Zondag 24/10/2021

Tom HELSEN in Oostende Ik loop altijd met grote plannen rond

ij heeft een rustige zomer, maar dat wil niet zeggen dat Tom Helsen veel tijd vrijmaakt om stil te zitten. Echt tot rust komen is een utopie, stelt de zanger zelf. “In mijn hoofd blijven de gedachten altijd malen. Over wat ik volgende zomer ga doen. En over drie, vier, vijf jaar. Dat is een knop die ik eigenlijk nooit kan uitschakelen. Maar als ik even tot rust wil komen, rijd ik naar de zee. Om uit te waaien en de lucht op te snuiven. Telkens als ik in- en uitadem, voelt het alsof mijn longen gezuiverd worden.”

Het is een zomerse dag. Veel volk is er niet op het strand van Oostende, maar zo heeft Tom Helsen zijn uitstapjes naar zee het liefst. “De ochtend van de verkiezingen was ik veel te slechtgezind om te gaan stemmen. Ik ben in mijn auto gesprongen en naar zee gereden. Daar heb ik een paar uur rondgelopen, zonder kinderen. Dat was zeker zes jaar geleden. Op een gegeven moment ben ik letterlijk een halfuur op dezelfde vierkante meter blijven staan om naar de zee te kijken. Het zag er zo eindeloos uit. Zo vredig, ook. Alleen: nadien ging ik nog wat drinken in het Thermae Palace, en daar zaten Wendy Van Wanten en haar Franske heel ostentatief de aandacht te trekken. Dat was wel wat minder.”

Tom Helsen is een buitenbeentje in de Vlaamse muziek. Hij heeft maar één goede gitaar, koopt naar eigen zeggen hooguit twee cd’s per jaar en liet op zijn jongste plaat de nummers inzingen door zangeressen als Sarah Bettens, Hannelore Bedert, Lady Linn en Eva Deroovere. Hij heeft er als het ware even vakantie op genomen.

Kwam je als kind al vaak naar zee?

Helsen: “Ja. Mijn ouders gingen elk jaar opnieuw naar De Haan. Altijd weer dezelfde plek. Ik ben dus wel met de zee opgegroeid. Eigenlijk heb ik nooit geweten waarom ze die vakanties stopgezet hebben. Nu, als tiener kom je sowieso op een punt dat je liever niet meer met je ouders weggaat. Ik vraag me af wanneer mijn kinderen me zullen vragen om hen 100 meter van de schoolpoort af te zetten omdat ze zich voor me generen. Ik weet nu al dat ik dat verschrikkelijk erg zal vinden, maar ik ben er geestelijk op voorbereid.”

Heb je vaak behoefte aan rust?

Trek je je regelmatig terug in wat we voor het gemak je zomernest zullen noemen?

“Nee. Doorgaans komen we met de kinderen naar de kust en moet ik zodanig achter hen aanlopen dat het me nauwelijks lukt om van de omgeving te genieten. Dan ben ik hier omdat zíj dat geweldig vinden. Vroeger kon ik er enorm van genieten om hier wat uit te waaien, maar door zo vaak met de kinderen naar zee te komen was ik vergeten hoe zalig kalm het hier eigenlijk is. Zeker als je op de juiste uren komt, als er geen volk op het strand is. De rust die dat uitstraalt, dat gigantische zicht om je aan te vergapen, dat totale gebrek aan lawaai, die eindeloze open ruimte. Ik ben graag op plekken waar weinig volk is. Daarom ga ik bijvoorbeeld zelden of nooit naar een festival. En als ik er zelf moet optreden, zet ik me opzettelijk tot ’s nachts klem in de backstage.”

Heeft leven in teken van je kinderen een effect gehad op het ego dat je als artiest verondersteld wordt te cultiveren?

“Ja. Ik doe alles in functie van mijn familie. Voor mensen die zelf geen kinderen hebben lijkt dat wellicht een straf, maar als ik zie dat mijn kinderen gelukkig zijn, geniet ik daar zelf ook van. Ik ben er veel minder egoïstisch door geworden, en dat is belangrijk. Zeker met een job als de mijne, waarbij ik behalve muzikant en songschrijver ook nog eens mijn eigen platenbaas ben. Ik ben dus van ’s ochtends tot ’s avonds met Tom Helsen bezig, en bovendien gebruik ik geen pseudoniem. Veel egocentrischer kan een mens niet zijn, denk ik. Het is dan ook een verademing om daarbuiten een gezinsleven te hebben. Mijn gezin is een van de redenen waarom ik songs voor anderen ben beginnen te schrijven. Dat kan ik gewoon thuis doen.”

