Dinsdag 24/11/2020

Toen moord nog in der minne werd geregeld

Soms krijgt de dood toch het eeuwige leven. Want als Loyck Vervoirt op de kermis van Aarschot in 1599 Willems van Hove niét had vermoord, sprak niemand nog over hem. Nu haalt hij eind 2015 de krant. Omdat de straf van Vervoirt in donkere archieven terechtkwam als het 'accoerdt ende zoene' van Werchter.

Misschien was het wel warm die dag in 1599. Misschien werd de kermis in Aarschot wel in dezelfde periode gehouden als vandaag nog: eind augustus. Misschien had Loyck Vervoirt gedronken.

Hij doodde Willems van Hove. Hoe? Historicus Paul Kempeneers las het niet in de schepengriffies van Werchter. Wat hij wel las, was wat volgde op die noodlottige "Aerschot kersmisse dagh inden jaere XV C negen ende tnegentich" - feestdag in donkere tijden, al waren kermissen tot enkele decennia geleden dé dagen bij uitstek om met een bende uit het ene dorp de bende uit het andere dorp te gaan bestoken. Of iemand een goeie muilpeer te verkopen. Toen dus ook. Maar met zware gevolgen: het was de laatste dag van Willem van Hove. En daar kwam een straf van.

We lezen even mee: "Indien iersten sal hy Loyck Veruoirt doen den voet val beruoets bloots hooffs in zyne lyne cleederen met den halme in de handt. Item sal deselue Loyck doen backen ende gereet hebben opden dach vander zoeninge een veerdele broots."

Niet naar de herberg

Het is een akkoord dat (zo schrijft Kempeneers in zijn sprokkels) afgesloten wordt tussen de vrienden van Willem van Hove, de aflijvige, en Loyck Vervoirt. Die laatste moet dus vooreerst in het openbaar de voetval doen, op blote voeten en met bloot hoofd, in linnen kleren "met den halme in de handt".

Dat laatste: "Met een strootje in de hand dus eigenlijk", zegt Dirk Heirbaut, professor rechtsgeschiedenis aan de Universiteit Gent. "Dat was een symbolisch gebruik. Net als dat blootvoets en in zijn linnen hemd rondlopen. De uitdrukking 'in zijn hemd staan' staat ergens voor."

Verzoeningen, niét bestraffingen, waren volgens professor Heirbaut geen uitzondering in de middeleeuwen. Waarbij het woorddeeltje 'zoen' ook echt letterlijk te nemen valt. "In het begin van de 14de eeuw staan in het Gentse dertien moorden gearchiveerd. Wel: in negen van die dertien gevallen werd een oplossing gezocht met een verzoening.

"De kus was daarbij ook een formaliteit die de aandacht trok: er gebeurde iets speciaals. We zeggen nog altijd: 'Seal it with a kiss.' De symboolwaarde van een kus is niet altijd per definitie iets dat met liefde te maken heeft. Al hoort een koppel dat net getrouwd is wel: You may now kiss the bride."

Maar Loyck Vervoirt kwam er dus niet vanaf met een kus. Hij moest brood bakken op de dag van de verzoening, maar ook nog eens op Asdag van 1601, 1602 en 1603 en dat brood afgeven aan de "heylige geestmeesteren om voerden armen gedistribueert te wordden." De armen uit de streek van Aarschot en Werchter mochten meegenieten van het brood van Vervoirt.

En dan dit: "Item sal die voerschreuen Veruoirt ierst ende voer alle moeten schouwen ende mijden die weduwe vanden afflyuigen ende die vrienden ..." Kempeneers vertaalt: "Nergens mocht Vervoirt de weduwe of de vrienden tegenkomen. Zo kon hij naar geen herberg gaan, geen feest of banket bijwonen waar de weduwe of de vrienden van de dode man aanwezig waren." Wordt hij daar toch opgemerkt, dan "sal (hy) terstondts moeten vertrecken, ende daer ouer een quartier van der uren niet moegen blyffuen".

"Eigenlijk een heel algemeen systeem", zegt professor Heirbaut. "En tot vandaag vind je de uitdrukking 'in der minne' regelen. Dat doen we natuurlijk niet meer voor een moord, maar het gebeurt wel nog altijd bij bijvoorbeeld verkeersovertredingen. Verzoeningen waren toen een vorm van 'in der minne'.

"Dat kon ook met geld, maar het kon met de openbare voetval, toegeven dus dat je ongelijk had. Een eerbare boetedoening was dat. Het kon door brood uit te delen aan de armen of door te gaan bidden voor het zielenheil van de betrokkene. Of door wat je nu een combipakket van al die maatregelen zou kunnen noemen."

Hoe een hand af te hakken

Zo dankt de geschiedenis zelfs gebouwen aan moorden. De Sainte-Chapelle, de kapel op het Île de la Cité in Parijs, werd meegefinancierd door de Heer van Coucy. "Drie jongeren die in de tuin van een Franse abdij waren verzeild en per vergissing als stropers waren aanzien, had hij laten doden. Ten onrechte dus. Die zaak werd 'in der minne' geregeld: de Heer van Coucy moest een bepaald bedrag ter beschikking stellen om de bouw van de Sainte-Chapelle mogelijk te maken. Dat was dus een handige manier om zulke bouwwerken mogelijk te maken."

