Maandag 18/10/2021

Toen werd het leven minder plezant

Februari, juli, november. Netjes verdeeld over het jaar verlieten ons drie mannen die mij en vele anderen hebben ontroerd, aan het lachen gemaakt, verbaasd

en af en toe in een licht baldadige stemming hebben gebracht. Alexander McQueen, Willem Breuker en Eric De Volder zijn in 2010 naar de Elyzeese velden afgereisd.

Het is zomer. Een warme zondag. De tuin van het Instituut Dr. Guislain loopt zoetjesaan vol. Niemand weet precies wat er gaat gebeuren. Kinderen stoeien, volwassenen zitten op de banken of in het gras. Tot zich ineens ergens een zwijgende stoet vormt van een vijftigtal mannen, vrouwen en kinderen, in zwart en wit gekleed. Hun aangezichten zijn besmeurd. Ze torsen balen met vuile was op hun schouder, en doen in een staccato ganzenpas de ronde van de tuin. Enkelen slaan de maat op trommels van wasmachines. Van op een afstand kijkt Eric De Volder toe. Washes to washes is zijn idee. Een stukje absurd theater, dat vervolgt met een nieuwe woordeloze rondgang, nu met propere was, die uiteindelijk van op de verdieping naar beneden wordt gegooid om weer vuil te worden. En dan is er taart, voor iedereen. Niemand kan vermoeden dat de bedenker van dit onbezorgde, mooie moment er zes maanden later niet meer zal zijn.

Het is zomer, een zwoele avond in juli. Geert Chatrou is een kunstfluiter uit Nederland. Hij staat op het podium Bij St.-Jacobs tijdens de Gentse Feesten. Hij fluit als een nachtegaal, maar vooral, hij wordt bijgestaan door Willem Breuker, de fantastische Nederlandse freejazzmuzikant. Samen brengen ze Ornithology, een programma dat naast klassieke Mozart ook Poolse klezmer en tango’s van Astor Piazzola brengt. Breuker blaast zich de longen uit het lijf, en leidt met een hoofdknik of een handbeweging de leden van zijn Kollektief. Willem heeft longkanker. Wij weten het. Exact een jaar later, tijdens de Gentse Feesten van 2011, zal de ziekte hem de baas worden.

Het is zomer. Drukkend warm in Parijs, zoals wel vaker tijdens de hautecoutureweek. Rijke klanten en beroemde moderedactrices stappen okselfris uit hun geklimatiseerde limo’s. De verwachtingen zijn hoog gespannen voor het defilé van Givenchy. De formidabele Brit Alexander Mc Queen is de nieuwe ontwerper bij het traditionele modehuis. Ieder seizoen groeit zijn reputatie, maar de Fransen kijken afwachtend naar wat de 'indringer' met hun patrimonium gaat doen. Het wordt een succes. Niemand die zich kan voorstellen dat Alexander zich in februari 2010 met een riem zal verhangen.

Drie doden van 2010. Drie keer een verschillend einde. Drie keer een verlies voor de wereld van de kunsten. Drie keer was ik zeer gegrepen omdat dit mannen waren die elk op hun manier dwars tegen het establishment ingingen, kop vooruit, lachend in het gezicht van wat in hun vakgebied ‘de norm’ wordt genoemd. Ook omdat tenminste twee ervan voor mij verbonden zijn met onbezorgde jonge jaren. Zoals in het reclamespotje voor melk: iedereen danst het liefst op de muziek van zijn jeugd.

Alexander McQueen

(1969-2010)

Laat ik beginnen bij de jongste, en de eerste dode van 2010, Lee Alexander McQueen. Eastender, zoon van een taxichauffeur, dikkerdje met kaalgeschoren hoofd, homo, groot talent die de prachtigste gewaden maakte, en ze presenteerde met ensceneringen die verbluffen en schokken. Mode mag dan voor de meeste mensen een frivole bezigheid lijken, wie echter de defilés-performances van Alexander McQueen mocht zien, weet dat hij een stoet van jurken kon omzetten in een magisch moment. Sprookjesachtig, maar dan eerder als de sprookjes van Grimm dan die van Disney. Zijn debuut tijdens de London Fashion Week had als thema ‘Highland Rape’ en combineerde Schotse ruiten met bebloede tamponkoordjes. Wie door de provocerende styling kon kijken, ontwaarde wel bijzonder knap gesneden kleren. Niet voor niets leerde hij als zestienjarige het vak bij de kleermakers van Savile Row. Zo bleef het de volgende seizoenen: modellen liepen over water, droegen beenprothesen of defileerden in een regenbui. Beklijvend was de show waarbij een jonge vrouw, op een draaiend plateau, door robots met verf werd bespoten, zodat zich een patroon vormde op haar witte jurk. Wow.

In 1993 werd de beruchte McQueen benoemd tot artistiek directeur bij het conservatieve couturehuis Givenchy. Hij genoot van de technische mogelijkheden die hij kreeg, wist zich enigszins te conformeren en wij kregen nog meer fantastische kleren en opulente ensceneringen te zien. Zijn donkere dromen reserveerde hij voor zijn eigen collectie, voor filmsessies met Nick Knight en fotoreportages met David LaChapelle. Erg lang hield hij het niet uit bij Givenchy, en in 2000 gaf de Gucci Group hem de kans om zijn eigen merk verder uit te bouwen.

