Donderdag 15/04/2021

Terreurdreiging

Topman Staatsveiligheid: "We zijn er nog niet"

Jaak Raes. Beeld Photo News
Jaak Raes.Beeld Photo News

Alle inspanningen ten spijt is de Staatsveiligheid een jaar na de aanslagen van 22 maart 2016 in Zaventem en Brussel nog niet optimaal gewapend tegen de terreurdreiging. "We zijn er nog niet", zegt Jaak Raes, administrateur-generaal van de dienst.

"Uit respect voor de slachtoffers van de aanslagen is het van het grootste belang om op 22 maart deze aanslagen te herdenken. Uiteraard. Maar uit een even groot respect voor hen vind ik het mijn taak om onze diensten nog te verbeteren. Op dit moment, in dit eigenste huis, zijn er nog onderzoeken aan de gang die aan aanslagen gerelateerd zijn. We verzamelen onze eigen inlichtingen en beantwoorden de vragen van buitenlandse inlichtingendiensten. We roeien met de riemen die we hebben en dat doen we zo goed mogelijk", zegt Raes in een interview in de gebouwen van de Staatsveiligheid, naar aanleiding van de herdenking van de aanslagen.

Internationale samenwerking

"Na een aanslag als deze doen veel buitenlandse diensten hun laden open en vragen ze of we hen informatie kunnen bezorgen over meneer X of Y. Je kan daar niet doof voor zijn, want onze inlichtingendienst heeft enkel bevoegdheden op Belgische grondgebied. Als we dus willen weten of zogenaamde Belgische foreign terrorist fighters (FTF) een aanslag beramen in België, moeten we een beroep doen op die internationale samenwerking. Die is van levensbelang voor onze dienst", zegt Raes.

Raes zegt ook dat de dreiging zeker nog niet geweken is. "De parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen is bijna rond, maar dat wil niet zeggen dat ons werk gedaan is. Door de aanvallen van de geallieerden zit IS op militair vlak in het defensief in Syrië en Irak. Maar dat wil lang niet zeggen dat IS verslagen is in de geesten. Het voorbije jaar hebben we geen enkele Belg meer zien afreizen naar Syrië. Maar we zien wel oproepen van IS aan mensen hier om trouw te zweren aan IS in een filmpje dat later gebruikt kan worden als IS-promomateriaal. En om vervolgens een aanslag te plegen met relatief eenvoudige middelen."

Honderdtal teruggekeerden

Op de vraag hoe groot de dreiging van teruggekeerde Syriëstrijders is, antwoordt Raes dat het om een honderdtal personen gaat. "In local task forces (LTF) wisselen de verschillende veiligheidsdiensten informatie uit over die mensen, bijvoorbeeld om te zien of sommigen van hen plannen hebben om aanslagen te plegen, zodat je ze kan verijdelen. Naast de terugkeerders moet je minstens afspreken welke dienst zogenaamde aanklampende maatregelen gaat nemen om die mensen op te volgen, bijvoorbeeld door te peilen of ze al werk hebben en of hun integratie vlot verloopt. Daarnaast heb je Syriëstrijders die overleden zouden zijn. Maar daar moet je voorzichtig mee zijn, want hun dood kan in scène gezet zijn en voor je het weet staan ze springlevend in Europa."

"Als je de optelsom maakt, dan zitten in de dynamische databank van Ocad (Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse, nvdr) meer FTF's dan de Staatsveiligheid medewerkers heeft", gaat Raes voort. "Bovendien kwam na de aanslagen in Brussel en Zaventem onze focus nog meer op contraterrorisme te liggen - het werd de prioriteit der prioriteiten. In die omstandigheden kan je begrijpen waarom ik in de onderzoekscommissie naar de aanslagen ons land omschreef als de 'lilliputters van Europa' op het vlak van inlichtingen. En ik neem daar geen komma van terug", stelt Raes, die er aan toevoegt dat de Nederlandse inlichtingendienst AIVD 75 procent meer personeel heeft in functie van zijn inwonertal, de Zweedse 120 procent en de Deense 170 procent. "En zij hebben niet eens de EU- en Navo-instellingen op hun grondgebied zoals wij dat hebben."

Jaak Raes. Beeld Photo News
Jaak Raes.Beeld Photo News

"Lilliputters"

In hoeverre hebben de maatregelen van de regering daar verandering in gebracht? "Ik ben uiteraard de regering dankbaar dat ze al kort na de verijdelde aanslag in Verviers, maar ook na Brussel, aan de diensten heeft gevraagd om na te gaan hoe die versterkt moesten worden. Wij gingen aan het cijferen en kwamen uit op een honderdtal extra medewerkers die er op onze dienst moesten bijkomen in 2016-2017. Dat was om het niveau te halen van 2011, toen er bij ons nog niet zoveel over terrorisme gesproken werd. In vergelijking met andere Europese diensten zijn wij met onze 577 medewerkers slechts 'lilliputters'."

