Donderdag 28/05/2020

Tony Blair

Liefst 150 man heeft hij in dienst, Tony Blair. De Britse ex-premier is een geslaagd zakenman geworden. Maar hij mist de 'invloed'. Vijf jaar nadat hij de politieke macht opgaf, wil hij ze terug. Blair is klaar voor een nieuwe belangrijke rol. Maar kan hij de wereld nog overtuigen om naar hem te luisteren? 'Als ze me de job van Herman Van Rompuy hadden aangeboden, zou ik ja hebben gezegd.'

We zitten op het dakterras van het kantoor van het 'Midden-Oostenkwartet', waar Tony Blair zijn halftijdse job als speciaal gezant uitvoert: bemiddelen tussen Israëli's en Palestijnen. De zon gaat onder maar het licht is nog oogverblindend. Blair, netjes uitgedost en zongebruind, draagt zijn derde hemd van de dag. Het is kraakwit, op onverklaarbare wijze ontbreekt de middelste knoop. Aan onze linkerkant doemt de Olijfberg op die uitkijkt over Oost-Jerusalem; achter ons staat de gouden Rotskoepelmoskee die kalief Abdul al-Malik ibn Marwan in het jaar 691 boven op de Tweede Joodse Tempel liet bouwen.

Blairs jonge personeel heeft oog voor een theatrale setting. De man die zij 'TB' of simpelweg 'baas' noemen, spreidt zijn welbespraaktheid tentoon terwijl hij zich moeiteloos over geopolitieke tijdzones beweegt. Tijd om een bommetje te laten vallen.

Barber: "Sommige mensen zouden zeggen: 'Hij hield van de macht. Tien jaar lang stond hij aan de wereldtop, en nu wil hij aan de zakelijke top staan. Hij is ontzettend competitief, dat is de reden waarom hij de bal nooit afgeeft op het voetbalveld, hij scoorthet liefst zelf.'"

Tony Blair: "Niet waar! Een regelrechte leugen. Wie je dat ook vertelt is een leugenaar. Bel mijn advocaat! Mijn dure Amerikaanse advocaat!"

Barber: "Dus u bent bereid om on the record te zeggen dat u best wilt passen naar anderen, zodat zij kunnen scoren?"

Blair: "Zeker. Deels omdat ik zelf niet goed was in scoren."

Barber: "Maar u bent heel competitief."

Blair: "Kijk, ik ben heel competitief!"

Barber: "En u bent dol op veel geld verdienen."

Blair: (met ingehouden woede): "Dat idee dat ik een miljardair wil zijn met een zeiljacht, nee! Ik zal nooit deel uitmaken van de superrijken. Daar ben ik hoegenaamd niet in geïnteresseerd."

Blairs bewering strookt niet echt met de miljoenen ponden die hij verdiende sinds hij de deur van Downing Street achter zich dichttrok, en zeker niet met het überrijke gezelschap dat hem nu omringt, inclusief de Murdochs, verschillende Amerikaanse evangelisten en potentaten uit het Midden-Oosten. Dus wat drijft Tony Blair precies, vijf jaar na zijn onvrijwillige vertrek als eerste minister op 27 juni 2007, nadat hij een decennium aan de macht was geweest? Is het geld, macht of religie (hij bekeerde zich publiekelijk tot het katholicisme nadat hij Downing Street had verlaten); of is het iets elementairders: het verlangen om relevant te blijven, om in het midden van de aandacht te staan?

Geen zin in pensioen

Toen hij op 54-jarige leeftijd de macht uit handen gaf, legde Tony Blair het advies van Bill Clinton om een pauze te nemen naast zich neer en wierp zich op verschillende rollen: de filantroop, de staatsman, de bemiddelaar, de financiële fikser. "Ik wou niet vertrekken, maar toen het dan toch zo ver was, had ik geen zin om met pensioen gaan." Later zal hij zeggen: "Ik wil niet in het saaie circuit van lezingen verzeild geraken, en mensen grapjes vertellen over hoe het is om de Queen in Buckingham Palace te ontmoeten."

