Woensdag 16/10/2019

Interview

Tom Dumoulin: ‘Doping is niet weg en zal ook nooit weg zijn. De controles mogen nog worden opgevoerd’

‘Hij moet poepen!’ Ongeacht wat Tom Dumoulins (28) carrière nog brengt, hij zal voor altijd de renner blijven die in volle race van zijn fiets stapte, de koersbroek afstroopte, zijn gevoeg deed in de berm en tóch nog de Giro van 2017 won. Ook dit jaar maakt de held van Oranje opnieuw jacht op de roze trui.

Wie dezer dagen iets wil betekenen in het wielrennen, is maar beter een Nederlander die in België woont. Nu voorjaarsrevelatie Mathieu van der Poel op nieuwe doelen broedt, is Tom Dumoulin vanuit het pittoreske Kanne in Limburg voor de Giro afgereisd naar Italië. Dumoulin heeft ook gezien hoe de populariteit van Van der Poel door het dak ging, maar zelf kan al die aandacht hem gestolen worden. Hij werd destijds wielrenner omdat hij het gaaf vond, maar had nooit kunnen bevroeden wat zijn overwinning in de Giro van 2017 zou teweegbrengen.

“Plots kwam er héél veel op me af: ik werd een Bekende Nederlander. Ik ben mijn privacy kwijt en kan niet meer rustig op café of restaurant.”

In België hebben we superster Tom Boonen. Ook hij moest er in zijn beginjaren mee leren omgaan hoe mensen zelfs in zijn winkelkarretje keken.

(lacht) Fans gaan soms echt ver. Overal waar ik kom, word ik aangeklampt of aangestaard. Dat is niet altijd even fijn, en ik heb tijd nodig gehad om daaraan te wennen.”

Je werd vorig jaar tweede in de Giro, de Tour én op het WK tijdrijden. Mooie prestaties, maar in een interview met De Telegraaf zei je: ‘Mijn belangrijkste succes van het jaar was de overwinning op mezelf.’ Je vond geen plezier meer in het fietsen.

“Mijn beroep houdt heus wel wat meer in dan fietsen in het zonnetje. (lacht) Wielrennen moet je leuk maken, want het is niet per se altijd leuk, dat trainen, koersen en reizen. Hoe je daarmee omgaat, bepaalt mede hoe je presteert.

“Begin vorig jaar was ik dat uit het oog verloren. Wielrennen was te veel een job geworden. Ik wilde het zus, de ploeg wilde het zo, ik werd overal herkend en iedereen wilde wat van mij. Ik wist gewoon niet wat er allemaal op me afkwam.

“Ik ben een controlefreak, en als je op zo’n moment uit je comfortzone wordt gehaald, grijp je terug naar wat je kent en kunt: fietsen. Dáárover wilde ik volledig de controle nemen, maar daarin ging ik te ver. Ik trainde nog meer en was obsessief met mijn eten bezig. Ik wilde het té perfect doen, en dat werkt niet.”

Hoe kijk je daar nu op terug?

“Ik botste op mezelf, maar ik heb er veel uit geleerd. Een jaar later ben ik blij dat het me is overkomen. Het moest een keer gebeuren in mijn carrière, het was een leerproces waar ik door moest.”

Ben je aangenaam gezelschap voor je omgeving?

“Ik probeer koers en privé gescheiden te houden, maar ik geef toe dat ik in die periode zo prikkelbaar was dat ik niet de ideale ploegmaat was. Als er iets fout liep, kon ik dat niet meer verkroppen en ging ik schelden. Of gooide ik met mijn fiets (in de Ronde van Abu Dhabi keilde hij zijn tijdritfiets weg, red.). Maar als ik thuis was, bij Thanee, probeerde ik wel lief te zijn. (lacht)

Thanee is psychologe. Veel renners werken samen met een psycholoog. Sep Vanmarcke gaf een paar jaar geleden aan dat het interessant kan zijn dat iemand je alles op een rijtje helpt te zetten. Ga je weleens te rade bij je vrouw?

“Soms, maar ze is in de eerste plaats mijn partner.”

Het lijkt me niet altijd evident om beide te zijn.

“Ik begrijp wat je bedoelt, maar Thanee gaat niet de psycholoog met me uithangen. Ze helpt me gewoon. Op zich is dat ook de taak van een partner. Elk koppel doet aan reflectie, daar hoef je niet per se een psycholoog voor te zijn. Maar in sommige situaties is het een voordeel dat zij over iets meer diepgang beschikt en weet waarover ze praat.”

