Donderdag 28/10/2021

Toen Marc Dutroux per ongeluk zijn eigen Rohypnol-pillen doorslikte

'Marc Dutroux heeft één stommiteit begaan', zei procureur Bourlet ooit. 'Door uitgerekend in mijn arrondissement een kind te komen schaken.' Dat is vast wel waar, maar Dutroux deed die dag nog meer stoms. Geen ontvoering verliep zo amateuristisch als die van Laetitia Delhez, op vrijdag 9 augustus 1996 in het Waalse Bertrix. Autopech, nieuwsgierige buren die op straat kwamen bij aankomst in Marcinelle en Marc Dutroux die per vergissing bijna zichzelf verdoofde met vijf Rohypnol-pillen.DOOR DOUGLAS DE CONINCK

Het was vrijdag 9 augustus, even voor elven 's avonds. Het was warm en nog niet zo lang donker. Met een hels kabaal - de knalpot was stuk - parkeerde Michel Lelièvre de Renault Trafic halvelings op de stoep voor het huisje in de Route de Philippeville 128. "De voordeur bij de buren stond open", herinnert Lelièvre zich. "Ik zag dat een man en twee vrouwen bij de deur waren komen staan om te zien wie er was gestopt. Ik veronderstel dat die mensen in het salon hadden gezeten. Toen ze de bestelwagen van Marc zagen, zijn ze weer gaan zitten. Marc gebood me de deur van het huis te openen. Ik ben teruggelopen naar de bestelwagen. Marc opende de zijdeur, nam het in een deken gewikkelde meisje in zijn armen en droeg haar het huis binnen. Net toen hij de drempel overschreed, kwam een van de buurvrouwen naar buiten. Marc kwam weer buiten om de bestelwagen op slot te doen. De andere buurvrouw en de buurman kwamen ook kijken. Een van de buren sprak Marc aan. Hij antwoordde dat hij op was, dat hij te veel had gedronken (...). Ik zei nog tegen hem dat de buren hem met dat meisje het huis binnen hadden zien gaan. Marc antwoordde: nee."

Op de avond van de laatste ontvoering vindt Michel Lelièvre van zichzelf dat hij wel wat heroïne heeft verdiend. Zijn laatste sigaret heeft hij 's middags, kort voor hun vertrek, gerookt. Veronderstellend dat Dutroux nog wat in huis heeft, keert hij iets na elven terug naar het huis in Marcinelle, en merkt tot zijn afgrijzen dat er zich op de stoep een heel groepje keuvelende buren heeft gevormd. Maar geen nood, zo blijkt. "Ze zeiden dat het geen zin had om aan te bellen, gezien de staat waarin Marc zich bevond." (1) De buurvrouwen Georgette Lurquin en Viviane Charles verklaren later dat ze in het deken Dutroux' jongste zoon Andy vermoedden. Het joch is op dat ogenblik drie jaar oud. "De haren waren blond en de voetjes staken uit", zegt Georgette Lurquin. "Het waren kleine, blote voetjes." (2)

Zo ging dat, in dat grauwe straatje naast de spoorweg in Marcinelle. Normaalste zaak van de wereld. Geen van de buren die ooit wat vermoedde. Dat gebeurt pas enkele dagen later, wanneer het land in rep en roer staat. Een buurvrouw zegt dat ze ooit een donkerharig meisje van een jaar of acht met verwarde blik op de stoep van het nummer 128 heeft zien zitten suffen en houdt tot vandaag met grote stelligheid vol dat dat Mélissa Russo moet zijn geweest. Marc Dutroux is die avond niet dronken, wel wat beneveld.

In het Ardense stadje Bertrix, zo'n 150 kilometer daar vandaan, ruim twee uur eerder, voelt de veertienjarige Laetitia Delhez zich die avond niet zo lekker. Ze heeft geen zin om te gaan zwemmen. Ze heeft haar moeder ook beloofd om voor halftien thuis te zijn, en dus heeft ze haar vriendinnen Lyndsey en Gaëlle slechts vergezeld tot aan de ingang van het gemeentelijk zwembad. Ze hangt wat rond op de publieksbanken, maakt hier en daar een praatje en wuift naar haar zus Sophie wanneer die met haar vriend iets gaat drinken in de stad. Het is kwart voor negen als Laetitia het zwembad verlaat en de rue du Culot instapt.

