting aangegeven.

Normaliter had er nog een elfde partij moeten zijn. De ouders van Mélissa Russo blijven bewust weg van het proces. Geen enkele partij manifesteerde zich de voorbije jaren echter zo nadrukkelijk als aanhanger van these 3. Als ouders die het dossier-Dutroux beter beheersen dan wie ook, zijn Carine en Gino Russo er de grondleggers van. Even opnieuw rekenen. Elf partijen. Vier disbelievers, één believer en vijf tot zes aanhangers van these 3. Binnen die laatste groep zit geen enkele verdachte, maar wel het openbaar ministerie, de vertegenwoordiger van de samenleving. Van u en mij.

We kunnen zonder meer stellen dat de meest dominante these op dit proces these 3 is. Toch stellen de meeste deskundigen de zaken zo voor alsof these 3 niet bestaat. Drie thesen, dat is er duidelijk één te veel voor 180 seconden. En dus worden groepen 2 en 3 voor het gemak samengevoegd.

Georges-Henri Beauthier, een van de advocaten van Laetitia Delhez, probeerde woensdag nog: "Wij komen u niet vertellen dat er een netwerk bestaat met vertakkingen naar koning, prins en kardinaal. Op basis van het dossier en de aanklacht van het openbaar ministerie, stellen wij dat de vier beklaagden deel uitmaakten van een criminele organisatie."

Er is één slachtoffer dat niet meegaat met these 3. Sabine Dardenne heeft tijdens die tweeënhalve maand opsluiting alleen Dutroux gezien en ziet geen enkele reden om er Nihoul bij te betrekken. Dat is een pure, eerlijke getuigenis, die helaas wat wordt vertroebeld door de boodschapper ervan, advocaat Philippe Rivière. Hij springt tijdens de debatten nu en dan recht en roept met enige pathos: "Ik heb zojuist nog met Sabine gebeld en..." Rivière is niet de advocaat van Sabine Dardenne. Hij vertegenwoordigt haar vader, een ex-rijkswachter. Een of ander hiaat in de wet had tot gevolg dat de jonge, werkende en samenwonende vrouw die Sabine vandaag is, haar recht op een pro Deo-regeling verloor. Via de vroegere rijkswachtvakbond werd er wat geregeld voor vader Dardenne.

Rivière verwierf bekendheid als advocaat van ex-BOB'er René Michaux, het vleesgeworden symbool van het complete falen van de rijkswacht tijdens het opsporen van Julie en Mélissa in 1995. Als er iets is wat dit proces ingewikkeld maakt, dan is het de positie van advocaat Rivière.

Laetitia Delhez koos wel haar eigen advocaten. Ze kwam eerst één keer naar Aarlen om te kijken, uit nieuwsgierigheid. Ze kwam de volgende dag terug, en de dag daarna weer. Intussen begeeft het meisje zich dagelijks grappend en grollend tussen de toga's en de camera's. Laetitia heeft geen hogere belangen te behartigen. Bij haar geen pathetiek als: "Ik wil mijn verkrachter eens diep in de ogen kijken."

Ze wil enkel, zoals advocaat Jan Fermon het verwoordt, "antwoorden op de vraag waarom ze werd ontvoerd en kan geen genoegen nemen met de uitleg dat Dutroux zijn familie wou uitbreiden of dat haar ontvoering zou zijn 'besteld' door Sabine, die zich eenzaam voelde in die kooi."

Als het in 180 seconden moet, lijkt het mij logischer om thesen 1 en 2 samen te brengen. Niet zozeer omdat les extrèmes se touchent, maar omdat verdachten op zo'n proces een voorrecht hebben dat de andere partijen niet hebben. Het is hen toegelaten om te liegen. Wie daar rekening mee houdt, ziet meteen waarom Langlois deze week zo zwaar onder vuur kwam te liggen. Langlois is de hogepriester van these 1. Hij bouwde die op verificaties ("of het mogelijk is wat zij zeggen") van verklaringen van de verdachten, onder wie ook Dutroux, die tijdens zijn eerste tussenkomst op het proces zei: "Oh ja, ik heb de hele tijd gelogen." Of Michel Nihoul: "Ik had die gsm in 1995, niet in 1996." De factuur: '7 juli 1996'.

Langlois vertolkt dus, heel objectief gesproken, een extremistisch standpunt. Misschien bezit hij de gave om binnen het leugenpaleis van Dutroux, Martin, Lelièvre en Nihoul het licht te zien en is zijn standpunt wel het enige juiste. Misschien ook niet. Er werd dinsdag en woensdag gemekkerd tijdens de rook- en lunchpauzes. Schande. Rechtstaat onwaardig. "Dat de voorzitter dit toelaat!" Alle aanhangers van these 1 waren het erover eens.

Wat was er gebeurd? Eerst Jean-Denis Lejeune, en daarna Paul Quirynen, Paul Marchal, de tandem Beauthier-Fermon en uiteindelijk ook Xavier Magnée (advocaat Dutroux) hadden Langlois twee volle dagen lang bestookt met kritische vragen. Zijn belagers bleven spotten met hoe hij het zo vaak gezegd had: "Constante en eensluidende verklaringen." Schande dus.