Hoe moet ik dat precies zien?

“Zij hield me een spiegel voor: ‘Is het wel een reële angst die je nu voelt of is het irreëel?’ Dat klinkt vaag, hè? Maar ja, ik twijfelde aan veel: ‘Kan ik mijn prestatie van 2017 bevestigen of was het iets eenmalig?’ Ik botste voortdurend op mezelf. En dan hing zij een beetje de psycholoog uit zonder dat het zo overkwam. (lacht)

Koers je nu weer met plezier?

“Ja. De kentering is er gekomen na de Tirreno 2018. Ik heb toen een paar dagen thuis gezeten, ik heb echt zitten janken. En door mijn hoofd spookte de gedachte: ‘Het moet weer leuk worden, want zo kan het niet verder.’ Ik zat echt diep. Bram Tankink en Laurens ten Dam namen me mee op training. Dat was fijn, maten onder elkaar. Want in die periode zag ik alleen nog de nadelen, terwijl je gewoon goesting – zo zeggen jullie dat, zeker? – moet hebben om op die fiets te kruipen.”

Het credo van jouw ploeg, Team Sunweb, is ‘Keep challenging’. Er wordt heel wetenschappelijk gewerkt, met veel regeltjes. Je vroeg je af of dat allemaal wel nodig was.

(twijfelend) Onze ploeg is hypergestructureerd, met strakke schema’s rond trainen en eten. Maar een mens is ook maar een mens. Wij zijn geen robotten en soms kan het te ver doorslaan. Het is een dunne lijn, en vorig jaar was de balans zoek bij mij. Ik zat vast in een keurslijf en dan doe je soms dingen die eigenlijk niet goed voor je zijn, zoals té hard trainen. Ik was niet meer bezig met een passie en daar begint het als renner mee: passie voor de fiets. Dus ja, dat is wel een belangrijk aandachtspunt voor mijn team.”

Bram Tankink zei ooit: ‘Soms is het beter om geen uren ‘verplicht’ op bed te liggen rusten, maar iets leuks te doen met je vrouw of kinderen. Daar haal je meer energie uit.’

“Inderdaad, niet alles moet zo afgemeten zijn. Dat was mijn fout. Je moet meer naar je gevoel luisteren en de dingen soms gewoon loslaten. Soms zit de perfectie gewoon in de imperfectie. Wauw, dat heb ik mooi gezegd, hè? (lacht)

Wordt er eigenlijk veel gelachen op de bus bij Team Sunweb?

“Ja, toch wel. De sfeer is goed, maak je daar geen zorgen over.”

Renners moeten hard trainen, maar wat vind je van de stelling dat jullie luxepaardjes zijn die worden gepamperd en egoïstisch in het leven staan?

“Wij zijn héél egoïstisch. Ik ben ervan overtuigd dat dat voor een deel zelfs moet als je topsporter wilt zijn. Nu, ze leggen ons in de watten, maar ik vind dat niet hetzelfde als pamperen. De sponsors betalen om zichtbaar te zijn en de ploeg moet resultaten halen: dan moet je er alles aan doen om de renners zo goed mogelijk te laten presteren. Dan moet je elke dag gemasseerd worden, dan moet je was gedaan worden op hotel en dan moet je niet vijf keer de trap oplopen om je eigen eten te bereiden.”

Grappig dat je daarover begint. Ik sprak met Laurens De Plus over het prachtige hotel waar jullie sliepen tijdens de Ronde van Abu Dhabi. Hij klaagde, ietwat lacherig, over het feit dat hij te ver moest wandelen naar het restaurant. Hij had zijn stappen geteld, het was 1.200 meter, heen en terug. ‘Niet goed voor mijn benen!’

(lacht) Maar het ís zo. In onze job maakt elk half procent iets uit. En als je iedere keer 1,2 kilometer moet wandelen naar het restaurant en je bent dat half procent minder goed, dan is dat doodjammer.”

In wielrennen draait het om procentjes. Of je kunt doping gebruiken om beter te worden, zoals je ex-ploegmaat Georg Preidler, die enkele maanden geleden tegen de lamp is gelopen. Die zaak verraste mij.

“Mij ook.”

Ik dacht dat we de fase van de bloeddoping al voorbij waren.

