Dinsdag 13/04/2021

Genderrevolutie

Toiletten, sportclubs, pashokjes... Zijn we eigenlijk klaar voor een genderneutrale wereld?

In sommige specifieke domeinen zou het afschaffen van m/v wel wat 'omdenken' vragen. Beeld Andrea Wan
In sommige specifieke domeinen zou het afschaffen van m/v wel wat 'omdenken' vragen.Beeld Andrea Wan

Wat als er naast m en v een derde categorie bij komt, bijvoorbeeld x? Of als het systeem om mensen volgens geslacht en gender in te delen helemáál wegvalt? Het klinkt misschien utopisch, maar die evolutie is op gang gebracht. De uitdagingen op een rij. 

Voorstanders van de afschaffing van m/v noemen het binaire m/v-systeem ‘niet strokend met de realiteit’ en hameren op het recht op autonomie. Ze stellen dat het een erg ouderwets concept is dat ingevoerd is ten tijde van de Code Napoléon, toen mannen nog veel meer rechten hadden dan vrouwen en dat we er alleen daarom al van af moeten.

Bovendien zou, wanneer niemand officieel nog te boek staat als m of v, op den duur ook de rigide en clichématige kijk op ‘mannen versus vrouwen’ afzwakken.

Tegenstanders voeren aan dat m/v afschaffen onnodig is. Er zou geen maatschappelijke vraag naar zijn en het zou tot verwarring kunnen leiden. Ook vrezen ze dat het moeilijk zou worden voortaan ­discriminatie aan te tonen.

Pieter Cannoot, jurist aan het Human Rights Centre van de Universiteit Gent, doet een ­doctoraatsstudie naar de kwestie en merkt dat er iets aan het veranderen is: “Het recht is doordrongen van het foutieve principiële uitgangspunt dat je biologisch geslacht, je genderidentiteit – hoe je je voelt – en je genderexpressie – hoe je je presenteert – volledig samenvallen én dat je heteroseksueel bent.

Het zijn nochtans verschillende concepten. Grondwettelijk is er momenteel nog geen basis voor zelfbeschikkingsrecht met betrekking tot je identiteit, maar er is wel al een beweging te merken richting meer autonomie. Daarom lijkt het me niet onwaarschijnlijk dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over een paar jaar zelfbeschikking inzake genderidentiteit zal opnemen in de rechtspraak.

“In sommige situaties is het wel degelijk gelegitimeerd dat de overheid je biologische compositie of je genderidentiteit kent, bijvoorbeeld met het oog op borstkankerscreening of antidiscriminatiebeleid. Maar je kunt dat ad hoc oplossen. In essentie komt het erop neer dat het rechtssysteem momenteel macht over je identiteit heeft en verwacht dat je geslacht overeenkomt met je genderidentiteit. Het gevecht van de transpersonen tegen die situatie is een heel nuttige denkoefening voor de hele maatschappij. Het doet ons anders kijken naar die beknottende hokjes.”

Bovendien blijkt, onder andere uit het onderzoek van Cannoot, dat een afschaffing van m/v niet noodzakelijk zo veel problemen zou opleveren als sommigen beweren. Al zou het in specifieke domeinen wat ‘omdenken’ en goeie wil vragen.

Geachte persoon x

Een derde categorie x introduceren, zien sommigen als een tussenstap op weg naar de afschaffing van m/v. In sommige landen, zoals Denemarken, Nepal, Japan en Nieuw-Zeeland, kun je al op aanvraag een x of een t (van transpersoon) op je identiteitskaart laten zetten en je dus voortaan wel erkend voelen. Veiligheids- en identiteitscontroles verlopen makkelijker omdat er minder verwarring is wanneer iemand met mannelijke én vrouwelijke trekken opdaagt. En werkgevers, banken, verzekeraars, universiteiten en verenigingen wennen aan het idee dat niet iedereen in m of v thuishoort.

Bij sommige transpersonen leeft echter de vrees dat een categorie x ook weer tot discriminatie zou kunnen leiden, aangezien er uiteraard ook negatieve en afwijzende reacties kunnen komen wanneer je je met een x op je identiteitskaart aanmeldt bij een school, werkgever of politiebureau. Net daarom klinken de pleidooien om alle geslachts­categorieën af te schaffen luider.

