Donderdag 05/08/2021

Toeschouwers worden deelnemers

dans

'alibi' van choreografe meg stuart en scenografe anna viebrock toont primaire conflicten in een stuk niemandsland

Vorige maand ging in Zwitserland Alibi in première, de eerste voorstelling die Meg Stuart en haar gezelschap Damaged Goods in residentie in het Schauspielhaus Zürich maakten, en die vanaf donderdag in het Brusselse Kaaitheater te zien is. Na de 'roadshow' Highway 101 keert de choreografe met deze productie terug naar een klassiekere theatrale situatie, waarvoor ze de handen in elkaar sloeg met de gerenommeerde Duitse scenografe Anna Viebrock.

Zürich / Van onze medewerkster ter plaatse

Sally De Kunst

De gerenoveerde scheepswerf Schiffbau, het tweede huis van het Schauspielhaus Zürich en de locatie waar Alibi speelt, lijkt met onder meer de reusachtige Halle, de middelgrote Box, verschillende kleinere studio's, een binnenplaats voor openluchtvoorstellingen en een in onze contreien niet eerder gezien decoratelier een droomlocatie voor theatermakers. "De gedachte dat hier vroeger schepen werden gebouwd - toch niet de normaalste zaak van de wereld in een land als Zwitserland - is geen slechte vertrekbasis om theater te maken", zo bevestigde artistiek directeur Christoph Marthaler dit vermoeden ooit met een kwinkslag in een interview.

De Duitser Marthaler (50) ving zijn eerste seizoen als directeur van het Schauspielhaus aan in september 2000, het moment van de inauguratie van de Schiffbau. In zijn kielzog volgde een aantal van zijn naaste medewerkers, waaronder scenografe Anna Viebrock (50), al tien jaar de bedenkster van de unheimliche universa van Marthalers opera's en theatervoorstellingen en door Theater Heute al meermaals uitgeroepen tot 'Bühnenbildnerin des Jahres', maar werden ook nieuwe mensen als choreografe Meg Stuart (36) aangezocht om in Zürich te komen werken.

Stuart, wier gezelschap Damaged Goods vanaf dit seizoen structureel gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap, bekent dat ze lang heeft nagedacht om tot 2004 in residentie te gaan bij het Schauspielhaus: "Mijn potentiële angsten om aan een huis verbonden te zijn verdwenen echter na een paar gesprekken als sneeuw voor de zon. De afspraak is dat ik hier één productie per seizoen zal maken, en dat ik mijn onafhankelijkheid bewaar. Door die condities heb ik niet het gevoel dat ik individueel verantwoordelijk ben voor de hele zaak, maar wel dat ik deel uitmaak van een team. Ik was overigens al langer een bewonderaar van Christoph Marthalers werk, en hier kan ik van nabij volgen hoe hij en andere kunstenaars grotere producties maken."

Het gebouw verkende Stuart al tijdens de laatste stop van Highway 101, haar reizend project dat ze telkens vanuit een andere ongewone locatie in Europa ontwikkelde. "Het is een alternatieve manier van werken", verduidelijkt ze, "eerst het gebouw voorzichtig leren kennen en er pas dan een band mee aangaan. Ik denk dat, met Highway 101 ertussen, de stap naar een theatrale situatie in de Schiffbau binnen een vooropgestelde tijdspanne en in een bepaalde ruimte logisch was. Overigens, hoewel we nu met Alibi in de Box in een klassiekere opstelling spelen, waarbij het publiek op een vaste plaats zit, heb ik het gevoel dat de toeschouwers veel dichter bij het werk staan dan in Highway 101. Dat is vreemd, want in Highway had je situaties, zoals de lounge met sofa's, waar publiek en performers erg dicht bij elkaar kwamen. En toch was er net daar de grootste barrière..." Anna Viebrock vult aan: "Het idee was om door hier in de lengte van de Box te spelen, de toeschouwers het gevoel te geven dat ze tot de scène behoren, dat ze deelnemen aan het gebeuren."

Dat voornemen lijkt aardig gelukt. Viebrocks ingrepen op de betonnen Box spreken erg tot de verbeelding: de schaarse ruimte met afgebladderde verf aan de muren (die voor de tournee van Alibi minutieus werd nagebouwd in het decoratelier van de Schiffbau, SDK) met links twee bureaus, rechts een soort hok voor sportcommentatoren en voorts enkele zorgvuldig uitgezochte voorwerpen als een basketbalring, een munttelefoon en een doorgelegen matras, geven je afwisselend het gevoel een toeschouwer te zijn in een sportzaal in het voormalige Oostblok, een executieruimte van een gevangenis of een concentratiekamp. Bovendien interveniëren de performers in dit verstoord werkelijkheidsbeeld regelmatig met het publiek.

