Zaterdag 31/10/2020

InterviewFamilieklap

Tom De Cock en zus An: ‘Haar handicap heeft ons heel dicht bij elkaar gebracht’

Tom en An De Cock.Beeld Bob Van Mol

De oudste is 36 en al jarenlang een vaste stem op radiozender MNM. De jongste is 33, werkt bij ondernemerskoepel Unizo en lijdt aan een genetische aandoening die haar zo goed als blind maakte. Tom en An De Cock, broer en zus.

Gekke gewoontes

Tom over An: “Welke exotische dranken er ook in de koelkast staan, An kiest meestal toch voor een glas plat water.”

An over Tom: “Als Tom naar de winkel gaat voor een potje ketchup, komt hij thuis met een heel assortiment sauzen. Hij is een beetje koopziek.”  

TOM

“Onze ouders woonden vijf dagen per week boven hun bakkerij in Antwerpen, enkel op woensdag en donderdag waren ze bij ons in Rotselaar. Dat had als voornaamste consequentie dat An en ik voor een groot deel zijn opgevoed door onze grootouders. Wij kwamen nooit iets tekort, maar we moesten ons dus wel vaak alleen bezighouden.

“Onze ouders hebben hun hele leven lang enkel gewerkt en voor hun kinderen gezorgd. Ze hadden geen vrienden of hobby’s. Als onze pa zestien uur in zijn bakkerij had gewerkt, kwam hij nadien op zijn knieën met ons met de racebaan spelen.

“De visuele handicap van An heeft onze familie natuurlijk wel beïnvloed. Toen ze negen was, kelderden haar schoolresultaten plots. Achteraf gezien was dat omdat ze domweg niet meer kon lezen wat er op het bord was geschreven.

“Ik heb heel scherpe herinneringen aan die tijd. An werd zo veel mogelijk gespaard van grote beslissingen over haar medische achteruitgang, maar als grote broer werd ik daar wel bij betrokken. Op een dag heeft mijn vader me achteraan in onze tuin, met tranen in zijn ogen, verteld dat ze eindelijk wisten wat er met An aan de hand was. Ze had een genetische ziekte, en ze zou blind worden. Dat was een enorme schok.

“Wij waren op school de eersten die een gsm hadden. Mijn ouders vonden het belangrijk dat mijn zus en ik op die manier altijd met elkaar in verbinding stonden. Ik was bereikbaar als ze me nodig had, en dat stelde An op haar gemak. Op mijn achttiende kreeg ik een auto, onder de voorwaarde dat ik ook mijn zus naar school bracht.

“Ik probeerde er zo veel mogelijk voor te zorgen dat An weinig hinder ondervond van haar handicap. Als ze sms’te dat ze naar huis wilde, als we allebei op stap waren in Leuven, bracht ik haar naar huis. Ik vond het belangrijk dat dat kon. Dat heeft ook nooit als een opoffering aangevoeld, ik was blij dat ik haar kon helpen. En ik vond het stiekem ook wel leuk om af en toe het slachtoffer uit te hangen. (lacht)

“In die zin heeft de handicap van An ons wel heel dicht bij elkaar gebracht. Als mens heeft het me ook heel mild gestemd tegenover de rest van de wereld, omdat ik vaak zie hoe wildvreemden haar proberen te begeleiden. Ik vond het ontzettend belangrijk dat ook mijn dochter Jasmijn An zou leren helpen. Als ze haar nieuwe oorbellen wil tonen, weet ze intussen dat ze die in haar hand moet leggen. Dat soort details kunnen me enorm ontroeren.

“Een van de beste dingen die ons is overkomen, is dat ik een lief leerde kennen dat in Antwerpen woonde, waardoor ik de zorg voor An niet meer op mij kón nemen. We zaten toen op een punt waarop ik nog wel de drang voelde om voor An te zorgen, maar waarop An ook haar eigen pad wilde effenen en die begeleiding niet meer toeliet. Onze levens zijn dus op het juiste moment uit elkaar gegaan.

“Pas vier jaar geleden zijn mijn man en ik terug naar Leuven verhuisd, en heel toevallig woont An nu op de hoek van onze straat. Ze kan zonder een straat over te steken naar ons komen wandelen, wat een ongelooflijke luxe is.