Blairs activiteiten zijn terug te vinden op de website van The Office of Tony Blair: het African Governance Initiative; het Office of The Quartet Representative; de Tony Blair Foundation, die verdraagzaamheid en begrip tussen verschillende religies promoot; de Tony Blair Sports Foundation, die jongeren in zijn politieke achtertuin in het noord-oosten van Engeland helpt; en Breaking the Climate Deadlock, een stichting die zich toelegt op de klimaatverandering. Elke verwijzing naar Tony Blair Associates, de naam van het bedrijf waarmee hij zakelijk advies verschaft, is verdacht afwezig.

Sommige van Blairs beste vrienden zeggen dat hij te veel tegelijk doet. "Het ontbreekt hem aan focus", zegt een van hen. "Iemand zou hem dat moeten zeggen, maar er is niemand meer om dat te doen." Deze vrienden wilden niet met naam en toenaam geciteerd worden in dit artikel, maar ze maken er zich wel zorgen over dat Blairs verschillende functies een open uitnodiging zijn voor tegenstrijdige belangen, zeker als het aankomt op het aanvaarden van geld van despotische regeringen zoals die van Ka- zachstan. "Het is maar een dunne lijn tussen wat gepast is en wat een oogje toeknijpen is", zegt een oudere figuur binnen Labour.

Blair heeft beloofd om deze punten te bespreken in een twee uur durend gesprek in Jerusalem, en om te praten over de moeilijke kwestie van geld, een bron van kritiek in de Engelse media maar ook elders. Eerder dit jaar vertelde Zbigniew Brzezinski, de voormalige Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur, aan de Financial Times dat hij een "viscerale afkeer" had van Blair vanwege diens gemoraliseer en de grootverdienerij sinds hij eerste minister af is.

Niet lang nadat hij was afgetreden, aanvaardde Blair een uitnodiging van de internationale adviesraad van JP Morgan's. De investeringsbank van Wall Street betaalt hem nu zo'n drie miljoen euro per jaar (Blair weigert een preciezer cijfers te noemen). In ruil voor die som geeft hij speeches en verleent hij 'strategisch advies' aan belangrijke klanten en het bestuur van de bank. Hij oefent een soortgelijke functie uit bij de Zurich Insurance Group, zij het voor een kleinere vergoeding. Hij geeft speeches die volgens medewerkers tot 300.000 dollar per sessie kosten.

Deze bezigheden maken het grootste deel uit van Blairs persoonlijke portfolio. De zakelijke structuur werd deels uitgetekend op advies van Robert Barnett, de superadvocaat uit Washing- ton die ook Bill Clintons zaken behartigde nadat hij president af was. Barnett onderhandelde ook de deals voor Blairs boeken (A Journey was een bestseller in Groot-Brittannië. Blair gaf later het voorschot van vijf miljoen euro aan het Royal British Legion, een liefdadigheidsinstelling voor oorlogsveteranen). In tegenstelling tot Clinton neemt Blair rechtstreeks geld aan van regeringen, en is hij niet verplicht om cijfers openbaar te maken. Hij leidt ook een lucratief bedrijf in business consultancy.

Blair gebruikt zijn privé-onderneming om zijn filantropisch werk te subsidiëren. Medewerkers zeggen dat hij daar meer dan de helft van zijn tijd aan spendeert. "Het doel van mijn zaken is dat ze waarde genereren", zegt hij. "Hoe ik gebruik wat ik eruit haal, zijn mijn eigen zaken. Wat belangrijk voor me is, is dat ik betekenisvolle stichtingen kan opbouwen." Dus: de miljoenen die de regeringen van Kazachstan en Koeweit hem betalen (wederom weigert hij om specifieke cijfers te noemen), financieren pro bono adviserend werk in Afrika en de Faith Foun- dation. Blair maakt zichzelf vast iets wijs, opper ik. Regeringen zoals die van Kazachstan en Koeweit zijn niet echt geïnteresseerd in verandering, ze zijn er alleen op uit om de perceptie van verandering te bevorderen. "Nee, dat is het niet", zegt Blair. Hij zegt dat het gaat om waardevolle adviezen over juridische hervormingen en decentralisatie. "De bedoeling van dit alles is niet om geld te verdienen, maar om een verschil te maken."

