Zaterdag 31/10/2020

Tom Boonen: een van de grote namen uit de klassieke wielersport of stilaan één trapje lager?

Als Boonen zich ergens voor moet hoeden, is het dat hij geen carrrière à la Eric Vanderaerden krijgt. Net als Boonen was die een vroegbloeier

De eregalerij van wereldkampioenen die in Vlaanderen konden winnen, is trouwens een hoogst exclusieve club: Louison Bobet in 1955, Rik Van Looy in 1962, Eddy Merckx in 1975, en dus ook Tom Boonen in 2006. Die dag was Boonen haast de overtreffende trap van zichzelf.

En toen stokte het. Ineens. Vlak na zijn fabuleuze tweede opeenvolgende zege in de Ronde van Vlaanderen had Boonen laten verstaan dat hij eventueel wilde gaan voor de 'triple' - Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem, Parijs-Roubaix - een haast bovenmenselijke krachttoer waarin alleen Rik Van Looy ooit slaagde in dat voor hem zo voorspoedige 1962 - hij won dus de hele drieslag in zijn regenboogtrui.

Al in Gent-Wevelgem bleek de ambitie (nog) net te hoog gegrepen. Boonen raakte niet met de hoofdmacht over de Kemmelberg en gaf eerlijk toe: dikke benen. In Roubaix was hij alweer gerecupereerd, al was het ongenaakbare van de Ronde van Vlaanderen er af. Omdat Fabian Cancellera uitgerekend die dag had uitgekozen om voor het eerst te showen tot wat hij in staat is, werd Boonen nog fraai tweede. Maar het klassieke seizoen was natuurlijk gelukt, met zijn tweede zege in Scheldeprijs als een lekkere kers op de taart.

Maar we durven er gif op innemen dat Tom Boonen aan één zaak níét gedacht heeft daar in zijn regenboogtrui op het podium in de Ronde van Vlaanderen: dat hij die dag zijn laatste grote zege voor de volgende twee jaar had gehaald. Want zo lang al gaapt de kloof dat Tom Boonen nog eens een voorjaarsklassieker of een belangrijk kampioenschap won: volle 24 maanden.

Het was altijd wat. Zowel in 2006 als 2007 raakte Tom Boonen op het podium in het nationaal kampioenschap, maar in 2006 reed hij zich op koninklijk (Antwerpen Centrum!) maar uitgeregend parcours murw in de achtervolging op Johan Vansummeren. Favoriet nummer één moest outsider Niko Eeckhout laten voorgaan.

Het was een koude douche, want heel België had zo graag gezien dat wereldkampioen Boonen ook nationaal kampioen zou worden. Hij was de favoriet, de beste, de chou, de publiekslieveling. Hij verdiende die titel, vonden we met zijn allen. Supporters en journalisten waren bijna vergeten dat Boonen koersen kon verliezen, zelfs als hij er écht zijn zinnen op had gezet. En dat had hij zeker met die titelrace in Antwerpen. Waarop een dramatische Tour volgt: Tom Boonen doet alles om een rit te winnen, maar sprint zo nerveus, zo onregelmatig dat dit net niet lukt, dag na dag. In Valkenburg haalt hij wel de gele trui binnen, een opzichtige pleister op de wonde van een mislukte Tour, waarin hij opgeeft in de rit naar L'Alpe d'Huez: moe, halfziek, uitgeput. De godenzoon was weer een kwetsbare mens. Een renner.

Helaas kreeg Boonen zijn echte motor niet meer in gang. Op het WK 2006 maakt hij wel deel uit van de kopgroep, maar ploegmaat Bettini was de snelste.

2007: een nieuw seizoen, een nieuwe lente, doch hetzelfde geluid. Tom Boonen staat er weer - in Qatar. Nadien is het minder. Niet kwantitatief. Tom Boonen wint drie van de belangrijkste Vlaamse voorjaarskoersen: Kuurne-Brussel-Kuurne, Dwars door België en zijn vierde opeenvolgende E3-Prijs. Mooie overwinningen, daar niet van, maar geen topkoersen. Kuurne staat bekend als de 'herkansing' voor Het Volk (Pozzato won - nu geen ploegmaat meer maar bij Liquigas voor eigen rekening rijdend). Boonen werd derde. Veertien dagen later eindigde Boonen ook derde in Milaan-Sanremo, waar Oscar Freire zijn zoveelste topsprint won. Boonen pakt vervolgens zowel Dwars door België als de E3-Prijs, maar dat is de generale repetitie voor het echte werk. De 'echte prijzen' gingen naar Ballan in Vlaanderen, naar Burghardt in Gent-Wevelgem en O'Grady in Parijs-Roubaix. Boonen redde zijn seizoen in de Tour: twee ritten, en eindelijk de groene trui in Parijs.