Cannoot: “In elk geval zou in een m/v/x-model de vrije individuele keuze centraal moeten staan. Niemand mag gedwongen worden zich als x te registreren. En er moet ook aandacht worden besteed aan het bijkomende risico op stigmatisering. Je zou kunnen argumenteren dat volledige genderneutraliteit de meest evenredige oplossing voor iedereen biedt. Dat lijkt mij dan ook juridisch gezien de te verkiezen weg.”

De slag om het toilet

Publieke wc’s zijn een soort icoon geworden van de strijd voor meer rechten voor de transgendergemeenschap. Het lijkt futiel, maar dat is het niet. Wie zich niet eenduidig man of vrouw voelt, wordt er telkens mee geconfronteerd dat er geen plaats is voor die identiteit.

Ook krijgen transpersonen die er op zich geen probleem mee hebben een van de beide soorten toiletten te gebruiken, vaak opmerkingen van andere toiletgebruikers omdat ze er anders uitzien. Ze worden soms ­uitgescholden, aangevallen of ­voelen zich onveilig.

In de VS is vorig jaar een heuse juridische wc-slag ontstaan nadat de staat North Carolina een wet invoerde die bepaalde dat transpersonen naar de wc moeten die past bij het geslacht dat op hun geboortecertificaat staat. President Barack Obama mengde zich in het debat. De federale overheid vroeg scholen ondertussen om iedereen toe te laten tot het toilet naar keuze. Maar twaalf staten sleepten de overheid voor de rechter. Ze claimen dat ze moeten kunnen opleggen wie welk toilet gebruikt ‘om vrouwen en ­kinderen te beschermen’.

Geslachtsspecifieke toiletten afschaffen zou discussie en gescheld vermijden. Iedereen zou naar een genderneutraal toilet gaan. Die optie krijgt steeds meer ingang. Time kopte in mei vorig jaar: ‘De revolutie van de genderneutrale ­toiletten wint terrein’.

In onder andere San Francisco en New York zijn de publieke toiletten ondertussen uniseks. Ook Oxford University en steeds meer Nederlandse scholen en gemeenten voorzien in genderneutrale toiletten.

In ons land eist de arbeidswet­geving nog altijd dat werkgevers zorgen voor gescheiden toiletten. Een derde optie, een genderneutraal toilet dus, kan voorlopig een oplossing zijn voor mensen die zich niet thuis voelen in de klassieke hokjes. Ook zij verdienen een plek waar zij zich comfortabel voelen.

De Vlaamse overheid biedt intussen al de drie opties aan. “Er komen positieve reacties op”, zegt Cannoot. “De klassieke angst voor seksuele intimidatie speelt blijkbaar minder dan we denken.”

Treinen hebben bovendien al jaren uniseks ­toiletten.

Op de luchthaven

Fouillering door veiligheidsagenten, bijvoorbeeld op de luchthaven, zou geen probleem mogen zijn. Mensen zouden gewoonweg moeten ­kunnen aangeven door wie ze gefouilleerd willen worden, door een man of door een vrouw. De ­huidige m/v-scheiding is eigenlijk gebaseerd op angst voor seksualisering, maar die vrees uitsluiten kan nu al niet, aangezien je de geaardheid van de agent toch niet kent, want die is privé. Een ideale oplossing is er hier niet. Tenzij je mensen zou laten screenen door robots, maar zo ver staan we nog niet.

In het pashokje

Het is wettelijk niet verplicht om gescheiden pashokjes aan te bieden, maar de meeste ketens en winkels doen het wel uit angst voor seksuele intimidatie van het andere geslacht. In de praktijk krijgen transpersonen het lastig wanneer ze er ambigu ­uitzien. “Het hangt af van winkel tot winkel”, zegt Katrien Vanleirberghe van çavaria, de organisatie die opkomt voor holebi’s en transpersonen. “Grote ketens bekijken het vaak erg streng. Bij Primark gaat het zo ver dat mannen zelfs niet mogen komen kijken wanneer hun vrouw een kledingstuk past. Dat terwijl je in kleine boetieks, die soms mannen- én vrouwenkledij verkopen, vaak maar één pashokje hebt, dat dan per definitie genderneutraal is. Het moet mogelijk zijn dat ook elders toe te passen.”