Ik snap dat niet.

Dit is de gelegenheid die onze rechtstaat voorziet om al die jaren lang in het parlement, in de media en op de tram gehoorde argumenten en tegenargumenten tegen elkaar te doen botsen. Dat is waar het sinds 1 maart in Aarlen om draait. Eén vraag hoort alle andere te verdringen: is dit een open en eerlijk proces? Anders gesteld: komen alle stellingen, vragen, hypothesen en verdenkingen hier aan bod? Geeft voorzitter Stéphane Goux al die partijen de tijd en de gelegenheid om hun breuklijnen uit te tekenen? Het antwoord is ja. Absoluut. De manier waarop is soms chaotisch, maar het antwoord is ja. Gebeurt het in de openbaarheid? Ja. Goux houdt niet van gesloten deuren: "Ik wil niet dat de buitenwereld het gevoel krijgt dat we hier iets verbergen."

Alle partijen spelen ten volle hun rol. De verdachten liegen en hengelen naar sympathie. Het openbaar ministerie countert. De burgerlijke partijen gedragen zich allesbehalve als zwijgende toeschouwers die ze in assisenzaken zo vaak zijn. Ze dragen het proces, zoals de vernieuwde Belgische strafwet hen dat toelaat. De hoofdverdachte ontpopt zich tot een erg begenadigde stand-up comédien. Niemand brengt de zaal zo vaak en zo goed aan het lachen als Marc Dutroux. Of zijn advocaat Xavier Magnée, de eenzame maar welbespraakte believer, die zegt voluit te gaan voor zijn advocatenmissie, als "zoeker naar de waarheid" en lak heeft aan collectief gefronste wenkbrauwen bij zoveelste netwerktheorie. En dan is er de jury. De gezworenen des volks, 23 mensen die hier maar mooi voor drie maanden worden gegijzeld en vast wel iets anders te doen hadden. Ze stellen voortdurend vragen. Ze volgen de debatten zo te zien aandachtiger dan de pers. Ook zij gaan voluit, staan op en gaan slapen met dit proces. Op een klassiek assisenproces is de onderzoeksrechter, de voornaamste getuige, de buikspreekpop van het openbaar ministerie. Geen enkele wet voorziet dat, alleen de Belgische traditie. Hier komt Langlois pleiten tegen de openbare aanklacht. Nooit eerder vertoond. Het is historisch. Is het daarom slecht? Integendeel.

Empathie voor slachtoffers is misschien niet Langlois' sterkste kant. Criminele analyse wellicht ook niet. Durf wel. Is er twijfel, dan komt een onderzoeksrechter op het proces doorgaans "onze diverse hypothesen" schetsen. Langlois schetst er één. Die ene waarin hij gelooft. Ben je het daar nu mee eens of oneens, het doet er niet toe: op de getuigenbank zat een mens, geen radertje uit de juridische machine. Langlois heeft zijn visie, hij zit daar als getuige en vertelt wat zijn persoonlijke conclusie is van zijn persoonlijke manier waarop hij te werk is gegaan.

Er wordt geroepen. Soms wordt er geweend. Er worden leugens verteld en weerlegd. De onderzoeksrechter komt zonder enige schroom getuigen publiekelijk aan het kruis nagelen. Om even later zelf aan het kruis te worden genageld: "U gelooft wel een veroordeelde crimineel, maar niet een gewone burger!" Een keer of tien per dag hoorde je advocaten deze week aan het eind van een nieuws rondje bekvechten met Langlois zeggen: "Wij hebben veel respect voor u, voor uw werk en voor de manier waarop u zich op dit dossier heeft gestort. Maar we zijn het niet met u eens."

Daar gaat het allemaal om. Een debat waarin alles kan, en (bijna) alles mag. Waarom zijn er, op één na, nog geen fous judiciaires de boel in de war komen sturen? Omdat niemand tot dusver één redelijk argument heeft kunnen ontwikkelen omtrent dingen die hier niet zouden mogen worden gezegd. Dit proces is onverwacht open, spannend, onderhoudend en eigenlijk ook vrij eenvoudig, als je de tweede breuklijn wil zien. Het dreigt wat lang te gaan duren, maar de deelnemers hoor je nauwelijks klagen.

Drie weken is vroeg voor een finale evaluatie, maar tot dusver heeft het proces-Dutroux alles van een stap vooruit naar een modernere, meer open justitie. Waar het in 1996 ook allemaal om te doen was.

Het is zo ingewikkeld, zeggen de deskundigen, door die strijd tussen believers en disbelievers. Tel dan de partijen. De meest dominante groep staat achter these 3: 'Wij komen u niet vertellen dat er een netwerk bestaat met koning, prins en kardinaal. Wij stellen dat de vier beklaagden deel uitmaakten van een criminele organisatie'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234