Donderdag 16/09/2021

Topmusea weigeren nazi-Dürers terug te geven

erfgoed

lubomirski-dürers behoren tot de bekendste voorbeelden van nazi-roofkunst

Brussel / Van onze medewerker

Rudy Pieters

Twaalf Europese en Amerikaanse musea, waaronder topinstellingen als het Metropolitan en het British Museum, weigeren tekeningen van Albrecht Dürer terug te geven die Adolf Hitler tijdens de oorlog liet roven. Het gaat om een gedeelte van de belangrijke Dürer-collectie uit het voormalige Lubomirski Museum in het Oekraïense Lviv, een stad die vroeger in Polen lag.

De 24 Lubomirski-Dürers behoren tot de bekendste voorbeelden van nazi-roofkunst die nog steeds niet bij de oorspronkelijke eigenaar is. Het gaat om tienduizenden, volgens sommige schattingen zelfs meer dan 100.000 kunstwerken.

De zaak-Lubomirski blinkt vooral uit in complexiteit: deskundigen zijn er al jaren mee bezig. Het toont aan hoe de gigantische nazi-roof, de grootste kunstroof uit de geschiedenis, wellicht nog enkele decennia de museumwereld en de kunsthandel zal overschaduwen.

Al in de negentiende eeuw had de familie Lubomirski de 24 Dürer-tekeningen geschonken aan het museum van het Oostenrijks-Hongaarse Lemberg, het huidige Lviv. Toen de Duitsers in 1941 de stad veroverden, liet Hitler, een groot Dürer-liefhebber, de tekeningen weghalen. Hij voegde het toe aan de enorme collectie die hij opbouwde voor het latere Führermuseum in Linz.

Na de oorlog vonden de Amerikanen de Dürers in de voormalige zoutmijn bij het Oostenrijkse dorpje Altaussee, waar het grootste gedeelte van de Führercollectie verborgen was. Ook de Gentse Lam Gods-panelen stonden daar.

Het Amerikaanse leger gaf de Dürer-tekeningen in 1950 terug aan prins Georg Lubomirski, die toen in Zwiserland woonde. De prins had de Amerikanen beloofd dat hij de werken aan de National Gallery of Washington zou schenken, maar in de plaats daarvan maakte hij zijn aanwinst meteen te gelde. De collectie raakte over de hele wereld verspreid. Zestien tekeningen kwamen in Amerikaanse en Europese musea terecht, waaronder het British Museum in Londen, Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, het Metropolitan Museum in New York en de National Gallery in Washington. Het Metropolitan kocht drie werken. Boijmans Van Beuningen, dat een belangrijk prentenkabinet bezit, en het Cleveland Museum of Art hebben er twee. Acht tekeningen belandden in privé-collecties.

De teruggave aan Lubomirski was opmerkelijk, want de Amerikanen gaven teruggevonden kunstwerken alleen terug aan de regering van het land van oorsprong. Die moest dan maar zelf de restitutie regelen.

Nu zegt de Poolse overheid dat de Amerikanen destijds een fout hebben gemaakt. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken ontkent dat. Het zwaait met een akkoord uit 1866 dat bepaalt dat de werken terug naar de Lubomirski's moesten zodra het museum in Lemberg ontmanteld werd. Dat was net voor de oorlog gebeurd, in 1939. Toen de stad in sovjethanden viel, werd het museum afgeschaft en de collectie staatsbezit.

Volgens de Polen bevatte die overeenkomst een belangrijke clausule: als het museum binnen vijftig jaar opnieuw werd opgericht, moesten de Lubomirski's de Dürers teruggeven. De nieuwe start van het museum is er niet gekomen, maar prins Georg had volgens die interpretatie niet het recht de werken meteen van de hand te doen. Overigens wordt betwijfeld of de prins wel de rechtmatige erfgenaam was. Aan de andere familieleden heeft hij destijds zo weinig mogelijk over zijn lucratieve handeltje verteld.

De Polen vinden dat de Dürers thuishoren in Wroclaw, waar een gedeelte van de verzameling van het Lubomirski Museum na de oorlog is opgeslagen.

De zaak is zo belangrijk - het gaat om topstukken - dat de twaalf geviseerde musea vorige maand vergaderd hebben in New York op uitnodiging van het Metropolitan. Daar beslisten ze niet op de Poolse claim in te gaan, met de redenering van het Amerikaanse State Department als belangrijkste argument. Ze gaan nu wel de Polen uitnodigen en in New York opnieuw praten.

Om de zaak nog ingewikkelder te maken, heeft ook de Oekraïense overheid een claim ingediend. Lviv ligt in Oekraïne. Aangezien de taken van het Lubomirski Museum in 1940 door de Wetenschappelijke Bibliotheek Vasyl Stefanyk zijn overgenomen, horen de Dürers daar thuis, zeggen de Oekraïners.

Twaalf geviseerde musea pleegden overleg in New York

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234