Zondag 25/07/2021

Toen voetbal nog oorlog was

Met een tweede ronde in zicht op het WK, stevenen we zondag af op een nog groter collectief delirium. Voetbal verenigt, zo schreeuwen de tricolore vlaggen en hoesjes het non-verbaal uit. Al gaat het soms ook mis en monden voetbalmatchen uit in oorlog.

Vier juli 1954, Bern. In het uitgeregende Wankdorfstadion verslaat West-Duitsland het tot dan onoverwinnelijk geachte Hongarije van Ferenc Puskas na een zinderende finale met 2-3 en kroont zich zo voor het eerst tot wereldkampioen. Negen jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog sluiten de Duitsers met dit catharsismoment een lange, zwarte periode af van vernieling, malaise en verpletterend schuldgevoel.

Niet dat de Duitsers vanaf dan zonder gêne met hun eigen nationale symbolen durven te zwaaien, maar de kentering is er: "Wir sind wieder wer", we tellen weer mee. Voor een hele door de oorlog getekende generatie is het wunder von Bern hét moment waar ze voor het eerst weer kunnen delen in positieve gevoelens.

De rest van Europa, evenzeer met de trauma's van de oorlog in het achterhoofd, reageert niet met de glimlach op de Duitse eindzege. "Achtung", titelt Le Monde, terwijl een Italiaanse sportkrant opent met "Deutschland Uber Alles". Het feit dat de Duitse coach Sepp Herberger onder het bewind van Hitler Reichstrainer was van de Nationalelf, strooit alleen meer zout in de wonde.

Drieduizend doden

De episode is nog altijd het schoolvoorbeeld van hoe voetbal en nationalisme in een emotionele wisselwerking elkaar kunnen versterken en voeden, zelfs tot het moment dat er echt doden vallen. Zo viel El Salvador buurland Honduras in 1969 binnen na een kwalificatiewedstrijd voor het WK in Mexico. Ook al was het voetbal slechts een voorwendsel in een dieper conflict tussen beide landen, in de Guerra del Fùtbol waren wel zo'n 3.300 doden te betreuren.

Gelukkig is zo'n scenario verder weg dan ooit, ook al zijn oorlogstaal en voetbal vaak twee handen op één buik. Meer dan bij andere sporten, vormt het voetbalstadion dé allegorische arena waar oude en bestaande conflicten worden uitgevochten. "Oorlog maar dan zonder het schieten", omschreef 1984-auteur George Orwell het in 1945. De fysieke agressie, de snelheid van het spel, de opgedoste en juichende supporters in het stadion: dat alles draagt bij tot het zien van het nationale elftal op het veld als een postmoderne transsubstantiatie van volk en natie, verwikkeld in een strijd tegen andere landen.

Braziliaans voetbal

Alleen wordt die strijd niet meer zo bitter gevoerd als vroeger. Simon Kuper, columnist voor Financial Times, kijkt al langer met een antropologische bril naar het voetbal en tekende al op elk WK present sinds 1990.

"Verliezen op een WK of EK is geen ramp meer. Vroeger was Nederland-Duitsland een strijd op leven en dood. Er was haat, nijd en negativiteit alom. Denk maar aan de finale in 1974 tussen West-Duitsland en Nederland. Middenvelder Wim van Hanegem had zijn vader en broer nog verloren tijdens de Duitse bombardementen. Tot voor kort was een WK of EK onze Europese variant van een voetbaloorlog, maar na zeventig jaar vrede lijkt het meer en meer een anachronisme te worden", vertelt hij aan de telefoon vanuit Brazilië.

Ook België-Duitsland had lange tijd dezelfde beladenheid. Toen België verloor tegen Duitsland in 1994 in Amerika hing de Duitse bezetting nog altijd over het Soldier Field-stadion in Chicago, zij het bij een steeds kleinere generatie. Toen Duitsland het WK in 2006 zelf nog eens organiseerde, waren haatgevoelens tegen de eens zo gehate Mannschaft praktisch verdwenen. Voor een deel omdat de Duitsers aantrekkelijk aanvallend - bijna Braziliaans - voetbal speelden met spelers uit verschillende culturele achtergronden.

Sterrenfestival

De teloorgang van de geromantiseerde nationale speelstijlen is voor Kuper een van de redenen, naast globalisering, waarom er stilaan geen sprake meer is van een harde strijd op het gras. Duitsland speelt niet langer als een efficiënte stoommachine, Engeland niet meer als heldhaftige kruisvaarders en de Belgische reputatie van een counterploeg op de loer ligt al langer achter ons.

Bovendien is bij elke nieuwe editie het WK meer dan ooit globaler, massaler en kleurrijker. Een derde van de voetballers op dit WK heeft de dubbele nationaliteit. "Je hebt steeds meer fans die meer komen voor sterren zoals Messi, Neymar, Ronaldo - die elkaar dan nog eens kennen van hun topclub - dan voor hun landen. WK is een soort van sterrenfestival geworden, een carnaval waarin we ons uitdossen in de nationale kleuren. Het negatieve is er bijna volledig uit. Op jullie EK in 2000 was men hysterisch als fans van de twee ploegen in hetzelfde vak zaten. Dat is nu bijna volledig weg."

Voetbal eindelijk een feest? Vraag blijft hoe duurzaam de opstoot van patriottische gevoelens zal blijken, alle tricolore hoesjes en opgehangen vlaggen ten spijt. "Voetbal verandert politiek nooit. Het is gewoon de ultieme reflectie van wat er in een maatschappij leeft. Zelfs als België wereldkampioen wordt, gaan de separatistische sentimenten niet als sneeuw voor de zon verdwijnen", besluit Kuper.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234