Zaterdag 31/07/2021

Toiletrolwerpen of crowdsurfen?

Zo'n 108 optredens, gespreid over twee dagen en zeven podia: dat was het lokaas waarmee de organisatoren van Pukkelpop vrijdag 35.000 en zaterdag 45.000 toeschouwers naar een weiland in Hasselt-Kiewit deden verhuizen. Met een programma dat de grenzen van de alternatieve rock, dance en hiphop aftastte werd een breed publiek bediend, maar het succes van Limp Bizkit, Slipknot, Therapy? en Cypress Hill bewees toch dat vooral de afgeleiden van metal en rap bij het jonge volkje momenteel razend populair zijn. Doden vielen er, op een onfortuinlijke egel na, niet. Wel werd zaterdag in een ziekenhuis in Hasselt de eerste Pukkelpop-baby geboren.

Hasselt-Kiewit

Van onze verslaggever ter plaatse

Wie tijdens Pukkelpop regelmatig van het ene podium naar het andere pendelde, had tegen zaterdagnacht een respectabel aantal kilometer in de benen zitten. Dat is geen klacht: zo zorgden de initiatiefnemers er tenminste voor dat de lichamelijke conditie van de Vlaamse jeugd een beetje op peil bleef. Maar hoe het na een weekeindje decibels met hun gehoor is gesteld, moet de nabije toekomst uitwijzen. Wie vanochtend doof is ontwaakt, heeft dat misschien wel te danken aan Queens of the Stone Age, vier potige Amerikanen die inderdaad uit het stenen tijdperk leken te stammen. Hun jongste cd, Rated R, is vrij genietbaar, maar op het hoofdpodium klonken hun tussen stoner rock en desert metal laverende nummers vrijdag vooral als een aanslag op de eustachiusbuizen. De slechts in zijn tatoeages geklede bassist Nick Oliveri slingerde minstens zo vervaarlijk met zijn klokkenspel als met zijn andere instrument, maar raakte nauwelijks verder dan primaire drampunk. Gelukkig bracht ex-Kyuss-gitarist Josh Homme het er achter de microfoon een stuk beter af, wat alsnog prima versies opleverde van 'Lightning Song' en 'The Lost Art of Keeping a Secret'.

Het Franse Superfunk leverde dit jaar met Hold Up een leuke verzameling elektronische disco af, maar in de danstent bleek het trio plots te zijn gereduceerd tot één enkele dj die, occasioneel begeleid door twee breakdancers en wat abstracte filmbeelden, doodleuk plaatjes stond te draaien. Het publiek kon zich moeiteloos uitleven op de aangereikte mix van samba-, salsa- en funkmotiefjes, maar qua concertervaring sloeg dit natuurlijk nergens op.

Dan liever de vijf All American Boys uit Kansas City, die door het leven gaan als The Get Up Kids en het Marquee-publiek kwamen verblijden met pittige powerpunkpop waarin je beurtelings affiniteiten herkende met het werk van Hüsker Dü, Weezer, de Foo Fighters en Lit. Niets nieuws onder de zon, maar wel gebald, gedreven, overtuigend en met passie gespeeld. De veiligheidsmensen hadden hun handen vol met de crowdsurfers, die tijdens opwindende liedjes als 'Ten Minutes' bij bosjes uit de hemel vielen. De toetsenman ontpopte zich als een waar fenomeen en een van de zangers-gitaristen nam afscheid met de geruststellende boodschap dat "even if you're straight edge, you can still have non-alcoholic beer for breakfast". Benieuwd hoeveel festivalgangers zijn raad ter harte zullen nemen.

Hét hoogtepunt van de eerste Pukkelpop-dag werd opgetekend in de clubtent, die zowaar al enkele maten te klein bleek om alle belangstellenden voor Hooverphonic te kunnen herbergen. Het Waaslandse trio, met een verbeten Alex Callier op bas, liet zich bijstaan door een livedrummer en een pianist, stoeide meer dan ooit met rock en dub en kwam bij momenten zelfs behoorlijk noisy uit de hoek. Oudere nummers als '2 Wicky' en een verrassende triphopjazzfunkcover van Iron Butterfly's 'In-A-Gadda-Da-Vida' werden afgewisseld met materiaal uit de gloednieuwe cd The Magnificent Tree, dat live al aanzienlijke gedaanteveranderingen had ondergaan. Zo werd de Satie-component van 'Vinegar & Salt' nog sterker aangedikt en kreeg 'L'Odeur Animale' een kleurig Braziliaans jasje aangemeten. Ook 'Mad About You' en die andere potentiële hit, 'Jackie Kane', klonken ijzersterk. Zangeres Geike Arnaert, die inmiddels veel aan zelfvertrouwen en podiumvastheid heeft gewonnen, liet zich afwisselend kennen als een onweerstaanbare sirene en een soulvolle diva. Alleen moet ze dringend iets doen aan haar truttige bindteksten: die waren namelijk een Vlaamse kermis waardig.

Rootsmuziek op Pukkelpop: het gebeurt niet alle jaren. Maar zanger-slidegitarist Luther en drummer Cody van de North Mississippi Allstars zijn niet alleen zonen van Memphis-legende Jim Dickinson; ze zijn, getuige hun debuut-cd Shake Hands With Shorty, ook zelf voorbestemd legendarisch te worden. Het kwartet, verder aangevuld met een imposante zwarte bassist en een toetsenman, serveerde blues en southern boogie, musiceerde zaterdagmiddag in de Marquee opvallend hecht en keek niet op een solootje meer of minder. Deze lieden beheersen hun idioom, zoveel is zeker. Toch had het allemaal wat strakker en explosiever gemogen, zeker na hun memorabele set in de Brusselse AB.

