Woensdag 18/09/2019

VN

Topbanen bij de VN? Niet voor ontwikkelingslanden

VN-secretaris-generaal Antonio Guterres. Beeld AFP

De ontwikkelingslanden, die twee derde uitmaken van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties, klagen aan dat ze niet evenredig vertegenwoordigd zijn in de hogere rangen van de organisatie. Nochtans zijn er voldoende competente kandidaten met de nodige professionele en academische kwalificaties.

Voor de Groep van 77 (G77), de grootste coalitie van ontwikkelingslanden, is het onevenwicht inzake billijke geografische vertegenwoordiging in het Secretariaat van de Verenigde Naties een belangrijke bekommernis.

Terwijl de VN geroemd worden om de inspanningen voor een evenredige vertegenwoordiging van vrouwen de laatste jaren, wordt de organisatie nu met de vinger gewezen voor het veronachtzamen van gekwalificeerde burgers uit ontwikkelingslanden, zowel uit Azië, het Midden-Oosten, Afrika als Latijns-Amerika en de Caraïben.

Rijke westen

De hoogste functies gaan meestal naar inwoners van westerse landen, de voornaamste gelddonoren of van de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad (P-5), namelijk de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland en China. “Elke secretaris-generaal wordt gekozen in functie van de belangen van de grootmachten”, zegt een Aziatische diplomaat. “Die landen beschouwen hoge functies in de VN als hun politieke geboorterecht.”

Egyptenaar Karim Ismail stelde eind vorig jaar in naam van de Groep van 77 dat een evenredige geografische vertegenwoordiging van essentieel belang is om het internationale karakter van de organisatie te verzekeren. Hij maande het Secretariaat aan om de inspanningen daartoe te versnellen, ook wat betreft de vertegenwoordiging van de landen die bijdragen aan vredesmachten en de politie van de Verenigde Naties (de TCC’s en PCC’s). Hij riep op tot meer transparantie over de geografische vertegenwoordiging en een duidelijke basis voor de aanstellingscriteria. 

Karim Ismail: “De Algemene Vergadering van de VN dient te beschikken over meer en transparantere informatie over de gendergelijkheid en de geografische vertegenwoordiging in de 38.000 functies van het VN-Secretariaat”.

Hoogste functies

De hoogste functies zijn onder meer de adjunct-secretarissen-generaal van de Verenigde Naties (USG’s), assistent-secretarissen-generaal (ASG’s), directeurs (onderverdeeld in categorieën D1 en D2), de hoofden van de vredesmissies in overzeese gebieden (vaak Afrika), en de speciale gezanten van de VN-secretaris-generaal Antonio Guterres.

Wanneer de secretaris-generaal uit een westerse natie komt, zou volgens een systeem van geografisch evenwicht de assistent-secretaris-generaal uit een ontwikkelingsland moeten komen, en omgekeerd. Momenteel bekleedt de Nigeriaanse Amina Mohammed de tweede hoogste functie in het VN-Secretariaat, na Guterres, oud-premier van Portugal.

“Momenteel hebben personeelsleden uit de ontwikkelingslanden minder kans om door te stoten naar de top”, zegt Ian Richards, voorzitter van het coördinerend comité van de internationale vakbonden en personeelsverenigingen binnen de VN (CCISUA). “Dat is een onaanvaardbare situatie, die helaas de politieke en financiële invloeden op het systeem weerspiegelt. De organisatie kan niet pretenderen de best presterende kandidaat als criterium te nemen bij de selectie en bij het human resources management, als de nationaliteit een hoofdbekommernis blijkt op hogere niveaus. Guterres moet hierover een open discussie voeren, want anders zullen de alom gepropageerde hervormingen weinig voorstellen.”

De grootste donateurs aan het VN-budget, die aanspraak maken op de topbanen, zijn de Verenigde Naties, China, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Rusland. China (lid van de G77) en Japan worden wel bevoordeeld bij de benoeming van hoge functionarissen bij de VN, maar Azië is veel meer dan China en Japan alleen. India is bijvoorbeeld een van de dichtst bevolkte landen ter wereld. 

Japan

Volgens Jayantha Dhanapala, voormalig onder-secretaris-generaal voor ontwapeningszaken bij het UNODA, is het algemeen bekend dat de VN een proactief beleid voert om Japanners in dienst te nemen door headhunters naar Japan te sturen, en daarmee de grote financiële bijdrage van Japan wordt erkent.

“Het headhunten moet ook in andere landen gebeuren, om talentvolle mensen te selecteren. De aanwervingsprocedures bij de VN vertonen grote hiaten. Het westen krijgt nog steeds het kruim van de banen. Hoewel er wél vooruitgang is geboekt wat betreft de aanwerving van vrouwen, om onevenwichten uit het verleden weg te werken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234