Laetitia Delhez: "Op een gegeven moment liep ik voorbij een witte bestelwagen. Er zat een man achter het stuur. Hij vroeg me vanuit de wagen wat er gaande was op het marktplein. Ik antwoordde: 'Les 24 heures de mobylettes.' Hij deed alsof hij me niet verstaan had, en ik herhaalde het nog een keer. Ik was een beetje bang omdat ik alleen was. Ik ben nogal wantrouwig ingesteld. Net toen ik mijn antwoord herhaalde, dook er achter mij een andere man op. Ik had hem niet horen komen. Hij greep me bij de keel en tilde me van de grond. Ik had geen pijn, maar heel veel schrik. Ik kon zijn gezicht niet zien toen hij me in de bestelwagen duwde. Hij legde me op een bankje met een matras op." (3)

Michel Lelièvre: "Het meisje heeft één keer geroepen. Marc stapte in en riep: 'Vertrek!' Ik ben niet onmiddellijk vertrokken. Ik was in paniek. We zijn in schokken weggereden. Ik vroeg Marc: 'Waar naartoe?' Hij zei: 'Rechtdoor, ik zeg je wel waar naartoe.' Toen hoorde ik dat meisje. Ze riep: 'Jullie gaan me niet doden. Ik wil mijn familie nog terugzien, mijn broertje, mijn zussen.'" (4)

Laetitia Delhez: "Er was iets mis met die wagen. De man die me vasthield, riep naar de chauffeur wat hij moest doen. Het leek wel of die man zijn rijlessen kreeg."

Lelièvre krijgt de Renault Trafic dan toch aan de praat. Laetitia ziet hoe de man met de snor een klein bruin flesje uit zijn zak haalt. "Hij zoog wat van dat product in de druppelteller en duwde die in mijn mond. Terwijl hij met zijn kompaan sprak, heb ik het spul uitgespuwd. Het smaakte vreselijk. Toen haalde hij vijf witte ronde pillen uit zijn zak. Ik geloof dat hij ze één voor één in mijn mond propte. Hij gaf me een blik limonade. Ik heb al die pillen in dat blikje gespuwd, waarop de limonade begon te schuimen. Hij riep nog: 'Wat heb je uitgespookt om het zo te doen schuimen?' Ik heb niks gezegd."

Marc Dutroux: "Omdat het schuimde, heb ik dat blikje toen zelf leeggedronken. Ik greep naar dat blikje omdat ik dacht dat het schuim er was gekomen door het geschud van de auto. Ik begreep het pas nadat ik die pillen had doorgeslikt. Ik gaf het meisje vijf nieuwe pillen, zei haar dat ze me niet opnieuw moest trachten te flikken en eiste dat ze zou slikken terwijl ik toekeek. Na een uur rijden is ze in slaap gevallen."

Marc Dutroux zelf is wat sufjes, maar blijft wakker. "Hij kwam achter mij zitten", legt Lelièvre uit. "Hij zei dat ze hem beet had gehad. Hij klonk heel raar. De pillen hadden een vreemd effect op hem. Hij praatte niet echt, hij brulde in mijn oor, hij was euforisch. De terugreis duurde erg lang."

Aangekomen in Marcinelle stuurt Dutroux de buren en Lelièvre weg en ketent hij Laetitia vast aan een bed in zijn eigen slaapkamer en voor de zekerheid ook aan zichzelf. Daarna valt hij in slaap. "De volgende ochtend, terwijl Laetitia nog sliep, heb ik Sabine uit de kelder gehaald. Ik bracht haar naar de kamer om haar Laetitia te tonen. Ze was teleurgesteld, omdat het niet een van haar vriendinnen was over wie ze me kort daarvoor had verteld." (5)

