Zondag 19/01/2020

Tot de enkels in het geil

Pornografie in de Nederlandse letteren? Lange tijd was het een braakliggend studieterrein. Een gevarieerde essaybundel doet een manhaftige poging om het subversieve genre in kaart te brengen.

De Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts is in haar romans én verbale interventies nooit vies geweest van seksuele esbattementen. In een opiniebijdrage op de redactie.be ontwaarde de auteur onlangs een nieuwe trend, gepuurd uit haar dertigjarige docentenpraktijk aan de universiteit. Volgens Hemmerechts is de jongere generatie in de ban van een nieuwe preutsheid. Ze neemt met haar studenten wel "zonder blikken of blozen de meest expliciete seksscènes" door, toch laten zij geregeld afkeurend gegrom horen over al dat gerampetamp in de literatuur.

Heeft seks zijn beste tijd gehad in de letteren? Zeer twijfelachtig, als je bedenkt hoe het stormloopt voor een erotisch en zogenaamd bevrijdend niemendalletje als Fifty Shades of Grey en tutti quanti. Hadden we een paar jaar geleden trouwens ook niet Cathérine Millet en Charlotte Roche als (literair begaafdere) bevrijdsters van het vrouwenlijf? Bovendien is een hedendaagse roman zonder pittige seksscènes even zeldzaam als een regendruppel in de Mojavewoestijn.

"De verbeelding van seksuele handelingen vormt al eeuwen een van de populairste thema's van schrijvers en kunstenaars", poneren Joost van Driel en Rick Honings droogweg in de inleiding van hun ferm uit de kluiten gewassen essaybundel Pornografie in de Nederlandse literatuur. Alleen prijkte die nooit zo prominent in de etalage als nu het geval is. Toch is het genre vaak letterlijk onder de mat geschoven én staat de studie ervan nog in de kinderschoenen. Veel studiehoofden vinden pornografische literatuur immers een contradictio in terminis. "Pornografie heeft in letterkundige kringen de status van pejoratieve term en geldt als plat, eendimensionaal, onverfijnd", noteert de Leidense hoogleraar Jaap Goedegebuure. Maar kunnen teksten die expliciet bedoeld zijn om lichamelijke opwinding en genot te veroorzaken wel een literaire waarde bezitten? Zeker wel, betogen Van Driel en Honings, die over pornografie in de Nederlandse letteren vorig jaar een colloquium organiseerden, waarvan deze essaybundel het uitvloeisel is. "Literatuur en pornografie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden", vinden ze. Temeer omdat pornografische teksten meervoudige functies hebben. De beschrijving van seks wil weliswaar in hoofdzaak prikkelen, maar kan ook onderhuids een satirisch en humoristisch doel hebben.

Kijk maar naar de priapeeën, de middeleeuwse boerden of bepaalde refreinen van de rederijkers. Vunzigheid werd daar vaak geassocieerd met de duivel. Seks was een geliefd wapentuig om geestelijken letterlijk in hun hemd te zetten, betoogt Herman Pleij in zijn schitterende openingsbijdrage over "vuilschrijverij in de middeleeuwen": "Steeds is er sprake van agressieve satire, ridiculisering en het bezweren van angsten door schromelijke overdrijvingen en lachwekkende vertekeningen van de paring en de bijbehorende apparatuur." Pleij reveleert ook de softporno van de Gentse renaissancedichter Lucas d'Heere en zijn ode aan de vrouwenborst, Van het schoon Mammeken (1565): liefst 44 versregels jubelt d'Heere door over niet door korsetten ingesnoerde tieten.

Marita Mathijsen onderzoekt op haar beurt de Nederlandse pornografie in de negentiende eeuw, die een eerder sluimerend bestaan leidde, al zijn er "voorlichtingsboekjes die onder dat mom dartele verhalen opdissen".

'Heete trillingen'

Van Driel en Honings wijzen erop dat veel pornoteksten de emanatie zijn van "gedurfde maatschappelijke opvattingen". Ze bevatten impliciet een sociale boodschap of namen politieke machthebbers op de korrel. Het vleselijke verkeer in de letteren houdt vaak gelijke tred met de losser wordende mores. De naturalistische auteur Lodewijk van Deijssel tekende aan het eind van de 19de eeuw voor de eerste beschrijving van vrouwelijke masturbatie. In Een liefde (1887) bevredigt de dromerige Mathilde de Stuwen zichzelf: "Het slijm sapte uit haar openzijgenden mond, heete trillingen ijlden in haar achterhoofd, haar geslachtsdeel spoog zijn wellustvocht in het stijve stugge hemd." Van Deijssel kreeg half weldenkend Nederland over zich heen, maar baande de weg naar méér seksuele vrijmoedigheid in de vaderlandse literatuur, meteen gevolgd door Louis Couperus.