Kun je de knop makkelijk omdraaien als je op vakantie bent? Of grijp je ook dan meteen naar pen en papier als de muze komt aankloppen?

“Dat gebeurt eigenlijk nooit. De meeste muzikanten lopen over straat, krijgen plots een ingeving en nemen dat snel-snel op met hun gsm. Bij mij ligt dat anders. Ik raak alleen geïnspireerd als ik een instrument in mijn handen heb. Ik moet dus gitaar spelen of achter een piano zitten alvorens er een song ontstaat. Anders gebeurt er niks. Of juister: dan ben ik in mijn hoofd bezig met het verder uitwerken van ideeën die ik eerder had. En dan bedenk ik wie er nog allemaal opgebeld moet worden met het oog op een volgende opname. Dat stopt nooit, ook niet wanneer ik op vakantie ben. Ik loop sowieso altijd met grote plannen rond, kijk altijd drie, vier, vijf jaar vooruit. Meer dan met het hier en nu zit ik met de toekomst in mijn hoofd.”

Kortom: echt ontspannen is een utopie.

“Alleen als ik fysieke inspanningen lever, kan ik mijn verstand echt uitschakelen. Zwemmen, lopen, fitnessen, krachttraining... A healthy mind in a healthy body. Als ik dan een uur gefitnest heb - in de Sportoase in Leuven, omdat je daar zelfs als het druk is nog ruimte hebt - neem ik eerst een ijskoude douche en kruip dan nog tien minuutjes in de sauna. De voldoening die ik daaruit haal, komt eerlijk gezegd in de buurt van seks. Dan ben ik even helemaal weg.”

Daarbuiten lijk je een ontzettende workaholic. Je schrijft zowel voor jezelf als voor anderen, begeleidt nieuw talent, treedt op, componeert muziek voor reclame. Het houdt niet op.

“Voor anderen schrijven is enorm verrijkend, omdat er dan plots een hele wereld voor je open ligt. Ik vind het ook wat eenzijdig om alleen voor mezelf te componeren. Dat is ook de reden waarom ik de nummers op mijn jongste cd uitsluitend door zangeressen heb laten inzingen. Als visitekaartje. Trouwens, ik was uitgekeken op mijn eigen stem, voelde me beklemd in mijn job.”

Je job, die sowieso een droomjob is.

“Ja, dat is zo. Maar toch dacht ik: ‘Is het dit maar: liedjes schrijven en optreden?’ Ik moest iets anders proberen om weer wat voldoening te krijgen. Na vijf of zes cd’s is de verrassing er ook wel een beetje af. Als singer-songwriter zijn de mogelijkheden niet eindeloos. Dat besefte ik zelf ook wel. Ik heb vorig jaar op een aantal grote festivals gestaan, waaronder TW Classic, en het applaus deed me niks meer. Die aandacht, die appreciatie gleed compleet van me af.”

Wat deed die aandacht vroeger met je?

“(denkt lang na) Ik vermoed dat heel wat artiesten die veel meer succes hebben dan ik toch een stuk onzekerder zijn. Bowie moet voor elk optreden nog steeds overgeven. Ik heb ook wel een beetje zenuwen, maar bij mij beperkt zich dat tot vijf keer naar het toilet gaan voor ik op moet. Vroeger zat ik er ook heel erg mee in als ik een slecht concert had gebracht. Nu ben ik op een punt gekomen dat het mij niet meer zo veel uitmaakt. Als het vandaag wat minder was, zal het morgen beter zijn. Een zwak optreden af en toe houdt me scherp.”

Maar je houdt er dus na afloop geen voldaan gevoel meer aan over.

“Vijf minuten, misschien. Maar daarna is dat weer voorbij.”

Misschien heb je niet langer de drang om je nog echt te willen bewijzen.