“Ik voelde me verraden, en zo voel ik me nog steeds. Georg was geen vriend, maar wel een ploeggenoot met wie ik het goed kon vinden (en die ook deel uitmaakte van de ploeg waarmee Dumoulin de Giro won, red.). Ik kan niet begrijpen dat hij zoiets heeft gedaan. Ik voel me genaaid. Hij zegt dat hij clean was toen hij bij ons reed. Tja, moet je zo’n jongen nog geloven? Ik hoop dat hij tijdens zijn periode bij onze ploeg niet aan het spul gezeten heeft en dat het bij die ene keer is gebleven, vorig jaar.

“Weet je, het verbaast me dat er niet meer vragen over worden gesteld. De dag na de bekendmaking van het nieuws was er een persmoment voor de Tirreno-Adriatico. Ik had me zelfs voorbereid, maar geen enkele journalist stelde een vraag over Preidler. Belachelijk! Journalisten moeten dit levend houden. Doping is niet weg en zal ook nooit weg zijn. Het enige wat we kunnen doen is sceptisch blijven, ook al is dat niet altijd leuk.”

Ik heb het gevoel dat we opeens vijftien jaar terug in de tijd zijn: bloeddoping, in godsnaam.

“Blijkbaar wordt cortisone ook nog steeds gebruikt. Dat doen ze al dertig, veertig jaar. Ik heb er geen bewijzen voor, maar volgens de geruchten zijn er nog steeds jongens die dat gebruiken.”

Een renner zei me dat je cortisonegebruikers met het blote oog kunt spotten.

“Echt? Ik zou niet weten hoe iemand eruitziet als hij cortisone of bloeddoping heeft gebruikt.”

Tiesj Benoot vertelde me dat hij vorig jaar in San Juan voelde dat de eindwinnaar, Gonzalo Najar, niet zuiver was. Voor het eerst in zijn carrière had hij het gevoel dat er iets niet klopte. Achteraf werd Najar betrapt op cera, een variant van epo.

“Echt? Straf.”

Heb jij al het gevoel gehad dat je fietste tegen iemand die buitenaards lijkt te zijn?

“Ja, in de Baby Giro, toen ik belofte was (2010, red.). Daar was het schering en inslag. Ik won toen wel een tijdrit, maar voor de rest werden we helemaal zoek gereden, terwijl we eigenlijk wel goed waren.”

Om wie ging het dan? Italianen?

“Alles en iedereen.”

Dat is tien jaar geleden.

“Ik heb nu – gelukkig maar – het gevoel dat er beter wordt gecontroleerd, al mogen de controles nog worden opgevoerd. We hebben tegenwoordig een bloedpaspoort, maar ik weet ook wel dat het niet waterdicht is. Er wordt nog altijd gebruikt, maar ik hoop dat het een randfenomeen is en dat de marges heel klein zijn.

“Ik geef mezelf altijd als voorbeeld, en dan is het aan jou en anderen om mij al dan niet te geloven. Ik heb de Giro clean gewonnen, dus dat is het beste bewijs voor mij dat de marges, zelfs als anderen gebruiken, zó klein zijn dat je er niet veel beter van gaat rijden. Dat is het enige waar ik me aan vastklamp: ‘Oké, ik ben clean en ik kan koersen winnen op het hoogste niveau.’ Dat geeft me vertrouwen.”

Even terugspoelen naar het begin van je carrière. Wat is het verschil tussen de Tom Dumoulin van nu en die van 2015, die lang aan de leiding stond in de Vuelta, maar uiteindelijk kraakte?

“Ervaring. Ik weet nu hoe ik met situaties moet omgaan, hoe het voelt om te worden bestookt met aanvallen, ik weet hoe ik zelf moet aanvallen. In die Ronde van Spanje van 2015 deed ik veel dingen verkeerd. Ik pakte elke aankomst bergop aan als een tijdrit. Dat doe ik nu veel minder. Ik koers meer op gevoel. Ook omdat mijn niveau nu hoger ligt, natuurlijk.”

Je werd bestookt door Astana. Met een sterkere ploeg had je die Vuelta kunnen winnen. Voelt dat als een gemiste kans aan?

“Neen, het was een leerproces. Ik ging ten onder aan de stress. Ik werd ook ziek omdat ik al tweeënhalve week over mijn limiet aan het rijden was. Dan ga je ook niet meer vooruit. Ik wist toen niet wat me overkwam. De Dumoulin van vandaag is helemaal anders.”

