Woensdag 22/09/2021

RIP Toots

Toots Thielemans in 2012: "Ik doe mijn oogskes dicht en ik speel"

Toots Thielemans. Beeld Diego Franssens
Toots Thielemans.Beeld Diego Franssens

In september 2012 verscheen dit interview met Toots Thielemans in Zeno, de weekendbijlage van De Morgen. U kan het hier opnieuw lezen.

***

Dit zou de vooravond van zijn leven kunnen zijn, maar Toots Thielemans ('Ik ben op weg naar mijn 91ste') verandert niet. Zelfs de zenuwen zijn gebleven. De twijfel ook. Er is maar één remedie: "Ik doe mijn oogskes dicht en ik speel." Een gesprek met soundtrack.

Misschien beginnen met een citaat dat aan Antoine de Saint-Exupéry wordt toegeschreven. Hij zou dit gezegd hebben: "Het was fout van mij om ouder te worden. Jammer. Ik was zo gelukkig toen ik kind was."

Er zijn mensen die het kind nog altijd in de ogen hebben en Toots Thielemans is zo'n mens. Ja, in het Brusselse Vanderborghtgebouw komt hij aan de arm van zijn manager Veerle Van de Poel binnen. Beetje schuifelend. Maar dat komt, toont hij, door zijn enkel. "My ankle", zegt Toots. "Hij was gebroken en zit in de plaaster. Daarom moet ik goed oppassen."

En dan is daar de jongen weer. Het kind in zijn ogen, een beetje trots: "De dokter zegt dat ik goed gezond ben. Mijn bloeddruk is 13 over 8. Dat is goed. Dat is juvenile."

Het is donderdagavond en deze kant van Brussel maakte zich op voor Toots. Aan de overzijde, op het terrasje van het Arcadi Café, zit zelfs Dirk Frimout. Ook baron, hij ging de ruimte in, de sterren tegemoet. Maar vanavond is hij genodigde, bij de vernissage van Toots 90. De tentoonstelling van het leven van Jean-Baptiste Frédéric Isidor Thielemans. Ondertitel op de affiche: 'Be yourself. No less. No more.' Opgebouwd rond memorabilia van Toots en uitgewerkt rond zeven uitvergrote schoendozen. Waarom? Toots begon te doen alsof hij muziek speelde op een schoendoos die voor accordeon moest doorgaan. En bij de zoektocht naar materiaal voor deze expo vonden ze veel in schoendozen terug.

Straks gaat Toots natuurlijk weer spelen. Voor al die genodigden, de sterren tegemoet. Dirk Frimout zal zich thuisvoelen. Maar nu zitten we hier, voor een gesprek in een mix van Nederlands, Brussels, Frans en Engels. Dat zult u ook lezen, je kunt Toots niet anders citeren. We zitten aan een tafeltje tussen die schoendozen die 'The Music Store' en 'The Spirit of Brussels' of 'Carnegie Hall' heten. Als we, bij het uittikken, het bandje van dit gesprek herbeluisteren horen we tientallen keren wat Toots nu hoort. Hij zegt het heel mooi: "Hoor je het fluitje? 'Bluesette.'"

Poor little, sad little blue Bluesette
Don't you cry, don't you fret
You can bet one lucky day you'll waken
And your blues will be forsaken
Some lucky day lovely love will come your way

('Bluesette', Toots Thielemans)

"Alles goed, ja", antwoordt hij dan. "Wear and tear, zeggen ze in het Engels. Alles is een beetje minder. Mijn ogen en zo. Maar negentig worden... Ge denkt: nen dag met ne keer. En plots ben je dus negentig. Als je bedenkt dat mijn muziek, mijn hele carrière, al zeventig jaar geleden begonnen is. Dat is veel hoor. Vijftig jaar zelfs in Amerika gewoond. Nu nog eigenlijk. Ik heb er een appartement en ik heb nog altijd twee paspoorten. Belg en Amerikaan. Dat is allemaal veel. Maar wat kan ik daarover zeggen? I am too close to the subject."

Wat kan hij zeggen? Dat natuurlijk alles al verteld is over Toots Thielemans. Alles al geschreven. Een weekje voor hij op 29 april zijn negentigste verjaardag vierde, werd Toots 90, het boek, gepresenteerd. Dat gebeurde in het Marollencafé De Skieven Architek, Toots leek toen vermoeider dan vandaag. Hij speelde een airke in de microfoon, 'Bluesette' natuurlijk, iemand zei dat een interview bijna niet meer kon. Na twintig minuten zou hij te moe zijn. Maar vier maanden later heeft hij alles over zich gehad. Een bezoek aan de koning, een bezoek aan de burgemeester, dat boek dus, vanavond deze opening en vooral een geweldig optreden tijdens Jazz Middelheim.