Idealiter zouden ook pashokjes genderneutraal worden. Want waarom zouden mensen geen ­kleren mogen passen en kopen in de ­afdeling naar hun keuze?

Bij de dokter

“In naam van de volksgezondheid is het legitiem dat de overheid weet of je een mannelijke of vrouwelijke lichamelijke compositie hebt of iets ertussenin, zodat je de juiste scree­nings, medicatie, ingrepen en terugbetalingen krijgt”, zegt Cannoot.

Maar daarom is het niet nodig dat er m, v of x op je identiteitskaart staat. “Een praktische oplossing zou kunnen zijn dat een arts registreert wat de compositie van je lichaam is. Die informatie wordt opgeslagen in een databank die volledig volgens de privacywetgeving is afgeschermd en enkel voor medische doeleinden door de betrokken overheidsdiensten geraadpleegd kan worden. En dan is het ook belangrijk dat de oproepingsbrieven voor bijvoorbeeld borstkankerscreening niet automatisch aanvatten met ‘beste mevrouw’, dat de overheid dus niet meteen op basis van je lichamelijke compositie je genderidentiteit ­veronderstelt.”

In de sportclub

Naast de gevangenis is de ­sport­wereld de enige plek in onze maatschappij die volgens een strikte scheiding tussen m en v is gestructureerd.

Het enige echte probleem voor de sportcompetitie is voorkomen dat transvrouwen door hun oorspronkelijk mannelijke lichaam een oneerlijk competitief voordeel zouden hebben in de ­vrouwencompetitie. Daarom neemt het Internatio­naal Olympisch Comité (IOC) in zijn nieuwe richtlijnen enkel nog de ­hormoonwaarden als maatstaf. Concreet: transvrouwen met een te hoog testosterongehalte kunnen geweerd ­worden. Transmannen kunnen voortaan zonder beperkingen meedoen aan de mannencompetitie.

Recent gaf Sport Vlaanderen, de Vlaamse sportadministratie, een speciale brochure uit met advies voor sportfederaties en -clubs. Omdat er in de topsport en in de breedtesport andere belangen ­spelen, maakt de overheidsinstantie een onderscheid tussen beide, al is er in werkelijkheid een grijze zone.

Sport Vlaanderen roept de Vlaamse topsport op om de nieuwe richtlijnen van het IOC toe te passen. De recreatieve sportorganisaties geeft ze het advies om ‘open te staan voor de voorkeur van transpersonen’ en om een transgenderbeleid te ontwikkelen. Ze wil het besef laten doordringen dat mensen, en dus ook sporters, het recht hebben om hun gender uit te drukken op een manier die niet conform is aan de stereotiepe beelden die we van mannen en vrouwen hebben.

Wanneer de transpersoon geen enkele behandeling ondergaat, luidt het advies om de sporters te laten kiezen in welke categorie ze willen sporten. “Wanneer toch de indruk van een fysiek voordeel bestaat, lijkt het ons zinvol om stil te staan bij de vraag hoe relevant dit voordeel is”, zegt Jord Vandenhoudt van Sport Vlaanderen. “In sommige sporten is bijvoorbeeld niet kracht, die we met mannen en testosteron associëren, maar wendbaarheid de belangrijkste troef. Het zal hoe dan ook maatwerk zijn in overleg met alle betrokkenen. Om telkens discussie te vermijden, kunnen federaties een systeem met ‘schriftelijke toelatingen’ uitwerken en dat moet niet altijd op hormonentests gebaseerd zijn.”

Wanneer iemand wel een transitie ondergaat en er problemen zijn met fair play voor transvrouwen, volgen clubs bij voorkeur ‘de geest van het nieuwe beleid van het IOC’. Want voor kleinere clubs is het niet realistisch iedere sporter regelmatige hormonencontroles op te leggen. “Dat kunnen ze oplossen door transvrouwen bijvoorbeeld pas toe te laten deel te nemen aan de vrouwenreeksen zodra zij een hormoonbehandeling starten”, aldus Sport Vlaanderen.

Ook moedigt Sport Vlaanderen sportorganisaties aan om, indien praktisch haalbaar, genderneutrale kleedhokjes aan te bieden. Open communicatie met het hele team moet vooropstaan. Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt met het team, de sporter en uitbaters van sportfaciliteiten over het gebruik van toiletten, kleedkamers en douches. Zo verkiezen veel transgendersporters de kleedhokjes voor de scheidsrechters en douchen ze liefst apart.