“Toch wel. Ik wil nog altijd internationaal doorbreken. Maar dan wel het liefst van thuis uit, door een hit te schrijven voor iemand anders. Wellicht verschil ik daarin van de meeste andere muzikanten: ik hoef mijn nummers niet zelf te zingen. Niets zo triviaal en onnozel als bekend zijn. Zeker in iets minuscuuls als Vlaanderen. Strek je armen en je zit al in Wallonië. Of in Nederland. Begrijp me niet verkeerd: ik kan nog altijd kinderlijk gelukkig zijn als ik een goede melodie gevonden heb. Dan ga ik me ’s avonds bedrinken om dat te vieren. Alleen: ik hoef nadien niet per se zelf de wereld in te trekken om die aan iedereen te laten horen. Ik zit liever thuis bij mijn vrouw en kinderen. Net omdat ik minder bevestiging nodig heb, kan ik de roem en de eer heel makkelijk aan anderen overlaten.”

Bekend zijn doet je niks?

“Het opent deuren, dat is alles. Ik zou die zangeressen nooit op mijn cd gekregen hebben mocht ik mezelf nog helemaal moeten bewijzen. Ik heb niemand moeten smeken. Sommigen konden gewoon niet. An Pierlé stond op bevallen. Selah Sue zat voortdurend in het buitenland omdat ze met haar eigen cd bezig was. En Dani Klein heb ik domweg een nummer opgestuurd waarvan ik zelf wist dat het niet voldeed. Maar goed, uitstel is geen afstel. Het plan is: stilletjes hogerop klimmen en bijvoorbeeld eens iets voor Adele schrijven. Niet gemakkelijk, want ze is een wereldster én componeert zelf haar nummers.”

Je legt de lat wel erg hoog. Toch een ego, dus.

“Ach, ik ben gewoon blij dat ik mijn ei kwijt kan. Dat al die vrouwen wilden meedoen streelde mijn ego genoeg. Ik heb daar achteraf geen applaus meer voor nodig. Los van de verkoop is de cd voor mij nu al een succes. Het grootste orgasme was het moment waarop ik met hen in de studio stond en ze voor het eerst hun mond opendeden.”

Je haalde het al aan: je werkt vooral thuis. Wil dat zeggen dat je ook een huisman bent?

“Ik doe drie kwart van het huishouden in mijn eentje, ja. Ik breng de kinderen naar school en ga ze halen, rijd naar de winkel, poets het huis en maak het eten klaar. Ik heb dat ook nodig. De gemiddelde muzikant blijft na een concert nog iets drinken en kan de dag nadien uitslapen. Ik rijd doorgaans meteen terug naar huis, ruim de rommel van de kinderen op en ga naar bed.”

Blijf je dan nooit hangen na een optreden?

“Zelden. Ik rijd meestal zelf en dan is drinken sowieso geen optie. Ik ben niet vies van een paar pinten als ik doorzak. (denkt na) Ik schrijf op een moment waaraan zowat elke muzikant een hekel heeft: letterlijk tussen de soep en de patatten. Ik heb ooit een nummer gecomponeerd terwijl ik nog vijf minuten moest wachten alvorens de worteltjes klaar waren. Gewoon even op record drukken en snel-snel een refreintje inzingen. Uit die kleine, krachtige momenten komen vaak nummers voort die achteraf radiohits worden. Ik heb vooral het geluk dat de ideeën blijven komen.”

Je behoort ook tot het selecte kringetje van artiesten dat op elke zender aan bod komt. Je singles worden even vlot opgepikt door de familiezender Radio 2 als door Studio Brussel. Hoe komt dat, denk je?

“Ik ben gewoon veel breeddenkender dan de meeste muzikanten. Ik wil niet alleen alternatief zijn, ik hou even veel van Dinosaur Jr. en Buffalo Tom als van Justin Timberlake en Madonna. Twee artiesten die je volgens mijn coole muzikantenvrienden niet oké mag vinden. De meeste van mijn nummers blijven ook hangen. Daar heb ik zelf niet eens verdienste aan. Ze komen er gewoon zo uit. Ik weet wel van mezelf dat ik niet de man van de grote vernieuwingen ben. Ik hou zelf het meest van simpele, traditionele drieminutensongs. Weinigen geloven dat, maar ik heb nooit mijn eigen smaak opzijgeschoven in de hoop zo een groter publiek te bereiken.”

