Maandag 18/10/2021

Tony

al ik u eens iets vertellen uit de persoonlijke levenssfeer? Een bekentenis, eigenlijk, en eentje van het soort waarvoor bravere mensen dan ik al eens opgesloten zijn in een funny farm, zoals spirituele Amerikanen een gekkenhuis wel eens plegen te noemen.

Ik heb - ik gooi het meteen maar in de lezersgroep -tijdens de hele paasvakantie van 1959 een korte maar intense en hevig seksueel geladen relatie gehad met de internationaal bekende schauspielerin Natalie Wood. Ik maakte haar zo’n driemaal per dag het hof en we bedreven ook tenminste evenveel keren de liefde, op onstuimige wijze. Dat gebeurde rechtopstaand en in de tuin van mijn tante Claire, die om mij niet geheel duidelijke redenen van Beringen naar Wallonië was uitgeweken en samen met haar man Jacques een woning betrok aan de stemmige Rue de la Déportation, een levensader in het schildersdorp Tubize, dat van oudsher qua couleur locale voor zwart had gekozen.

Van in die tuin hadden Oncle Jacques en Tante Claire een optimaal uitzicht op de hoogovens van de Forgeries de Clabecq, aan het eind van hun lochting stond een stevige betonnen paal en in mijn jeugdige en hitsige verbeelding had ik beslist dat die bewuste paal veertien dagen lang voor mij het gastvrije Italo-Amerikaanse lichaam van Natalie Wood zou voorstellen.

Ik kreeg mijn toen nog korte armpjes niet zonder moeite rond de uit grove kiezel en derderangs mortel opgetrokken taille van mijn ersatz-Natalie. Dat belette mij evenwel niet, telkens ik mij aan het oog van mijn tante onttrokken had “om nog wat naar de fabriek te gaan kijken”, om samen met de vrouwelijke ster uit West Side Story lange, natte kusmarathons te organiseren.

Wanneer ik er nu aan denk, proef ik Marcel Proustgewijs nog altijd de smaak van hoe die koude, groffe steen tegen het puntje van mijn tong raspte, maar tegelijk herinner me ook de warme gloed die ik vanbinnen voelde toen de vakantie afgelopen was en ik de schoolpoort binnenstapte en daar al die kinkels zag staan die op scoutskamp geweest waren, terwijl ik twee weken lang het beest met twee ruggen gemaakt had met de vrouw die behalve dat ze dus Natalie heette ook nog eens verantwoordelijk was voor de most beautiful sound I ever heard... Maria, Maria, Maria!

Ja, kussen kon ik goed, vroeger, alsook de Mashed Potatoe dansen en de Hully Gully en tegelijk de hoofdsteden opnoemen van alle landen die in de toenmalige wereld bekend waren. Maar wie in die donkere tijden allang geen betonpaal meer nodig had om de poepslag te beoefenen, was de in 1925 uit Hongaarse ouders in de diepste diepten van de Bronx geboren Bernard Schwartz, die u ook wel, en wellicht beter, kent als de filmster Tony Curtis.

Ik zal u nog een tweede bekentenis doen. Terwijl ik mijn geliefde Natalie Wood daar in Tubize grondig blootstelde aan een uitgebreid en gratis orthodontisch onderzoek, beeldde ik me zonder enige stroom in dat ikzelf Tony Curtis was. Ik was er zonder meer zeker van dat hij de beste kusser van de wereld was, dat is later trouwens door vele van zijn exen op populairwetenschappelijk wijze bekrachtigd, en ik vond hem ook - al was ik toen in gedachten toch al toegetreden tot het gilde der hetero’s - de mooiste kerel die ik ooit gezien had.

Dat vind ik eigenlijk nog. Toen ik de afgelopen week de vakpers doornam, stootte ik wel eens op een foto van die jonge godenkop van Curtis, die alleen maar gekleed in een te strakke jeans en een marcelleke en met zijn fuck you-smile om zijn lippen als straatarme immigrantenzoon complexloos op Hollywood afstormde. Ik hem altijd gemogen, die Curtis. Omdat hij behalve mooi ook goed en grappig was, en omdat hij - net als Jerry Lewis & Dean Martin - mijn astmatische jeugd, die zich vooral in voorstadcinema’s en saaie patersscholen afspeelde, op ingrijpende wijze beter heeft gemaakt.

Hoewel ik in wezen een boer op klompen ben, heb ik ook altijd een hart voor glamour gehad en de eerste Tony Curtis die ik liefhad, was dan ook de vrolijke frans die je tegenkwam in een meesterwerk als Some Like It Hot of in lichtere kost als Operation Petticoat (met Cary Grant en een roze duikboot, folks) en The Great Race (waar hij trouwens verenigd werd met mijn ex, Natalie Wood). Maar toen ik min of meer tot de jaren van verstand was gekomen en iets bewuster naar film ging kijken, ben ik geleidelijk aan gaan ontdekken dat achter die geweldige kusser ook een groot acteur schuilging.

Ik heb het dan over hoe hij in Stanley Kramers The Defiant Ones samen met Sydney Poitier op geheel geloofwaardige wijze uit gevangenissen ontsnapte, hoe hij in Stanley Kubricks Spartacus standhoudt naast een klasse-kransje acteurs bestaande uit Kirk Douglas, Laurence Olivier en Charles Laughton, hoe hij zowel de grote goochelaar Houdini als de Boston Strangler echter dan levensecht belichaamde, hoe hij in The Sweet Smell Of Success de krabbenmand die de coulissen van Broadway wellicht zijn al spelend reveleerde. Grote klasse van een man die zijn vak trouwens niet van een aap geleerd had, maar die - samen met Marlon Brando en Walter Matthau - ooit in het toneelklasje zat van de geniale Germaan Erwin Piscator.

Zou Tony Curtis ooit in Tubize geweest zijn? Ik durf het betwijfelen. Zelfs de Noormannen zijn er niet gepasseerd, al herinner ik me uit mijn lagereschooldagen wel dat zij “met hun schepen zelfs doorgedrongen waren tot Leuven en Luik”.

Waarom schrijf ik dit ?

Omdat ik telkens wanneer ik aan Tony Curtis denk ook automatisch bij The Vikings uitkom, die prachtige film van Richard Fleischer uit het Expojaar 58 , waarin Curtis naast Kirk Douglas (met een ooglapje) briljant stond te zijn en ook het doek mocht delen met zijn toenmalige echtgenote Janet Leigh, een wonder van een vrouw, voor wie ik trouwens even overwogen heb van betonpaal te wisselen en Natalie Wood te dumpen. Maar Janet hield niet van het uitzicht over Clabecq.

Tony, als je straks in de hel aankomt, geef dan voor mij een smakkerd plakkerd aan Natalie. Want ze zit daar zeker op mij te wachten. Beter dan gelijk wie ken jij immers het spreekwoord: ‘Good girls go to heaven, bad girls go everywhere.’

n

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234