Voor een aantal burgerlijke partijen is het nalezen van dit soort verklaringen een behoorlijk frustrerende bezigheid. Niet alleen door de kilte waarmee Dutroux en Lelièvre op hun onderneming terugblikken, en ook niet door de beate passiviteit van de buren in Marcinelle. De ouders zien Marc Dutroux na augustus 1996 in diverse media geportretteerd als een buitengewone sluwe en berekende crimineel met een duivels plan waar alles aan klopte. Slimmer dan de slimste speurder. Dat kan dan wel tot op zekere hoogte zo zijn, maar dit lijken de feiten te zijn. Zoals het in de nacht van 22 op 23 augustus 1995 na het schaken van An en Eefje al is gebeurd hebben Dutroux en Lelièvre onderweg naar Bertrix af te rekenen met autopech. Drie uur lang hebben ze aan de kant gestaan. Dutroux heeft materiële sporen achtergelaten door de bestelwagen in Gedinnes toe te vertrouwen aan een garagist en met zijn verzekeringsmakelaar te bellen. Aan de bestelwagen zitten geen valse nummerplaten vast, wat tijdens de ontvoeringen in 1985 wel nog het geval was. De knalpot is stuk. Op het moment suprême heeft de geniale kinderontvoerder zichzelf bijna in slaap gewiegd met zijn eigen Rohypnol-pillen.

Om kwart over elf 's avonds is Dutroux nog wakker genoeg om even te bellen. Belgacom registreert om 23.15 uur een telefoontje vanuit het huis in Marcinelle naar dat in Sars-la-Buissière. Net als de vorige keren kan Dutroux het niet laten om Michelle Martin op de hoogte te brengen van het welslagen van de onderneming. Ze krijgt even later de opdracht om de bestelwagen grondig te poetsen en sporen te wissen. "Toen ik dat deed, wist ik het dus wel", zegt ze later. "Daags na de ontvoering van Laetitia ben ik voedsel gaan kopen in de GB in Montignies-le-Tilleul. Ik heb de boodschappen achtergelaten in Marcinelle. Die boodschappen pasten in het 'beheer van de voedselstock' van Dutroux." (6)

Het feit dat Martin het wist - vooraf al, overigens - maakt haar gedrag intrigerend. In de namiddag van 9 augustus is ze met zoontjes Frédéric en Andy naar Dinant getrokken, waar ze de citadel heeft bezocht, tickets heeft gekocht voor de kabelbaan en verwoed fotootjes heeft gemaakt. Martin is niet echt wat je noemt een toeriste. Ze maakte dit soort uitstapjes uiterst zelden. Nu bewaart ze zorgvuldig de tickets van de kabelbaan, wat speurders later doet veronderstellen dat ze deze keer echt bang was en zichzelf doelbewust van een betonnen alibi voorzag.

Laetitia wordt tijdens haar gevangenschap driemaal door Dutroux verkracht. Tenminste, volgens zijn bekentenissen. Ontkennen ligt een beetje moeilijk, want in de kinderkooi vinden speurders later, netjes tussen de strips en de kleurboeken, een doosje anticonceptiva terug. Pas op maandag 12 augustus is Laetitia er zich van bewust dat ze niet het enige slachtoffer is. 'Viens ici fifille', hoort ze Dutroux roepen, alvorens ze Sabine Dardenne de kamer binnen ziet komen.

Laetitia Delhez: "Hij zei me dat er een meisje was dat in dezelfde situatie verkeerde als ik. Hij meldde me ook dat hij slecht nieuws voor me had: 'Je ouders willen geen losgeld betalen.' Sabine droeg alleen een short. Ze zag helemaal wit. Ik had de indruk dat ze geslagen was. Ze ging op de grond zitten, ze was beschaamd. Dat zei ze me achteraf. Ik vroeg haar hoe ze heette. 'Sabine', antwoordde ze. Ik vroeg haar ook hoe lang ze hier al zat. 'Twee maanden en veertien dagen', zei ze. We spraken met elkaar terwijl hij erbij stond. Ik vroeg haar ook of er een kans bestond dat ze haar ouders ooit terug zou zien. 'Goh', zuchtte ze: 'Eén op de duizend.' Ik denk niet dat Marc iets zei. Hij kwam niet tussenbeide en belette Sabine niet om te antwoorden. Hij gebood ons om naar beneden te gaan, naar die plaats met de deur die naar de kelder leidt (...). Daar spraken we rustig, met ons drieën. Hij toonde ons tekeningen die hij had gemaakt. Hij zei dat hij zelf de schouw had gebouwd. We geloofden hem niet, maar het leek ons beter om te luisteren. We waren bang van zijn reacties."

Even later kreeg het meisje uitleg bij het leven in de kinderkooi.