Lee vermagerde spectaculair, slaagde erin om zijn modehuis break-even, en zelfs met winst te laten draaien, maar achter het succes leefde een kwetsbare mens. Toen vorig jaar zijn muze en beschermvrouw Isabella Blow een eind aan haar leven maakte, was dat voor hem een zware klap. Maar onoverkomelijk leek de dood van zijn moeder, begin dit jaar. Nog één keer keek hij om en zwaaide adieu. Alleen zijn naam leeft verder als merk.

Het overlijden van Willem Breuker was afgelopen zomer in de Vlaamse kranten slechts enkele regeltjes waard. De Nederlandse kranten hadden vanzelfsprekend meer aandacht voor hem, maar ook het Britse The Guardian wijdde een halve pagina aan zijn carrière. Want Breuker was een musicus van formaat: veelzijdig, onconventioneel, koppig, bevlogen. Hij speelde klarinet, saxofoon, en had een afkeer van regels en muziektheorie. Met zijn muziek wilde hij vooral vrijheid uitdrukken. Wereldberoemd was hij ook, want hij ging verscheidene malen op tournee in onder andere de VS, in China, Australië en België. Ik zag hem voor het eerst op een podium staan met de Instant Composers Pool (ICP), met Misha Mengelberg en Han Bennink. Ik herinner me nog een lichtjes ontredderend concert - optreden - performance, hoe noem je zoiets? - waarbij drummer Bennink gierende geluiden voortbracht met lichtgevende waterslangen, terwijl Breuker probeerde er tegenop te toeteren. Ik moet nu nog vanzelf glimlachen terwijl ik titels schrijf die op met paars fluweel beklede dubbelelpee 007/008 van IPC staan: ‘Gib mir nog ein spiegelei mit schinken’ en ‘Tussen de dijen van ’n mokkel’. Hij stichtte mee het orkest De Volharding en in 1974 het Willem Breuker Kollektief. Als product van zijn tijd - achtenzestig, Provo, Kabouters - kon hij zijn publiek laaiend enthousiast meeslepen, maar ook totaal ontredderen. Voor hem was alle geluid muziek, ook de roep van de visventer of het geluid van een voorbijrijdende motorfiets. Sommigen spraken smalend over zijn piep-knars- knorklanken. “Er wordt ontzettend veel debielenmuziek gemaakt”, zei Breuker ooit in een interview, waarmee hij zijn minachting voor de commerciële hitmachine uitdrukte. In de programmabrochure van de Gentse Feesten 2009 luidde de laatste zin van zijn voorstelling: “En daarna zijn er geen muzikale zekerheden meer”.

Vandaag kent men De Volder als gevierd theatermaker van Ceremonia, maar mijn tedere herinneringen gaan voornamelijk terug naar de tijd van Het Belgisch Combo, een soort absurd cabaretensemble, en het Etherisch Strijkersensemble Parisiana.

Ik zie hem nog staan bij de opening van Studio Skoop, cinema en café. Uitbater Ben ter Elst had Parisiana gevraagd om de opening op te luisteren, maar De Volder vond een beetje muziek niet genoeg. Wat begon als een officiële plechtigheid, met ceremoniemeester Johan in rok en Guido Claus als valse garçon, liep algauw uit tot een absurd en ontredderend gebeuren. Parisiana, dat was grote potpalmen en waaiers van pluimen, de zangeres Kiki de la Fauteuil, en een publiek op het verkeerde been. Met onder meer Dirk Pauwels, Michiel Hendryckx en Johan Dehollander voerde De Volder zijn absurde optredens naar hilarische toppen.

Toen kunstenaar William Phlips een werk voor mijn badkamer had gemaakt, kwam De Volder het inwijden, zingend in mijn bad met rubberlaarzen aan en een paraplu. Wat hebben we veel en vaak gelachen. Er werd ook gechoqueerd, natuurlijk, onder meer toen bij een ontdopingsactie (ja, toen al) in de Balzaal van Vooruit een varkenshart, zogenaamd een katholiek hart, ritueel in tweeën werd gesneden.

De Volder evolueerde naar het serieuzere theater, en viel herhaaldelijk in de prijzen. Zelf heb ik na Meester en meesteres afgehaakt, ik kon niet meer volgen. Maar precies daarom was ik deze zomer weer vrolijk verrast door Washes to washes, wat nog eens de spirit van toen uitademde. Het bewees hoe je met beperkte middelen, inzet van veel mensen en de uit het kader brekende ideeën van De Volder iets bescheiden en toch aangrijpend kunt maken.

Na zijn dood stuurde een vriend-acteur die met De Volder heeft gewerkt me een sms: “Vandaag Eric gaan groeten. Hij lag daar schoon, hij lachte. Hij lachte de dood uit in haar gezicht, zoals hij heeft geleefd.”

Morgen: Bart Steenhaut over het jaar van Lady Gaga

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234