De topman begrijpt naar eigen zeggen dat het arbeidsintensief is om die inhaalbeweging te maken. "Maar daar moet je tegenover stellen dat ons takenpakket ook gigantische gestegen is", legt hij uit. "Het aantal binnenkomende berichten van Belgische en buitenlandse partners bedroeg in 2011 nog 17.600 stuks. In 2016 waren dat er al 34.000 of bijna het dubbele. In september 2015 kregen we bovendien de vraag om een aantal asielzoekers door te lichten. Dat resulteerde in de periode van september 2015 tot nu in 30.000 screenings. Dat alles maakt dat een verdubbeling van ons aantal medewerkers niet overdreven zou zijn."

Professionaliteit

Of al die 34.000 berichten dan ook effectief verwerkt zijn? "Uiteraard", verzekert Raes. "Je kan het je in deze situatie niet permitteren om iets te laten liggen tot na het weekend. Dat leidt ertoe dat het Comité I (dat toeziet op de inlichtingendiensten, nvdr) in haar jaarverslag al schreef dat het aantal overuren in de periode van de verijdelde aanslag in Verviers piekte, samen met het risico op burn-outs. En dan moesten de aanslagen in Parijs en Brussel nog komen. Nu, op dat vlak wil ik toch de grote professionaliteit van onze mensen benadrukken, en hun wil om zich ten volle te geven op het moment van de grootste aanslag uit de Belgische geschiedenis. Iedereen sprong op piekmomenten spontaan bij, niemand keerde met tegenzin terug naar het werk."

Na de aanslagen klonk het dat een veiligheidscultuur ontbrak in ons land. Is die omslag dan intussen wel gemaakt? "Een leerling die op de vingers wordt getikt, zorgt ervoor dat dat niet meer gebeurt. Ik merk wel degelijk een omslag, bijvoorbeeld in de LTF's, waar ik veel informatie heen en weer zie gaan over teruggekeerde Syriëstrijders. In het begin verliep het nochtans moeilijk. De noodzaak van het internetplatform werd zelfs in vraag gesteld. Nu is het tegenovergestelde waar", luidt het.

Vrouwen en kinderen

En Raes geeft nog een ander voorbeeld: "Op dit moment denken we binnen het Strategisch Comité en het Overlegcomité voor inlichting en veiligheid na over wat we gaan doen met het twintigtal mensen dat wil terugkeren vanuit Syrië en Irak. Een deel van hen zijn vrouwen en kleine kinderen. Dat zijn ongetwijfeld niet de meest geharde strijders, eerder diegenen die er een hard leven hadden en ontgoocheld achterbleven. Maar toch moeten we kunnen onderzoeken of zij geen plannen beramen."

Binnen de Nationale Veiligheidsraad is beslist dat vervolging van die mensen prioritair is. "Ze zullen dus bevraagd worden over hun activiteiten. Anderzijds is er belangstelling van onze dienst: mogelijk hebben ze informatie over wie het voor het zeggen heeft in de Syrische netwerken en of er mogelijke plannen van aanslagen zijn. In de schoot van het Strategisch Comité en het Overlegcomité vindt nu de discussie plaats wat we praktisch gaan doen en hoe we dat gaan organiseren. Dat zijn toch aanwijzingen dat veiligheidscultuur is veranderd. We wachten niet passief af, maar handelen proactief", verzekert Raes.

Middelen

De topman van Staatsveiligheid wijst er op dat zijn diensten er steeds meer opdrachten bijkrijgen, en dat daar ook middelen voor gevonden moeten worden. "We moeten onder ogen zien dat het tekort aan personeel en investeringen zich uiteindelijk zal wreken. Neem bijvoorbeeld de screenings die we moeten uitvoeren voor mensen die werkzaam zijn in de zogenaamde kritieke installaties - de luchthavens en kernreactoren. Vorig jaar piekte hun aantal op 122.000, of 16.000 per individuele medewerker van de Staatsveiligheid die daarvoor bevoegd is. Dat is van het goede te veel. Door de overvloed aan data riskeer je dat de kwaliteit achteruitgaat. Je kan het niet hebben dat iemand door de mazen van het net glipt."

Raes gaat ook in op de vraag of de Staatsveiligheid voldoende budget heeft voor informatica-ondersteuning of infrastructuur. "De regering zorgde voor een interdepartementale enveloppe veiligheid, waarbij een cijfer van 400 miljoen euro werd genoemd, bovenop onze normale enveloppe van 50 miljoen euro. Het geld is niet alleen voor de Staatsveiligheid bestemd, maar we probeerden er wel een deel van te claimen. Maar ik stel vast dat er tussen de politieke beslissing en de realisatie op het terrein te veel tijd verloopt. Je kan je geen twee jaar permitteren van administratieve rompslomp. Dat is geen moderne bedrijfsvoering in omstandigheden waarin haast vereist is."