Toch valt het moeilijk te bevroeden dat Jan Cremer pas in 1964 via zijn schelmenroman Ik, Jan Cremer woorden als 'neuken', 'naaien', 'pijpen' en 'aan de bef gaan' aan de Nederlandse woordenschat toevoegde. Schrijvers als W.F. Hermans of Jan Wolkers vervlochten seks dan weer met hun kunstopvattingen en wereldbeeld. Beiden schreven spraakmakende neukscènes. Wolkers verbond erotiek en lust stelselmatig met dood en verderf. Bij Hermans, betoogt zijn biograaf Willem Otterspeer, was seks meer dan "het kneden van deeg". Het "ging over slaan en geslagen worden", over de verhouding tussen "slachters en slachtoffers".

Deze bundel toont aan hoe regelmatig "de wereld van de pornografie en die van het literaire bedrijf elkaar overlappen". Porno-uitgevers gaven namelijk dikwijls ook 'hoogstaande' literatuur uit en vice versa. Tal van "ernstige" schrijvers gingen loos in het pornografische genre, al dan niet bij wijze van parodie, vingeroefening, broodschrijverij of uitlaatklep. Eddy du Perron amuseerde zich met ondeugende priapeeën onder het pseudoniem W.C. Kloot van Neukema, "ter opwekking van den Bond van Slaphangers". Citaatje: "Elizabeth, je mond zoo vochtig-rood van kleur / heb ik nog liever dan je voor- en achterdeur / O, laat je lippen soppend knijpen in mijn lul." Heere Heeresma verrijkte de pornoboekenplanken onder schuilnamen als Johannes de Back en Rochus Brandera, terwijl Louis Ferron opereerde als Luigi de Verona. Geerten Meijsing verwekte schandaal toen bleek dat hij onder de naam Eefje Wijnberg in Een meisjesleven de schaamteloze autobiografie van een jong meisje had neergepend. En wist u dat de pas overleden Bernlef een fervent vertaler was van de pornografische Zweedse cultverhalen uit Het land Coïtha?

Uiteraard is er Louis Paul Boon, door het katholieke landsdeel meermaals uitgekreten als "onverbeterlijke vuilspuiter". Kris Humbeeck wijdt een heel hoofdstuk aan Boons pornografisch-erotische werk, van zijn Fenomenale Feminateek via het door de Sade beïnvloede Eens op een mooie avond tot Mieke Maaike's obscene jeugd en Eros en de Eenzame Man. Volgens Humbeeck ligt het satirische karakter er bij Mieke Maaike vingerdik op, zeker door zijn "buitengewoon plastische omschrijvingen van orgasmen": "In Mieke Maaike staat men hoe dan ook tot de enkels in de ongein en het geil, het sperma en de pis." Maar Boon schoot zijn doel voorbij. De pornoparodie en kritiek op een doorgeschoten seksuele revolutie kregen de status van "vrolijk seksboekje", stelt Humbeeck.

Pornografie in de Nederlandse literatuur is een uitermate gevarieerde leesschotel, een plat principal met vele amuse-gueules. Omdat de samenstellers ook in de underground en pornopulp zijn gaan neuzen en erotica-bloemlezeres Elsbeth Etty eropuit stuurden om naoorlogse pornografische ranzigheidjes boven te spitten. En hoe zit het met 'de porno-uitdaging' bij de hedendaagse Nederlandse romanschrijver? Marja Pruis blijft nogal aan de oppervlakte. Robert Vuijsje, Ronald Giphart en Heleen van Royen passeren braafjes de revue. Van Royens boeken, schrijft Pruis, behoren tot een lange traditie van libertijnse geschriften. "Eens in de zoveel jaar staat er een vrouwelijke schrijver op die het de goegemeente inpepert: dit is mijn lichaam. Penetreer het alsjeblieft zo diep mogelijk." Maar haar boodschap is diep depressief: "Vrouwen zitten in de val, zo gauw ze echtgenote en moeder zijn, zitten ze met huid en haar vast." Arnon Grunberg mocht ten slotte nogmaals zijn rol als 'embedded journalist' waarmaken. Hij gaat op de koffie bij pornogebruikers én (amateur)pornomakers en ontlokt zijn gesprekspartners tal van confessies over hun seksuele praktijken.

Misschien wordt letterkundige porno stilaan een anachronisme, nu het seksuele krachtvoer ons vooral via internetbeelden wordt verstrekt. Maar deze (ook smakelijk geïllustreerde) bundel bewijst toch dat nieuwe generaties schrijvers altijd wéér proberen de ultieme seksscène uit hun pen te wringen, al dan niet in hun officiële of onderduimse oeuvre. Werk aan de winkel voor de 'preutse' studenten van Hemmerechts.

Joost van Driel en Rick Honings (red.), Pornografie in de Nederlandse literatuur, Nijgh & Van Ditmar, 288 p., 24,95 euro

Rutger Hauer en Monique van de Ven in Turks fruit, naar de roman van Jan Wolkers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234