Dinsdag 12/11/2019

Tom Jones: "Blij om eindelijk de blues te kunnen zingen"

Tom Jones. Beeld GETTY

Bizar nieuws: Tom Jones (75) wil een DNA-test om na te gaan of hij van zwarte voorvaderen afstamt. Ook al wordt zijn stemgeluid vaak als Afro-Amerikaans bestempeld, toch is Jones very Welsh, en kind van twee blanke ouders. Maar de zwarte cultuur laat hem niet los, bewijst hij op zijn nieuwe plaat Long Lost Suitcase.

Zijn begroeting is hartelijk, en die stevige handdruk herinnert je eraan dat hij zelfs na vijf decennia in de popmuziek nog steeds een man blijft om rekening mee te houden. Ik ontmoet Tom Jones in het Brusselse Dominican, het soort vijfsterrenhotel waar paters je zelfs via de intercom toezingen wanneer je naar het toilet gaat.

We steken van wal met het DNA-verhaal dat deze week in de Britse pers de kop opstak. Heeft Tom Jones echt twijfels over zijn afkomst? "Mensen zeggen dat ik er maar net mee door kan als een blanke, en de eerste keer dat ik naar Amerika ging, schrokken de mensen die me op de radio hadden gehoord van het feit dat ik geen zwarte was."

Kennelijk wil Jones, die naar eigen zeggen makkelijk bruint, nu een stap verder gaan. Dergelijke tests zijn de jongste jaren bijzonder populair geworden, omdat ze naar verluidt zo veel informatie opleveren dat je zelfs kunt laten onderzoeken of je afstamt van belangrijke figuren uit de wereldgeschiedenis. En dus ook van welk ras je afstamt.

"Mijn moeder was een Welshe, maar ze had wel grote donkere plekken op haar lichaam. Ze kreeg vroeger vaak de vraag of ze misschien zwarte voorouders had, maar zelf had ze er geen idee van. Als zo'n DNA-onderzoek positief uitdraait, weet ik ook waar mijn haarstructuur vandaan komt. Want daar wordt ook vaak van gezegd dat die van een zwarte zou kunnen zijn."

Ik-ik-ik

Of hij nu blank of zwart is, één ding staat vast: Tom Jones is al bij leven een legende. Goeie vriend van Elvis Presley. Met 'Thunderball' verantwoordelijk voor een van de beste James Bond-songs aller tijden. Bono schreef voor hem, Portishead leende zichzelf uit als duetpartner, en bij tieners werd hij de jongste jaren opnieuw waanzinnig populair als jurylid in de Britse versie van The Voice.

Daar was Jones vier seizoenen van de partij, voor hij dit seizoen vervangen werd door Boy George. In de Britse pers verschenen allerlei sensationele artikels over hoe hij op een laffe manier ontslagen was, maar zelf lijkt de zanger er niet zo zwaar aan te tillen. "Toen de BBC in 2012 met de reeks begon, vroegen ze me met het argument dat ze onmogelijk The Voice konden maken zonder 'The Voice' erbij. En ik vond het plezierig om eraan mee te werken. Ik kende het format van de Amerikaanse televisie, en het idee om je eerste oordeel louter en alleen op een stem te vellen, zonder te weten welke look daarbij hoorde, vond ik enorm verfrissend. Bovendien: als coach zit je daar uitsluitend om andere mensen te helpen.

"Als muzikant ben je het toch gewend dat alles om jou draait. Ik-ik-ik: dat is zowat de mantra van élke artiest. Op zich vind ik het niet zo erg dat ik er dit seizoen niet meer bij ben, want nu heb ik op z'n minst tijd om mijn nieuwe plaat en mijn biografie te promoten. Alleen had de BBC wel de netheid mogen hebben om me iets vroeger in te lichten, zodat ik geen halfjaar in mijn agenda had hoeven te blokkeren. Maar goed, het heeft dus ook voordelen. Ik zit hier om met jou over mijn nieuwe album en mijn boek te praten."

Die nieuwe plaat heet Long Lost Suitcase en vormt het laatste deel van een drieluik met verder ook Praise & Blame en Spirit in the Room. Daarop heeft Jones onder supervisie van sterproducer Ethan Johns muziek opgenomen die je nooit eerder met hem had vereenzelvigd. De showman met groot orkest is nergens te bekennen.

In plaats daarvan worden de songs opzettelijk klein en intiem gehouden, en ook Jones zelf voelt dit keer niet de behoefte om met de volumeknop op twaalf te zingen. Het resulteert in de beste platen uit zijn hele carrière.

"Gek dat je dat zegt, want ik krijg van mijn beste vrienden precies hetzelfde te horen. Ze hebben het gevoel dat ik naast hen zit als ze in de auto naar die platen luisteren. Meer met minder: dat was ook het effect dat Ethan wilde bereiken. Hij vond dat er iets in mijn stem zat dat nog op geen enkele van mijn cd's aan de oppervlakte was gekomen.