“Het is nog altijd wennen als An aan de arm van haar vriend loopt, en niet meer aan die van mij. Soms zeg ik tegen hem: ‘Kom, ik zal wel even met haar wandelen.’ En dan merk je dat hij denkt: nee, dat is mijn plaats nu. (lacht) Dat mijn zus iemand gevonden heeft die zorgen voor haar als een erezaak ziet, maakt me nog elke dag gelukkig.”

AN

“Als iemand me vraagt naar de coming-out van Tom, moet ik altijd terugdenken aan een gesprek dat ik jaren geleden had met een vriend van mij. We waren een jaar of negentien toen hij me vertelde dat de coming-out van zijn zus de schok van zijn leven was geweest voor hem. Pas tijdens dat gesprek heb ik gedacht: o, ik had het vréémd moeten vinden toen Tom met een jongen naar huis kwam. Als ik ooit een schok heb ervaren over het feit dat mijn broer homo is, dan was het toen.

An en Tom De Cock: “Ik herinner me zijn vrouwelijke liefjes nog, en dat er nadien jongens over de vloer kwamen.”Beeld Bob Van Mol

“Het is ook niet zo dat de homoseksualiteit van Tom thuis niet aanwezig was. Ik herinner me zijn vrouwelijke liefjes nog, en ik herinner me dat er nadien jongens bij ons over de vloer kwamen. Maar ik heb nooit gedacht dat het raar was dat er plots geen meisjes meer passeerden. Niemand heeft me ooit op een stoel gezet en gezegd: ‘We moeten je iets vertellen over Tom.’ (lacht)

“Ik herinner me Toms eerste vriend nog, en ik weet dat ik toen gewoon blij was omdat ze er allebei zo gelukkig uitzagen. Ik vind het nog steeds wonderlijk dat er in ons gezin op zo’n ruimdenkende manier met dat onderwerp kon worden omgegaan.

“Ik herinner me die handicap niet als iets ergs dat mij is overkomen; ik vond het vooral erg dat mijn gezin er zo veel mee bezig moest zijn. Eigenlijk heb ik de meest zorgeloze jeugd gehad die je je kunt inbeelden. Dat meen ik echt. Ik werd ook weggehouden van alle beslissingen die over mijn visuele beperking genomen moesten worden. Al besef ik ook dat dat voor Tom waarschijnlijk anders moet hebben aangevoeld, omdat hij de zorg voor mij wel op zich moest nemen.

“Omdat ons gezin me wilde ontzien, ben ik opgegroeid met het idee dat als ik iets vroeg, het er ook altijd kwam. Als ik in het midden van de nacht naar Tom belde met de vraag of hij me kon komen halen op een feestje, dan was hij daar. Ik probeer dat nu, met terugwerkende kracht, wat te corrigeren. Als iedereen altijd maar ja zegt, besef je soms niet dat je vraag echt wel ongelegen kan komen. Wanneer ik nu iets nodig heb, dans ik er eerst wat omheen. Dan bel ik Tom op en vraag ik eerst of hij die avond toevallig al iets te doen heeft. Daar kan hij écht niet tegen. (lacht) ‘Zeg nu toch gewoon wat je nodig hebt’, zegt hij dan.

“In onze familie is de telefoon altijd het ultieme communicatiemiddel geweest. Wij bellen heel veel met elkaar, gewoon zomaar. Veel meer dan ‘hallo’ hoeven wij niet te zeggen om een gesprek op te starten dat uren kan duren. Er komt altijd wel iets, stiltes vallen er bij ons nooit. Zelfs toen we in andere steden woonden, hoorden wij elkaar meestal wel elke dag.

“Soms ben ik verbaasd over het feit dat het met ons ook wel echt fout had kunnen aflopen. Het feit dat Tom en ik zo vaak alleen thuis waren terwijl onze ouders aan het werk waren, had van ons verwaarloosde kinderen kunnen maken. Wij hadden verschrikkelijke pubers kunnen worden die logen tegen hun ouders en die onwaarschijnlijkste feestjes gaven. Maar dat is nooit gebeurd. Sterker: wij hangen met het gezin echt ontzettend sterk aan elkaar.

“Sinds een paar jaar gaan we ook opnieuw met z’n allen op vakantie. Wat eerst een weekendje weg ging worden, is intussen een jaarlijkse boerderijvakantie van twee weken geworden. Dat typeert ons gezin ook enorm: wij doen iets nooit ‘een beetje’. Het is alles of niks.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234