Zondag 20/09/2020

Interview

Topdokter Nasser Nadjmi: ‘Elk kind dat ik behandel zie ik als mijn eigen kind’

Wanneer het nieuwe seizoen van Topdokters van start gaat, kunt u meekijken over de schouder van een bijzondere professor. Nasser Nadjmi kwam van Iran naar Antwerpen, schopte het tot kapitein op een schip, leerde in vier weken Nederlands en schoolde zich om tot chirurg. Vandaag is Nadjmi een wereldautoriteit: hij opereerde al meer dan 2.000 kinderen met een gespleten lip, kaak of gehemelte, en reist de wereld rond om chirurgen op te leiden en marathons te lopen.

U hebt een eigen protocol ontwikkeld om kinderen met schisis te behandelen. Kunt u een leek uitleggen wat dat precies inhoudt?

“Een kind dat wordt geboren met een schisis – een gespleten lip, kaak of gehemelte – heeft niet alleen een esthetisch probleem. De aandoening kan ook spraak- en eetproblemen of zelfs gehoorverlies veroorzaken. Vaak worden al die dingen door verschillende chirurgen behandeld, maar als er geen perfecte samenwerking is tussen alle specialisten, loopt het mis.

“Daarom heb ik mijn eigen protocol ontwikkeld: één kind, één pathologie, één chirurg. Ik doe alles zelf, maar overschouw daarnaast ook alle niet-chirurgische ingrepen. Daarvoor laat ik me omringen door een neus-, keel- en oorarts, een orthodontist, een logopedist, een geneticus, een anesthesist en een verpleegkundig team. Samen met dat team volgen we de hele behandeling op.

“Ik wil vooral zo weinig mogelijk in het kind snijden. Ik begin met een sluiting in de lip: een kleine ingreep wanneer het kind 3 maanden oud is. De natuur zet het werk verder: drie maanden later is de spleet in de kaak al veel kleiner. Daarna corrigeer ik de bovenlip. Nog eens drie maanden later sluit ik het zachte gehemelte achteraan. Dat is belangrijk voor het ontwikkelen van een normale spraak. Opnieuw treedt de natuur bij: in de maanden daarna sluit het hard gehemelte grotendeels uit zichzelf. Op achttien maanden worden de resterende openingen gesloten. De laatste ingreep, de reconstructie van de kaakspleet, gebeurt op de leeftijd van vijf jaar. Tegen de tijd dat het kind naar het eerste leerjaar gaat, is het schisisvrij. Dat wil zeggen dat het dan normaal kan spreken en er normaal uitziet. Dat is ook altijd mijn eerste boodschap aan de ouders: ‘Het komt goed.’”

Behandelt u alleen schisiskinderen?

“Nee, ik werk samen met twaalf andere mond-, kaak- en aangezichtschirurgen. We behandelen ook kankerpatiënten met tumoren in het hoofd of de hals. En mensen met kaakproblemen, zoals een over- of onderbeet. Antwerpen staat daarvoor bekend: we voeren hier het grootste aantal kaakoperaties uit ter wereld. Steeds vaker via een 3D-computergestuurde behandeling: daarmee kunnen we vóór de operatie al het resultaat zien in 3D. België is daarin een pionier. Al in 1999 opereerde ik op die manier een meisje van tien jaar, van wie de helft van het aangezicht niet normaal groeide.

“Ik werk graag met kinderen. Het mooie is dat ze achteraf niet meer weten dat ze ooit een afwijking hebben gehad. Ze dragen dat niet mee. Mijn oudste schisispatiënten zijn intussen rond de twintig jaar. Als ik hen foto’s toon van hun eerste operatie, herinneren ze zich daar niets van.”

Zijn er kinderen die u nooit meer zult vergeten?

“Ieder van hen. Elk kind zie ik als mijn eigen kind. De behandeling van schisis is een lang en intensief proces. Dat creëert een band. Ook met de ouders. Afwijkingen aan het aangezicht kunnen worden vastgesteld na twintig weken zwangerschap, dus die mensen komen al bij mij nog voor hun kind geboren is. Vaak helemaal overstuur: ze hadden hoge verwachtingen, ze gingen ervan uit dat ze een perfect kind op de wereld gingen zetten, en dan blijkt het een zware afwijking te hebben. In het aangezicht dan nog. Maar het bijzondere is: hoe zwaar de afwijking ook is, na twee of drie dagen zien de kersverse ouders ze niet meer.

“Wat mij altijd weer opvalt: schisiskindjes hebben prachtige ogen. Alsof God, of de natuur, of waar je ook in gelooft, wil zeggen: ‘Ik heb je iets ontnomen, maar je krijgt er iets voor in de plaats.’ Iets wat de aandacht afleidt naar de ogen. Nee, dat is niet wetenschappelijk bewezen, maar ik geloof daar oprecht in. Dat zeg ik ook tegen de ouders. Vooraf kunnen ze het amper geloven, maar na de geboorte zeggen ze: ‘Het is écht zo!’”