In dat universum heeft Stuart ook samen met Viebrock, die voordien nooit eerder met projecties in haar bühneontwerpen werkte, getracht de beelden van videast Chris Kondek te integreren. In het midden van de achterwand brokkelt de set abrupt af, en is er wat Viebrock "een stuk niemandsland" noemt, dat regelmatig gevuld wordt met betekenisvolle videofragmenten. De frenetieke bewegingen van de zeven performers en de dwangmatig repetitieve teksten die Tim Etchells van Forced Entertainment schreef, krijgen steeds andere, confronterende connotaties.

"Dat is waar ik van hou", zegt Stuart. "De ruimte die Anna heeft ontworpen is concreet, maar tegelijkertijd is ze open genoeg om voortdurend geherdefinieerd te worden. In relatie tot het bewegingsmateriaal zal iedereen andere betekenissen herkennen. De dans wordt immers gereduceerd tot een primair conflict, maar tegelijkertijd is het zeer intiem, is er een raar soort seksualiteit aanwezig." Viebrock sluit zich daarbij aan: "Alles wordt een metafoor. In de eerste episode van de voorstelling veranderen de gevechten tussen de performers constant in omhelzingen en vice versa. Je weet op de duur ook niet meer wie de manipulatoren zijn, en wie de slachtoffers."

"We zijn stap voor stap tot die context gekomen", gaat Viebrock voort. "We hebben ons laten inspireren door films, boeken, Magnum-foto's en door de dialoog met de dansers, de acteurs, de videast, met geluidskunstenaar Paul Lemp. Voor mij was dat een nieuwe manier van werken. Christoph Marthaler aanvaardt meestal dat ik het decor bij het begin van het werkproces vastleg, wat hen inspireert. Maar nu kon ik dat niet doen, want ik kende Meg niet. (tot Stuart) Het was ook zo sterk wat je in gedachte had. Ik had nooit verwacht dat het resultaat zo dicht zou liggen bij de initiële ideeën..."

Een van die initiële uitgangspunten was de dunne grens tussen engagement en fanatisme. "We zijn vooral vertrokken vanuit secundaire bronnen, niet vanuit onze eigen ervaringen", legt Stuart uit. Ze refereert spontaan aan het instorten van de WTC-torens in New York, een gebeurtenis die het repetitieproces van Alibi doorkruiste: "Zelfs 11 september hebben we gevolgd op CNN, wat ook een secundaire bron is. Het heeft een zeker effect gehad op de voorstelling, maar het staat niet centraal, het is veeleer een narratief element. Een collectieve filter als het ware, waardoor je het werk bekijkt."

Toch blijken er ook persoonlijke ervaringen ten grondslag aan Alibi te liggen. "Ik denk dat ik wel een zekere angst had om tijdelijk van Brussel naar Zürich te verhuizen", bekent Stuart. "Deze stad heeft een hele andere geschiedenis, de mensen hier gaan anders om met zichzelf, met hun lichaam... Tegelijkertijd ben ik iemand die zich nooit echt zal settelen of integreren in een cultuur. Passing by is een soort statement in mijn werk. Ik heb het gevoel dat ik mijn obsessies overal met me meeneem."

Alibi van Meg Stuart/Damaged Goods speelt van 13 tot 15 en van 18 tot 20 december, telkens om 20.30 uur, in het Kaaitheater, Sainctelettesquare 20, 1000 Brussel. Info: 02/201.59.59. of www.kaaitheater.be. Nadien nog op 22 en 23 februari op Klapstuk (Leuven), van 14 tot 17 mei in deSingel, (Antwerpen), op 20 mei in CC De Velinx (Tongeren) en op 7 en 8 juni in het Cultuurcentrum Brugge, in het kader van Brugge 2002. Info: 02/513.25.40. of www.damagedgoods.be. Naar aanleiding van Alibi wijdde het tijdschrift A-Prior een themanummer aan Meg Stuart. Te koop in de boekhandel of theaterbookshop (VTi, Kaaitheater, Monty, De Velinx, Stuk). Info: 02/414.98.30.31.

Een van de uitgangspunten is de dunne grens tussen engagement en fanatisme

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234