En dit jaar? Begin 2008 is zijn vorm uitstekend, naar verluidt. Dit jaar toonde hij in E3-Prijs hoe goed hij was, maar hij won niet. Hij liet in de Ronde van Vlaanderen zien hoe sterk hij was, maar hij moest de benen stilhouden. Hij had in Gent-Wevelgem andermaal dikke benen. Andere jaren werd dat excuus íéts gemakkelijker aanvaard, omdat hij al gewonnen had. En in de Omloop werden hij en zijn hele ploeg compleet weggereden door Philippe Gilbert.

"Merckxiaans", bleef VRT-journalist Renaat Schotte die dag maar herhalen. Het is een adjectief, pro memorie, dat twee jaar geleden nog voor Boonen gebruikt werd. Het is een adjectief dat, voor wie een beetje historisch besef heeft, per generatie ook moeilijk op méér dan één renner kan gekleefd worden. Is Gilbert merckxiaanser dan Boonen? Ach neen. Zijn zege in Het Volk was schitterend, zijn inspanning neigde naar het dramatische, maar wie iemand merckxiaans doopt, zou toch moeten beseffen dat dit adjectief niet volstaat voor renners die één keer de volledige tegenstand in de frut rijden, eventueel in slechte weeromstandigheden. Merckxiaans is voorbehouden voor wie dat bij herhaling doet, die zelfs de meest verwende liefhebbers verrast met nog een sterker nummer, en dat in voor- en najaar, in topklassiekers en in grote rondes, en dat een jaar of tien. Het is de vraag of in de Omloop Het Volk überhaupt een merckxiaanse prestatie kan geleverd worden.

Merckxiaans: dat vervloekte woord. Ooit dichtte de halve Belgische wielerpers ook Frank Vandenbroucke merckxiaanse kwaliteiten toe, toen die in Parijs-Nice, in de sneeuw, op de Col de la République de tegenstand in mootjes reed, Laurent Jalabert. Maar was dat Merckxiaans, een halve minuut pakken op niet-klimmer Jalabert?

Misschien dat sinds Merckx alleen Hinault merckxiaans was, toen hij in 1980 in een sneeuwstorm Luik-Bastenaken-Luik won, de Giro won na een magistrale vlucht over de Stelvio met ploegmaat Bernaudeau, en nadien in Sallanches een van de zwaarste WK's ooit won - geen twintig man bereikten er de finish. En het jaar nadien won Hinault een danteske Parijs-Roubaix. Het jaar voordien had hij, met Contini in het wiel, op superieure wijze een verregende Ronde van Lombardije tot de zijne gemaakt. En tussendoor - we vergeten het haast - zette hij vijf Tours op zijn naam, plus Amstel Gold Races, Giro's, Vuelta's, Dauphinés, Waalse Pijlen, Grote Landenprijzen, enzovoort. Hinault was merckxiaans.

Als we Tom Boonen preciezer willen inschatten, moet geen vergelijking met Merckx gezocht worden, maar met andere grote renners uit de geschiedenis. En zelfs dan heeft Boonen nog wat inspanningen te leveren om hogerop op die ranglijst aller tijden te komen.

Met zijn vileine pen heeft Koen Meulenaere in één van zijn vele columns laten optekenen dat Tom Boonen nog veel groenten uit Balen zal moeten eten om al op het niveau van Roger De Vlaeminck te komen. Die weet van zichzelf dat hij níét merckxiaans is, noemde uit pure bewondering zijn zoontje zelf Eddy, maar is nog altijd twee maten groter dan Boonen. Drie. Néén? De Vlaeminck won dríé Milaan-Sanremo's. Vier keer Parijs-Roubaix. Twee keer de Ronde van Lombardije. Een Ronde van Vlaanderen. Eén Luik-Bastenaken-Luik. Eén keer Zürich. Eén Waalse Pijl. Twee keer Het Volk. Twee nationale titels. Zes keer Tirreno-Adriatico. Eén Ronde van Zwitserland. Ettelijke keren top tien in de Giro, en een korf ritten. Goed, De Vlaeminck werd geen wereldkampioen. Toch niet op de weg, wel in het veld. Twee keer zelfs, zijn amateurtitel meegerekend.

Als Tom Boonen zich ergens voor moet hoeden, is het dat hij geen carrrière à la Eric Vanderaerden krijgt, de Limburgse hoop in bange dagen midden jaren tachtig. Net als Boonen was Vanderaerden een vroegbloeier. Net als Boonen reed de Limburger voor het topteam van zijn tijd: Vanderaerden bij Panasonic, Boonen bij QuickStep. Vanderaerden had Eddy Planckaert als Belgische collega-sprinter aan zijn zijde, en Phil Anderson als buitenlandse klassieke klasbak, net zoals Boonen nu Gert Steegmans of een Paolo Bettini erbij heeft.

