Dinsdag 13/04/2021

Toerisme

Toeristen laten het massaal afweten in Zuidoost-Azië: ‘Er is nul handel’

Toeristen poseren voor de tempel van Angkor Wat temple in Cambodja. In normale tijden is het hier over de koppen lopen. Beeld EPA
Toeristen poseren voor de tempel van Angkor Wat temple in Cambodja. In normale tijden is het hier over de koppen lopen.Beeld EPA

Verlaten tempelcomplexen, lege hotels, weinig vertier; het strenge coronaregime laat niemand onberoerd in Cambodja, waar de plaatselijke bevolking haar belangrijkste inkomstenbron (het toerisme) ziet opdrogen. ‘In andere jaren had ik twintig medewerkers voor me lopen. Nu ben ik hier alleen met mijn moeder.’

Het is tegen de verwachting in een lawaai van jewelste in de verlaten tempels van Angkor. Nu de toeristen weg zijn, hebben insecten het Cambodjaanse tempelcomplex overgenomen. Vanuit het oerwoud heerst onophoudelijk het schrille geluid van de bruingele cicaden.

Verlaten zijn de boeddhistische tempels ook niet echt. De bewakers zitten nog trouw op hun post, vaak verzonken in hun telefoon. En in de Ta Prohm-tempel, bekend van de Hollywoodfilm Lara Croft: Tomb Raider, zijn drie Cambodjaanse stellen met een crew in de weer voor hun trouwreportage. Dit is voor hen de kans om in een 13de-eeuws decor hun huwelijksportret te maken.

Vóór corona was dat onmogelijk. Toen dromden hier honderden Chinese en Koreaanse toeristen door de smalle gangetjes, vormden rijen voor de houten selfie-platforms en trokken massaal hun camera’s voor de plek waar een boom spectaculair door een muur is gegroeid.

Toeristen aan de tempel van Angkor Wat. Beeld AFP
Toeristen aan de tempel van Angkor Wat.Beeld AFP

Geen hond

Vorig jaar kwamen 2,2 miljoen toeristen af op dit werelderfgoed in het noorden van Cambodja; een complex met tientallen visueel overrompelende tempels die op sommige plaatsen bijna een zijn geworden met het oerwoud eromheen. Maar vanwege corona blijven ze dit jaar weg. Ook andere Aziatische trekpleisters moeten het dit seizoen doen zonder buitenlandse bezoekers. Bali, Sabah, Phuket, Halong Bay en Angkor: er komt geen hond.

Voor de miljoenen Aziaten die werkzaam zijn in de toeristenindustrie is dat een ramp. Je ziet het in Siem Reap, de Cambodjaanse stad naast Angkor die groot is geworden dankzij het toerisme. Alles functioneert nog, maar het oogt doods. Veel hoteldeuren zijn vergrendeld en het is zoeken naar restaurants die nog open zijn.

De 36-jarige Horn Bovorn, eigenaar van Bou Savy Guesthouse, behoort tot de kleine groep die volhoudt. Vaak tegen beter weten in. “Er is nul handel. In het weekend en tijdens nationale feestdagen krijgen we weleens wat Cambodjanen over de vloer, maar het zijn er echt heel weinig.”

Bou Savy is een typisch backpackersoord met kamerprijzen tussen de 10 en 30 dollar, inclusief ontbijt. Normaal gesproken puilde het hostel in december uit, met vooral Franse en Britse gasten. Nu vangen de reisgidsen in de boekenkast stof en hangt er een laken over de ‘authentieke’ maskers die Horn verkoopt. “In andere jaren had ik twintig medewerkers voor me lopen. Nu ben ik hier alleen met mijn moeder.”

Om te eten en de hypotheek te kunnen betalen, teerde Horn de afgelopen maanden in op zijn spaargeld. Toen dat op was, zette hij de bijlessen Engels van zijn kinderen stop. Daarna verkocht hij zijn auto en een stuk grond waarin hij had geïnvesteerd. En toen dat geld op was? Horn laat de kale vingers van zijn hand zien. “Zelfs mijn trouwring heb ik moeten verkopen. Voor mijn vrouw en mijn moeder geldt hetzelfde.”

Het hotel verkopen, Horns enige overgebleven bezit, is geen optie: de familie woont er zelf. “Het enige wat rest, is geld lenen bij familie.”