150 mensen in dienst

Blair komt lichtgeraakter over dan toen hij aan de macht was. Hij is erop gebeten elke indruk van ongepast gedrag te vermijden. Hij zegt dat hij in de hoogste belastingschaal van 50 procent zit. Boekhouders van KPMG adviseerden hem een soort bvba op te zetten die zou garanderen dat zijn zaken vertrouwelijk zouden blijven. Maar hij benadrukte dat hij niks te maken wou hebben met pogingen om minder belastingen te betalen. "We geven een fortuin uit aan advocaten en boekhouders om zeker te zijn dat alles volgens de wet verloopt."

Blair benadrukt ook dat hij nauwgezet eventuele belangenconflicten uit de weg gaat. Zo doet hij bijvoorbeeld geen zaken met Israël, de bezette gebieden, Egypte of Jordanië.

Hij is eveneens heel voorzichtig over zijn (gestaag groeiende) adviesbedrijfje Firerush Ventures No. 3. Blair zegt dat zijn eigen inbreng "heel beperkt" is en dat het bedrijf "heel slimme" mensen van investeringsbanken aanneemt. Het idee is om staatsfondsen te introduceren die investeren in, zeg maar, schone energie-ondernemingen.

Het mag duidelijk zijn: Blair Inc. is groot aan het worden. De ex-premier stelt meer dan 150 mensen tewerk in zijn bedrijven en stichtingen. Hij schat dat dat tegen het einde van het jaar zou kunnen oplopen tot 200. "En de komende vijf jaar zal dat cijfer nog aanzienlijk sneller stijgen - als ik tenminste niet met iets anders begin."

Het is ontluisterend: hoe hard hij ook werkt ("harder dan ooit"), hoeveel hij ook verdient, nog steeds hunkert Blair naar de macht en het prestige die zijn vorige functie hem gaf.

Ik vraag Blair hoe hij, achteraf bekeken, terugkijkt op zijn regeerperiode. Blair zegt dat hij radicaler had moeten zijn, zeker bij de hervorming van de openbare diensten. Later stelt hij dat zijn tweede termijn veel beter was dan zijn eerste. Verwijzingen naar Irak laat hij achterwege. Velen beschouwen dat als zijn grote blunder inzake buitenlandse zaken. In plaats daarvan benadrukt hij hoeveel hij intussen heeft geleerd over hoe de wereld werkt. "Ik begrijp bijvoorbeeld veel beter wat er aan de gang is in het Midden-Oosten - dat de politiek er door en door beïnvloed is door religie."

Nu verdeelt hij de wereld onder in "de mensen met een open geest en de mensen met een gesloten geest". Die tweedeling is even belangrijk als de oude strijd tussen links en rechts. Het nieuwe slagveld is het Midden-Oosten, tussen degenen die bereid zijn hun problemen aan te pakken en degenen die ze wijten aan "een soort onderdrukking of vernedering die hen opgelegd wordt door iemand anders".

Hoe past hij zijn nieuwe inzichten toe op Afghanistan en Irak, waar hij samen met zijn geliefkoosde bondgenoot president George W. Bush twee oorlogen ontketende? "Het probleem is nu heel duidelijk: als je het deksel opheft van deze uiterst onderdrukkende en dictatoriale regimes, komt er een hoop religieus, tribaal, cultureel en etnisch vergif uit, dat dan nog vermenigvuldigd wordt door actoren in de regio die zich engageren aan een van de zijden van dit gevecht tussen modernisering en teruggang." Dat was precies wat een klein legertje van experts hem privé en publiekelijk vertelde voor de invasie van Irak. Aanvaardt hij dan nu dat ze het bij het juiste eind hadden?

Blair geeft toe dat de kritiek dat een invasie sectarische rivaliteit ontketent "eerlijk" is, maar dat ze de verwijdering van Saddam niet ondermijnt of zijn algemeen argument niet verzwakt: dat het tijdperk van de dictators over is en dat het Westen niet kan toestaan dat een machtsvacuüm ingevuld wordt door de radicale islam.