Die hele evolutie binnen de sportwereld is een voorafspiegeling van wat er zou gebeuren mocht er geen m of v meer op onze identiteitsbewijzen staan. Dan moet je niet alleen rekening houden met de uitzonderingen die transpersonen zijn, maar de hele zaak herorganiseren. “Het IOC houdt enkel nog rekening met de hormoonwaarden. Die regel kun je dan voortaan voor iedereen toepassen”, zegt Cannoot.

Omdat niet alle clubs hormonencontroles kunnen uitvoeren, bepleit Cannoot nog een extra oplossing. “Je kunt biologische compositie bij de geboorte laten opslaan, en eventueel later medisch laten wijzigen. Atleten kunnen dat geheime register dan autonoom openen om te bewijzen tot welke categorie ze behoren”, zegt hij. “Als er dan nog twijfel is, kan hormonaal testen nog altijd. Met zo’n geheim register kun je eerlijke sportcompetitie blijven organiseren zonder dat er een m of een v op je identiteitsbewijs hoeft te staan.”

Wie is mama, wie is papa?

Wie is vader en wie is moeder wanneer m en v niet meer bestaan? In biologisch opzicht is het antwoord op die vraag doorgaans evident, behalve bij transpersonen die nog een kind kunnen krijgen volgens hun vorige identiteit. Voor hen is een nieuw specifiek afstammingsrecht op komst, waarin staat dat een transvrouw die nog een kind verwekt met eigen sperma of via medisch begeleide voortplanting meemoeder wordt, en dat een transman die nog een kind baart moeder zal worden. In alle andere gevallen zal het nieuwe geslacht de afstamming bepalen.

“Verder hoeft voor de afstamming niets ­speciaals geregeld te worden”, zegt professor familierecht Frederik Swennen (Universiteit Antwerpen). “Men kan daarnaast wel nog bepalen dat zwangerschapsverlof geldt voor de zwangere persoon, bevallingsverlof voor de bevallen persoon, zoogverlof voor de zogende persoon en ouderschapsverlof voor de ouders. Het Hof van Justitie van de EU heeft in enkele zaken al een functionele benadering gehanteerd. Met andere woorden: voortaan kijkt de wet naar je functie voor het kind en niet naar je geslacht.”

In het familierecht is nu nog sprake van genderspecifieke termen zoals ‘vader’ en ‘moeder’ als het gaat over gezag over het kind. Swennen: “Die kun je makkelijk vervangen door de neutrale termen ‘ouder één’ en ‘ouder twee’.”

Op die manier zouden ook andere lacunes opgelost kunnen worden. “Binnen de huidige wetgeving kunnen homoseksuele partners niet allebei afstamming van hun gezamenlijke kind laten registreren. Dat zou wel kunnen als je altijd met het neutrale ‘ouder één’ en ouder twee’ zou gaan werken”, zegt Cannoot.

Het glazen plafond

Hoe sla je verder gaten in het glazen plafond en bestrijd je discriminatie gebaseerd op geslacht als overheid, werkgevers en andere relevante ­instanties niet eens meer weten wat je geslacht is? Omdat de antwoorden daarop onduidelijk zijn, is de Vrouwenraad vooralsnog tegen de afschaffing van m/v.

“Wij zijn helemaal voor de toevoeging van x, zodat wie zich niet in m of v thuisvoelt die keuze krijgt”, zegt voorzitster Magda De Meyer. “Maar we kunnen niet akkoord gaan met het opdoeken van m/v, omdat het dan lastiger wordt discriminatie in kaart te brengen. Ons onderzoek toont aan dat vrouwen in het algemeen nog altijd ongelijk behandeld worden, op de arbeidsmarkt, in onderwijs en sociale zekerheid. Om dat aan het licht te brengen, hebben wij m/v-gegevens nodig.”