Jouw ploeg had een minutieus stappenplan klaar en plots win je in 2017 de Giro: een jaar te vroeg.

(lacht) Verdorie toch! Nee, winnen komt nooit te vroeg hoor, dat kan ik je wel zeggen. Het was inderdaad een totale verrassing voor mij en voor het team. Ik had geluk met het parcours: dat lag me uitstekend. Vorig jaar was ik wellicht zelfs iets sterker, maar toen lag het parcours me minder en werd ik tweede.”

Om een grote Ronde te winnen heb je niet alleen een goede conditie nodig en een omloop die je ligt, maar ook een goede ploeg. Vind je dat jouw team sterk genoeg is?

“Na de Tour dacht ik wel even: ‘Oei, er vertrekken wel erg veel renners naar een andere ploeg.’ Maar uiteindelijk zijn er versterkingen aangetrokken en is het goed gekomen.”

Heb je daar inspraak in?

“Ik ben niet de baas van de ploeg. Ik kan suggesties doen, maar Iwan (Spekenbrink, manager van de ploeg, red.) neemt de beslissingen. Maar oprecht: ik denk dat de ploeg nu sterk is. We zijn geen Team Sky of Team Ineos, maar dat is een kwestie van budget.”

Wat vind je van de stelling ‘Had Tom Dumoulin voor Team Sky gereden, dan had hij nu al een tweede grote ronde gewonnen’?

“Dat is onzin. Ik zou niet weten welke ronde dat wel zou zijn.”

Misschien de Tour van vorig jaar?

“Nee, ik denk het niet. Geraint Thomas was gewoon nog sterker dan ik.”

Ik haal er een uitspraak van Patrick Lefevere bij: ‘Simon Yates won de Vuelta en die had bergop ook geen ploeg. Iedereen noemt het wielrennen nu saai, maar je kunt ook zeggen dat het simpel is. Je kruipt in het wiel van Sky en als het moment daar is, kom je eruit.’

“Zo heb ik het vorig jaar in de Tour ook gedaan. We stonden niet met onze allerbeste ploeg aan de start en we schoten toen tekort op een paar vlakken. Maar dat viel niet echt op, omdat ik inderdaad gewoon Sky moest volgen. Zíj hadden het geel, dus zij moesten de koers dragen. Stel dat ik aan de leiding had gestaan, dan hadden we wél een groot probleem gehad. Dan moesten wij de koers controleren en aanvallen pareren, maar daar heb je sterke knechten voor nodig.

“Ik denk dat het wel snor zit voor de Giro. Als alle jongens op niveau rijden, heb ik een sterk team.”

Is het dan wel een goede zaak om al meteen het roze te pakken in de openingstijdrit? Dan moet je team snel aan de bak.

(lacht) En ikzelf ook: als je aan de leiding staat, moet je elke dag naar de persconferentie, naar de dopingcontrole en naar het podium: dat vreet tijd en energie. Maar goed, ik wil winnen, dus mag ik geen kans laten liggen. In 2017 reed ik ook heel lang in het roze en toen is het ook gelukt.”

Simon Yates leek vorig jaar op weg naar Girowinst, maar toen kende hij een inzinking en verloor hij in één rit 38 minuten. Verraste dat jou?

“Ja, toch wel. Hij was veruit de beste renner, tot hij dat opeens niet meer was. Dat is mij nog nooit overkomen. Akkoord, het gebeurde wel in de Vuelta van 2015 (Dumoulin verloor toen in één rit zes minuten, red.), maar dat was de eerste grote ronde waarin ik aan de leiding stond. Daarna is het, gelukkig maar, niet meer gebeurd.”

Is dat iets waar een renner mee bezig is? Dat zo’n inzinking je elke dag kan overkomen?

“Ja, je weet dat het kan gebeuren. Zeker als je verkouden wordt of last van je darmen krijgt en niet goed kunt eten: dan voel je dat de volgende dag. Het gevaar loert altijd om de hoek.”

Je hebt de Giro al eens gewonnen én je werd tweede in de Giro en de Tour van vorig jaar. Is alleen winst goed genoeg in deze Giro?

“Ik begrijp wat je wilt zeggen: een tweede of derde plaats zal niet veel extra toevoegen aan mijn palmares. Maar het kan zijn dat ik er desondanks tóch tevreden mee ben: als ik alles heb gegeven en geen fouten heb gemaakt. Vorig jaar was er twee keer iemand beter. Dat moet je leren aanvaarden, dat hoort ook bij de koers.”

