Woensdag 23/10/2019

Toen werd alles heel anders

Wat is het verband tussen George Bush en Al-Qaeda? Dat hij die terroristen overal ter wereld wil uitroken natuurlijk. Maar ook dat hij tot het einde van de jaren tachtig samen met een van de voornaamste financiers van Al-Qaeda belangen had in hetzelfde olieconcern. Kanttekeningen bij de nieuwe wapenwedloop door Georges Timmerman.

Voor 11 september lag de Amerikaanse defensie-industrie op apegapen. Het aankoopbudget van het Pentagon was strikt beperkt, de aandelenkoersen van wapenproducenten gingen in dalende lijn, minister van Defensie Donald Rumsfeld overwoog ingrijpende besparingen. Sinds president Bush de 'oorlog tegen het terrorisme' heeft ontketend, is alles anders geworden. Het Amerikaanse Congres ging akkoord om een budget van 17,5 miljard dollar (19,6 miljard euro) uit te trekken voor 'emergency war costs'. Gejuich op de banken bij firma's als Boeing, producent van precisiemunitie, en General Atomic Aeronautical Systems, maker van het onbemande verkenningsvliegtuig Predator.

Bush wil de militaire uitgaven volgend jaar verhogen met 48 miljard dollar (53,76 miljard euro) en tijdens de volgende vijf jaar met 120 miljard dollar (134,4 miljard euro). Het Congres lijkt hem te zullen volgen. Dankzij dit verse overheidsmanna zijn aankoopprogramma's die ten dode opgeschreven leken miraculeus weer tot leven gewekt. De Joint Strike Fighter bijvoorbeeld, de nieuwe jachtbommenwerper van Lockheed Martin. Of de Crusader-houwitser van United Defense Industries, een onderdeel van de Carlyle Group.

De relatief onbekende Carlyle Group is een private equity firm, een investeringsbank die werkt met het geld van gefortuneerde families en institutionele beleggers. In totaal controleert de groep een kapitaal van 14 miljard dollar (15,68 miljard euro), waarvan een groot gedeelte is geïnvesteerd in ondernemingen die actief zijn in de defensie- en luchtvaartsector. De laatste tien jaar kan de Carlyle Group prat gaan op een gemiddeld rendement van 34 procent.

Die fraaie bedrijfsresultaten heeft de groep onder meer te danken aan haar uitstekende contacten op het hoogste niveau. Voormalig president George Bush senior, de vader van de huidige president, is 'reizend ambassadeur' van Carlyle. Voormalig minister van Defensie en gewezen CIA-topman Frank C. Carlucci, een oude schoolvriend van de huidige minister van Defensie Rumsfeld, is voorzitter van Carlyle. Meer dan een dozijn gepensioneerde generaals en ministers, onder wie gewezen minister van Buitenlandse Zaken James A. Baker III, staan op de loonlijst of zijn aandeelhouder van Carlyle. Om de Europese zaken te behartigen, doet de groep een beroep op de gewezen Britse premier John Major. Voor de Aziatische markten wordt dan weer de Filippijnse ex-president Fidel Ramos ingeschakeld. Ook Arthur Levitt, voormalig voorzitter van de Securities and Exchange Commission (SEC), en Karl-Otto Pöhl, gewezen topman van de Duitse nationale bank, zetelen in de adviesraad van Carlyle. De hoofdzetel is ideaal gelegen aan de Pennsylvania Avenue in Washington DC, halfweg tussen het Witte Huis en het Congres, op vijftien minuten wandelafstand van beide instellingen.

Het verhaal van de Crusader-houwitser illustreert treffend de manier van werken van de investeringsgroep, die systematisch noodlijdende bedrijven opkoopt voor een prikje, ze opnieuw winstgevend probeert te maken en ze vervolgens na enkele jaren weer afstoot. De Crusader is de moderne variant van de dikke Bertha, het megakanon van de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het tuig is een hightech-155-millimeterkanon, gemonteerd op een gepantserd rupsvoertuig, dat tien projectielen per minuut kan afvuren. Het werd beschouwd als het meest geavanceerde en dodelijkste artilleriestuk ter wereld. En ook het zwaarste, want het eerste prototype woog 110 ton.

De Crusader is een dinosaurus uit de Koude Oorlog. Het wapen bleek absoluut niet meer te passen in de beleidsplannen van het Pentagon. De militaire strategen willen immers een lichter, mobieler en snel inzetbaar leger, dat niet zozeer de Sovjetrussische tanks moet kunnen tegenhouden maar flexibel kan worden ingezet op verschillende slagvelden in alle hoeken van de wereld. In 1997 werd de Crusader dan ook de grond ingeboord door het National Defense Panel, een adviesgroep van het Pentagon. Niemand gaf toen nog een cent voor het project.