"Ik vond die plek klein en idioot. Ik kroop op het bed, Sabine ook. Zij zette meteen de spelcomputer aan. Hij kwam erbij zitten. Hij gaf raadgevingen bij spelletjes om te spelen. Toen Sabine klaar was, is Sabine met hem naar boven gegaan. De poort bleef openstaan, ik was nog steeds heel moe (...). Toen Sabine terugkeerde, was hij erbij en deed hij de poort dicht."

Er golden bepaalde regels in de kelder. Pas als Dutroux twee dagen niet langskwam, hadden de meisjes het recht om een van de blikken (gehaktballen in tomatensaus) te openen. Recht op een nieuwe emmer hadden ze pas zodra de vorige helemaal vol was. Het was ook de bedoeling, zegt Laetitia nog, dat ze de muren met z'n tweeën zouden herschilderen. "Hij had ons gevraagd of we een pot gele verf wilden."

Voor de aanvankelijk nog halvelings verdoofde Laetitia is het moeilijk om data en uren te plakken op wat ze zag, en hoorde en voelde. Soms werd ze wakker en hoorde ze haar ontvoerder telefoongesprekken voeren, onder meer met ene "Michel of Jean-Michel". Daarna viel ze weer in slaap, al of niet doordat Dutroux haar extra verdoving toediende. Wetende dat Michel Lelièvre geen telefoon heeft, alleen een semadigit, en gezien het feit dat Dutroux in deze periode van op zijn lijn in Marcinelle vijf keer heeft gebeld met Michel Nihoul is het volgens procureur Michel Bourlet duidelijk waar Laetitia getuige van was toen ze Dutroux aan de telefoon hoorde zeggen: "ça a marché."

Bourlet, in de aanklacht: "Michelle Martin zou eveneens zijn getroffen door de frequentie van het discrete telefoonverkeer tussen Michel Nihoul in de weken die hieraan voorafgingen. Ze dacht op dat moment dat Nihoul geïnteresseerd was in de ontvoeringen van jonge meisjes, vooral omdat ze Dutroux en Lelièvre had horen zeggen dat ze een meisje mee moesten brengen voor Michel Nihoul."

Elk gerechtelijk dossier begint met een 'initieel proces-verbaal'. Het is iets na middernacht in de ochtend van zaterdag 10 augustus 1996 als kapitein Baulard bij de rijkswacht in Neufchâteau de code 40.09.618/96 invoert op zijn tekstverwerker. Kort daarvoor is moeder Patricia Martin aangifte gaan doen van de verdwijning van haar dochter. Bertrix is een piepklein stadje. Iedereen kent iedereen. Dat is een determinerend gegeven voor wat gaat volgen. Reeds op zaterdag 10 augustus start een intensief buurtonderzoek. Om 9.15 uur 's ochtends is Bourlet al ter plaatse om persoonlijk de zoekacties te leiden.

Twee dagen later, op maandag 12 augustus om 20 uur 's avonds, vindt in de rijkswachtkazerne van Bertrix een vergadering plaats met als hoofdonderwerp drie letters: F, R en R. Een student heeft kort voor de ontvoering een lawaaierige witte bestelwagen van het merk Renault Trafic opgemerkt waarvan de combinatie met die drie letters begon. Er zitten die avond enkele mensen mee aan tafel die weten dat er nooit eerder gezien onweer op til is voor het Belgische politiewezen. Een van de aanwezigen op de vergadering is René Michaux. Hij heeft een grote map bij zich. Daarop staat geschreven: 'Operatie Othello'.

(1) Verhoor Michel Lelièvre, 19 augustus 1996, BOB Neufchâteau, pv 100.223.

(2) Verhoor Georgette Lurquin, 2 juni 1997, BOB Marche-en-Famenne, pv 100.463.

(3) Verhoor Laetitia Delhez, 19 augustus 1996, BOB Marche-en-Famenne, pv 100.228.

(4) Verhoor Michel Lelièvre, 15 augustus 1996, BOB Marche-en-Famenne, pv 100.210.

(5) Verhoor Marc Dutroux, 15 augustus 1996, BOB Marche-en-Famenne, pv 100.204.

(6) Verhoor Michelle Martin, 23 september 1998, GP Aarlen, pv 8.333.

Laetitia Delhez: 'Ik vroeg Sabine hoe lang ze hier al zat. 'Twee maanden en veertien dagen', zei ze. Ik vroeg haar of er een kans bestond dat ze haar ouders ooit terug zou zien. 'Eén op de duizend', zuchtte ze'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234