Je botste dit jaar al twee keer op een sterke Primoz Roglic, de Sloveense ex-schansspringer die goed kan klimmen én tijdrijden. Wordt hij je belangrijkste concurrent in de Giro? Of ben je er gerust in en denk je: ‘Die is te vroeg in vorm’?

(lacht) Nou, vorig jaar was hij ook heel sterk van in het prille voorjaar tot en met de Tour. Hij wordt een te duchten concurrent. Maar ik kijk niet alleen naar hem.”

De Giro kent een stevig deelnemersveld, met Egan Bernal, Miguel Angel López, Simon Yates en Vincenzo Nibali. Van wie verwacht je de meeste tegenstand?

“Ik moet ze allemáál in de gaten houden. Ik moet voorsprong pakken op Yates en Nibali in de tijdritten, want in de bergritten zal ik wellicht tijd op hen verliezen. En ik besef dat het niet evident is om Roglic te ontwrichten. Ik hoop in de derde week, wanneer het een slijtageslag wordt, het verschil te maken in het gebergte.”

Hou je nog rekening met Nibali? Hij is intussen 34.

“Hij is een sluwe vos. Je mag hem nooit onderschatten.”

In het wielrennen gaat het vaak om marginal gains. Wat kan bij Tom Dumoulin nog beter?

“Euh, ik denk dat we er bijna zijn. (lacht luid)

Goed voor jou, maar je bent 28, dus ik neem aan dat er nog progressiemarge is?

“Ik hoop dat ik met de jaren nog iets meer ervaring kan opbouwen. Misschien kan ik nog een tikkeltje gewicht verliezen voor de grote rondes. Al was de Tour vorig jaar al op de limiet. Ik woog toen 1 kilogram minder dan in de Giro en ik vermoed dat ik niet nóg lager kan gaan. En voor de rest mag ik nog iets taaier worden, maar dat komt wel met de jaren, hoop ik.”

Wat bedoel je met taaier?

“Dat ik nog net iets meer inhoud krijg, nog iets beter ben in zo’n slotklim.”

Je begon je carrière als een uitmuntende tijdrijder, maar nu klim je ook sterk. Zul je niet inboeten op je kwaliteiten als tijdrijder door meer te focussen op het klimmen?

“Tot nu toe niet. (lacht) Ik heb vorig jaar nog tijdritten gewonnen (één in de Giro en één in de Tour, red.). Al geef ik toe dat ik wel wat heb ingeboet. Als ik zo weinig weeg als in de Tour, ben ik minder goed in een vlakke proloog van 7 kilometer. Maar in de lange heuvelachtige tijdritten ben ik alleen maar beter geworden.”

Je had een doel gemaakt van de tijdrit op de Olympische Spelen in 2016, maar je viel in de Tour en kende geen ideale voorbereiding. Fabian Cancellara pakte het goud, jij moest vrede nemen met zilver. Ligt Tokio 2020 nog op tafel?

“Jazeker, dat blijft een belangrijk doel.”

Maar de Tour vindt vlak voor de Spelen plaats.

“In principe wordt de Tour mijn prioriteit in 2020. De Spelen volgen meteen daarna, maar het kan wel. Dat heeft Bradley Wiggins in 2012 bewezen, maar makkelijk is het niet. In een ideale wereld zou ik me beter op de Giro richten, en me daarna via hoogtestages voorbereiden op de Spelen. Maar dan verlies ik opnieuw een jaar en ik wil echt ooit de Tour proberen te winnen.”

In België heerste er een hype rond het werelduurrecord van Victor Campenaerts.

“Dat is goed voor jullie, maar ik moet eerlijk bekennen: dat interesseert me echt helemaal niets. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het fijn voor Victor, maar ik heb zo’n uurrecord nooit als iets prestigieus gezien. Misschien omdat ik niet ben opgegroeid met de geschiedenis ervan. Voor mij draait het rond koersen winnen. Ik win liever de Tirreno-Adriatico dan dat ik het werelduurrecord pak.

“Misschien – zeg nooit nooit – vind ik het over vijf à zes jaar, op het einde van mijn carrière, wél de moeite. Maar op dit moment kan ik het niet maken om op zo’n doel te focussen. Mijn hart ligt bij de Giro, de Tour en de Spelen. Díé koersen wil ik winnen, te beginnen met de Ronde van Italië.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234