Streng regime

Toen het coronavirus uitbrak, zette Cambodja een streep door de afgifte van toeristenvisa. Nog altijd mogen buitenlanders alleen met een zakenvisum het land in. Daar moeten ze wel drie coronatesten en twee weken hotelquarantaine voor over hebben. De andere Aziatische landen hebben een soortgelijk streng regime. Het regionale vliegverkeer ligt al maanden nagenoeg stil en reisbubbels komen niet of nauwelijks van de grond.

Mede door dit kordate optreden hebben landen als Cambodja, Vietnam en Thailand het virus onder controle. Maar het heeft ook een prijs. In 2019 was de Cambodjaanse toeristenindustrie met 6,6 miljoen bezoekers goed voor maar liefst 20 procent van het bnp. De overheid vreest dat het zeven jaar kan duren voordat de sector terug is op het niveau van voor corona.

Toch wordt de vraag of de economische schade niet te groot is, nauwelijks gesteld. De volksgezondheid is heilig. Regeringsleiders die de grenzen dichthouden, zien zich gesteund door een grote meerderheid van de bevolking. Bij verkiezingen in Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland wonnen de regeringspartijen fors, vooral dankzij het strenge coronabeleid.

Monniken in Angkor Wat. Beeld EPA
Monniken in Angkor Wat.Beeld EPA

Zelfs onder de slachtoffers van de maatregelen hoor je geen wanklank. Neem de 37-jarige reisgids Uk Leda, die de afgelopen elf jaar toeristen door Angkor gidste. Ze leerde Engels door naar de BBC en CNN te kijken, haalde een diploma als gids en hengelde een freelance contract bij een grote touroperator binnen. In het hoogseizoen verdiende ze inclusief fooi soms wel 1.300 dollar per maand – een astronomisch bedrag voor de gemiddelde Cambodjaan. Nu zit ze al acht maanden zonder werk en dus zonder inkomen. Uitkeringen bestaan hier niet. “Tot nu toe kan ik met mijn spaargeld uit de voeten, maar als het nog een jaar zo doorgaat, kom ik in de problemen”, zegt Uk.

Geëmotioneerd vertelt ze over haar vrienden in Siem Reap, voor wie de situatie penibeler is. Ze hebben kinderen en hypotheken die afgelost moeten worden. “Ze sjouwen noodgedwongen stenen in de bouw voor 8 dollar per dag.”

Toch steunt Uk de beslissing van de Cambodjaanse premier Hun Sen om toeristen te weren. “Ik ben normaal gesproken geen fan van hem, maar in dit geval doet hij het goed”, aldus Uk. “Cambodja is een arm land en als het virus zich hier verspreidt zullen het de arme mensen zijn die lijden en sterven.”

Reizigers van eigen bodem

Sommige landen in Azië proberen het binnenlandse toerisme te stimuleren om de terugloop aan buitenlandse bezoekers te compenseren. Zo lanceerde Vietnam de campagne ‘Vietnamezen reizen in Vietnam’, om de resorts gevuld te krijgen met reizigers van eigen bodem. Ook hotels in Cambodja schermen met grote kortingsacties om vakantiegangers te trekken. Het probleem is niet alleen dat veel mensen in deze landen überhaupt geen vakantie kunnen betalen. De middenklasse die wel op pad gaat, geeft vaak veel minder uit dan de buitenlanders.

Het gevolg is dat ‘Pub Street’, ooit het feestcentrum van Siem Reap, nu een macabere plek is geworden. De neonlichten zijn uit, de Angkor What? Bar donker en dicht en in de Temple Club is het meubilair op elkaar gestapeld. De serveersters, barmannen en koks zijn verdwenen, evenals de tuktuks – motortaxi’s met kar – die de toeristen na het uitgaan terug naar het hotel reden.

De 38-jarige tuktuk-chauffeur Morm Meurt was een van hen. Overdag reed hij groepjes toeristen langs de tempels van Angkor. Tijdens drukke weken overnachtte hij in zijn tuktuk. Zijn inkomen lag tussen de 200 en 300 dollar per maand, genoeg om het maandelijkse hypotheekbedrag te betalen en zijn twee kinderen naar school te sturen.

null Beeld AFP
Beeld AFP

Nu treffen we Morm, die een voetbalshirt draagt van het Italiaanse nationale elftal, op de varkens- en kikkerboerderij van zijn ouders in het gehucht Leang Dai. Net als veel anderen in de toeristenindustrie is hij terug in zijn geboortedorp.

