Donderdag 17/10/2019

'Toerisme is ons tweede leven'

Tot enkele jaren geleden, toen de paramilitairen Noord-Colombia terroriseerden en de drugstrafiek de werkelijkheid bepaalde, bereidde ze cocapasta voor de cocaïneproductie. Maar Alicia kon het roer omgooien. 'Elke bezoeker die komt, doet ons naar de toekomst kijken.'

Door LODE DELPUTTE IN Colombia

Santa Marta l Alicia (24) schenkt versgeperst sinaasappelsap uit, gaat de keuken weer in en komt terug met een dampende schotel gebakken vis. 'Uit de Río Piedras', glorieert ze. 'De allerlekkerste!'

Geen boter bij de vis, wel patacones, gebakken banaan, avocado's, een pikant ajísausje, rijst en yuca. Als afsluiter volgt fruitflan met koffie. "Van zelfgebrande bonen."

Het middagmaal vindt plaats in San Rafael, een onooglijk gehucht in het noorden van Colombia. Rondom het handjevol hutten met strodak bloeien de strelytsia's schaamteloos, in het struikgewas fluiten vogels van allerkleurrijkst pluimage, op de hellingen zwieren wulpse cocospalmen in de bries. Op een steenworp hiervandaan, vlak bij de riviermonding, liggen het strand en de Caraïbische zee.

Archetypisch exotisch genot. Maar op wie in San Rafael vakantie houdt, aan de voet bovendien van de 5.700 meter hoge, besneeuwde Sierra Nevada de Santa Marta, krijgen clichés geen vat. Daarvoor is in de buurt te veel bloed vergoten. Alicia heeft het roer des levens niet omgegooid om bezoekers uit het verre buitenland zomaar met wat leuke plaatjes op te zadelen.

"Elke toerist die komt, doet me naar de toekomst kijken", zucht ze. Sinds enige tijd kookt de jonge Colombiaanse voor haar bezoekers, iets wat ze zich amper vijf jaar terug nooit voor de geest had kunnen halen. Natuurlijk, toen kookte Alicia ook wel, maar dan vooral cocapasta, het basisingrediënt voor cocaïne. Zoals iedereen hier waren Alicia en haar familie cocaboeren.

Omdat de Sierra Nevada onder de knoet van de paramilitaire Verenigde Zelfverdediging van Colombia (AUC) leefde, en dat mensenrechtenschendende zootje-met-politieke-banden gulzige happen nam uit 's lands drugstrafiek, konden de Alicia's van San Rafael kiezen tussen meewerken en ophoepelen. Het werd in de meeste gevallen meewerken.

"Ach", vertelt Richard Javier Velásquez, een lijvige man met een droevige blik in de ogen, "het was ook snelverdiend geld. Per familie haalden we iedere anderhalve maand vier miljoen peso op (2.000 euro). Maar de vervloekte centen brachten ons in de problemen. Door mijn werk zag ik mijn kinderen nooit."

Als het dát maar was. Richard vertelt het zelf niet, en wil enkel kwijt dat hij "bij de communicatiedienst van de paramilitairen" zat. Maar wie het conflict in deze en andere plattelandsstreken een beetje gevolgd heeft, weet wat de paramilitarisering betekende: slachtpartijen, terreur, niet aflatende doodsangst, waarvoor de staat volgens talloze getuigenissen een oogje dichtkneep, indien niet boudweg met het schorremorrie onder één hoedje speelde.

Maar dat is, officieel althans, verleden tijd. Dankzij het gulle (de meeste AUC-slachtoffers zeggen: crimineel gulle) demobiliserings-, ontwapenings- en herintegratieproces van de regering-Uribe, wordt de regio vandaag niet langer als conflict- maar als postconflictgebied beschouwd. Dat nieuwe gewapende groepen aan hun opmars begonnen zijn, en de cocaïne-industrie vers leven inblazen, doet Bogotá als een restverschijnsel af. Mensenrechtengroepen vinden dat wel heel kort door de bocht: voor hen zijn de Águilas Negras ('Zwarte Arenden') en andere facties oude wijn in nieuwe zakken.