"Dus de opdracht was: zing alsof je alleen onder de douche staat. En dat is gelukt. Het heeft ook te maken met de songs zelf. Daar zitten bluesklassiekers tussen van Willie Dixon, Billy Boy Arnold, en Sonny Boy Williamson. Die stop ik al jaren in een mentaal koffertje met de bedoeling ze ooit nog eens op te nemen. Vandaar Long Lost Suitcase."

Opmerkelijk hoe Tom Jones - ooit een variétéfiguur die in één adem werd genoemd met Engelbert Humperdinck - zich toch weer ontwikkeld heeft tot iemand die vandaag ook door jongere generaties een onmiskenbare cool wordt toegedicht. Het begin van die metamorfose gaat terug tot 1987, toen een aan lager wal geraakte Jones samen met avant-gardegezelschap The Art of Noise een cover van 'Kiss' opnam, de classic van Prince. Het was in zekere zin een knipoog naar zijn oudere imago als vrouwenmagneet, maar het werkte.

Jones werd door een nieuwe generatie ontdekt, en geholpen door een hilarische videoclip groeide de single uit tot een enorme hit. Twaalf jaar later tekende Tom Jones een platencontract met het toen gloednieuwe V2, het label van Richard Branson.

Beeld © Getty Images / Photo News

Zijn eerste wapenfeit werd Reload, een plaat waarop hij samenwerkte met namen die op dat moment enorm populair werden. Robbie Williams en Simply Red deden mee, maar ook Manic Street Preachers, The Divine Comedy, Portishead en Stereophonics: acts met een meer left of center-profiel. De plaat sloeg aan. Meer nog: ze werd het grootste kassucces uit zijn hele carrière.

Reload haalde zowel in 1999 als in 2000 de top van de Britse charts, en alleen al in Europa werden er uiteindelijk zes miljoen van verkocht. Met 'Sexbomb' - weer zo'n tongue-in-cheeknummer - scoorde Jones bovendien een megahit. Hij was toen al zestig. "Ik was blij dat ik mijn carrière opnieuw op de rails kreeg", vertelt Jones vandaag.

"In de jaren zeventig wist ik eigenlijk niet meer van welk hout pijlen maken. Ik bleef wel optreden, maar niet meer voor tienduizend mensen per avond, zoals ik in de sixties gewend was geraakt. Plots stond ik in hallen waar ook trouwfeesten werden gegeven. Goed: voor tweeduizend fans spelen is ook leuk. Maar toch: de klad zat erin.

"Ik ben nieuwsgierig aangelegd, en in die periode heb ik een paar keer geprobeerd om een nieuwe richting in te slaan. Door countryplaten te maken die alleen in Amerika uitkwamen. En door de discotoer op te gaan. Dat genre was toen enorm populair, maar het lag me gewoon niet. Daaruit heb ik één les geleerd: als je bewust probeert om succes na te streven, ben je een vogel voor de kat. Dat lukt nooit, omdat het te berekend is. Het publiek voélt dat.

Hij had het kunnen weten. 'It's Not Unusual', het nummer waarmee Jones in '65 doorbrak nadat Sandie Shaw het eerst geweigerd had, vertoonde weinig raakpunten met wat toen hip en trendy was. "Iedereen probeerde te klinken als The Beatles en The Rolling Stones, maar wat we daar deden, klonk van meet af aan anders. De demo van dat nummer was heel klein en sober, maar Peter Sullivan, de producer, wilde het groots en weelderig, en dus stond er plots een enorm orkest in de studio.

"Het was de eerste keer dat ik met een echte band speelde. Het werkte, en mijn naam was gemaakt. Alleen: eens je succes hebt, krijg je algauw een etiket opgekleefd waar je achteraf nog moeilijk van afraakt. Daar sta je niet bij stil als je jong bent. Nu, op zich stoort me dat allemaal niet zo. 'Green Green Grass of Home', 'Delilah', 'It's Not Unusual', 'What's New Pussycat?', dat zijn allemaal overwoestbare songs geworden.

"Als ze een van die nummers vandaag op de radio draaien, steken ze er nog steeds bovenuit. Dat is iets om trots op te zijn. Maar met mijn laatste drie platen ben ik bewust terug naar de roots gegaan. Vergeet niet: als tiener trad ik op in bars en pubs in Wales. Een stem, een bas en een drum. Dat was al wat we hadden. Die puurheid wilde ik opnieuw voelen."

Beeld © Getty Images / Photo News

Warm nest

Tegelijk met zijn nieuwe plaat verschijnt ook Over the Top and Back, de vuistdikke autobiografie van Tom Jones. Geen roddelboek waarin de vuile was wordt buitengehangen, maar wel een boeiend relaas van een working-class jongeman die - nadat hij op z'n twaalfde tuberculose kreeg en verplicht thuis moest blijven - van een leven in de muziek begon te dromen en uiteindelijk een internationale showbizzfiguur werd. Jones haalt herinneringen op aan het warme nest waarin hij opgroeide in Pontypridd, en vertelt hoe hij op familiefeestjes al graag de showman van dienst speelde. "Andere jongens van mijn klas gingen rugby of voetbal spelen om indruk te maken op de meisjes, maar ik had mijn stem. En dat lukte."

