Vrijdag 06/08/2021

Tolstoj in Hollywood

Soms zijn goede ideeën heel eenvoudig. Om twee handelingen op verschillende tijdstippen op het toneel te zetten, kun je ingewikkelde machinerieën gebruiken - draaitonelen, spiegels en wat nog - of van de toeschouwer een scherp onderscheidingsvermogen eisen. Je kunt ook gewoon de bühne in twee verdelen, met een diagonale lijn: links achter is vroeger, rechts voor is nu. Dat heeft regisseur Keith Warner gedaan voor de première van God's Liar van John Casken in de Munt en die blauw oplichtende tijdlijn is zowat de beste vondst van de avond. Het stuk zelf heeft zijn goede momenten en zijn lengtes.

Brussel / Van onze medewerker

Stephan Moens

John Caskens nieuwe opera is gebaseerd op de novelle Vader Sergius van Lev Tolstoj. Om het religieus-moraliserende karakter van dat verhaal te doorbreken heeft hij er met colibrettiste (en echtgenote van de regisseur) Emma Warner een parallelle handeling naast geplaatst over een auteur, Stephen (die niet toevallig dezelfde naam draagt als de eremijt Sergius toen die nog officier van de tsaar was), die zich laat verleiden om het verhaal van Sergius voor de film te bewerken. Het idee is: beiden willen de dingen te goed doen omdat zij te ik-betrokken zijn, plegen daardoor verraad aan God, de wereld en zichzelf (de Liar uit de titel) en mislukken dus.

In het tweede deel komen beide verhaallijnen samen: eerst doordat we de verfilming meemaken van een scène die we vlak daarvoor "echt" in de negentiende eeuw gezien hebben, dan daadwerkelijk, doordat het verleden ingrijpt in het heden (het meisje dat net vader Sergius heeft verleid, doet hetzelfde met Stephen) en daarna het heden in het verleden (de vrouw redt de bedelaar Sergius van de agressie van de passanten). Op die manier voeren Casken en Warner een nieuwe moraliteit in in het stuk: de slotscène brengt de uitzichtloosheid maar ook de individuele geschiedenis van de vierdewereldmens op het toneel en de reacties die deze oproepen bij de goegemeente.

Terwijl de gelaagdheid van het libretto op zichzelf een interessant gegeven is, wijst die laatste scène al op een zwakte: al te vaak heeft de tekst een beschouwend en zelfs moraliserend karakter, de personages babbelen met andere woorden te veel over hun eigen situatie, gedachten, gevoelens en problemen in plaats van die op het toneel te zijn of ten minste uit te beelden. De scènes waarin de actie het wint van de moraliteit (zoals het einde van de derde scène, waarin Sergius een van zijn vingers afhakt om te weerstaan aan de verleiding van de Vrouw) zijn ruimschoots de beste; die waarin personages bidden, zichzelf beklagen of grote woorden declameren beginnen al gauw te vervelen. In dat laatste geval helpt enkel nog de concentratie op Caskens muziek. Die is eclectisch, verleidelijk, soms ironisch en goed doordacht.

Casken put met een zichtbaar genoegen uit allerlei genres, stijlen en technieken. Tonaliteit en atonaliteit: dat is een discussie die hem niet interesseert; harmonie daarentegen des te meer. En het spelen met vormen: de manier waarop hij een wals eerst laconiek en verder steeds verdekter door het stuk laat waren, stimuleert op zijn minst de fantasie. Ondanks een tamelijk ingewikkelde schriftuur blijft de muziek daarbij toegankelijk en emotioneel. Ronald Zollman draagt met het Almeida Ensemble in niet geringe mate bij tot de verstaanbaarheid ervan. Casken schrijft ook uitstekend voor de stem; de prosodie van de Engelse taal zet hij bijna even natuurlijk in muzikale gestes om als Britten. Enkel wanneer het libretto hem verleidt tot al te grootse gebaren, gaat hij daarbij al eens te ver.

Datzelfde geldt voor de regie van Keith Warner. Vaak creëert hij mooie, evenwichtige (en uitstekend belichte) tableaus en op één uitzondering na - de al te flauw-ridiculiserende Hollywoodfilmscène - zijn de actiescènes gestileerd maar logisch geacteerd. Problematisch wordt het weer in de beschouwende passages, waarin al te vaak verheven of "denkende" poses worden aangenomen. De enige figuur die hier nauwelijks door wordt aangetast, is die van de Vrouw (Anne Bolstad), die door haar weifelende, tussen de tijden en de gebeurtenissen staande karakter uitgroeit tot een intrigerend personage. Bolstad is ook de beste zangeres op het toneel: een mooie, lichtjes geruwde sopraanstem met veel karakter en een vleugje tragiek. Ook Omar Ebrahim (Sergius) en Jeffrey Lentz (Stephen) neigen tot dit getroebleerde stemtype maar hun techniek is wat wankeler en met name Lentz heeft al eens moeite in de hoogte. God's Liar is niet het meesterwerk waarop de wereld wacht; het is een opera die zoals zijn personages vooruitgaat met vallen en opstaan.

Wat: God's Liar van John Casken en Emma Warner, naar Lev Tolstoj Wie: Omar Ebrahim, Jeffrey Lentz, Anne Bolstad, Almeida Ensemble o.l.v. Ronald Zollman. Regie: Keith Warner Waar en wanneer: Brussel, De Munt, 6 oktober. Nog voorstellingen op 9 en 10 oktober om 20 uurOns oordeel: God's Liar is een interessante aanzet tot een meerlagige opera, maar lijdt onder een vaak te beschouwend en te weinig dramatisch libretto.

Al te vaak heeft de tekst een beschouwend en zelfs moraliserend karakter

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234