Neo-prof Boonen imponeerde in Parijs-Roubaix, Erik Vanderaerden sprintte mee in Milaan-Sanremo.

Wellicht was Vanderaerden er nog sneller bij dan Boonen. Vanderaerden won in dat eerste profjaar drie dikke prologen, Parijs-Nice, de Midi Libre, maar vooral de Tour de France. En ieder jaar werd het beter. Een 'moeilijk' tweede jaar, waar hij toch al nationaal kampioen werd, Parijs-Brussel won en uiteindelijk ook twee ritten in de Tour. Net zoals Tom Boonen, die een zeer moeilijk tweede profjaar kende (één overwinning met een beetje weerklank: een rit in de ronde van België) en met spectaculair verlies in een Gent-Wevelgem die hij eigenlijk nooit mocht verliezen (Klier won), en waar hij ook vreselijk stuntelig ten val komt. Ná de streep, ná zijn onverwachte verlies. Maar in zijn derde profjaar realiseert ook Boonen zijn grote doorbraak, met winst in E3-Prijs Harelbeke, Gent-Wevelgem en de Scheldeprijs. En tussendoor probeerden zowel Vanderaerden als Boonen voortdurend Milaan-Sanremo te winnen. Beiden 'voel(d)en' ze dat ze voor die koers gemaakt zijn, maar Vanderaerden kon hem nooit winnen, en ook Boonen kan op de Via Roma maar niet winnen.

Maar wat aan de Ligurische kust niet lukt, kan zoveel gemakkelijker op de kasseien van het noorden. Zowel bij Vanderaerden als bij Boonen volgden na de 'kleinere' klassiekers waren de grote koersen. Voor Vanderaerden in één jaar de Ronde van Vlaanderen en Gent-Wevelgem, voor Boonen nog beter dus, Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix.

Trouwens, in 1985 probeerde ook Eric Vanderaerden, net zoals Boonen in 2006, de zonet vermelde triple Vlaanderen, Gent-Wevelgem en Parijs-Roubaix. Vanderaerden leed een schitterende nederlaag: op ontzettend veel tientallen kilometers in de aanval getrokken, alleen in zijn nationale trui, bijgehaald door de levende legende Francesco Moser, die als oudere renner in zijn laatste Parijs-Roubaix op zoek was naar zijn vierde overwinning, een evenaring van het record van Roger De Vlaeminck, en hoe ze vervolgens samen sneuvelden. Ach, wat gaf het, Vanderaerden was toen nog altijd amper 23 en had nog een carrière voor zich.

Dat bleek fout. Vanderaerden zou nog welgeteld één klassieker winnen, Parijs-Roubaix (in 1987, voor vier andere Belgen). En bij gebrek aan klassieke overwinningen, trok hij zich in 1986 dan maar op aan... zijn groene trui in de Tour de France. En later probeerde hij nog wel. Altijd een goede voorbereiding op de Ronde van Vlaanderen gereden (de ene zege in de Driedaagse van De Panne na de andere), maar hij stond er nooit meer als het er echt op aankwam. In 1989 verliest Vanderaerden Parijs-Tours na een millimetersprint met Jelle Nijdam, zijn laatste kans om aan te knopen met vervlogen roem.

Tom Boonen moet stilaan oppassen dat hij de carrière van Vanderaerden niet kopieert. De groene trui als volwaardig alternatief voor een topklassieker, terwijl het eigenlijk een alibi is. Doen alsof het niet echt erg is, weer een jaar zonder zege in een topklassieker. Jezelf voortdurend moed inpraten. Jezelf verheugen met overwinningen van je ploegmaats. Of je bij journalisten de uitleg aanpassen naargelang de omstandigheden. Vorig jaar pakte Tom Boonen zijn zeges te Kuurne, Harelbeke en in Waregem: allemaal mooie wedstrijden. Nu won hij er geen, en smaalde hij over het feit dat de wedstrijden voor Vlaanderen en Roubaix eigenlijk 'kermiskoersen' zijn. Was Tom Boonen een kermiscoureur? Neen toch.

Maar voor een renner die nog niet zo lang geleden merckxiaans werd genoemd, zou het besef moeten dagen dat hij opnieuw grote wedstrijden moet winnen. In 2006 werd hij in deze krant nog geroemd als 'de beste eendagsrenner' van zijn generatie. Dat is al minder hoog gegrepen dan de nieuwe Merckx, maar zelfs dat predikaat is twijfelachtig. Waarom zou Tom Boonen een grotere eendagsrenner zijn dan veelwinnaars Paolo Bettini, met een veel rijker palmares, zeker qua kwaliteit en vooral diversiteit van overwinningen. Waarom zou Boonen zelfs automatisch hoger moeten ingeschaald worden dan Oscar Freire of zelfs Erik Zabel, met zijn vier Milaan-Sanremo's, zijn twee Parijs-Toursen en zijn vijf (of zes) groene truien.

