Donderdag 25/04/2019

Reportage

Tom Lanoye leert bejaarden en jongeren dichten: “Het gaat over lol en plezier in de taal”

Tom Lanoye startte zijn Gedichtendag in het dienstencentrum Liberty in Antwerpen. Beeld Tine Schoemaker

Is er een didacticus verloren gegaan aan Tom Lanoye? Je zou het beginnen denken. Op Gedichtendag zette hij bejaarden én scholieren samen aan het werk met zijn woorden. “Deze battle of the generations overtreft mijn stoutste verwachtingen.”

“Waarde man, mag ik u bidden, niet op de grond, maar in het midden”, lezen we op de muur van het Antwerpse dienstencentrum Liberty. Geen rijm van een eersteklasdichter. Wel een niet mis te verstane boodschap in het herentoilet. Als je er maar op let, dan is poëzie op Gedichtendag overal. En de dichters, die tref je op de vreemdste plaatsen. Want wat heeft Tom Lanoye (60) op een kille donderdagmorgen te zoeken in de cafetaria van dit zorgbedrijf aan de Jan van Rijswijcklaan? 

“Heel eenvoudig”, legt hij uit. “Het thema van de Poëzieweek is dit jaar ‘vrijheid’. En mijn Poëziegeschenk heet Vrij – wij? Waar kun je Gedichtendag dus beter starten dan in dienstencentrum Liberty?” Rasperformer Lanoye had een kwikzilveren idee: een poëzieworkshop met jong en oud, aan de hand van een paar eigen gedichten. “Poëzie verenigt en verbindt. En vandaag gaat het over lol en plezier in taal”, spuwt hij in de tegenpruttelende microfoon: “Lap, ik ben hier weer de batterij aan het platspreken.”

Een trosje scholieren van het nabije Pius X-college zit hier schouder aan schouder met bejaarde bewoners en ouderen uit de buurt. Pen in de aanslag, Lanoye’s felrode gedichtendagbundel en een portie croissants. “Hier, Maria, wat papier om op te kribbelen”, zegt een personeelslid tegen een kranige dame, die aan multitasking doet én doodgemoedereerd haar kruiswoordpuzzel verder invult.

Beeld Tine Schoemaker

Lanoye heeft er zin in, losjes gehuld in blauw T-shirt en fleecejack. Poëzieambassadeur spelen is zijn tweede natuur. “Ik ben en blijf een publieksbeest. Allemaal de schuld van mijn dominante, gulle en excentrieke moeder, de amateuractrice die me al vroeg op de planken joeg.” Eerst serveert Lanoye een potpourri uit de Vlaamse poëzie, met onder meer een Maria Magdalena-gedicht van Paul Snoek. “Ook zo’n lastigaard uit mijn streek, die zich met zijn Alfa Romeo heeft doodgereden. Maar wat een dichter!” Om vervolgens “de Michael Jackson van de Vlaamse letteren” te parodiëren: Guido Gezelle. Met een erotische versie van ‘Het schrijverke’: “Het zaad is het eerste gebod.” De zaal smult. “En ik? Ik ben de Toulouse-Lautrec van de Vlaamse letteren.”

Wist u dat er in Lanoye ook een geduldig didacticus schuilt? U moet het zien om het te geloven. Opdracht: “Ga aan de slag met mijn gedicht ‘Dit zijn de woorden’ en maak geheel vrijblijvend uw versie.” “Ik spiegel me aan de dadaïsten”, zegt Lanoye. “Ooit waren dat de ware punkers van de literatuur. Met absurditeit en klankassociaties reageerden ze op de massaslachting van de Eerste Wereldoorlog.” Lanoye strooit woorden als ‘verraad’, ‘dienstverband’, ‘spijtoptant’, faalangst’, ‘schapentong’ of ‘Instagram’ in het rond. Er wordt gezucht en gefronst. Je kan de hersenen bijna horen kraken. 

“Ge moet toch een aanleiding en vooral goesting hebben om te dichten”, zoemt het bij de kranige ouderen. “Waarmee moet je in godsnaam beginnen?” Toch staan de kandidaten algauw te popelen om hun probeersel voor te lezen: “Transmigrant, red ons uit de brand/verlos ons uit dit onrustige land”, dicht Bie Van Assche. Een jonge snaak heeft het over “overspoeld worden door zeeën van burn-outs”. Lanoye is in zijn nopjes, de thematische weelde is groot: “Dit overtreft mijn stoutste verwachtingen. Misschien moeten we er een battle of the generations van maken, een slam!”, roept hij uit.

“Ik vond het geweldig”, zegt Tilda de Boeck (66). “Het is de eerste keer dat ik iets op papier zet. Je moet gewoon de woorden ongericht hun werk laten doen, alles laten binnenkomen en netjes opschrijven. Net als luisteren naar muziek, werkt poëzie voor mij louterend. Tom leest niet, Tom performt. Gedichten komen pas echt tot leven als ze worden voorgelezen, vind ik.” Ook Joske Beuckelaers (74) glundert. “Van mij mag het elke dag Gedichtendag zijn. Ik vind het zo schoon als poëzie tot bij de mensen wordt gebracht.”

Beeld Tine Schoemaker

“Dit is eigenlijk een soort literaire rorschachtest”, zegt Lanoye achteraf. “Vrij associëren. Niet met vlekken, maar met woorden. En je zag meteen het generatieverschil. De jonge garde gaat aan de haal met woorden als ‘passie’, ‘begeerte’, ‘zadelpijn’ en ‘burn-out’, terwijl de ouderen eerder kiezen voor ‘transmigrant’, ‘volmacht’ of ‘jaagpad’.” En hij trekt een voetbalvergelijking uit de kast. “Ook bij de liefhebbers ontdek je daar het grootste spelplezier, de fun met de bal. Niet bij de duur betaalde professionals.” 

De vijfdejaars Woord, Kunst en Vorming van het Pius X-college vinden het experiment alleszins voor herhaling vatbaar. “Poëzie spreekt me sowieso al erg aan”, zegt Pjotr Durlet (16). “Ik zag ook slamdichteres Carmien Michels al bezig. Ik wil zelf ook die weg inslaan.” Poëzie vinden deze leerlingen allerminst hoogdrempelig. Door het jaar krijgen ze trouwens een flinke leeslijst te verstouwen. Dat schrikt hen niet af. “Op een schooluitstap in Gent heb ik zelfs al een dichtbundel gekocht in dat schattige winkeltje van het Poëziecentrum”, zegt Mira Coole (17) trots.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.