In de vroege middeleeuwen bestond al een uitgewerkt boetesysteem. "Met heel veel verschillende boetetarieven", zegt Heirbaut. "Soms echt crazy. Werd een vrouw gedood die zwanger was, dan moesten 600 solidi betaald worden. Maar was het een meisje van nog geen 12 jaar of een vrouw die ouder dan 60 was, dan volstonden 200 solidi. De baarmoeder van de vrouw was dus drie keer zoveel waard.

"Ook grappig is wat er gebeurde als je bijvoorbeeld een vinger van iemand afhakte. Een duim? 2.000 solidi. De wijsvinger was goed voor 1.400 solidi en de drie overige vingers waren afzonderlijk 1.800 solidi waard. Een hand kon je er maar beter zo afhakken dat het nog een beetje aan het vlees van de arm bleef hangen. Dan kostte dat je maar twee derde van de 2.000 solidi die je moest betalen als je de hand helemaal afhakte.

"En soms werd de familie gewoon gecompenseerd door de familie van de dader. Ze gingen dan een soort joint venture aan. Onze zoon heeft jouw tante vermoord: wij gaan je helpen."

Broodmes oké

In Werchter werd er geen kapel gebouwd voor Willem van Hove. Maar wel iets anders. In de archieven van de griffie staat het zo: "Item gemerckt de meyninge ende intentie vanden vrinden was, dat hy Veruoirt soude hebben doen maken een yseren cruys in sulcker hoochden lingde dickte ende soo hooge verheuen in een steen gelyck daer een is staende opden wech van Wackerzeel naer Loeuen te gaene ..."

Op de weg van Wakkerzeel naar Leuven stond een ijzeren kruis op een steen en net hetzelfde monumentje moest Vervoirt oprichten ter nagedachtenis van de arme Willem van Hove. Ook op het graf van de ongelukkige moest hij een kruis voorzien.

In 1600 was vluchten niet meteen een optie. Grenzen gesloten of open: er was geen Ryanair, er waren geen autosnelwegen, er waren alleen paardenkarren. Waarmee je niet ver raakt. Loyck Vervoirt wist dus dat hij altijd in de buurt van Aarschot zou blijven en dat wisten 'meier' Joost Traetssens en 'scepenen' Remeys Verthiers en Hendrick Gobbelyns ook. In de akte die ze op 29 november 1960 sloten, stond goed beschreven wat Vervoirt niét mocht doen als hij de weduwe, de verwanten en de vrienden van Willem van Hove op straat zou tegenkomen.

Dit: "... met woerden wercken noch in eeniger manieren niet moegen creyten ofte quellen, tzy acher rugge ofte voer oogen, moegen verwijten ofte eenige blamatie molestatie ofte quellingen den vrienden aen doene ..." Hij mocht ze met moderne woorden op geen enkele manier kwetsen door hen verwijten toe te roepen of hen te schofferen.

Bovendien: " ... sal hy Veruoirt niet moegen draegen eenich geweer tzy roer, pycke, of ieet daermen iemanden mede soude moegen quetsen hinderen ofte letten." Een geweer of een lans met punt mag Vervoirt niet bij zich hebben. Wél (en dat moet wel als je brood wilt bakken en uitdelen) mag hij een broodmes bij zich houden. Maar wel een waarvan de punt afgebroken is, "die linghde van twee dweersse vingeren".

Tot in de eeuwigheid

Niet alles moet vertaald worden om begrepen te worden: Vervoirts bewegings- en handelingsvrijheid wordt danig beperkt. Van een vredeskus, zoals tot vandaag in de Kerk gebruikelijk is en die ook als verzoeningsgebaar in het algemeen en in het kerkrecht gebruikt werd, is niet meteen sprake. Maar er is ook geen gevangenisstraf, er zijn geen zware boetes. Loyck Vervoirt moet gewoon bewijzen dat hij een goed mens kan zijn tegenover het slachtoffer, de weduwe, de verwanten en de vrienden van wie hij vermoord heeft.

Zegt Heirbaut: "In 1599 waren dat soort gebruiken in het Graafschap Vlaanderen eigenlijk wel al voorbijgestreefd. Maar Brabant maakte daar nog geen deel van uit en zeker op het platteland waren er toen nog maatregelen in voege die je elders niet meer vond."

Op 29 november van 1600 werd de akte dus opgesteld. Loyck Vervoirt beloofde alle punten na te leven en legde de eed af in de handen van Joost Traettsens, in de aanwezigheid van Remeys Verthiers en Hendrick Gobbelyns. Drie dagen later volgde publiekelijk "den zoene". Waarbij de nabestaanden van de dode op hun beurt voorwaarden opgelegd kregen. Op straffe van het betalen van 150 gouden realen mochten zij geen wraak nemen op Vervoirt. Dezelfde straf riskeerde hij in het omgekeerde geval. Verbrak iemand al die beloftes, dan zou het zijn "oft de zoene niet en waere gebeurt".

En hoe lang gold dat? "Alsoo lange als moelens maelen, winden wayen ende haenen crayen." Dat is de eeuwigheid.

Voor dit verhaal putten we uitvoerig en dankbaar uit de opzoekingen van historicus Paul Kempeneers. Zie ook www.kempeneers.org

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234