Zoals Blair het ziet, is deze les van toepassing op Irak, maar ook op Egypte, Libië, Syrië en andere landen die stuiptrekken onder de Arabische lente. Hij heeft nu een voorkeur voor verandering in de vorm van evolutie en voor het overhalen van dictators om af te treden in plaats van het opstoken van volksrevoluties. Die verwachting, geeft hij nu toe, leefde nooit in het Libië van Kadhafi, en is in rook opgegaan in het Syrië van Assad. Daarom is het tijd om een interventie te overwegen, niet volgens het Iraakse model, maar door "gespierde, zachte diplomatie gecombineerd met het verstandig inzetten van krijgsmacht" om de burgerbevolking te beschermen en ruimte te creëren voor economische en politieke hervorming.

Blair geeft toe dat hij zijn beroemde Chicago speech uit 1999, over de deugden van interventies om de mensenrechten te beschermen (geïnspireerd door het Britse militaire succes in Kosovo en Sierra Leone), nu zou herschrijven. Maar hij benadrukt dat het Westen "middelen moet blijven vrijmaken" om een aanhoudend engagement na te streven om "heel open economische en sociale modernisering te ondersteunen". Dit klinkt verdacht veel als een herhaling van Afghanistan, waar de VS, zijn bondgenoten en anderen honderden miljarden spendeerden in een poging om het land naar de 21ste-eeuw te brengen. Is dit echt haalbaar voor een uitgeput, schuldplichtig Westen? In mijn oren klinkt het meer als het ding van Romeinse legioenen.

De logica achter de euro

We verleggen onze focus naar het Groot-Brittannië van vandaag en zijn relatie met continentaal Europa, waarvan Blair gelooft dat het zich op een historisch keerpunt bevindt. De crisis in de eurozone zal de EU in een nieuwe fase van integratie dwingen en Groot-Brittannië moet mee aan de onderhandelingstafel gaan zitten. Hij pleit voor een "groot akkoord" waarin Duitsland instemt om de euro bij te staan door het gemeenschappelijk maken van de uitstaande schulden en de inflatie van zijn economie. In ruil moeten landen die in de schulden zitten, zoals Griekenland, Italië en Spanje, akkoord gaan met strenge regels inzake openbare schulden en diepgaande hervormingen van de arbeidsmarkt, pensioenen en welvaartsstaat.

En alles moet gepaard gaan met groei. ("Wat Griekenland nu doormaakt,is meer dan moeilijk"). Hij blijft onbewogen onder de commentaren van critici die argumenteren dat striktheid een val uitzet voor deflatie en dat de munteenheid intrinsiek gebrekkig is. Het originele ontwerp was verkeerd, geeft hij toe, maar een groot akkoord kan het fiksen. Zelfs, voegt hij toe, als de huidige club van 17 leden uiteen valt, zal de euro overleven omdat de logica erachter sterker is dan ooit.

"De grondgedachte van Europa vandaag is niet vrede, het is macht. We bevinden ons in een geopolitiek landschap dat snel verandert, waarin zelfs landen van de omvang van Duitsland en het Verenigd Koninkrijk maar een fractie uitmaken van het formaat van de belangrijkste geopolitieke spelers. We kunnen het ons niet veroorloven om alleen gelaten te worden. We hebben de collectieve kracht nodig om onze individuele belangen te bevorderen."

President van Europa

Hier spreekt de opperbekeerder. Waarom werd Blair niet de eerste president van Europa, in plaats van de zichzelf wegcijferende Herman Van Rompuy, die haiku's schrijft in zijn vrije tijd? "Nu wens ik soms dat ik die positie had ingenomen toen het presidentschap opkwam - en ik zou een publiekere campagne hebben opgezet over wat ik dacht over Europa."

Hij wilde de job, als die hem op een zilveren Brussels dienblaadje werd gepresenteerd, toch wel graag? "Nee, dat was het zelfs niet. Ik was bezorgd dat ik opgesloten zou raken in een benauwende bureaucratie en ik was wat verontrust over wat de bevoegdheden zouden zijn, enzovoort. Maar nee, ik zou de job aangenomen hebben. Ik zou hem aangenomen hebben als men hem had aangeboden."