Volgens De Meyer is het nu zelfs nog altijd moeilijk om aan de m/v-cijfers te geraken. “Een voorbeeld is seksueel geweld”, zegt De Meyer. “In de criminaliteitsstatistieken van de politie ­kunnen we niet eens zien hoeveel vrouwen of mannen slachtoffer zijn en hoeveel dader. Door analyses op basis van m/v worden ook groepen mannen zichtbaar. Zo is ouderschapsverlof er zowel voor moeders als voor vaders, maar vaders nemen het veel minder op dan moeders. Dat weet je alleen als je weet hoeveel mannen en hoeveel vrouwen in je statistieken zitten. Wij hebben die gegevens nodig. Ze zijn net cruciaal om vrouwen of mannen en ook transpersonen uit ongelijke posities te halen en om effecten van beleid te meten.”

Frederik Swennen en Pieter Cannoot zien veel minder problemen voor discriminatie-onderzoek. Swennen: “Discriminatie op basis van ras en afkomst, religie en seksuele geaardheid pakken we ook aan en toch staat die informatie niet op je ­identiteitskaart vermeld. Vraag de mensen in je enquêtes en statistieken wat hun gender­identiteit is. Wie een onderzoek doet naar seksisme, kan de ondervraagden laten aangeven wat hun gender is.”

Maar dat is niet altijd een optie, stelt De Meyer. Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, treedt haar bij: “Geslachtsregistratie via de rijksregisternummers is wel degelijk nog nodig voor onderzoek naar discriminatie. In enquêtes kun je mensen wel vragen naar hun gender, maar het probleem is dat dat kleine groepen zijn. Om uitspraken over de hele bevolking te kunnen doen, heb je analyses van veel grotere groepen en liefst van de hele bevolking nodig. Wanneer er geen m/v-registratie meer is via de rijksregisternummers, zullen dat erg dure ­onderzoeken worden, waardoor ze minder zullen worden uitgevoerd.”

Er is echter ook een middenweg mogelijk. Discriminatie-onderzoek is belangrijk, maar het hoeft niet te betekenen dat op allerlei identiteitsbewijzen een m of een v blijft staan. Zo stelt onderzoeker Cannoot een databank voor waarin je biologische geslacht en je genderidentiteit ­worden opgeslagen. Die informatie zou dan alleen worden gebruikt voor onderzoek nadat de ­onderzoekers via een ethische commissie zijn gepasseerd.

Tegelijkertijd moeten we er volgens Stevens op toezien dat je geslacht of gender in bepaalde ­contexten vooral niet zichtbaar is. “Wanneer je geslacht bekend is, verbeteren proffen je examens anders. Ook de algoritmes op sociale media werken op basis van je geslacht, waardoor mannen en vrouwen erg genderstereotiepe marketing te zien krijgen. In die situaties moet m/v zeker ­wegvallen.”

Ook voor sollicitaties en samenstellingen van raden van bestuur zou er geen probleem mogen zijn. Swennen: “Laat de mensen zelf verklaren tot welke gendercategorie ze behoren. Beslis ad hoc met als doel de raden van bestuur en het ­personeelsbestand genderevenwichtig te maken. En installeer alarmbelprocedures wanneer het uit evenwicht dreigt te raken. Maak protest ­mogelijk.”

Dat zegt ook Cannoot en hij benadrukt dat de vrees voor fraude, bijvoorbeeld omdat een ­organisatie meer vrouwen wil aantrekken, ­ongegrond is. “Iemands gender is geen keuze of ­lichtzinnige gril, en wie het faket valt toch door de mand.”

Op het werk

In de afdeling werk en jobs is gestaag vooruitgang geboekt wat betreft gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Maar discriminatie en ongelijkheid zijn zeker de wereld nog niet uit. M/v afschaffen zou het voor werkgevers op papier onmogelijk maken te discrimineren.

In de realiteit heeft iedereen natuurlijk wel een uiterlijk op basis waarvan anderen veronderstellingen maken over je geslacht en genderidentiteit. Bovendien kiezen mannen en vrouwen om ­allerlei redenen ook vaak zelf nog voor genderstereotiepe jobs en functies. Zeker in het lager onderwijs en de zorg, waar de overgrote meerderheid van de werknemers vrouwen zijn, en in de hoogste bastions van de academische wereld en de bedrijfswereld, waar vooral mannen werken, komt dat naar voren.

Daardoor zal een totaal neutrale omgang, ook op de werkvloer, wellicht nooit mogelijk zijn. Mensen delen de wereld nu eenmaal in volgens categorieën, om ze behapbaar te maken. Als je wilt weten of je collega of baas een man of een vrouw of een x is, zul je het moeten vragen. Dat het geslacht niet meer geregistreerd staat, maakt het moeilijker om iedereen door de m/v-bril te bekijken en dat kan alleen maar voordelen ­hebben.