Twintig minuten? "Helemaal niet", zegt zijn manager. "Toots doet het niet voor minder dan veertig minuten. Minstens. Als hij op het podium komt, is hij niet meer te houden. Hoe zenuwachtig hij ook is. Dat heeft hij altijd gehad. Ik herinner me 2006, toen hij in Carnegie Hall ging spelen. De dag voordien zou hij repeteren, we reden er met de taxi naartoe, maar eenmaal daar zei hij: 'Laat hem maar terugkeren, ik ga niet spelen.' Zoveel schrik had hij." De reden voor die twijfel is eenvoudig: "Hij is altijd die ladder opgeklommen en heeft altijd gedacht dat hij geluk had. En dat hij daarom even snel opnieuw van die ladder kon afvallen."

Later zal hij het zelf twee keer zeggen: "Alles is toeval geweest."

Lullaby of Birdland, that's what
I always hear when you sigh
Never in my woodland
Could there be words to reveal
In a phrase how I feel.

('Lullaby of Birdland', George Shearing)

Hij kan het niet laten: terwijl hij praat, pakt hij af en toe je arm vast. Als een lieve opa. Zijn snor is prachtig getrimd. Zijn huid draagt z'n negentig jaar waardig. En met zijn rechterwijsvinger wrijft hij even over de rug van zijn linkerhand, om te tonen wat hij wil uitleggen. De vraag was waarom de zwarte muziek hem zo lief was geworden. Ooit zei hij: "Blue Note, dat is toch de boodschap van de culturele mengeling. Ik zou dezelfde mens niet zijn als die muziek vanuit Afrika niet naar Amerika was gebracht.

"Nu: "Dat is waar. Ik was heel dichtbij. En ik ben heel contaminated."

Wat vond hij zo mooi aan die zwarte muziek? "Mooi? Dat is het juiste woord niet. Het is een gevoel. (nu wrijft hij dus over zijn hand) Ik heb dat gevoel nog altijd. Een van de belangrijkste experiences was toen ik met het George Shearing Quintet speelde. Tweede gitaar en dan, in de avond, solo harmonica. George had 'Lullaby of Birdland' geschreven, over de jazzclub Birdland waar iedereen speelde, maar we trokken ook met een bus op tournee en die heette de Birdland All Star Bus. Daar zat ik bij. We waren misschien maar met twee blanken. Count Basie zat daarin, Lester Young, Billie Holiday twee meter van mij af... Dat was mijn droombus. Of dat perfect ging? Ik deed mijn best. Ik probeerde niet black black black te spelen. I played the black idiom, the music, with my European feeling. Niet alleen een kopie. But it was an important part of my life."

Dat gebeurde uitgerekend wel in een periode waarin de afstand tussen blank en zwart Amerika nog bijzonder groot was. 1955 was het jaar van Rosa Parks. 1963: 'I have a dream', de toespraak van Martin Luther King. Die periode. Toots, aarzelend: "Dat gebeurde allemaal. Ik heb het zien evolueren, ja. (nog wat stiller:) We kunnen misschien van onderwerp veranderen?"

Toots Thielemans. Beeld Diego Franssens
Toots Thielemans.Beeld Diego Franssens

Hoe zacht hij dat weer vraagt.

Zich vijftig jaar later in dat debat mengen, dat doet hij liever niet meer. Liever praat hij over zijn liefde voor New York. "Wat belangrijk was in de jazzwereld gebeurde daar", zegt hij. "It was the steam room. Zelfs Quincy Jones, die eigenlijk van Seattle was, kwam naar New York. Daar heeft hij zijn solowerk gedaan. He made his proper noise in New York."

Wat zo bijzonder is aan Toots' verblijf in Amerika is dat hij daar eerder erkenning vond dan in België. Véél eerder zelfs. En ook in Zweden, zijn andere thuisland. Zelfs in Duitsland. Hij laat de naam van Benny Goodman vallen. "Mijn eerste internationaal engagement was met Benny Goodman, de King of Swing. Met hem speelde ik één nummer, 'Stardust', dat had enorm veel succes. We speelden in Stockholm, man... (giert) Ik heb het kot afgebroken. Op dat moment had ik geen aanvragen uit België, ook niet zoveel in Amerika en ik heb toen veel in Zweden gespeeld. Ik spreek nog altijd goed Zweed hoor. (bijna zangerig Limburgs:) 'Jag talar Svenska. Toots Thielemans.'

"De Zweden vonden mij tof en ik vond het ook tof. Ik ben daar jarenlang twee, drie weken geweest. Dat ging toen zo. Ik woonde op een appartement in New York, maar via een Duitse pianist die mij gerecommendeerd had kon ik veel producties met orkest doen op de Duitse zenders. Dus ging ik van New York eerst naar Zweden, dan naar Duitsland en dan even naar België: 'Moederke, ik kom goeiedag zeggen.' Veel meer was het niet. Roger Vanhaverbeke, een bassist van Oostende, zei wel altijd: 'Toots, tu dois jouer en Belgique', maar ik dacht dat dat niemand interesseerde. Hij liet me toch komen. Voor twee, drie engagementen, in cafés en zo. De volgende keer waren het er tien. Maar dat was voor niet meer dan 15.000 frank (375 euro, RVP) voor het hele kwartet hoor. They didn't bring it on a platter. Het was hard werken."