Blairs probleem was dat Angela Merkel en andere EU-leiders Blair als een te grote persoonlijkheid zagen - en na Irak ook als een te controversiële figuur - om de nieuwe functie te bekleden. Blair staat oog in oog met hetzelfde dilemma als hij overweegt hoe hij het Britse politieke debat weer kan betreden na vijf jaar van zelfopgelegde stilte. Vrienden zeggen dat hij popelt om een belangrijkere rol te spelen, niet omdat hij de ambitie heeft om voor een hoge functie te gaan, maar omdat hij deel wil uitmaken van het debat. "Hij zou echt graag weer in het midden van de aandacht staan", zegt een bondgenoot sinds jaren. Een andere dichte vriend zegt: "Hij voelt zich als een vreemde in zijn eigen land. Hij voelt zich verfoeid - en dat is heel moeilijk voor hem."

Het probleem voor Blair is dat het centrum van de politieke zwaartekracht helemaal is verschoven, niet alleen in Engeland, maar ook in Europa, na de verkiezing van de socialistische president François Hollande. Na de crisis zijn linkse partijen minder tuk op hervormingen.

Desondanks wil Blair vooruit. Een van de gevaren van de moderne politiek, zegt hij, is dat we ons in "het tijdperk van de luidruchtigen" bevinden. "Er is een interessant debat aan de gang - voornamelijk in het Westen - tussen de politiek van de angst en de politiek van het antwoord." Uiteraard plaatst Blair zich in de laatste categorie.

Blair: "De manier waarop de media praten. Soms zou je denken dat ik drie verkiezingen verloor in plaats van won."

Barber: "Dus via welke route loopt uw terugweg?"

Blair: "Dat weet ik niet precies."

Barber: "Maar u wilt het. Het is duidelijk iets waar u zich klaar voor voelt."

Blair: "Ja, ik heb het gevoel dat ik iets te zeggen heb. Als mensen willen luisteren, zou dat fantastisch zijn, en als ze niet willen, is dat hun eigen keuze. Ik zou willen benadrukken hoe snel de wereld rondom ons verandert en hoe ongelofelijk gevaarlijk het is om te denken dat we stil kunnen staan."

Er is de drang, de frustratie zelfs bij Blair. Hij kan de toekomst zien, dus waarom luisteren er zo weinig mensen naar hem? Blair wil nog steeds in het middelpunt van de aandacht staan. Zijn job bij het Midden-Oostenkwartet is een waardig maar pover substituut.

Het probleem is dat Blair te pro-Israël is. Hij zou de voortdurende expansie van de Israëli- sche nederzettingen op de Westelijke Jordaan- oever verbloemen. Blair verwerpt de kritiek en argumenteert dat er nooit een leefbare Palestijnse staat zal zijn, tenzij de Palestijnse economie en instellingen voldoende kracht ontwikkelen om ervoor te zorgen dat soevereiniteit de enige natuurlijke uitkomst van de onderhandelingen is. Maar, werp ik tegen, er is geen onderhandelingsproces. De vredesgesprekken tussen Israëli's en Palestijnen zijn stervende. Maar Blair wijst op de ontmanteling van de handelsbarrières, de verbetering van de Palestijnse levensstandaard en de ondersteuning van de Palestijnse Autoriteit sinds hij in functie is.

Blair nam zijn onbetaalde rol in het Midden-Oostenkwartet op in de hoop dat hij recht- streeks betrokken zou worden in de vredesgesprekken. Maar dat wilden de Amerikanen niet goedkeuren. Noch zijn goede band met president Bush, noch met de Clintons kon de VS ervan overtuigen om zijn traditionele rol van makelaar op te geven. Vier jaar en 86 trips naar de regio later zeggen vrienden van Blair dat hij zijn droom om voor vrede in het Midden-Oosten te zorgen nog niet heeft opgeborgen, puur door de kracht van zijn persoonlijkheid. "Tony kreeg een Messiascomplex na het Goede Vrijdag-akkoord in Noord-Ierland", zegt een van zijn jarenlange partners. "Hij bracht hetzelfde optimisme naar het Midden-Oostenkwartet."

Zwakke positie

Waarschijnlijk heeft Blair een hechtere band met de Israëlische leider Banjamin "Bibi" Netanyahu dan eender wie in het Westen. Nadat hij Ian Paisley rond zijn vinger wond, dacht hij misschien dat hij hetzelfde kon doen met Bibi. De vraag is: wie speelt met wie? Ziet Netanyahu Blair als een nuttige dekmantel voor inactiviteit? Hangt Blairs invloed op de Israëli's uiteindelijk af van het feit dat hij hen maar heel weinig vraagt? De beste gok is dat hij zwak staat en dat de Amerikanen uiteindelijk de meeste invloed op de Israëli's hebben. Blairs ondankbare taak is om een brug te vormen tussen de Palestijnen en de Israëli's om zo de hoop op een tweestatenoplossing levend te houden.