Na het bezwerende maar niet door iedereen even fel gesmaakte concert van het IJslandse Sigur Rós in de club keken we reikhalzend uit naar de zoveelste doortocht van Grandaddy, een Californisch kwintet dat onlangs het baardgehalte van de rock aanzienlijk wist op te krikken. De groep leverde met The Sophtware Slump al een van de betere platen van dit jaar af en overtuigde met haar combinatie van broze, melodieuze gitaarpop en borrelende elektronica ook in Hasselt-Kiewit van het eerste tot het laatste moment. Voorman Jason Lytle, die zich veertig minuten lang schuilhield achter zijn keyboards en onder zijn baseballpet, had zijn gitaar met lokale gewassen versierd, wat ons prompt tot de term 'druïdenrock' inspireerde, en wisselde ouder werk zoals 'Summer Here Kids', 'A.M. 180' en 'Laughing Stock' af met recentere songs over afgedankte huishoudtoestellen of seks met robots. Al luisterend kreeg je af en toe visioenen van Pink Floyd, Neil Young, The Beach Boys of ELO, maar dat was geen punt: 'Crystal Lake', 'Chartsengrafs' en 'Hewlett's Daughter' klonken immers een voor een onweerstaanbaar. Een weinig spectaculair maar voortreffelijk optreden.

Dat oordeel leek aanvankelijk ook van toepassing op het gezelschap rond Joey Burns en John Convertino, ook bekend van Giant Sand. De liedjes van Calexico zijn als woestijnzand: er groeien stekelige cactussen in en er kronkelen gevaarlijke slangen in rond. Hot Rail, de jongste plaat van het vijftal, is zowel schatplichtig aan Lee Hazlewood als Ennio Morricone en wordt er almaar filmischer op. Mooi, al beschikte Burns, zeker als zanger, over onvoldoende charisma om de aandacht van het publiek een set lang vast te houden. Het was dus een slimme zet een met sombrero's uitgedoste mariachiband te hulp te roepen: op die manier werd de countryrock van Calexico gekruid met Mexicaanse pigmenten én bijgekleurd met onder meer trompet, viool, guitarrón en Spaanse warmbloedigheid. Het publiek waande zich in een cantina in het zonovergoten Tijuana en raakte, bij het horen van zoveel aanstekelijke conjuntomuziek, dermate door het dolle heen dat er wel een toegift móést komen.

De prestatie van Calexico stond wel in schril contrast met de ontzagwekkende energieontlading van Therapy? op het hoofdpodium. Andy Cairns en de zijnen sloten op Pukkelpop hun tournee af en deden precies wat de verhitte fans van hen verwachtten: een luidruchtig feestje bouwen en het volk opjutten met gedreven buskruituitvoeringen van 'Die Laughing', 'Stories' en 'Going Nowhere'. De trendspotter in ons merkte op dat toiletrolwerpen als uiting van enthousiasme steeds populairder wordt. Therapy? zelf kon dus niet achterblijven en sloeg doodleuk haar hele installatie in de prak.'Fan-fucking-tastic', als we Cairns nog even mogen citeren.

Volgens presentator Luc Janssen is de muziek van Ween "de enige die past in een dwangbuis", maar dat is overdreven. Goed, zanger Gene en gitarist Dean Ween (geen broers, maar ze doen alsof) zijn prettig gestoord, leggen een merkwaardige voorliefde voor scatologie en onderbroekenlol aan de dag en beheersen een verbluffend amalgaam van muziekstijlen, maar na tien jaar zijn de subversiefste kantjes er een beetje af en is het duidelijk dat hun incongruente wereldbeeld gewoon een voortzetting is van dat van lieden als Zappa, The Fugs en Dr Hook & The Medicine Show. De jongste tijd klinkt Ween steeds vaker als een conventionele rockband met een hang naar cabaret. Uit de bloemlezing die de heren voor Pukkelpop hadden gereserveerd, bleek zelfs dat ze echte liedjes kunnen schrijven. Het op funkbenen rondhuppelende 'Voodoo lady', het frivole 'Bananas & Blow', de galopperende country van 'Waving My Dick in the Wind', de springerige pop van 'Even if You Don't', de smartlapperij van 'Mr, Would You Please Help My Pony?', de murder ballad 'Buenas Tardes Amigo', al deze pareltjes van slechte smaak werden door het publiek woord voor woord meegebruld, zodat we al bij al van een amusante set kunnen gewagen.

Ook de Mexicaanse dance-act Titan bracht ons aan het lachen, al was het maar omdat de bassist zich zoveel geforceerde sterallures aanmat dat het ronduit potsierlijk werd. Het kunstje van het kwartet - elektronische disco en house vermengen met surfgitaren, gesamplede slogans en fragmenten uit oude vinylplaatjes - klonk soms wel onderhoudend (zie: '1,2,3,4' en 'Corazón') maar ook een tikje belegen, zodat we ons even na middernacht geeuwend naar de uitgang begaven. Ook wie pukkels kweekt, heeft af en toe een schoonheidsslaapje nodig. (DS)

Gene en Dean Ween leggen merkwaardige voorliefde voor scatologie en onderbroekenlol aan de dag, maar beheersen verbluffend amalgaam van muziekstijlen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234