Morm toont vijf met een net afgesloten vijvers, waarin elk een kleine duizend kikkers door elkaar krioelen. Ze zijn bedoeld voor de particuliere verkoop, maar die verloopt moeizaam. “Het zijn geen makkelijke tijden, want mensen hebben weinig te besteden.”

Dankzij de opbrengsten van de boerderij en het feit dat zijn vrouw haar baantje als schoonmaakster in een van de Angkor-tempels heeft behouden, kan het gezin de vaste lasten nog altijd betalen. Maar leuk is anders, benadrukt de boerenzoon, die liever vandaag dan morgen weer op zijn motor zou springen. “Ik mis het werk als chauffeur. Het enige wat ik nu hoef te doen is zorgen dat de dieren te eten hebben. Verder loop ik maar wat rond om hout te sprokkelen”, aldus Morm. “Ik verveel me stierlijk.”

Thailand (40 miljoen bezoekers per jaar, toerisme 20 procent van bnp)

Thailand is een van de eerste landen in Azië waar toeristen weer welkom zijn. Het land introduceerde een ‘speciaal toeristenvisum’ voor buitenlanders die beloven minstens dertig dagen in het land te blijven. Het visum is maximaal 270 dagen geldig. Reizigers moeten na aankomst wel twee weken in quarantaine, maar de Thaise minister van Toerisme sprak van een ‘wellnessquarantaine met massages, spa en golf’.

Aanvankelijk was het visum alleen beschikbaar voor reizigers uit ‘veilige landen’ en dan vooral Chinese toeristen. China is voor de toerismesector hofleverancier: in 2019 kwamen er 11 miljoen Chinezen en dat leverde Thailand zeker 15 miljard euro op. Probleem is dat China zijn burgers voorlopig vraagt in eigen land op vakantie te gaan. Dus geen Phuket dit jaar, maar Hainan.

Omdat de opkomst uit China tegenviel, is het toeristenvisum nu voor iedereen verkrijgbaar. De prijs inclusief quarantaine bedraagt 760 euro per persoon. Het riep her en der de vraag op of Thailand hiermee voorsorteert op een ander soort toeristen. De Thaise overheid roept al jaren dat het meer kwaliteitstoerisme wil: minder backpackers, sekstoeristen en groepsreizigers en meer goed spenderende toeristen uit de middenklasse en daarboven. Misschien dat de coronacrisis een keerpunt blijkt te zijn.

Bali (6,3 miljoen toeristen per jaar, 60 procent bnp)

Een opvallend bericht van persbureau Reuters dit najaar: ‘Bewoners van het Indonesische eiland Bali planten en verhandelen weer zeewier, tien jaar nadat deze handel een zachte dood is gestorven.’

Ook op Bali heeft de coronacrisis er flink ingehakt. “Voor de meeste bewoners is het heel zwaar”, aldus Julie van der Meer Mohr (33), een Nederlandse die getrouwd is met een Balinees en er al twaalf jaar woont. “Ze hebben geen spaarpotje en nu er geen werk is, hebben ze moeite voldoende eten op tafel te zetten.”

En dus moeten de Balinezen op zoek naar alternatieven. Zoals het verkopen van zeewier, of werken op het land. “Een jongen die ik ken maakt vliegers. Veel Balinezen koken weer.”

Hoewel veel inwoners financiële zorgen hebben en hun auto of motor hebben moeten verkopen, ziet Van der Meer Mohr ook veel dorpsgenoten opbloeien. “Ze zijn meer ontspannen. Veel jongeren merken dat het toch wel fijn is om niet meer de hele dag voor weinig geld met een kraampje langs de weg te staan.”

Van der Meer Mohr werkt namens de Belgische stichting VP Forever aan een school waar Balinese jongeren ambachten kunnen leren waarmee ze buiten de toerismesector aan de slag kunnen. Vaardigheden zoals websites bouwen, grafisch ontwerpen, haar knippen en lesgeven. “Veel jongeren willen wel iets anders, maar weten niet waar ze moeten beginnen.”

Of de pandemie voor een cultuuromslag gaat zorgen, is zeer de vraag. De eerste resorts op het eiland adverteren alweer voor de kerstvakantie, vooruitlopend op een mogelijk besluit van de Indonesische regering om toeristen op Bali weer toe te laten. “Het merendeel zit de tijd uit tot de toeristen weer terugkomen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234