Op school

Op school bestaat genderneutraliteit nu niet, ondanks pogingen daar iets aan te doen. En het zou naïef zijn aan te nemen dat wanneer je m/v afschaft, jongens en meisjes ook gelijk behandeld zouden worden. Want ook al ban je de meest opvallende stereotiepe elementen, zoals een aparte poppenhoek voor meisjes, de strakke opdeling tussen m en v gebeurt vooral op een veel dieper niveau.

“Er is aangetoond dat leerkrachten onbewust strenger zijn voor jongens dan voor meisjes, zelfs bij gelijkaardige gedragspatronen en niveaus van kennis”, zegt professor pedagogie en gender Els Consuegra (VUB/UGent). “Dat is het gevolg van stereotiepe beelden die we ons – en dus ook leerkrachten – door de jaren heen eigen maken. Mannen zien we als agressief en luid, vrouwen als volgzaam en rustig. Onbewust maken we ons die beelden eigen en dat kan een invloed hebben op ons gedrag. Een leerkracht staat bijvoorbeeld met de rug naar de klas op het bord te schrijven, hoort iemand praten, en veronderstelt automatisch dat het een jongen is. Net in die automatismen schuilt het gevaar voor stereotiepe vooroordelen.”

Dat is niet zo onschuldig als velen denken. “Meisjes scoren op eenzelfde toets meetkunde slechter als de toets ingeleid wordt als een toets wiskunde, dan als een toets tekenen omdat ze zelf zijn gaan geloven dat meisjes slechter zijn in wiskunde”, zegt Consuegra.

M/v afschaffen zou in het onderwijs volgens de onderzoekster “symbolisch een heel mooie vooruitgang zijn. Maar de échte verandering moet op een veel dieper niveau plaatsgrijpen, in de hoofden. We kunnen niet ontkennen dat onze identiteit in belangrijke mate wordt bepaald door ons lichaam. Pas wanneer bij iedereen echt doordringt dat m/v-stereotypen die we automatisch toepassen vooral aangeleerd zijn, zal het onderwijs genderneutraler zijn. Geslachtsregistratie afschaffen volstaat niet om dat te bereiken”.

In de taal

In onze Nederlandse taal bestaat genderneutraliteit niet. We gebruiken mannelijke en vrouwelijke voornaamwoorden (hij/zij/zijn/haar/hem...) om naar iemand te verwijzen. We delen de maatschappij daardoor ook onbewust taalkundig op in twee mogelijkheden: man of vrouw. Mensen die niet in een van de twee hokjes passen, voelen zich daar erg oncomfortabel bij.

In de Engelse taal wordt ‘they/their’ gebruikt om te verwijzen naar iemand die genderneutrale voornaamwoorden verkiest. Onder andere The New York Times past dat gebruik consequent toe wanneer ze over transgenderpersonen bericht. In 2015 werd ‘they’ als neutraal enkelvoud zelfs ­uitgeroepen tot Woord van het Jaar door de American Dialect Society. Naar analogie met het Engels verkiezen veel mensen met een non-binaire genderidentiteit vandaag de voornaamwoorden ‘die/hun’ of ‘hen/hun’ in het Nederlands.

Dat het niet per se een probleem hoeft te zijn om over elkaar te spreken zonder iemands gender te onthullen, zie je in het Mandarijn, de taal die door de meeste mensen ter wereld wordt gesproken. Die heeft een genderneutraal voornaamwoord: tā, dat zowel ‘hij’, ‘zij’ als ‘het’ betekent. En in Zweden is onlangs naast hon (zij) en han (hij) nu ook hen nieuw leven ingeblazen. Het werd in 1966 bedacht en in 2014 opgenomen in de woordenlijst van de Svenska Akademien. De neutrale vorm is ondertussen standaard in overheidsdocumenten, op genderneutrale scholen en vindt steeds meer ingang bij jongeren.

Met de invoering van een genderneutraal voornaamwoord stappen we uit het hokjesdenken. Hoe meer personen zich zullen outen als non-binair, hoe vaker we het zullen gebruiken en hoe meer vertrouwd we zullen raken met een genderdiverse samenleving.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234