Waarom het in België zoveel moeilijker was dan in Amerika? "Ik weet het niet", zegt Toots. Die echter meteen weer in Amerika zit. "Het is vandaag niet zo makkelijk om in het buitenland te scoren. Er zijn nochtans goeie muzikanten in België. Alleen Philippe Catherine doet het goed."

Heeft het met een gebrek aan ambitie te maken? "Neen. Je mag ook geen dikkenek hebben. Maar je moet wel een engagement hebben. Het was ook voor mij niet evident om voor Benny Goodman te gaan spelen."

Hij herhaalt: "Het heeft met hard werken te maken. En af en toe een beetje media-aandacht krijgen. Ik heb het thema gespeeld van Sesame Street. (begint te zingen:) 'Can you tell me how to get, how to get to Sesame Street'. Dat is geen jazz en alleen kleuters kennen dat. Maar ik vertel het om te tonen dat ik heel veel wilde doen."

Toots Thielemans. Beeld Diego Franssens
Toots Thielemans.Beeld Diego Franssens

Hold tight, hold tight
Fododo-de-yacka saki
Want some seafood, mama.

(Fats Waller)

In één uitvergrote schoendoos ligt zijn Rickenbackergitaar die, toen hij Toots ermee zag, zelfs John Lennon kocht. Maar meer dan Rickenbacker is Toots toch Hohner. Koning van de mondharmonica. "Ik had een film gezien over een gevangene die op de executie in de elektrische stoel zat te wachten en die, in death row, op een mondharmonica speelde. Ik woonde toen nog in Molenbeek, maar toen ik dat zag, dacht ik: 'Dat wil ik hebben.' Alles is voor mij toeval geweest. Dat ook. I never searched for harmonica, I heard it. Daar ben ik op beginnen te spelen, al op het atheneum van Koekelberg. Veel muzikanten zeiden wel: 'Jette ce jouet.' Ze vonden het maar een speelgoedje, dat ik moest weggooien.

"Ook de gitaar is per toeval gekomen. Ik lag thuis in bed met een longontsteking en Gilbert, een vriend van mij, kwam me vaak bezoeken. Zijn nonkel was rijk en hij kreeg regelmatig geld toegestopt. Op een dag kwam hij met een gitaar en ik ben daarop beginnen te spelen. In bed. Na vijf minuten speelde ik 'Hold tight, hold tight'. Later ben ik Django Reinhardt beginnen bestuderen. Maar nog eens: alles is toeval geweest."

Toeval. Hard werken. Geluk. Dat allemaal zou leiden tot miljoenen cd's. Tot samenwerkingen met de groten der aarde. Lof van Paul Simon, Billy Joel, Quincy Jones, Pat Metheny, Bruno Castelluci. "Mijn opname, in 1978, van Affinity met Bill Evans is van zeer groot belang geweest. Het gaf mij krediet en erkenning in de jazzwereld."

Maar ook nadien zal hij terugkeren naar La Hulpe, waar hij met zijn tweede vrouw Huguette woont. Toots, de Belg. "Ik begrijp dat de Vlamingen voor hun rechten opkomen", zegt hij, als je ernaar vraagt. "Ik wil geen positie innemen. Maar: I respect the fight, the awareness of the Flemish people. Zeg ik dat goed zo?"

"Mijn moeder was van Aantwaarpe, maar haar moeder was een Walineke uit de Borinage. Ze was als meid in dienst in Antwerpen. Maar als kind kwam ik dus ook in Quaregnon, waar nog hanengevechten plaatsvonden. Ik ben dus een mix. Een hutsepot."

Zelf heeft hij geen kinderen. Of dat een gemis is? "Dat is een goeie vraag. Heb jij kinderen? Good for you. Mijn vrouwke zegt wel eens: 'On aurait du avoir un enfant.' Maar het is zo gegaan. Ik weet ook niet waarom. Maybe I was too selfish. I'm not a bargain to live with."

Wie 90 is, heeft veel verleden tijd. Veel van de namen die hij noemt, zijn er niet meer. Schrikt de dood een man van zijn leeftijd af? "Schrik heb ik niet", zegt Toots. "Het klopt. Dizzy Gillespie, Charlie Parker, Count Basie, Jaco Pastorius... noem ze maar op. Ze zijn dood. Ik weet niet waarom ik er wel nog ben. Ik ben een survivor met een bloeddruk van 13 over 8. En een beetje astma. Maar daar bestaan fantastische pufkes voor. Waarom zou ik schrik hebben? Ik heb nog veel interesse voor de muziek en het publiek ziet me nog geire. In Middelheim waren ze met 6.000. Ook jongeren. Ik weet ook niet waarom."

De knop van het recordertje gaat op uit. Zijn laatste zin: "En beste groeten aan uw lezers."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234