Omstreeks die tijd werd het verlieslatende United Defense voor 850 miljoen dollar (952 miljoen euro) overgenomen door de Carlyle Group. Vervolgens begon United Defense op intensieve manier te lobbyen. Ongeveer 300.000 dollar (336.000 euro) vloeide naar de verkiezingskassen van tientallen politici die om diverse redenen het Crusader-project steunden. Ondertussen namen ingenieurs het ontwerp van de houwitser opnieuw onder handen en maakten het tuig 20 ton lichter, zodat het mogelijk werd twee exemplaren in een C17-transportvliegtuig te laden. Het leger van zijn kant temperde zijn ambities en halveerde de bestelling van 1.100 naar 480 Crusaders.

Timing is alles. Op 13 december vorig jaar werd het nooddefensiebudget gestemd door het Congres en de Senaat, een wet die nog dit jaar 487,3 miljoen dollar (545,77 miljoen euro) vrijmaakte voor de aankoop van de Crusaders. De totale kost van de nieuwe kanonnen, die pas vanaf 2008 volledig operationeel zullen zijn, bedraagt 12 miljard dollar (13,44 miljard euro). Een dag na de goedkeuring van de wet werd United Defense genoteerd op de New Yorkse beurs. Hoofdaandeelhouder Carlyle bracht een deel van zijn aandelen op de markt en realiseerde in één dag een winst van 237 miljoen dollar (265,44 miljoen euro). In totaal heeft Carlyle tot dusver een winst van 500 miljoen dollar (560 miljoen euro) gemaakt op zijn investering in United Defense.

Protest tegen mogelijke belangenvermenging bleef beperkt tot krantencommentaren. "Het is voor het eerst in de geschiedenis dat de vader van de president van de Verenigde Staten op de loonlijst staat van een van de grootste defensieleveranciers", sneerde Charles Lewis, directeur van het Center for Public Policy. "Treurig maar waar", noteerde columnist Paul Krugman in The New York Times, "niets van dit alles is illegaal, maar het stinkt wel huizenhoog."

De Carlyle Group werd in 1987 opgericht door David Rubenstein, een jonge advocaat die voor president Jimmy Carter heeft gewerkt, en twee bevriende beleggingsadviseurs. Ze noemden het bedrijf naar hun favoriete hotel en begonnen met een bescheiden portefeuille van 100 miljoen dollar (112 miljoen euro). De steile opgang van de firma begon vanaf het begin van de jaren negentig, toen Frank Carlucci met rust ging als minister van Defensie van president Ronald Reagan en overstapte naar Carlyle. In zijn kielzog volgde een reeks gewezen topfunctionarissen. Gewapend met die uitstekende politieke contacten begon de groep agressief te investeren in defensiebedrijven en in de lucht- en ruimtevaartsector. Carlyle ontwikkelde zich inmiddels tot de op tien na grootste defensieleverancier van de VS. Door Carlyle gecontroleerde bedrijven produceren M113-tanks, gepantserde gevechtsvoertuigen, vliegtuigvleugels, munitie en raketlanceerinstallaties.

Toen kort na de aanslagen van 11 september in de Amerikaanse media bekend raakte dat ook de puissant rijke familie Bin Laden ten minste 2 miljoen dollar (2,24 miljoen euro) had toevertrouwd aan de Carlyle Group en het bijgevolg duidelijk werd dat de Saoedische familie, broederlijk verenigd met de familie Bush, op het punt stond om financieel te profiteren van de "oorlog tegen het terrorisme", leek even een pr-catastrofescenario in de maak. Weliswaar heeft de familie Bin Laden officieel alle banden verbroken met Osama, maar niet alle waarnemers zijn daar helemaal van overtuigd.

Volgens de Amerikaanse media bracht voormalig president Bush senior in zijn hoedanigheid van adviseur van de Carlyle Group ten minste tweemaal (in november 1998 en januari 2000) een bezoek aan Saoedi-Arabië, waar hij zakelijke gesprekken voerde met de Saoedische koninklijke familie - die eveneens een deel van haar fortuin heeft belegd bij Carlyle - maar ook met leden van de familie Bin Laden. Vanzelfsprekend kon de controversiële band tussen de families Bush en Bin Laden het zonlicht niet verdragen. Dat gegeven dreigde zelfs de geplande beursnotering van United Defense in het gedrang te brengen. Eind oktober vorig jaar werd dan ook aangekondigd dat de Saoedische familie "in onderling overleg" uit de Carlyle Group was gestapt en haar investering had verkocht.