Maar daar wil Richard niet aan denken. "In ruil voor de vrijwillige vernieling van onze cocavelden, heeft de staat, die hier vroeger nooit te bekennen was, ons alles gegeven", zegt hij. Met internationale ontwikkelingssteun riep Álvaro Uribe het programma Acción Social in het leven. De cocaboeren moesten de struiken van het kwaad uitrukken, mochten geen enkele illegale activiteit meer ondernemen, werden sociaal-ecologisch gevormd en kregen als beloning een voorschoot grond cadeau - of beter: de mogelijkheid om tegen een relatief zacht prijsje een terrein aan te schaffen.

In en om Santa Marta tekenden 1.578 families voor de deal. "Het soort ommekeer dat aan een tropische storm doet denken", lacht Richard. "Voor het eerst in mijn leven voel ik vrede in mijn hart. Paz en mi corazón."

Boswachters of guardabosques, dat is de titel die de boeren van San Rafael vandaag dragen. In het gehucht kochten 118 families in totaal 343 hectare van het landgoed waar ze altijd al gewoond hadden. Een derde van de grond moet de biodiversiteit dienen en mag niet bewerkt worden, op de rest groeit anno 2007 biokoffie, cacao en groente, en er worden ook bijen geteelt. In de warenhuizen van Noord-Colombia kunnen klanten vandaag vredeskoffie, vredeshoning en vredeschocolade kopen.

In de bufferzone ten zuiden van het Tayrona Nationaal Park, waartoe ook San Rafael behoort, zijn intussen al twintig 'ecotoeristische' hutten gebouwd, met keuken, badkamer, muskietennetten, ventilatoren en hangmatten. Daar, in wat oogt als het paradijs, in werkelijkheid het vagevuur is en in een niet zo ver verleden de hel moet zijn geweest, ontvangt Alicia haar gasten. "Zo'n 170 overnachtingen hebben we al gehad. Heel veel Europeanen. Het vredestoerisme is een nieuw begin, dit is ons tweede leven."

Eén feit is onbetwistbaar: sinds de paramilitairen ontwapenden / hun werk discreter voortzetten (afhankelijk van de bron) en de FARC-guerrilla verdreven werd / zich strategisch terugtrok (idem), heten de Colombiaanse wegen veiliger dan ze de voorbije twintig jaar ooit geweest zijn. Ook deze Troncal del Cáribe, de grote weg van Santa Marta naar de Venezolaanse grens. "Vijf jaar geleden was dit een moordweg", herinnert zich de chauffeur. "En hoger in de bergen zijn er ook vandaag nog moordwegen. Maar bezie dit hier: minibusjes vol gringos!" De man blijft zich verbazen.

Veilig is nochtans niet wat de modale Europareiziger zich daarbij voorstelt. Om de tien minuten staan er roadblocks, en politieagenten die we in eigen land met legersoldaten over één kam zouden scheren, controleren de handel en wandel. In een wegrestaurant dat schettert van de vallenato, en waar een papegaai vrolijk meezingt, zit een Belgische bezoeker aan een biertje. Dat hij een optrekje gekocht heeft in de buurt, vertelt hij, en niet meer weg zou willen. "De Colombianen zijn fantastisch", verzekert hij.

Maar dan komt een boer binnen met een kettingzaag. Even is het huiveren. Kettingzagen waren bij uitstek het martelinstrument van de paramilitairen. Eerst de ene arm, dan de andere, daarna de onderste ledematen, aan het eind van de strijd het hoofd. "De gruwel die heel Colombia wil vergeten", beaamt de waard, waarna hij zijn volgende klant bedient.

Donderdag leest u over de ecologische schade die grootschalige cocateelt veroorzaakt

Richard Javier Velásquez:

Dit is het soort ommekeer dat aan een tropische storm doet denken. Voor het eerst voel ik vrede in mijn hart

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234