We zullen wel wezen: in potentie is Boonen beter, sterker en machtiger dan Freire of Zabel. Maar tussen willen en kunnen, en ook daadwerkelijk doen is een wereld van verschil.

En zo lang Boonen niet meer wedstrijden rijdt, zal hij moeite hebben om zijn palmares op niveau te houden en uit te breiden. Boonens rechtstreekse voorganger, Johan Museeuw, maakte zijn palmares waardevol met een Amstel Gold Race (zij het dat de aankomst nu wel veel moeilijker is dan toen), twee Kampioenschappen van Zürich, een HEW-Classic of een Parijs-Tours. Vanderaerden kaapte her en der nog schitterende zeges weg omdat hij kon tijdrijden.

Boonen lijkt zich net te veel te laten inspireren door de wat gemakzuchtige seizoensopbouw van Peter Van Petegem, met een absolute fixatie op de Ronde van Vlaanderen tot Parijs-Roubaix, met de Scheldeprijs als dessert. Boonen is beter dan Van Petegem, daar niet van, en heeft onder meer in de Tour al veel meer laten zien. Maar waar een Museeuw op een bepaald ogenblik de neiging had zijn blik te verruimen - hij reed in 1997 een steengoede Luik-Bastenaken-Luik - lijkt Boonen het omgekeerd te doen, en zich te verbergen achter een muur van kasseien.

Maar Boonen heeft natuurlijk twee zaken voor die hij vorig jaar miste. Eén: een hoofd met minder zorgen. Vorig jaar was er het juridische dispuut met Jean-Marie Dedecker, en relationeel zat ook niet alles op orde. Toen zijn relatie met de 15-jarige Sofie Van Vliet bekend werd, herhaalde wielerminnend Vlaanderen massaal de oude verzuchting van Michel Wuyts: 'Tommeke Tommeke, wat doe je nu.' Sofie Van Vliet is naar verluidt heel rijp voor haar leeftijd. Die uitleg klopt, aan de strandfoto's te zien. Maar de column van moeder Boonen, op de site van zoonlief, liet aan opluchting en blijdschap niets te wensen over toen bleek dat de genaamde 'Lore' terug haar plaats had afgedwongen in het leven van zoonlief.

Privé lijkt het dus beter te zitten. Ook professioneel zijn er voor een kopman van QuickStep goede elementen om vooral te mikken op Parijs-Roubaix. Meer nog dan in de Ronde van Vlaanderen slaagde de ploeg Lefevere er in het verleden al in om in Parijs-Roubaix de wedstrijd totaal te domineren. Zowel in 1996 (Museeuw, Bortolami, Tafi), in 1999 (Tafi, Peeters, Steels) en in 2001 (Knaven, Museeuw, Vainsteins) bestond het héle podium uit renners van dezelfde ploeg. Ook Boonen lijkt qua fysiek (zwaar, groot, maar met een laag zwaartepunt) nog meer geschikt voor Parijs-Roubaix dan voor de nijdige sprintjes bergop in de Ronde van Vlaanderen.

Maar Parijs-Roubaix is tegelijk de meest risicovolle wedstrijd om er je hoofdpunt van te maken. In 1997 was Museeuw, in regenboogtrui, de allerbeste van het pak. Ook al reed hij keer op keer lek, op miraculeuze wijze sprintte hij in de piste van Roubaix mee voor de zege. Maar het sprookje stopte tien meter voor de streep, want de toen totaal onbekende Guesdon klopte met een paar centimeter alle favorieten (Museeuw, Tsjmil, Jo Planckaert).

In 1998 leek Museeuw de gedoodverfde favoriet, maar bij het uitrijden van het bos van Wallers viel hij op zijn knie, met een kwetsuur die zijn carrière haast hypothekeerde. Het bos van Wallers, de Hel van het Noorden, het blijft heikel om vanuit dat slijk (terug) je hemel op aarde te verdienen, je plaats aan de top terug op te eisen, of bezet te houden.

In die zin is deze Parijs-Roubaix voor Tom Boonen een sleutelwedstrijd uit zijn loopbaan: blijft hij in het spoor van een Roger De Vlaeminck, Sean Kelly, Laurent Jalabert of Jan Raas: een tycoon, een heerser, een begrip, een van de grote namen uit de klassieke wielersport. Of moet hij zich stilaan tevreden stellen met één trapje lager? Neen toch?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234