Al heb ik je destijds wel nog weten optreden op Tien om te zien, iets wat volgens nogal wat rockgroepen not done is.

“Daar ben ik me van bewust. Ik weet dat er collega’s zijn die me een loser vinden omdat ik voor een Tien om te zien-publiek ga spelen. Zelf vinden ze het dan veel cooler om op Pukkelpop te staan. Met alle sympathie, maar het lijkt me nogal arrogant dat je als muzikant zelf bepaalt wie jou goed mag vinden en wie niet. Als ik iets maak waar ik trots op ben, dan mag iedereen daarnaar luisteren. En als Tien om te zien mij vraagt om een nummer te spelen waar mijn hart inzit, dan doe ik dat. Voor mij is dat veel meer rock-’n-roll dan al die bands die zich blind staren op hun eigen geloofwaardigheid.

“Ik besef dat die houding me in bepaalde kringen kwalijk wordt genomen. Humo negeert me al jaren, terwijl ik wel een kind van de Rock Rally ben. Dat ze nu zelfs mijn vrouwenplaat links laten liggen, terwijl dat toch een project met een verhaal is, bewijst dat ze me niet moeten. Nu, dat stoort me niet, want de impact van dat blad is de voorbije jaren enorm afgezwakt. Tegenwoordig beslist het publiek zelf wat het goed vindt. Humo heeft mij niet nodig, maar ik hen ook niet. Als je door een groot publiek wordt opgepikt, ben je sowieso niet meer cool. Achteraf ben ik blij dat het zo gelopen is.”

Vond je dat ook voor ‘Sun in Her Eyes’ zo’n grote hit werd? Ben je al die jaren daarvoor geduldig blijven wachten tot het jouw beurt was om door te breken?

“Eerlijk? Ja. Ik heb altijd geweten dat het vroeg of laat zou lukken. Dat is een zelfverzekerdheid waar ik mee geboren ben, en dat is mijn redding geweest. Trouwens, ik leef al tien jaar fulltime van mijn muziek. In het begin waren de kinderen er natuurlijk nog niet. Toen probeerde ik rond te komen met 500 euro in de maand, en dat lukte. Ik kluste wat bij in het zwart, ging hier en daar poetsen of andere vuile klusjes opknappen. Daar heb ik me nooit te goed voor gevoeld. Zo kon ik me haast voltijds met muziek bezighouden. Daar putte ik zoveel voldoening uit dat er eigenlijk geen tijd overbleef om stil te staan bij dat kleine inkomen. Nu, vier jaar voor ‘Sun in Her Eyes’ was ‘Goodbye’ ook al redelijk succesvol geweest. Ik mocht er alleszins meteen mee op Rock Werchter spelen. Voor mij was het belangrijk om met elke nieuwe cd een stap vooruit te zetten. Ik merk dat ik met mijn nummers ergens middenin zit. Niet links, maar ook niet rechts.”

Je bent - ik jen je even - zowat het CD&V van de Vlaamse popmuziek geworden.

“Dat is een belediging. (lacht) Wat ik wil zeggen is: ik heb een minder afgelijnd profiel dan de meeste andere muzikanten en dat speelt nu in mijn voordeel. Het is altijd mijn droom geweest om niet alleen muziek te maken voor Studio Brussel, maar voor iedereen. En dat lijkt te lukken. Meer nog: vier jaar na datum wordt ‘Sun in Her Eyes’ nu gebruikt voor een reclame voor Spa Citroen in Nederland. Het gevolg is dat het nummer op het punt staat om ook daar een hit te worden. Het werd zopas opgepikt door Radio 538, een zender waar je doorgaans onmogelijk binnen raakt. De voorbije jaren zijn er nauwelijks Belgen op de playlist geraakt. Maar ik zit er in het goede gezelschap van Milow en Stromae. Dat ziet er dus goed uit. Als het nummer aanslaat, ga ik er wellicht dit najaar nog toeren.”

Wist je dat ‘Sun in Her Eyes’ iets bijzonders was?

“Niet toen ik het schreef. Eigenlijk was het een nummerke van niks. Maar dankzij het juiste arrangement is het achteraf toch opgetild. Zo gaat het vaak. Elke nieuwe song blijft een vraagteken.”

Wat me opvalt: je schrijft nooit over jezelf.