Tijdens de wereldwijde klopjacht van de Amerikaanse autoriteiten op de financiers van het terreurnetwerk van Al-Qaeda bleef de familie Bin Laden overigens geheel buiten schot. "Het FBI was opmerkelijk gevoelig, tactvol en beschermend", verklaarde Charles Freeman aan The Wall Street Journal. Freeman, gewezen Amerikaans ambassadeur in Saoedi-Arabië tijdens de Golfoorlog, is momenteel voorzitter van de Middle East Policy Council, een in Washington gevestigde non-profitorganisatie die jaarlijks tienduizenden dollars steun ontvangt van de Bin Laden-familie.

De vervlechting tussen de families Bush en Bin Laden is intens. De banden zijn al meer dan twintig jaar oud. In 1979 was George Bush junior nog geen politicus, maar een jonge Texaanse zakenman. Een van zijn eerste zakelijke initiatieven, de petroleumfirma Arbusto Energy (arbusto betekent bush in het Spaans), werd onder meer gefinancierd door James Bath, een oude familievriend die over puike contacten beschikte bij de CIA. Die Bath was destijds de vertegenwoordiger in de VS van wijlen Salem bin Laden, toenmalig hoofd van de familie en een broer van Osama. Kort na de aanslagen van 11 september ontkende het Witte Huis dat de 50.000 dollar (56.000 euro) die door Bath werd geïnvesteerd in Arbusto Energy afkomstig zou zijn geweest van de familie Bin Laden. Bush zelf ontkende aanvankelijk dat hij Bath ooit had gekend, maar bevestigde later de financiering door Bath en het feit dat die bepaalde Saoedische belangen vertegenwoordigde.

Arbusto Energy, omgedoopt tot Bush Exploration, fuseerde later met Harken Energy Corporation in Dallas. Bush junior werd in 1986 directeur van laatstgenoemde firma en kreeg een pakket van 220.000 Harken-aandelen. Vier jaar later, in juni 1990, verkocht Bush zijn pakket voor 848.000 dollar (949.760 euro). Vlak daarna kelderde de koers van Harken Energy, dat oliebelangen had in Bahrein, omdat Koeweit werd aangevallen door Saddam Hoessein. Kwatongen beweren dat Bush junior op voorhand werd getipt over de nakende Golfoorlog door zijn vader, de toenmalige president.

Bath is niet alleen een vertrouweling van de Bin Ladens, maar zat ook tot aan zijn nek in het schandaal van de Pakistaanse Bank of Commerce and Credit International (BCCI), bijgenaamd de Bank of Crooks and Criminals International. Die bank ging begin jaren negentig frauduleus failliet en zat verwikkeld in talloze affaires over drugshandel, illegale wapensmokkel in het kader van Irakgate en andere geheime operaties van de Amerikaanse inlichtingendiensten. James Bath behartigde ook de belangen in de VS van sjeik Khalid bin Mahfouz, een van de machtigste bankiers van Saoedi-Arabië en destijds een grote aandeelhouder van de BCCI.

Het is bijgevolg potentieel vervelend voor president Bush dat sjeik Mahfouz een centrale rol blijkt te spelen in de financiering van Al-Qaeda. De sjeik, tussen haakjes een schoonbroer van Osama bin Laden, is de vroegere voorzitter van National Commercial Bank, de grootste bank van Saoedi-Arabië, en staat bekend als "de bankier van de Saoedische monarchen". Hij wordt ervan verdacht een slordige 2 miljard dollar (2,24 miljard euro) te hebben gegeven aan een zogenaamde islamitische liefdadigheidsorganisatie, die in feite een dekmantel is voor Al-Qaeda. Eind jaren tachtig was Mahfouz, naast George W. Bush, een aandeelhouder van Harken Energy. En een vertegenwoordiger van de Pakistaanse Prime Commercial Bank, eigendom van Mahfouz, zetelt in de adviesraad van de Carlyle Group.

Volgens de laatste berichten wordt Mahfouz momenteel op vraag van de Amerikaanse autoriteiten onder huisarrest vastgehouden in een militair ziekenhuis in de Saoedische stad Taif.

Het is potentieel vervelend voor president Bush dat de Saoedische sjeik Mahfouz, een schoonbroer van Osama bin Laden, een centrale rol blijkt te spelen in de financiering van Al-Qaeda. Eind jaren tachtig was Mahfouz, naast George W. Bush, aandeelhouder van het olieconcern Harken Energy

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234