Neemt u hun problemen mee naar huis?

“Soms wel. Dan praat ik erover met mijn kinderen. Het boeit hen. Mijn dochter is intussen trouwens aan de opleiding geneeskunde begonnen.”

Een goede keuze?

“Ik heb mijn kinderen nooit gepusht om die richting uit te gaan. Ik vergelijk het leven graag met een kronkelige weg in de bergen. Je weet nooit wat er achter de volgende bocht op je wacht: een mooi uitzicht of een gevaar. Dat heb ik hen willen meegeven. Ik ben vooral blij dat ze hun kansen grijpen.”

Wist u van jongs af aan dat u arts wilde worden?

“Ja, ik ben altijd gefascineerd geweest door het menselijk lichaam. Geen idee waarom, er zitten geen andere artsen in de familie. Mijn vader is archeoloog, mijn moeder heeft economie gestudeerd.

“Ik zeg altijd: ik heb in mijn 54-jarige leven al voor drie geleefd. Ik ben geboren in Iran. Ik was dertien toen de Iraanse revolutie begon. Eén jaar later brak er oorlog uit en werden de universiteiten gesloten om de opleidingen te islamiseren. Toen ik uit het middelbaar kwam, waren ze weer open, maar was er een strenge toelatingsprocedure voor geneeskunde. Ik viel uit de boot. Ik besloot voor architectuur te gaan, maar ook daar werd ik geweigerd. Toen ik las dat de nationale scheepvaartmaatschappij een aantal studenten een beurs wilde geven om in Antwerpen te studeren, besloot ik me daar dan maar voor op te geven.”

Hoe komt een Iraanse rederij in Antwerpen terecht?

“Ze had hier vijf vrachtschepen gekocht en was daarbij overeengekomen dat de Iraanse studenten aan de Hogere Zeevaartschool Antwerpen mochten studeren.

“Ik was achttien: als ik dan toch geen geneeskunde mocht doen, zag ik het wel zitten om kapitein te worden op zo’n groot schip. Zesduizend mensen schreven zich in, uiteindelijk zijn we met vierentwintig gestart.”

En bent u kapitein geworden?

(knikt) Als ik ergens aan begin, maak ik het af. Maar de droom om arts te worden liet me niet los. Uiteindelijk gaf ik mijn ontslag bij de rederij, en ging ik naar Leuven om geneeskunde te studeren.”

Een beslissing met ingrijpende gevolgen. U moest er uw geboorteland voor achterlaten.

“We hadden een contract met de Iraanse rederij: zij betaalde onze studies, in ruil moesten we tien jaar in dienst blijven. Door te stoppen, pleegde ik contractbreuk. Mijn ouders kregen een zware boete. Ze steunden mijn beslissing, maar konden onmogelijk die boete én mijn studies betalen. Ik zou dus zelf moeten instaan voor de financiering van mijn opleiding.

“Het ergste was dat ik door mijn ontslag niet meer kon terugkeren naar Iran. Als ik dat wel deed, zou ik mijn volledige legerdienst moeten doen, maar aangezien het land in oorlog was, leek dat me geen optie. In de tien jaar die volgden, heb ik mijn vader één keer gezien, mijn moeder twee keer. Ik denk dat zij het daar erg moeilijk mee hebben gehad. Ik ben nu zelf vader, ik kan me niet voorstellen dat ik mijn kinderen zo’n lange tijd niet zou zien.”

Voor u moet het toch ook niet evident geweest zijn: zonder familie in een vreemd land?

“Er waren moeilijke momenten. Maar ik was bezig, ik werkte aan mijn toekomst. Dat maakte het draaglijk.”

Sprak u Nederlands?

“Geen woord. Op de zeevaartschool kregen we les in het Engels. Voor het ingangsexamen geneeskunde heb ik vier weken de tijd gehad om Nederlands te leren. Ik heb de belangrijkste vaktermen uit de wiskunde en de chemie uit het hoofd geleerd. Blijkbaar een goeie strategie: ik was geslaagd en mocht beginnen.”

Vanwaar de specialisatie in schisis?

“Ik kwam er voor het eerst mee in contact tijdens mijn opleiding. Kinderen met schisis hebben een scheef gezichtje, een scheve neus, een scheve mond. Die moet je zo mooi mogelijk krijgen. Tegelijk moet je ervoor zorgen dat alles perfect functioneert. Die combinatie van esthetiek en functionaliteit vond ik heel uitdagend.

“Ik ben opleidingen gaan volgen bij de beste chirurgen ter wereld, maar overal zag ik tekortkomingen. Mijn droom was om het beter te doen. Zo is mijn protocol ontstaan, waar we het daarnet al over hadden.”

Intussen bent u daarmee ook naar het buitenland gegaan.

“In Antwerpen behandelen we ongeveer veertig nieuwe patiënten per jaar. Een druppel op een hete plaat. Ik wilde meer doen. Daarom ben ik in 2002 begonnen met buitenlandse missies. De eerste ging naar Kenia, het jaar erop werd ik door een Belgische ngo uitgenodigd in Myanmar, in Zuidoost-Azië. Ik heb daar honderden patiënten geopereerd. Soms mensen van veertig jaar die nog nooit waren behandeld.