“Er zit niets autobiografisch in wat ik doe, dat is waar. Het gaat altijd over de liefde, over uit elkaar gaan. Tja, hoe komt dat? Wellicht heeft het met traditie te maken. Ik zing in het Engels omdat dat de taal van de popmuziek is. Ik hou van drieminutensongs omdat ik daar via de radio mee opgegroeid ben. En ik zing over de liefde omdat 99 procent van de andere muzikanten dat ook doet.”

Waarom ben je vorig jaar in de jury van Steracteur sterartiest gaan zitten?

“Om mijn muziek een gezicht te geven. Voordien vreesde ik dat zo’n programma in mijn nadeel zou werken. Ik heb zeker bij honderd mensen gepolst of ze het wel een goed idee vonden. Maar niemand had er problemen mee. Uiteindelijk zat ik daar om vanuit mijn ervaring goede raad te geven, hé. Het is niet dat ik het Big Brother-huis in moest om me daar als een idioot te lopen aanstellen. Links en rechts zullen er vast wel een paar mensen bedenkelijk gekeken hebben, maar so what? Ik heb door dat programma Bob Savenberg leren kennen, een man met een heel interessante visie op popmuziek. Dus wat mij betreft was het alleen al daarom de moeite waard.”

Werd je thuis aangemoedigd om muziek te maken?

“Totaal niet. Mijn ouders zijn zowat de meest amuzikale mensen die je je kunt voorstellen. Maar ze hadden wel door dat ik schoon kon zingen, dus hebben ze me naar de muziekschool gestuurd om klassieke piano te volgen. Geloof het of niet, maar ik bleek een natuurtalent. Ik kon in één jaar waar anderen drie jaar over deden. Alleen, ik vond skateboarden veel cooler, dus ik ben ermee gestopt. Vandaag draag ik niets meer mee van die opleiding.

“Nu, creativiteit werd wel aangemoedigd thuis. Mijn zus heeft zelfs ooit een boek geschreven. Maar toch, de school was heilig en de studies kwamen op de eerste plaats. Al heb ik uiteindelijk nooit verder gestudeerd. Na maanden bekvechten en discussiëren ben ik naar de jazzstudio gegaan. Mijn ouders hebben nog een jaar mijn kot betaald en daarna was het: you’re on your own.”

Hoe staan ze nu tegenover wat je doet?

“Ze beseffen nu pas dat je in België echt wel veel geld kunt verdienen met muziek, als je het maar slim aanpakt en niet bang bent om veel te werken. Bovendien heeft ook de business achter de muziek me altijd erg geïnteresseerd. Ik heb het geluk gehad dat mijn carrière zo traag geëvolueerd is dat ik de tijd had om te leren wat er achter de schermen gebeurde. Uiteindelijk heb ik noodgedwongen zelf een platenfirma opgericht omdat niemand me nog een deal wilde geven. Toen was dat niet plezierig, maar nu beschouw ik het als het beste wat me ooit overkomen is. En toegegeven, het geeft voldoening om nu dubbel zoveel te verdienen dan al degenen die vroeger niet in mij geloofden. Ik ben blijven gaan en word daar nu voor beloond. Voor mij is dat een overwinning op mezelf.”

Je bent intussen twaalf jaar bezig. Wat vind je tot nog toe je grootste verwezenlijking?

“(zonder aarzelen) Barbara Dex op Studio Brussel krijgen. Dat had niemand ooit voor mogelijk gehouden. Voor de rest besef ik beter dan wie ook dat ik nog een lange weg af te leggen heb. Een gezonde dosis professionele jaloezie is me niet vreemd. Ik herinner me nog dat ik ooit met mijn wagen aan de kant ben gaan staan omdat ze op de radio ‘Don’t Dream It’s over’ van Crowded House draaiden. In het midden van de nacht, op een halfverlichte autosnelweg. Soms hoor ik iets dat zo geniaal is dat ik me schaam voor wat ik zelf doe. Maar vroeg of laat schrijf ik zelf ook zo’n nummer. Want het grote voordeel is: het zoeken naar de perfecte popsong blijft een reis zonder begin en zonder einde. De wereldhit waar iedereen van omvervalt, die schrijf je misschien maar één keer. Het komt er gewoon opaan om er zelf in te blijven geloven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234