Hij trouwde snel en werd nog vlugger vader toen zijn Linda zwanger werd van Mark, hun enige zoon. Tom en Linda zijn vandaag nog steeds getrouwd, al zijn er ontelbare verhalen van affaires en scheve schaatsen. Die krijgen we in zijn memoires evenwel niet te lezen. In het boek schrijft Jones er welgeteld één zinnetje over. Op tournee worden er soms verleidingen voor je neus gezet waaraan je heel moeilijk kunt weerstaan.

Ik vraag hem of zijn vrouw in al die jaren nooit jaloers is geweest. Hij schudt het hoofd. "Ze was zelf een enorme fan van mijn stem, dus ze wist waarom die vrouwen zo stonden te schreeuwen."

En die affaires dan? "Ze zegt altijd: ik ben getrouwd met Tom Woodward, niet met Tom Jones. En daar heeft ze gelijk in. Linda is de liefde van mijn leven. Daar bestaat geen enkele onduidelijkheid over. Vergelijk het met een bokser: in de ring slaat die zijn tegenstander tot hij knock-out gaat. En daarbuiten is hij gewoon zichzelf. Dat is bij mij niet anders. Thuis gedraag ik me veel gewoner dan op het podium."

Maar toch: soms verschenen er foto's van de zanger die met een onbekende vrouw een hotelkamer kwam uitgestapt. Hij zucht. "Ja, dat is weleens gebeurd, en daar kon Linda dan héél boos om worden."

Kortom: Tom Jones kon zijn gang gaan, zolang hij de nodige discretie aan de dag legde. Geen antwoord, dit keer. Alleen een kort knikje. Vrij vertaald: ander onderwerp. Ik schrap mijn vraag over de onwettige zoon die hij in 1987 bij model Katherine Berkery heeft verwekt.

Afstammeling van de Kelten

"Er waren twee redenen waarom ik deze autobiografie wilde schrijven", vertelt de zanger even later, nu weer op zijn vertrouwde, amicale toon.

"Ten eerste omdat er intussen al een aantal boeken over me verschenen zijn, en fans willen dan dat ik die signeer omdat ze denken dat ik er mijn goedkeuring voor heb gegeven. Ik teken die dingen uiteindelijk wel, uit respect voor het publiek.

"Maar de tweede reden is eigenlijk nog belangrijker: ik vertel graag. Dat heeft met mijn achtergrond te maken. Als je uit Wales komt, kun je je mond niet houden. Welshmen stammen af van de Kelten, hè? Die konden niet lezen of schrijven, dus als ze een oorlog wonnen, trokken ze nadien van dorp tot dorp om daar te gaan pochen over hoe wonderbaarlijk het er op het slachtveld aan toe was gegaan.

"Ik vertel in interviews wel vaak verhalen, en toen ik het voorstel kreeg om die eens te bundelen, leek me dat een uitstekend idee. Ik schrijf vooral over de muziek, want dat is waar mijn talent ligt. Mensen zeggen vaak: Tom Jones, dat is vooral een sexy performer. Een compliment wellicht. Alleen zou ik zonder die stem nooit een podium hebben gekregen. Dát is de realiteit."

En dus haalt de man die in zijn loopbaan veertig hits scoorde, in het boek voortdurend herinneringen op aan de supersterren die na verloop van tijd ook vrienden werden. Frank Sinatra, Sammy Davis Jr., Stevie Wonder, Jerry Lee Lewis, Ray Charles, Aretha Franklin ... De lijst is lang en indrukwekkend.

"Dat vind ik nu ook, al stond ik daar toen niet bij stil. Natuurlijk: de eerste keer dat ik aan Elvis Presley werd voorgesteld, was ik wel zenuwachtig. Maar nadien werd hij gewoon een vriend, en verloor ik uit het oog wat voor een icoon hij wel was. Op een keer vroeg hij me welke drugs ik nam om zo normaal te blijven.

"Terwijl: de waarheid is dat ik nooit verdovende middelen heb uitgeprobeerd. Daarvoor sta ik veel te stevig met beide voeten op de grond. Ja, een pint sla ik niet af. Maar veel grotere excessen zijn er nooit geweest."

Dat hij zich op het podium als een ladies' man ontpopte naar wie vrouwelijke fans tijdens optreden hun slipje gooiden, is naar eigen zeggen per ongeluk gekomen. "De eerste keer dat ik mijn jasje uitdeed en mijn hemd losknoopte, had dat te maken met het feit dat ik zowat wegsmolt onder de hitte van de spots. Natuurlijk: toen ik zag welk effect dat op de vrouwen had, ben ik dat achteraf wel als een onderdeel van de show gaan gebruiken. Het is entertainment. Er mag al eens gelachen worden."

Beeld GETTY

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234