"Ik heb het hier niet over meubilair voor onze dienst", gaat Raes voort. "Wel over bijvoorbeeld investeringen die het mogelijk maken om massa's informatie over telefoonnummers te verwerken en zo netwerken in kaart te brengen. Ook de aanwervingsprocedure voor nieuw personeel duurt te lang. Maar versta me goed: de diensthoofden moeten uiteraard verantwoording blijven afleggen voor hun budgetten. Ik pleit niet voor een blanco cheque. Wel voor een versoepeling van procedures als die duidelijk te maken hebben met kosten die rechtstreeks gelinkt kunnen worden aan de strijd tegen terrorisme."

"We zijn er nog niet"

Is de Staatsveiligheid op dit moment beter gewapend dan een jaar geleden tegen de terreurdreiging? "Ik dank de regering voor de inspanningen die zijn gedaan", antwoordt Raes. "Maar we zijn er nog niet. De werklast per medewerker moet naar beneden om de kwaliteit te kunnen blijven garanderen die wordt verwacht."

"Hetgeen ik zeg, is ook niet ingegeven door het moment. Het staat allemaal ook in de jaarverslagen van het Comité I. Gezien de huidige terreurdreiging, en haar quasi permanente karakter, beleef ik bange dagen. Zeker omdat we geen personeelsbezetting hebben die naam waardig, of tenminste een waarmee we kunnen concurreren met landen als Nederland, Denemarken en Zweden. Honderd procent veiligheid kan je nooit garanderen, maar je kan er wel voor zorgen dat je optimaal gewapend bent."

Niet in staat

Wat zijn tot slot de grote uitdagingen waar de Staatsveiligheid voor staat? "IS probeert op dit moment mensen voor hun zaak te winnen die in ons land verblijven, via versleutelde netwerken als WhatsApp en Telegram. Een goede inlichtingendienst moet die informatie kunnen onderscheppen. Maar op technisch vlak zijn we daartoe niet in staat. De aanbieders van dergelijke diensten dienen zich aan als telecomprovider, zonder dat ze ons laten meelezen als de veiligheid in het gedrang is. Wij moeten daar een antwoord op vinden", zegt Raes, die er aan toevoegt dat zijn Duitse collega's 150 miljoen euro aanwenden om dergelijke encryptie te kraken. "Dat is drie keer het jaarlijkse budget van de Staatsveiligheid."

"We willen ook in staat zijn in het buitenland tijdelijk en punctueel informatie te gaan garen die van belang zou kunnen zijn als gevolg van de terreurdreiging", luidt het nog. "Zo verdien je ook het vertrouwen van de buitenlandse collega's. Je kan er niet blijven van uitgaan dat zij de kraan wel blijven opendraaien voor ons, af en toe moet je iets kunnen teruggeven. Dat is de staalharde wet van de inlichtingenwereld. En we staan daarvoor onder druk."

Bronnen

Aan het einde van het gesprek doet Raes nog een oproep tot beroepsethiek bij de media. "Wij moeten onze bronnen beschermen van indiscreties - zoals journalisten dat ook willen. Het onthullen van een bron kan verstrekkende gevolgen hebben, het kan zelfs iemands leven kosten. Daarnaast zijn wij ten allen tijde eigenaar van de informatie die we verkregen. We mogen die niet zomaar delen, zeker niet als ze de classificatie 'geheim' hebben. Nu ondervond ik binnen de commissie naar de aanslagen dat er soms smalend werd gedaan over dergelijke classificaties. Om die reden vroegen sommige mensen ook gehoord te worden achter gesloten deuren. Je kan je de reactie van de inlichtingenwereld inbeelden als 's anderendaags die informatie in de media opduikt."

"Maar er is niet alleen dat. Neem nu het bericht dat Mohamed Abrini werd verraden door een vriend, die een bron zou zijn van een dienst. Journalisten vroegen me daarover om uitleg. Ik antwoordde dat het bronnengeheim voor mij absoluut is. En stelde de vraag: wil je dat een bron wordt omgebracht? Voor één scoop? Ik kan die informatie om die reden dus bevestigen noch ontkennen. Een gelijkaardig probleem doet zich voor met perslekken die het gerechtelijk onderzoek kunnen schaden. Ik doe daarom een oproep voor het hanteren van een juiste beroepsethiek, want zulke tendenzen zijn in mijn ogen verwerpelijk", besluit Raes.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234