“Eén van mijn laatste missies ging naar Vietnam. Op de terugweg maakte ik een tussenstop in Shiraz, een stad in het zuiden van Iran, om er een lezing te geven. Na afloop kwam een chirurg naar me toe: hij kende een kindje met een gespleten lip en gehemelte. Ik heb dat kind nog voor mijn vertrek geopereerd. Drie weken later stuurde die chirurg een foto: ‘Alles gaat goed.’ En ook: ‘Wanneer kom je terug, er staan nóg vijftig kinderen op de wachtlijst.’ Ik ben teruggegaan en heb er een medisch centrum opgericht. Ik heb er al zo’n zeshonderd kinderen geopereerd en een twintigtal chirurgen opgeleid. Het voelt erg goed: ik had nooit verwacht om op die manier iets voor mijn vaderland te kunnen doen.”

Financiert u dat allemaal zelf?

“Nee, ik doe aan fundraising met mijn stichting: de Nadjmi Foundation. Er is ieder jaar een gala, met veilingen, een tombola en voorstellingen. Onder meer het Ballet van Vlaanderen is al komen optreden.

“Zelf ben ik beginnen te lopen om aandacht te genereren voor schisis. Mijn doel was om onder het motto ‘Run for a Smile’ de zes grootste marathons ter wereld te lopen. In tweeënhalf jaar heb ik ze allemaal gedaan: New York, Berlijn, Tokio, Chicago, Boston en Londen. Dit jaar wil ik daar de marathons van Spitsbergen (bij de Noordpool, red.) en Antarctica aan toevoegen.”

Iets helemaal anders: sinds de dood van generaal Qassem Soleimani, die op 3 januari om het leven kwam door een Amerikaanse raketaanval, is er veel onrust in Iran. Volgt u het nieuws over uw vaderland?

“Op de voet, al veertig jaar lang. Ik heb zelf een revolutie meegemaakt, en alles wat daarop gevolgd is. Mijn ouders en mijn zus wonen daar nog. Dan kun je bij zulke gebeurtenissen niet onbewogen blijven.”

Iran vergold de moord met een raketaanval op twee Amerikaanse basissen in Irak. Later die dag werd een Oekraïens passagiersvliegtuig per abuis neergeschoten door het Iraanse leger. Alle 176 inzittenden kwamen om. Er ontstonden straatprotesten in Iran, uit onvrede over die fout van het leger en bij uitbreiding over het hele regime. Hoe denkt u daarover?

“Al die reacties, al die emoties: ze hebben diepe wortels in de geschiedenis. Wat we nu in de media zien, is het topje van de ijsberg. Het is te kort door de bocht om te zeggen: die mensen komen om die of die reden op straat.”

Waar heeft het volgens u dan mee te maken?

“Veel problemen die we vandaag zien in het Midden-Oosten, zijn veroorzaakt door de bemoeienis van grootmachten. De grootste destabiliserende factor is wat mij betreft niet Iran, maar de invasie en onwettige oorlog die George Bush in Irak is begonnen. Nog verder terug was er de aanwezigheid van de Engelsen in Iran. Zij kregen in de Eerste Wereldoorlog controle over de Iraanse olie-industrie, waarna ze vijftig jaar lang olie hebben geëxporteerd. Gestolen, eigenlijk. Ze betaalden er nauwelijks iets voor. Toen Mohammad Mossadeq, de eerste democratisch verkozen eerste minister van Iran, daar in 1952 iets aan wilde doen, voerden de Britse en Amerikaanse geheime diensten, de MI6 en de CIA, een staatsgreep uit. Dat drukt nog steeds zijn stempel.

“Ook de strategische ligging van Iran heeft een rol gespeeld. Zeker in de Koude Oorlog, met zijn 2.000 kilometer lange grens met de Sovjet-Unie enerzijds en 2.000 kilometer langs de Perzische Golf en de Golf van Oman anderzijds: dat zijn belangrijke verkeersaders voor het olietransport.

“Zoals ieder mens heb ook ik een politieke mening. Maar ik weet niet of het zinvol is om daarover uit te weiden. Ik ben arts, geen politicus. En los daarvan: ik heb een project in Iran. Ik zou niet willen dat dat in het gedrang komt wegens bepaalde uitspraken.”

Maar de actie van Trump, die de liquidatie van Soleimani beval, keurt u af?

(ontwijkend) Misschien was het een manoeuvre om de aandacht af te leiden van de afzettingsprocedure die tegen hem loopt. En het is een verkiezingsjaar. Ik weet niet of je Trumps toespraak in 2011 hebt gehoord? Toen verweet hij Obama dat hij een oorlog wilde beginnen met Iran om de verkiezingen in de VS te winnen. Als je het mij vraagt, is dat exact wat Trump nu zélf aan het doen is.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234