Aannemen dat Israëli's en Palestijnen kunnen samenleven in twee aangrenzende staten vraagt een flinke dosis geloof. Blair is niets meer of niets minder dan een man van geloof. Ik vraag of hij spijt heeft van de duizenden doden die vielen tijdens en na de invasie van Irak. "Natuurlijk vind ik het erg voor al die mensen, maar er stierven ook veel mensen onder Saddam. Niet dat je dat mag doen, maar als je toch de optelsom zou maken: veel meer."

Irak blijft knagen. Net als de beslissing om zijn premierschap in te korten om de macht te overhandigen aan zijn medewerker en rivaal Gordon Brown. Tien jaar in Downing Street was lang niet genoeg voor Blair. Mist hij het om eerste minister te zijn? "Op sommige dagen wel. Allicht omdat ik vergeten ben hoe het was."

Dan realiseert hij zich hoe stom dat antwoord klinkt. "Nee, nee, het is het tegenovergestelde. Het is net als er grote kwesties hangende zijn, dat je er wilt zijn."

Eerder die zaterdag vergezelde ik Tony Blair op een toer langs de westelijke Jordaanoever. We snelden in een presidentieel aandoende autocolonne langs de Israëlische nederzettingen waarmee het landschap bezaaid is. Blair charmeerde zijn Palestijnse gastheren, die hem met respect behandelden. In de Jordaanvallei gingen bedoeïenenkinderen in de rij staan om op de foto te gaan met de man die in bepaalde kringen als een oorlogsmisdadiger beschouwd wordt. Blair zette amper een misstap. Een doorsnee toeschouwer had misschien gedacht dat de geschiedenis stilstond: dat Tony Blair nog steeds eerste minister was.

In Ramallah, in het hoofdkwartier van de Palestijnse Autoriteit, ontmoette Blair Dr. Hanna Nasser, de voorzitter van de Centrale Verkie- zingscommissie. Dr. Nasser kwam net terug van Gaza, waar het islamistische Hamas nog steeds de controle heeft. Medewerkers brachten een lokaal dessert mee met de naam 'collage'. Zich bewust van zijn figuur (hij gaat zo goed als elke dag naar de fitness, meestal in de namiddag), nam Blair er een paar hapjes van en liet de rest onaangeroerd. De ontmoeting verliep vriendelijk en zakelijk en was een nuttig forum om het over de spanningen tussen de Palestijnse Autoriteit en Hamas te hebben en om het terrein af te tasten voor toekomstige verkiezingen.

De volgende dag ging Blair naar de Knesset om er Israëlische toppolitici te ontmoeten, onder wie eerste minister Benjamin Netanyahu en Ehud Barak, de machtige minister van Defensie. Weer werd hij met respect behandeld. Silvan Shalom, de vicepremier, vertelde me dat Blairs rol cruciaal was in het verdedigen van de belangen van de Palestijnen. "De laatste keer dat mijn collega-vicepremier me een bezoek bracht, moest hij de volgende dag aftreden. Tony Blair is een vriend van de vrede."

Blairs onuitgesproken nachtmerrie is om, zoals Margaret Thatcher, te vervallen in een depressie na de macht. Dat kan een verklaring zijn voor zijn verschillende rollen, voor het geld dat hij verdient, voor zijn licht manische gereis. Maar zijn meest onthullende bekentenis is dat hij alles zou opgeven voor een hoge functie.

In een ander leven, zegt een medewerker, was Tony Blair een rockster geweest. Meer camerageklik. Weer komt er een medewerker tussen, deze keer om hem erop te wijzen dat hij de avondmis heeft gemist die in zijn al drukke agenda was gepropt. (Hij zou de volgende ochtend gaan.)

Een licht gepijnigde uitdrukking komt over Tony Blairs gezicht. En dan vermant hij zich weer om een laatste keer voor de fotograaf te poseren.

© The Financial Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234